De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Onder het beslag van het Woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Onder het beslag van het Woord

10 minuten leestijd

Sola Scriptura, De Schrift alleen. Dat is één van de drie kenmerkende geloofsstellingen van de Reformatie geweest. Onder de leiding van de Heilige Geest mochten de reformatoren het Woord Gods van onder het stof van de kerkelijke traditie vandaan halen en weer zijn alleen-gezaghebbende plaats hergeven op de kansel en in de huizen. Ook in de huizen, want de reformatoren durfden het aan, liever wisten zich gedrongen om het volk het Woord Gods toe te vertrouwen voor eigen gebruik. Omdat het Woord Gods gezag in zichzelf heeft.


Door de eeuwen heen was een korst van kerkelijke instellingen rondom het Woord gegroeid, zodat het eigenlijke Woord Gods vaak verduisterd was. Toch heeft aan dit ernstige euvel niet alleen de kerk in de eeuwen vóór de Reformatie geleden. Ook na de Reformatie zijn eigen (kerkelijke) inzichten en tradities altijd weer om het Woord Gods gaan heen korsten. Alleen al de grote kerkelijke verdeeldheid heeft er voor gezorgd, dat allerwegen kleine tradities zijn gaan groeien, die een onbevangen luisteren naar de Schriften vrijwel onmogelijk maken. Elke kerk of geloofsgemeenschap heeft de eeuwen door of de jaren door een bepaalde geloofstraditie gekregen. En ondanks beroep op gehoorzaamheid aan de ganse Schrift, ondanks een hartelijk instemmen met het Sola Scriptura van de Reformatie, verstaan we elkaar vaak in de onderscheiden denominaties van de op de Reformatie teruggaande kerken niet meer of niet helemaal meer. Was er meer verstaan van elkaar in de diepere zin van het Woord, er zou ook meer kerkelijke eenheid zijn.


Wij plegen — om een sprekend voorbeeld te noemen — nog wel eens te zeggen dat joden en christenen het Oude Testament gemeenschappelijk hebben. Ooit voegde mij echter een orthodoxe rabbijn toe: (orthodoxe) joden en (orthodoxe) christenen hebben níéts gemeen. Hij bedoelde, dat wij als reformatorische christenen het Oude Testament toch altijd lezen door de bril van het Nieuwe Testament en daardoor ook in de omgang met het Oude Testament in een gans andere traditie staan dan de joden. Hoewel veel af te dingen valt op de uitspraak 'wij hebben niets gemeen' begrijpen we héél wèl wat deze rabbijn bedoelde. Het is ook zo. Wij lézen het Oude Testament — uit overtuiging zelfs — mede door de bril van het Nieuwe Testament. Het maakt een wereld van verschil uit of we vanuit het Nieuwe Testament geloven en belijden, dat de beloften in het Oude Testament inzake de komst van de Messias vervuld zijn in Christus of dat beleden en geloofd wordt, dat de Messias nog komen moet. Wat we intussen — het zij tussen twee haakjes gezegd — wèl gemeenschappelijk hebben, is de verwachting aangaande de Messias op Zich. Maar hier openbaart zich dan ook de diepste kloof tussen kerk en synagoge. Desalniettemin hebben oudvaders als 'vader Hellenbroek' soms ook aan de voeten der rabbijnen gezeten om te leren van hun uitleg van het Oude Testament.


Maar zoals de gang van het Oude Testament in jodendom en christendom verschillend is en tot ingrijpende verschillen heeft geleid, zo moeten we ook zeggen, dat de gang van de Heilige Schrift als zodanig in verschillende kerken heel verschillend is geweest en — het Sola Scriptura ten spijt — voor ingrijpende verschillen heeft gezorgd. Ten diepste betekent dit alles dan ook, dat we altijd weer naast het alleengezaghebbende Woord, eigen gezaghebbende instanties meebrengen in onze omgang met het Woord. Kerkelijke tradities zijn hardnekkig en vormen in feite een belemmering voor een puur verstaan van de Schriften.

Gebruik
Verder is er een grote verscheidenheid inzake het gebruik van de Schrift op zich. Voor kunstenaars was — vooral in tijden dat de cultuur nog de tekenen van het Evangelie droeg — de Bijbel een bron voor hun artistieke scheppingen. Literatoren en dichters hebben er uit geput. Tot in onze tijd bekennen soms literatoren, die op zich van het gezag van het Woord niets weten willen, dat ze de Bijbel een boeiend boek vinden. Een schrijver te onzent, die voor de grootste profanie niet terugdeinst, laat telkens weten hoe prachtig hij de Bijbelverhalen vindt — met name de 'bizarre' — die hij in zijn ouderlijk huis al door zijn vader op gewijde toon met eerbiedige stem hoorde voorlezen. De Bijbel is en wordt ook gebruikt om erover te discussieren. Ook om er over te theologiseren. Voor velen is de Bijbel één van de godsdienst-wetenschappelijke bronnen, door mensen in de geschiedenis ontworpen en verder gedragen. Voor velen is de Bijbel theologisch-wetenschappelijk interessant. Er zijn in de loop der eeuwen zoveel uiteenlopende verhandelingen over de Bijbel geschreven dat de wereld de boeken nauwelijks kan bevatten, maar dat de 'wereld' tevens vragen kan: wat is nu de echte Bijbel?

Beslag
Waarom deze wat langere inleiding? Wel om aan te geven, dat we druk in de weer kunnen zijn met en rondom de Bijbel, terwijl nochtans het Woord toch geen innerlijke kracht doet in het leven van mensen. Het maakt een heel verschil of de werking van het Woord alleen een zaak van het verstand is — al of niet intellectualistisch van aard — of dat het ook een zaak van het hart is.
Zoals gezegd heeft de Reformatie het aangedurfd het Woord aan het volk in handen te geven. In vertrouwen dat, wanneer het volk, de gemeente het Woord in handen heeft, daar werking van zal uitgaan, zonder dat dat vooraf theologisch is bepaald. Welnu, moeten we in onze tijd, die door rationalisme is gekenmerkt, die eigen functie van het Woord niet duidelijk onderstrepen? Mensen behoeven gelukkig niet theologisch te zijn onderlegd om uit het Woord te leven en het Woord te verstaan.
Het Woord getuigt zelf hoe het in hànden van mensen beslag legt op hàrten van mensen. Alleen al als we psalm 119 lezen, worden we getroffen door de velerlei gevoelens van mensen inzake de uitwerking van het Woord in hun leven.
In de berijming heet het dan:
'Uit al den schat van 't grote wereldrond
is nooit die vreugd in mijn gemoed gerezen,
die ik in Uw getuigenissen vond'.

'Al neig mijn hart en vurig zielsverlangen
O Heer naar Uw getuigenis alleen.'

'Want ik vertrouw op 't woord mij toegezeid;
geen leed zal 't ooit uit mijn geheugen wissen.'

Er zijn Schriftplaatsen, die zich uitsluitend laten vertolken in onderwijs ten aanzien van de praktijk van het leven. Die behoeven niet geestelijker te worden gemaakt dan ze zijn. Maar er zijn ook zoveel Schriftplaatsen, die ons bepalen bij iret inwendige werk van de Heilige Geest. Wanneer we uitsluitend verstandelijke omgang met het Woord praktiseren — hoe nuttig ook op bijbelkringen en in anderssoortige bijbelstudies — maar nooit eens echt onder de indruk zijn van het Woord, dan mag de vraag worden gesteld of alle dimensies van het Woord wel tot hun recht komen in het leven des geloofs. Het geloof is niet louter verstandelijk van aard. Die kant is er óók aan. Maar het Woord werkt inzake het geloof ook indruk-wekkend.


Mij dunkt dat vroeger in de gemeenten 'in onze kring' meer gesproken werd over het krijgen van teksten, van 'waarheden' dan vandaag het geval is. En we weten best dat het in het geloof altijd gaat om het geloof in het integrale Woord Gods. Maar dat neemt niet weg, dat de Heilige Geest toch soms heel concreet woorden uit de Schrift na aan het hart van een mens kan brengen, hetzij tot ontdekking, hetzij tot vertroosting.
'Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis
en door zijn smaak en hart en zinnen strelen'.

Dat behoeft niet persé een zaak van emotie te zijn. Maar toch is er dan sprake van een duidelijke leiding des Geestes, hetzij om verder te doen opwassen in de genade, hetzij om een mens de weg te wijzen in de concrete gang van het leven.
Het is merkwaardig, dat we vandaag over het krijgen van teksten vooral horen spreken in evangelische kringen. Hebben we er, ook in bevindelijke kringen, soms niet zoveel prikkeldraad omheen gezet, dat we aan het wezenlijke ervan zouden kunnen ontgroeien en dat met het badwater soms ook het kind verdwijnt? Het krachtig een bijbelwoord op het hart gebonden krijgen getuigt in ieder geval van persoonlijke omgang met het Woord.
Het krijgen van teksten is geen regel maar is ook niet búíten de regel van het Woord. Ook de grote Godsmannen in het Woord hebben soms heel concrete woorden als richtingwijzers op hun weg ontvangen.
Ontsporingen — vanwege geestelijke ik-gerichtheid — heffen het rechte zicht op de realiteit van de toepassing van concrete Schriftwoorden door de Geest in het leven van mensen niet op.

Beslag
Dat laatste brengt me nog één keer op het woord beslag, dat het Woord legt op het leven van mensen. Dat beslag van het Woord kan er zijn onder de prediking, wanneer het Woord zo krachtig doorkomt dat het iets van geladenheid des Geestes met zich meebrengt, onweerstaanbaar inwerkend op hoofden en harten van mensen. Soms vanwege de directe actualiteit van gebeurtenissen dichtbij en ver weg, soms vanwege een grote nood in de gemeente. Maar soms ook onbenoembaar, geestelijk overtuigend. Dat behoeft niet persé samen te hangen met krachtdadig of imponerend taal- of woord-gebruik, ook niet met een diep gevoelige trant van spreken. In de tijd van de Nijkerkse beroeringen gebeurden er krachtige tekenen onder — naar de geschiedenis meldt — de tamelijk eentonige prediking van ds. Kuypers.
Me dunkt echter, dat we ook niet te benauwd moeten zijn voor het gevoel, zeg het gemoed. Als het Woord ons ráákt, in ons iets dóét, raakt het de ganse existentie van de mens. Ook via de bloedbanen van het gevoel. Dat betekent niet, dat goedkoop op sentiment moet worden gespeeld. Maar het gevoel is bij het geloof niet uitgeschakeld. In ieder geval gaat het Woord in op de diepste lagen van de menselijke existentie: indruk-wekkend.


Datzelfde kan geschieden bij het persoonlijk lezen van of het hóren lezen van het Woord. Dan kan het zijn dat het totale bestaan, in het klein en in de bredere verbanden van het leven, oplicht vanuit God en transparant wordt tot op God. Het Woord heeft beslag. Misschien moeten we het dan wel zo zeggen: niet wij lezen dan het Wóórd, maar het Woord leest òns. Zo konden in de tijd, die achter ons ligt. Schriftwoorden uit de profeten in de omgang met het Woord heel concreet gaan oplichten om de tijd te doorschouwen bij het licht van de Schriften. 'Schriftmisbruik' noemde een theoloog dat ten aanzien van het concreet lezen-bij-de-tijd van de profeten. Het zij zo. Het Woord van God is niet gebonden. Het laat zich niet boeien in kerkelijk of traditioneel bepaalde, door rationalistisch of filosofisch getinte vooroordelen. Het Woord doet kracht. De Heilige Geest getuigt in de harten dat ze de Heilige Schriften van God zijn. En de Heilige Geest brengt onweerstaanbaar woorden der Schrift ons te binnen.
Indruk-wekkend! Het gaat er om dat het Woord beslag legt op ons mensen, op het verstand en op het hart. Het kan ook allemaal een voet te hoog zitten.
Als er niet meer is het beslag van het Woord dan blijft pure verstandelijkheid over. Dan is de spiritualiteit weg. Maar we kunnen niet zonder. Anders wordt het verstandelijk, kil in de kerk.

P.S. In mijn artikel in het Paasnummer van vorige week liet ik aan het slot weten dat ik hoopte uit de lezerskring een vers aangereikt te krijgen, waarvan een regel luidde: 'al scheurt ook het Kruis mijn schouder'.
Diverse lezers noemden mij het vers, waarin de genoemde regel (enigszins anders) voorkomt. Het is het zesde couplet van het bekende lied 'Hoe zal ik U ontvangen?', gedicht door Paul Gerhardt (1607-1676) en vertaald door J.J.L. ten Kate. Het komt in onderscheiden liedbundels voor, met wat de betreffende regel betreft als variant 'al drukt het kruis uw schouder'.
'Ja schrijf dat in uw harte
Gij diepbedroefde schaar
Bij 't nijpen van de smarte
Bij 't barnen van 't gevaar
Al scheurde 't kruis uw schouder
Al doofde 't laatste licht
De Trooster en Behouder
staat voor uw aangezicht.'

De lezers dank voor hun reactie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Onder het beslag van het Woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's