Opstandingsgeloof
'Nu is het niet alleen om zijnentwil geschreven, dat het hem toegerekend is; maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk degenen die geloven in Hem, Die Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.' Rom. 4 : 23-25
Paulus schrijft nooit iets om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Dat geldt ook van de andere bijbelschrijvers. Alles wat in de Schriften geschreven staat, heeft betrekking op ons. Ook in 1991.
Beschouwing is de Schrift vreemd. Beschouwen doen we als we onder het genot van een kopje koffie kijken naar een schilderij op de wand waar een tijger een medeschepsel wreed uiteen rukt. Beleven is heel wat anders. Dat is oog in oog staan met zulk een verslindend monster. Zo spreekt de Heere in Zijn Woord over de zonde... en over de genade...
Het is overigens opvallend dat we de verzen 23-25 lezen. Immers, in Rom 3 : 24-25 lezen we dingen van dezelfde strekking. Waarom zou dat zijn? Heeft het niet daarmee te maken dat Gods kinderen altijd te strijden hebben met de zwakheid van hun geloof? Is het daartegenover niet de goedheid van God dat Hij dezelfde dingen opnieuw wil zeggen? Ik denk aan die vrouw in Schotland. Zij stond bekend als een vrouw met een groot geloof. Toer er iemand bij haar kwam die haar daarnaar vroeg, antwoordde zij: 'Ik heb een klein geloof in een groot God'. Hoe meer geloof, hoe meer last van ongeloof en klein geloof.
Het geloof dat Abraham beoefende, wordt in vers 24 genoemd het opstandingsgeloof. Het is het geloof in God Die Jezus uit de dood opgewekt heeft. Het zaligmakend geloof is niet het geloof in een zoetsappig Jezus-idee, maar het geloof in God. We staan bij God in de schuld en we moeten vrede krijgen met Hem. Jij ook?
Aan het einde van vers 24 staat het puntkomma en in vers 25 wordt uitgelegd wat dan dat zaligmakende en rechtvaardigende opstandingsgeloof inhoudt. Het blijkt twee dingen in te houden. Het houdt in dat een christen gelooft dat Jezus om zijn zonden is overgeleverd en het houdt in dat hij voor waar houdt dat Hij om zijn rechtvaardigmaking is opgewekt.
Jezus is overgeleverd om onze zonden. Wat elders aan Judas, het Sanhedrin en Pilatus wordt toegeschreven, wordt hier toegeschreven aan een gelovige. Derhalve kom ik boven Judas niet meer uit... Is dat echt zo? Ik ben niet beter dan wie dan ook van het Sanhedrin... Is dat echt zo? Ik kan me niet verheffen boven Pilatus... Is dat echt zo? Als we nooit bitter bedroefd waren over onze zonden, zijn we zeker geen kinderen van God. Als we andere misdadigers niet uitnemender achten dan onszelf, missen we een wezenlijk kenmerk van genade...
Jezus is overgeleverd om onze zonden. In de grondtekst staat een woord dat we ook in Romeinen 5 : 15, 18 tegenkomen. Daar heeft het betrekking op de zonde van Adam... Met dit verschil dat het hier in het meervoud gebruikt wordt... Wat wil de Heilige Geest ons hierdoor leren? Is het niet dit; iedere zonde staat op één lijn met de zonde van Adam? Dat is nogal wat! Dus mijn onoplettende gebed van deze moren is in Gods oog net zo erg als de val in het paradijs? Dus de ondoordachte laster over mijn medeleerling heeft dezelfde verwoestende uitwerking als de eerste zonde? Vul het zelf maar aan.
Hitler sleurde miljoenen in de dood, maar mijn vader Adam stortte miljarden in het verderf. Ben ik dan nog doortrapter en goddelozer dan hij? Moet het schaamrood ons niet naar de kaken stijgen? Wie zou niet wenen over zoveel zonden? Over zoveel moedwillige aanranding van God? Over zoveel kwaadwillende gedachten over de Schepper? Over zoveel ellende die we over ons hebben uitgeroepen? Klagen wij: 'Zulk een last van zonde en plagen, niet te dragen, drukt mijn schouders naar beneden' (Psalm 38 : 4)?
Wij stellen vragen over de theologie na Auschwitz. Kunnen we nog wel over God spreken? Is het niet beter om een andere vraag te stellen? Moeten we ons spreken over de mens niet aanpassen?
Dat is opstandingsgeloof; hart-elijk erkennen dat mijn zonden Christus de dood injoegen. In de tweede plaats houdt het opstandingsgeloof ook in dat we geloven dat Christus uit deze smadelijke dood is opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Let wel, hier staat niet dat Hij gestorven is ter rechtvaardigverklaring, zoals we in eerste instantie vaak geneigd zijn te denken.
De opstanding ter rechtvaardiging houdt in dat Christus' offer genoeg is. De Vader is tevreden met dit Lam. De duivel wil mij deze boodschap ontnemen. Hij wil mij wel doen rusten, maar dan in mijn eigen geloofsvoorstellingen of in mijn indrukwekkende levensverandering of in mijn religieuze gevoelens. Ieder zondaar die schreeuwt naar Jezus en Zijn bloed zal door hem bestreden worden. Hij misgunt deze rust van de ziel aan ieder. Daarom wordt het geproclameerd in het Woord tot troost van alle aangevochten zondaren; Jezus is waarlijk opgestaan.
Er ligt nog meer in opgesloten. De opstanding ter rechtvaardigmaking houdt ook in dat hierdoor de vrucht van Christus' opstanding tot een zondaar komt. Het is niet slechts een bewijs van de volkomen genoegdoening, maar het bewerkt het ook. Zo belijdt onze Catechismus in zondag 17 dat Hij opgestaan is om de door Zijn dood verworven gerechtigheid deelachtig te maken. In de opstanding van Christus ligt al het werk van de Heilige Geest opgesloten. Dezelfde Geest Die Christus uit de doden opwekte, wekt ook dode zondaren met Hem op.
Was Christus niet uit de doden opgewekt, nooit kon een zondaar ontwaken in zijn zondegraf. Velen zouden bewogen zijn over het lijden van Christus, maar nooit zou iemand onrustig worden en vragen: 'Hoe krijg ik vrede met God?' Noot zou een zondaar van al zijn wettische pogingen afgebracht worden om in Christus alleen te rusten. Nooit zou een meisje smart hebben over haar zonden. Nooit zou een jongen nieuwe verlangens krijgen. Nooit zou een bestreden vader tranen van vreugde schreien omdat de strik in zijn leven losgebroken is. Veel toejuiching als prediker is dan nog te verkrijgen, maar nooit de vrucht van een verbroken hart en verslagen geest.
In de opstanding van Christus ligt de toepassing van de hele zaligheid besloten. Dat houdt in dat dat niet in u ligt. Medezondaar, bent u in zulke ellendige omstandigheden als Abraham? Kunt u geen enkele vrucht bespeuren? Ziet u de dood in uw ziel en de eeuwige dood voor ogen? Bent u te oud om nog verwachting te koesteren? De God van Abraham leeft nog! U zult de eerste zijn in de hele wereldgeschiedenis die kan zeggen dat deze God liegt als Hij in uw leven niet waar maakt dat weder-horigen bij Hem zullen wonen (Ps. 68 : 19). Of bent u niet traag tot horen? Zou de hele toepassing van de zaligheid niet in goede handen zijn bij deze Heere? Stop dan maar om zelf een goede gestalte voort te brengen. Stop uw tegenwerken en laat Hem werken. Werp dan uw dode ziel op de levende Zaligmaker en u zult gered zijn. U mag ook zonder geloof op Hem vertrouwen... Niets uit ons, maar alles uit Hem, zo reist de Kerk naar het eeuwige Jeruzalem!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1991
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's