De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nederlandse Hervormde Kerk 'zoekt het gesprek met Israël'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nederlandse Hervormde Kerk 'zoekt het gesprek met Israël'

9 minuten leestijd

Het gebeurt niet vaak dat de hervormde synode in verdubbelde zitting (de eerste en de tweede afgevaardigden van de classes) bijeenkomt. Dat gebeurt alleen als er sprake is van wijzigingen in de (romeinse) artikelen van de Kerkorde. Dat gebeurde nu ten aanzien van twee zaken, namelijk een kerkordewijziging met betrekking tot 'bestuur en beheer' en een wijziging met betrekking tot de verhouding van de kerk tot Israël. In beide gevallen werd met ruime meerderheid een kerkordewijziging tot stand gebracht.


In het artikel over het apostolaat (artikel VIII), waarin de opdracht tot zending en de opdracht voor het spreken van de kerk in de samenleving wordt verwoord, wordt ook gesproken over het geprek met Israël, waartoe de kerk zich 'als Christusbelijdende geloofsgemeenschap' in de wereld geroepen weet. 'in de verwachting van het Koninkrijk Gods'. In dat artikel werd in zoverre een wijziging voorgesteld, dat, inzake de opdracht om Gods beloften en geboden voor alle mensen en machten te betuigen, werd verwoord, dat zij dit doet 'delend in de aan Israël geschonken verwachting van het Koninkrijk Gods'.
In het verlengde hiervan — maar ingrijpender — was de nadere uitwerking, zoals dat in de eigenlijke Israël-paragraaf van dat apostolaatsartikel gestalte krijgt. De oorspronkelijke tekst luidde:
'De Kerk richt zich in het gesprek met Israël tot de synagoge en tot allen, die bij het uitverkoren volk behoren, om hun uit de Heilige Schrift te betuigen, dat Jezus de Christus is.'
In de voorgestelde wijziging luidt dit artikel als volgt:
'De Kerk zoekt het gesprek met Israël inzake het verstaan der Heilige Schrift, in het bijzonder betreffende het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is' (cursiveringen van mij, v.d. G.).
In brede kring van de kerk — zo bleek uit de consideraties van de classicale vergaderingen, alsook uit datgene wat vanuit het hervormd-gereformeerde Bezinnings Comité Israël te berde werd gebracht (zie Whvr. 7 maart l.l.) — werd deze wijziging als een verzwakking ervaren. Ter synode werd dat ook in diverse toonaarden gezegd en werd op verschillende wijzen, door middel van amendementen, gepoogd de formuleringen aan te scherpen, hoewel van andere zijde ook werd gepoogd een nog verdere versobering, casu quo verzwakking aan te brengen.

Stemmen uit de synode
Ds. P. van den Heuvel, voorzitter van de Commissie voor Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA), stelde o.a. dat de wijziging voortkwam uit de gedachte, dat 'het betuigen' aan de joden, dat Jezus de Christus is teveel éénrichtingsverkeer vanuit 'een afgerond geloofsbezit' vooronderstelt en dat daarom de uitdrukking 'zoekt het gesprek met Israël' was gekozen.
De classes vrezen echter — zo stelde hij — dat hierdoor een zekere vrijblijvendheid zal gaan optreden. Daarom is geworsteld om bewoordingen inzake het getuigend spreken van de kerk. Maar in brede kringen van de kerk is men zich ervan bewust, dat van zending onder Israël geen sprake mag zijn. Geciteerd werd wijlen dr. S. Gerssen, die placht te zeggen, dat de kerk met Israël is betrokken in 'een geding om de waarheid'. De verleiding is groot — aldus Gerssen — om het Christusgetuigenis achterwege te laten, 'maar we kunnen niet anders'. Het gesprek met Israël is intussen geladen vanwege 'de pijn van de onmogelijkheid der scheiding' tussen Kerk en Israël.
Drs. M. van Campen (Woerden), citeerde prof. dr. J.M. Hasselaar uit Kontextueel, die gezegd had, dat één en ander best opnieuw mocht worden geformuleerd 'als het maar duidelijk is dat Jezus de Christus is'. Hij citeerde ook dr. A.A. Spijkerboer uit Kerk en Theologie, die stelde, dat duidelijkheid gewenst is. Ds. van Campen meende dat in de huidige voorstellen die duidelijkheid niet wordt betracht, o.a. vanwege de nevenschikking van het Koninkrijk Gods èn het getuigenis dat Jezus de Christus is. Uit de zeer terughoudende en critische reacties uit de classes concludeerde hij, dat het ons op dit moment niet is gegeven eenduidig tot een wijziging te komen. Hij vreesde verder ten overstaan van Israël een twisten over punten en komma's. Daarom stelde hij voor: géén wijziging.
Verder meende hij, dat er vandaag een unieke kans was om als kerk te komen tot een onvoorwaardelijke solidariteitsbetuiging jegens Israël, met daarbij een veroot­moediging ten aanzien van wat Israël in het verleden is aangedaan.
Dr. W.S. Duvekot (Utrecht) vond het voldoende om in plaats van 'dat Jezus de Christus is' te lezen — zoals aanvankelijk in eerste lezing de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël het wilde — 'de Messias'. Als wij over de Messias spreken weten de joden heel goed wie we bedoelen. Ds. H.J. ter Bals (Alphen a. d. Rijn) wilde: 'vanuit het evangelisch getuigenis dat Jezus de Christus is'.
Ds. A. Tromp (Krimpen a. d. Lek) stelde, dat in de kerk de vonk der herkenning met betrekking tot de nieuwe formuleringen kennelijk niet was overgeslagen. Ook hij achtte de nevenschikking van Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is onvoldoende. Hij vroeg zich af of een zo fundamenteel artikel moest worden gewijzigd als de één probeerde aan te scherpen en de ander probeert af te zwakken. Hij vroeg zich af waarom, met het oude artikel niet verder te leven was. Dus: géén wijziging. Een amendement terzake verwierf later wel heel wat stemmen maar haalde het niet.
Ds. R. van Kooten (Soest) wilde opgenomen zien dat de kerk is 'geënt op de Olijfboom Israël.' 'Daar is een kèrkorde niet voor', aldus reageerde ds. P. van den Heuvel. Ook wilde ds. Van Kooten toegevoegd hebben, dat de verwachting aangaande het Koninkrijk Gods ons in de Schrift is geopenbaard. Maar dat stond er al, was de reactie. Ten aanzien van de ook voor hem ontoelaatbare nevenschikking van het Koninkrijk Gods en het getuigen dat Jezus de Christus is, wilde hij als aanscherping, dat de kerk van háár zijde betuigt dat Jezus de Christus is.
Ds. F.S.J. van der Sar (Maasbracht) wilde in plaats van 'dat Jezus is de Christus' ook volstaan met: de Messias. Hij vreesde dat we teveel van de gedachte uitgaan, dat joden 'gemankeerde christenen' zijn. Het verlangen naar vernieuwing en verlossing delen we als kerk echter samen met Israël. Kerk en Israël zijn samen getuigen in de wereld. De volledige Openbaring van het feit, dat Jezus de Christus is, staat nog uit. Tussen Pinksteren en de komst van het Koninkrijk is er ruimte voor de Jood om als Jood te leven. Dat betekent geen tweewegenleer. Want dan maken wíj de keuze voor de ene of de andere weg. Maar de weg kiest òns.
Drs. R.H. Kieskamp (Leerdam) zei, dat het beschamend is wat wij vanuit de christenheid de joden hebben aangedaan. Daarom achtte hij de woorden delen en zoeken een goede zaak. Maar Israël moet wel weten wat men aan ons heeft. Ten aanzien van de nevenschikking van het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is zou een kleine wijziging voldoende zijn: in het getuigenis (in plaats van en).
Ds. Sj. van der Zee (Oosterwijk) herinnerde aan de Schriftplaats, dat het heil uit de joden is. We hebben dan ook de joodse stem nodig om te verstaan wat het betekent dat Jezus de Christus is. De kerk definieert zich niet buiten Israël om.
Dr. H. Vreekamp (Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël) zei, dat we de joodse tegenspraak moeten verdragen. We behoeven niet krampachtig te verdedigen. De uitstraling van de Naam kunnen we aan Hem overlaten. Vreekamp zei verder, dat Jezus Christus zich aan de volkeren anders vertoont dan aan Israël. Paulus noemt Christus een dienaar der besnijdenis. Hij vertoont naar Israël een zijde van Zijn gelaat, die de volkeren niet kennen. Vreekamp had dan ook voorkeur voor 'het Koninkrijk Gods en de Messias'. Dat kan de opening in het gesprek bieden, dat Hij zich aanbiedt in 'de onbekende gestalte'.

Alle tegenwerpingen werden vervolgens door de KOA ontkracht. Daarna werd over de onderscheiden amendementen gestemd. Het voorstel in het getuigenis dat Jezus is de Christus kreeg nog, samen met het voorstel om alles bij het oude te laten, de meeste stemmen. Maar de voorgestelde wijzigingen werden in grote meerderheid aanvaard.


Na afloop zei iemand, dat met de nieuwe formuleringen 'mits gemaximaliseerd' valt te leven. De positieve kant is, dat duidelijk blijft worden gesteld — in het apostoláátsartikel! — dat de kerk als Christusbelijdende geloofsgemeenschap het gesprek met Israël zoekt inzake het verstáán van de Schrift, ten aanzien van het Koninkrijk Gods en het getuigenis dat Jezus de Christus is. Het eerdere gegeven om met 'De Messias' te volstaan en met het gesprek 'over het getuigenis' was niet meer aan de orde. Maar voor de kerk — zo willen we duidelijk stellen — is toch onopgeefbaar, dat in Christus het Koninkrijk Gods is aangebroken en dat Hij eenmaal het Koninkrijk zal teruggeven aan de Vader! Hij is immers de Koning van het Rijk. Het was dan ook terleurstellend te moeten constateren, dat in het theologisch geding, dat hier gaande was op de synode, de wegen uiteengingen en dat het uitsluitend met name de hervormd-gereformeerden waren, die hier hun kritische reserve hadden.
Hoezeer ook wij van overtuiging zijn, dat zorgvuldigheid in de formuleringen gewenst is, dat mag niet gaan ten koste van de duidelijkheid.
De sprekendste commentaar op wat ter synode behandeld was leverde rabbijn L.B. van de Kamp in een vraaggesprek voor de NCRV-radio. De kerk moest z.i. gewoon kerk zijn en haar nieuwtestamentische identiteit duidelijk stellen.
Een voorstel om bij (de door ons zeer gewaardeerde) formulering ten aanzien van het antisemitisme ook het anti-judaïsme te noemen, vond gelukkig geen weerklank. Wat bedoelen we daar mee immers? In de ­moderne theologie is immers ook sprake van een judaïstische stroming, die in feite een twee-wegenleer (voor de Kerk èn voor Israël een eigen weg van het heil) inhoudt. Met een dergelijke term zouden we meer misverstanden oproepen dan bestrijden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nederlandse Hervormde Kerk 'zoekt het gesprek met Israël'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's