De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

14 minuten leestijd

Bijbellezen
Wie elke week een winter lang met jongeren uit de bijbel leest op de catechisaties en daarbij de Statenvertaling gebruikt, merkt regelmatig hoe onverstaanbaar voor velen deze vertaling is geworden. Je hoort het aan de vaak kromme manier waarop bepaalde zinswendingen worden voorgelezen, aan de aarzelingen waarmee ze een vers lezend ten einde brengen. Ze zijn immers niet meer gewend op zo'n manier de dingen te zeggen in een tijd waarin flitsende reclameboodschappen direct duidelijk en verstaanbaar zijn en waarin het beeldverhaal tot hun dagelijkse leefwereld is gaan behoren.
Sommige woorden en uitdrukkingen roepen een heel andere betekenis- en belevingswereld bij ze op dan in de tekst bedoeld wordt. Een satirisch beeld daarvan riep Maarten 't Hart op in het openingsverhaal van zijn verhalenbundel 'Het vrome volk' (1974) dat hij als titel 'Het braakland' meegaf. Ik weet heel goed dat we 't Hart niet als kroongetuige nodig hebben om wat we bedoelen duidelijk te maken. Zo goed heeft hij het niet voor met kerk en geloof. Toch kunnen je tegenstanders je weleens een spiegel voorhouden die een raak beeld geeft. Bedoeld verhaal kreeg de titel mee 'Het braakland'. De bijbelkenner denkt dan terstond aan Jeremia 4 : 3 waar o.a. staat: 'Braakt ulieden een braakland en zaait niet onder de doornen...' Wat 't Hart dan voor impressies geeft die bij de 'ik' van het verhaal opkomen, kunnen m.i. heel goed model staan voor wat ook bij onze catechisanten in eerste instantie bovenkomt. Braken is een niet zo smakelijk woord voor een nog onsmakelijker gebeuren. Wat is dan een braakland? 'Is het een grasveld waarop mensen gebraakt hebben?' Ik ga hier verder niet het verhaal uit genoemde bundel citeren. De bedoeling is alleen maar om aan te geven, hoe met name Schriftwoorden kunnen overkomen. Ik kom tot dit alles, omdat ik in het 'Hervormd Weekblad' van 7 maart een artikel las van ds. L.M. Vreugdenhil waar boven staat: Jongeren over de Bijbel: 'Een moeilijk, maar waardevol boek!'. Hij had onlangs zijn catechisanten in Vriezenveen twee vragen voorgelegd. De ene vraag betrof het waardevolle van de bijbel en de andere vraag had te maken met de moeilijkheidsgraad van de bijbel. Ds. Vreugdenhil geeft allereerst een aantal citaten uit de antwoorden van de jongeren op de eerste vraag. Het blijkt dat de meeste jongeren de bijbel een heel waardevol boek vinden. Uit eigen ervaring kan ik dat alleen maar beamen. Wie met onze jongeren over de bijbel spreekt, merkt steeds hoe belangrijk en voornaam ze dit boek der boeken vinden. Ik citeer ds. Vreugdenhil als hij samenvattend dit zegt:

Wat mij vooral opvalt in deze opmerkingen, is dat de jongeren over het algemeen antwoorden geven die duiden op hun persoonlijke betrokkenheid. De bijbel wijst de weg door het leven, je vindt er steun, troost en hoop. De bijbel is actueel, je leert er God in kennen als je Vriend. Kortom: de bijbel is een onmisbaar boek, en heeft een duidelijke plaats in de ervaring van de meeste van deze jongeren. Het was voor mij als catecheet dan ook een hele bemoediging om dat zo rechtstreeks van hen te horen.

Ik denk dat we als ambtsdragers en ouderen in de gemeente dit gegeven goed in het oog dienen te houden, ter bemoediging en stimulering tegelijk: onze jongeren zijn niet zo negatief als sommigen steeds maar weer schijnen te denken. Ze willen over het algemeen heel graag veel leren over wat er nu eigenlijk staat en over wat ze er nu mee aan moeten in hun leven. Maar als we dat met instemming lezen, dienen we ons er wel terstond van bewust te zijn, dat er steeds meer een kloof groeit tussen het taalgebruik van de oude vertaling en de dagelijkse 'taal-wereld' van de meeste jongeren. Daardoor ontstaat het risico dat zo ook het bijbels gedachtengoed in wezen aan ze voorbijgaat. Of, wat nog ingrijpender is, dat ze de bijbel niet meer lezen. De toegang raakt geblokkeerd. Geen wonder dat heel veel jongeren onder ons wel lezen in bv. 'Het Boek'. Ouders reageren daar soms heel ongerust op en ouderlingen waarschuwen daartegen soms op huisbezoek. Want, zeggen ze dan, 'Het Boek' is de bijbel toch niet?

Bijbeltaal
Ds. Vreugdenhil stelde zijn catechisanten nog een tweede vraag, schreven we al. Een vraag die de moeilijkheidsgraad van de bijbeltaal betrof. Ook van de antwoorden op deze vraag kunnen we alleen maar zeggen: in 'onze' gemeenten ligt dat op geen enkele manier anders. Ook onze jongeren zeggen: de bijbel gebruikt moeilijke taal.
Of: sommige bijbelgedeelten zijn heel moeilijk te begrijpen, zoals de brieven van Paulus of het boek Openbaring. Of: de bijbel gebruikt moeilijke taal of de zinsvormen zijn vaak zo ondoorzichtig etc. etc.
Ds. Vreugdenhil geeft samenvattend dan deze reactie:

Wat het meest voorkomt in de antwoorden, is de moeilijkheid die gevormd wordt door de taal van de bijbel. Dit kan met verschillende dingen te maken hebben. Zo speelt natuurlijk het opleidingsniveau van de catechisanten een belangrijke rol. Sommigen hebben er de grootste moeite mee een bijbelgedeelte hardop voor te lezen, omdat ze helemaal niet gewend zijn om met teksten om te gaan die enige inspanning vergen. Dat is een probleem apart in onze kerk. Er wordt wel eens gezegd dat wij een kerk van de middenklasse zijn. In de steden is de hervormde kerk in elk geval de arbeidende klasse zo goed als kwijtgeraakt. Op het platteland ligt dat anders. Met onze grote nadruk op het woord en op verbale communicatie, vallen degenen die daar niet zo goed in zijn, gemakkelijk uit de boot.
Onze tijd is er één van stripboeken en televisiespots. Alles moet flitsend zijn en onmiddellijk te begrijpen. Daardoor is het moeilijk geworden om concentratie op te brengen voor een bijbelgedeelte. De bijbel bestaat nu eenmaal niet uit hapklare brokken, maar vraagt om aandacht en interesse. Daarin hebben we de cultuur tegen. Onlangs schreef rabbijn Van de Kamp in Dagblad Trouw dat de televisie in de meeste orthodox-joodse gezinnen ontbreekt, omdat men de kinderen vooral de liefde voor het boek bij wil brengen. Zover zullen wij niet willen gaan, maar het is toch wel goed om in de gemeente de leescultuur zoveel mogelijk te bevorderen. Ook op kringen en cursussen over de christelijke opvoeding doen we er goed aan, dit te benadrukken.

Inderdaad, één van de fundamentele bezwaren tegen televisie is ook het doden van de belangstelling voor het lezen.

Bijbelvertalen
In zijn verslag van het gesprek met catechisanten over de bijbel, geeft ds. Vreugdenhil vervolgens aan dat er meer aan de hand is dan alleen de kwestie van het minder lezen, de afname daardoor van de taalvaardigheid van veel jongeren. Hij vindt dat we moeten zeggen dat er dringend behoefte bestaat aan een bijbelvertaling die dichter bij de grondtekst staat dan de Groot Nieuws Bijbel, maar waarin ook het verouderd taalgebruik zoveel mogelijk vermeden wordt. In 'Evangelisch Commentaar' van 8 maart 1991 schrijft dr. H.W. Hollander (hij was tot voor kort als nieuwtestamenticus verbonden aan de vertaalafdeling van het Nederlands Bijbelgenootschap) een artikel onder de titel 'Bijbelvertalen moet geleerd worden'.
Hij zegt daarin over de Statenvertaling het volgende:

Een monument van Nederlands bijbelvertaalwerk is natuurlijk de Statenbijbel van 1637. Een vertaling die geloof, taal en cultuur van veel Nederlanders heeft beïnvloed. Zij moet vooral gezien worden als een calvinistische reactie op de Nederlandse versies van de Duitse Luthervertaling, die in de ogen van veel theologen veel te vrij, te weinig woordelijk waren.
Men wilde daarom een oorspronkelijk Nederlandse weergave van de bijbeltekst, en dan bovendien een vertaling die zo getrouw mogelijk het Hebreeuws en het Grieks zou volgen. Eén van de vertaalprincipes luidde, dat 'de waarheid van de grondtekst zich zou verenigen met het Nederlandse taaleigen'. Maar de vertalers meenden die 'waarheid' het best te kunnen vasthouden door de oorspronkelijke tekst zo woordelijk mogelijk weer te geven en veel Hebreeuwse en Griekse taalvormen zo letterlijk mogelijk over te nemen, desnoods ten koste van het Nederlands.
Een voorbeeld (2 Korinthiërs 6 : 11-13): 'Onze mond is opengedaan tegen u, o Corinthiërs, ons hart is uitgebreid. Gij zijt niet nauw in ons, maar gij zijt nauw in uw ingewanden. Nu, om dezelfde vergelijking te doen, (ik spreek als tot mijn kinderen) zo wordt gij ook uitgebreid.'
Door deze aanpak echter werd de Statenbijbel door de eeuwen heen voor velen meer en meer een onverstaanbaar en gesloten boek. Herzieningen en nieuwe bijbelvertalingen (bijvoorbeeld die van W.A. van Vloten, 1789-1796; van Y. van Hamelsveld, 1789-1798; van J.H. van der Palm, 1820-1830; de Synodale Vertaling van het nieuwe testament, 1868; de Leidse Vertaling, 1897-1912; de Utrechtse Vertaling, 1921-1927) hebben weliswaar een zekere invloed gehad maar konden om diverse redenen de Statenvertaling niet van zijn voetstuk stoten. Het gezag en de macht van de Statenbijbel bleken te sterk.

Dr. Hollander gaat vervolgens ook in op de vertaling van 1951, beter bekend als de Nieuwe Vertaling. Ook deze vertaling werd al snel als verouderd en minder toegankelijk ervaren.

Dit kwam overigens niet alleen door de snelle ontwikkeling van de Nederlandse taal. Ook bij de 'lezersgroep' was er een ontwikkeling gaande. Na de Tweede Wereldoorlog nam de secularisatie drastisch toe, wat inhield dat veel mensen zowel van de inhoud als van de taal van de bijbel vervreemdden. Bovendien drukten de moderne massamedia een steeds groter stempel op het denken en voelen van allen, ook op hun communicatiemiddel bij uitstek: de taal. Zo werd traditioneel 'kerkjargon' voor een toenemend aantal mensen, buiten èn binnen de kerk, steeds minder begrijpelijk.

De hier in het kort geschetste ontwikkeling had voor het bijbelvertaalwerk grote gevolgen, aldus dr. Hollander. Er kwam op dit gebied van alles op gang. Deels vanuit missionaire en apostolaire. deels uit literaire overwegingen. Hij somt het een en ander op: revisie van de Nieuwe Vertaling, de Psalmenvertaling van Ida Gerhardt-van der Zeyde, de Job-vertaling van De Wilde en de vertalingen van Pé Hawinkels. Delen van het Nieuwe Testament zoals die van Anne de Vries 'Het NT in de taal van onze tijd'. En verder zijn te noemen de Groot Nieuws Bijbel en de al genoemde uitgave van 'Het Boek'. Onder ons is het verzet tegen vertalingen met wat heet, een hoge communicatieve waarde (bv. de Groot Nieuws Bijbel) heel sterk. En dat verzet wordt met name ingegeven doordat we vinden dat we zo het eigene van de bijbel helemaal dreigen kwijt te raken. Wat nog ingrijpender is: de boodschap zelf raakt afgezwakt en van z'n scherpte beroofd. Datzelfde verwoordde onlangs ook een verontruste jeugdouderling tegen me inzake 'Het Boek'. Hij constateerde dat in toenemende mate jongeren die hij in zijn gemeente sprak over het bijbellezen, zeiden 'het Boek' daarvoor te gebruiken. We hebben, dit voor een goed begrip, in 'Het Boek' niet zozeer met een vertaling te maken. Het heet een 'gedachte-voor-gedachte-vertaling'. Uitgevers van dit boek zeggen: 'De verhalen worden verteld voor mensen van deze tijd met taal, woordspelingen en uitdrukkingen van nu'. Daarin ligt een verschil met de Groot Nieuws Bijbel. Deze dient zich echt aan als een bijbelvertaling. Bij 'Het Boek' ligt dat anders. Je zou dat eerder een 'vertelbijbel' kunnen noemen. Ik citeer in dit verband nog maar eens wat ir. J. van der Graaf, ik meen vorig jaar, in ons blad over deze zaak heeft geschreven.

Een gedachte-voor-gedachte vertaling is uiteraard geen letterlijke vertaling. Wie dit Boek als vertaling wil aanmerken, roept direct alle fundamentele kritiek op, die op elke Bijbelvertaling mag worden toegepast. Maar wanneer we ons realiseren, dat in feite een vertelbijbel is bedoeld, dan aarzel ik niet te zeggen, dat er sprake is van zwart-wit-kritiek in bepaalde recensies, die ik tot nu toe las; kritiek die zich niet verdraagt met het grote gemak waarmee bepaalde kinderbijbels zijn geaccepteerd.
Ik ga echter nog een stap verder door te zeggen dat ook wie vertrouwd is met de taal der Schriften, óók met de taal van de Statenvertaling, bij het lezen van dit Boek vaak weer ophoort van woorden en gedachten in de Schrift, die door de bekendheid ervan waren afgesleten. Op z'n minst dringt lezen vaak tot de vraag: wordt dit of dat dan bedoeld in de geijkte vertalingen? Dit dringt dan tot het lezen van de betreffende vertaling.

Er zijn tegen verschillende pogingen in 'Het Boek' tot weergave van de tekst ingrijpende bezwaren in te brengen. Van der Graaf gaf daar in genoemd artikel ook een voorbeeld van. Intussen mag het ons wel tot bezinning brengen dat zoveel jongeren en (laten we niet vergeten:) ook veel ouderen met veel gretigheid in "Het Boek' le­zen. Gemakzucht, zegt u. Is er echt niet meer van te zeggen?
Als wij in ieder geval voor de eredienst willen vasthouden aan de Statenvertaling, zullen we de verstaanskloof die intussen erg breed is geworden, wel in de gaten dienen te houden. Dat vraagt om inzet bij opvoeders en catecheten, bij voorgangers en bij allen die met jongeren en ouderen samen de bijbel lezen en bestuderen.

Bijbelstudie
Terecht sluit ds. Vreugdenhil zijn artikel af door aandacht te schenken aan de inhoud van de bijbel. Hij stelt: de grootste moeilijkheid van de bijbel bestaat uit de inhoud ervan. De catechisanten in Vriezenveen gaven een reeks voorbeelden. Eén van de voorbeelden luidt: de moeilijk te begrijpen symboliek van de Openbaring of wanneer moet je een verhaal nu letterlijk of figuurlijk opvatten? Ik neem hier met instemming de slotconclusie over van Vreugdenhils artikel.

Voor mijzelf ben ik ervan overtuigd geraakt, dat we het leren lezen van de bijbel moeten beschouwen als de allerbelangrijkste taak van de catechese. De bijbel is geen gemakkelijk boek en het kost dan ook moeite om de bijbel te leren lezen. Dat is voor jongeren niet onacceptabel. Zeker niet als je ze erop wijst dat er veel waardevolle dingen in het leven zijn, die moeite kosten. Voor een belangrijk diploma moet je lang studeren. Voor de meeste sporten moet je met veel volharding trainen. Allerlei vaardigheden, zoals een muziekinstrument bespelen of kunstschilderen, kosten veel oefening en geduld. Het ligt dan ook voor de hand dat het leren lezen en een beetje begrijpen van de bijbel eveneens tijd en inspanning kost. De bijbel is geen dogmatiek-boek, geen systematische verhandeling of encyclopedie, maar een bonte verzameling van levende geschriften. Geen hapklare kost, maar een weerbarstig boek dat zijn geheimen niet zomaar prijsgeeft. Daarom geloof ik dat we onze tijd op de catechisaties het beste kunnen besteden aan de bijbel zelf. Lezen, aandachtig lezen, proeven wat er staat. Proberen om hen een beetje gevoel bij te brengen voor beeldspraak en poëzie. En dan niet alleen de 'makkelijke' verhalen, maar ook de moeilijke! Liefst in een voortgaande lezing van minstens een paar hoofdstukken achter elkaar, zodat er ook wat besef kan groeien voor de historische bepaaldheid van de bijbel. Ik denk dat dit de enige manier is waarop wij de jongeren kunnen voorbereiden op een leven waarin zij de omgang met het Woord van God daadwerkelijk beoefenen. Dat geldt trouwens niet alleen voor jongeren! Meer dan ooit is het nodig dat we allemaal in de gemeente weer leren luisteren naar het Woord, samen leesoefeningen houden in het bijbels ABC. Alleen zo zullen we geestelijk gevoed worden en toegerust om sterk te staan in de branding van de tijd.

Een volk gaat te gronde als het geen kennis meer heeft. Geen kennis meer van God. Geen kennis meer van het centrale van de bijbelse boodschap. Zien we dat niet om ons heen gebeuren op grote schaal? Daarom mogen we pogingen om de bijbel en zijn inhoud dicht of dichter bij de mensen te brengen niet direct negatief tegemoet treden. Ons die er immers alles aan gelegen is, dat het Woord ingang verkrijgt in het hart, mag geen moeite teveel zijn dat dit wonder van Gods Geest ook plaatsgrijpt onder de jongeren en hun ouders.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's