De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

C.W. Mönnich, Koningsvanen. Latijns-christelijke poëzie tussen Oudheid en Middeleeuwen 300-600, Ambo/Baarn, 477 pag., prijs ƒ 85,–.
Prof. dr. C.W. Mönnich, emeritus-hoogleraar in de geschiedenis van het christendom aan de Universiteit van Amsterdam, heeft er in eerdere publicaties al blijk van gegeven, goed op de hoogte te zijn van de verrassingen die de geschiedenis van de christelijke kunst ons biedt. Ook in zijn jongste, breed opgezette geschrift, komt zijn enorme belezenheid en kennis van zaken aan het licht. Deze studie bestaat uit twee delen. Eerst wordt een aantal interessante karakteristieken van de antieke Latijns-christelijke dichtkunst behandeld, vervolgens worden enkele dichters — inzonderheid Prudentius — afzonderlijk voor het voetlicht gehaald. Het boeiende is, dat Mönnich telkens doorkijkjes geeft in de theologische en sociale context van de vroege kerk, en tevens poëtisch vergelijkingsmateriaal aanreikt uit de oud-klassieke litteratuur. Ik heb dit boek ervaren als een rondleiding in een veelszins onbekend landschap. Afgezien van de specialisten, zullen de meesten deze tocht niet ononderbroken volbrengen. In één ruk leest men dit boek niet uit. Ik denk dat dit ook helemaal niet de bedoeling is. Liever moet men zich zo af en toe eens in het spoor van de gids begeven. Want het landschap is wel boeiend, maar te lange trajecten zijn vermoeiend. Wie gedoseerd leest, wordt ongetwijfeld verrijkt. In een hoogstaande stijl weet Mönnich die oud-christelijke wereld van de poëzie en van de daarin vertolkte geloofsbeleving heel nabij te brengen.
A. de Reuver

Bernard Rootmensen (eindred.), Wie kan ons nog meer vertellen? Op verhaal komen als gemeente, uitgeverij Meinema, 's-Gravenhage, 1990, 80 biz., prijs ƒ 12,90
Dit is een nieuw deel in de serie Ter Sprake. Verschillende auteurs leveren in dit boek hun bijdrage op het gebied van de betekenis van het verhaal. Tegen de achtergrond van de kille informatiemaatschappij nemen zij het op voor het vertellen van verhalen. Bijbelse verhalen, verhalen uit de traditie, verhalen van gemeenteleden. De gemeente is een vertelgemeenschap.
Het boekje heeft zeven hoofdstukken, waarin de diverse aspecten van het 'op verhaal komen' aan de orde komen. Elk hoofdstuk eindigt met enkele gespreksvragen, waardoor het boekje ook in kringwerk gebruikt kan worden. Ook wordt er telkens enige literatuur genoemd.
De waarde van dit boekje acht ik gelegen in het feit dat in verhalen een meerwaarde ligt boven regels, informatie, codes, waardoor we ons mens-zijn kwijt kunnen raken. Verhalen brengen ons bij de bron van leven. En toch heb ik mijn vragen bij dit boekje. Ik heb me bij het lezen van dit geschrift namelijk gaandeweg steeds meer buitengesloten gevoeld. Mensen die geen tegenstelling zien tussen verhaal en historie in de Bijbel, mensen die vastgelopen zijn met het kwaad van homoseksualiteit, mensen, die het lijden van Jezus ervaren als het plaatsvervangend offer voor huji zonden, mensen, voor wie Gods almacht niets te maken heeft met een beeld van boeman, mensen, die de duivel wel wis en waarachtig als een realiteit zien, die mensen (ver)tellen in dit boekje niet mee. Ze vallen buiten het verhaal. Waar is het verhaal van de Veluwse moeder in mijn gemeente, die in haar geteisterde leven rust vindt in Gods leiding? Waar is het verhaal van de jongen in mijn gemeente die geraakt is door de evangelische beweging? Waar is het verhaal van de vader die zich identificeert met de ouders van de Amerikaanse militairen die vechten in de Golfoorlog voor gerechtigheid? De theologische betekenis van verhalen is evident. Hun lading heeft verstrekkende betekenis. Niet het verhalen, maar de inhoud van de verhalen speelt de grootste rol. Ik deel dat ook wel, maar stel dan wel vast dat verhalen ook riskant zijn. Verhalen mogen geen alibi worden voor het weggevallen zijn een echt contact met God. Dan zijn ze de laatste redmiddelen in de Godsverduistering. Maar dan halen verhalen het op de lange duur niet.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's