De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Petrus’ jeugd en ouderdom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Petrus’ jeugd en ouderdom

7 minuten leestijd

Joh. 21 : 18, 19

Als gevolg van het lange uitblijven van de opgestane Levensvorst, zijn de discipelen, op voorstel van Petrus, weer aan het vissen gegaan, hebben hun oude beroep weer opgevat. Maar het was een vruchteloze visvangst, totdat de Heere Zich verrassend openbaarde. Op Zijn aanraden moeten zij het net aan de rechterzijde uitwerpen, en dan is de vangst (tegen alle verwachting in) enorm. Daarna nodigt de Heere hen ter maaltijd, die door Hem reeds geheel erzorgd is.
Na het middagmaal volgt dan een persoonlijk onderhoud met Petrus, dat voor deze onvergetelijk is geworden jia alles at er gebeurd is. De Heere heeft hem openlijk weer in zijn apostelambt hersteld. En dan zijn wij bij de tekstwoorden van de meditatie: 'Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven en wandeldet alwaar gij wildet'.
Deze woorden hebben betekenis voor Petrus' jeugd en ouderdom, voor zijn levenseinde. En niet alleen voor deze apostel, maar voor ons allen. De Heere gebruikt het beeld van een kloeke man, die het lange opperkleed door de gordel heen optrekt om er niet in het lopen en werken door gehinderd te worden. Petrus had daarbij geen hulp nodig, nee, hij kon zich nog best redden; dat was Petrus helemaal getekend.
Voorop lopen, haantje de voorste zijn, zoals net nog: 'Ik ga vissen!' Maar Petrus moet leren en afleren, zoals ook wij allemaal; hij moet verdwijnen, waar Jezus gaat verschijnen, want 'eigen krachten te verachten wordt op Jezus' school geleerd'. Zonder Mij kunt gij niets doen. Mijn kracht moet in uw zwakheid volbracht worden. In zijn brieven komen wij dan ook een geheel andere Petrus tegen: 'Zijt met de ootmoedigheid bekleed. Want God wederstaat de hovaardigen, maar de nederigen geeft Hij genade'.
De Heere zegt dit tegen Petrus (zo verklaart Johannes) om aan te geven 'met hoedanige dood hij God verheerlijken zou'. Een bijzonder smartelijk, maar ook God-verheerlijkend einde. Petrus' dood zal getuigen van Christus' eenzijdige liefde voor de Zijnen, want Hij heeft ze liefgehad tot het einde. Petrus' vlees en ons vlees schuwen die lijdensweg, het is een stervensweg.
In onze jonge jaren, en ook nog wel ouder, willen wij zo graag onafhankelijk zijn: 'wandelen alwaar wij willen'. Ook voor ouderen en ouden nog zeer moeilijk hun zelfstandigheid op te geven. In de eerste geestelijke liefde is het 'Heere, wat wilt Gij?' In de latere ontdekking is het o zo pijnlijk overal de grond uit te verliezen, altijd maar schuld overhouden, er weer met schuld uit te komen. 'En brengen waar gij niet wilt'. Dat staat haaks op onze weg. Dat is de dwarsbalk van het kruis. Asaf: 'Mijn straffing is er elke morgen, en Heman: 'bedrukt en doodbrakend (zieltogend)'. Denk ook aan Job's zeer zware beproevingen. Een levende klacht blijft er over, die vaak de spot van de wereldlingen opwekt. 'Wanneer gij zult oud geworden zijn'. Dan moeten wij vaak geholpen worden, hulpbehoevend. De handen uitstrekken, je laten helpen, moeilijk in het natuurlijke en geestelijke, het uit zonden leren geven, het opgeven van het eigen-ik. En toch wordt de Heere daarin verheerlijkt, als Zijn kracht in onze zwakheid volbracht wordt en Zijn genade ons genoeg is. Geleid worden naar de plaatsen waar wij niet willen zijn en toch moeten zijn. Petrus heeft de Heere veel verdriet aangedaan, maar ook mogen verheerlijken, en wel het allermeest in zijn sterven. Laten wij het goed lezen: niet welke dood hij sterven zou, maar met welke dood hij God verheerlijken zou. Met zijn eigen bloed zou hij het woord des kruises bezegelen. Petrus heeft gemeenschap gekregen aan de lijdende Borg en Zaligmaker. Met Hem mogen lijden, om ook met Hem verheerlijkt te mogen worden. Zelf weten zij de weg niet, maar zij mogen Zijn spoor volgen. Zijn gezegende voetstappen drukken, in hun weg het oog op Hem gericht houden, de Kerk mag het Lam volgen. 'Wie Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.'
'En dit gesproken hebbende, zeide Hij tot hem: "Volg Mij".' Twee korte woorden met een diepe betekenis. De Heere bedoelt niet: naar de hemel, waar Hij straks gaat heenvaren. 'Waar Ik heenga, Petrus, kunt gij Mij nu niet volgen.' Vroeger was Petrus niet zo volgzaam. Hij voegde de Heere Jezus toe: 'Heere, wees U genadig, dit (lijden) zal U geenszins geschieden.' Toen bij Petrus meer vuur dan licht. Eens, bij zijn roeping tot discipel, sprak de Heiland ook tot hem: 'Volg Mij!' En nu weer dezelfde woorden. Wat ligt er tussen? De dood van Christus. 'Achter Mij, Petrus!' In Matth. 16 'satanas', tegenstander genoemd. Nu een volgeling van de grote Kruisdrager. Waartoe? Om gekruisigd te worden. Ook wij? Gekruisigd worden? Vreselijk! Wel, lezer(es), ook onze oude natuur moet aan het kruishout. Dat is de Petrus-weg, dat is tegen vlees en bloed, dat is door niemand begeerd of gewild. Wat zei Johannes de Doper ook weer? 'Hij moet wassen (toenemen), ik minder worden'. In die weg openbaart zich vijandschap tegen Gods wegen, totale zwakheid aan onze kant. Toch ook een gezegende vrucht, waar Zefanja 3 : 12 van spreekt: 'de Heere houdt Zich een ellendig en arm volk over, die op Zijn Naam zullen betrouwen.' Zó oefent de Heere hen ter voorbereiding voor de komende heerlijkheid. Een christen sprak eens: 'Het beste huisraad is mijn kruis'. Die kruisweg wordt door genade de heilsweg. Dat doet ze uitzien naar de verlossing van het lichaam dezes doods. Daar doet Hij ze 'nederliggen in grazige weiden, voert ze aan zeer stille wateren en verkwikt hun ziel'. Aan elke weg — hoe lang ook — komt in het natuurlijke leven een einde. Ook aan de weg, die de Heere met Zijn Kerk houdt, hoe moeilijk die vaak ook is. Jong zijn is veel aantrekkelijker dan oud(er) worden en oud(er) zijn. Jongzijn betekent o.a. gezondheid, levenskracht en moed, zelfvertrouwen. Oud(er)zijn: inder worden, slijtage, grijsheid. En toch zitten er ook (zonder te willen generaliseren) schaduwkanten aan jong-zijn, we denken aan lichtzinnigheid, onvoorzichtigheid, eigenwijsheid. Terwijl bij het ouder-worden meer wijsheid, rijpheid, ervaring, voorzichtigheid en mildheid kunnen komen. Rehabeam, de zoon van Salomo, verwierp de raad der ouden en leende zijn oor aan jonge heethoofden, wat een scheuring van het rijk ten gevolge had. De vreze des Heeren is het beginsel van de wijsheid voor jeugd en ouderdom. In het geestelijke leven zijn er ook zuigelingen, kinderen, volwassenen. Onze jeugd, hoe aantrekkelijk ook, gaat eenmaal voorbij. En dan de grote vraag: wat zal het einde zijn, jongeren en ouderen? 'Het is de mens gezet te sterven en daarna het oordeel.' Zullen wij er aan denken: er is een daarna!
De mens leeft maar eenmaal, dat is voor sommigen aanleiding om het er dan maar van te nemen en er maar op los te leven. Maar éénmaal te leven en te sterven en daarna... het oordeel! Wij kunnen het nooit weer overdoen zoals in de dwaling van de reïncarnatie beweerd wordt. Hoe zullen wij rechtvaardig verschijnen voor God? Niemand onzer kan zeggen: 'ik heb de weg niet geweten'. Het zal vreselijk zijn te vallen in de handen van de levende God. Zoek dan toch de Heere en leef! Nog is het de welaangename tijd, de dag der zaligheid. De Heere betuigt nog: 'Verlaat de slechtigheden en leef, anders zult gij eeuwig omkomen en gebracht worden naar die plaats waar ge niet wilt komen, waar wening is en knarsing der tanden'. Nog is het bloed van Jezus Christus genoegzaam tot verzoening van uw en mijn zonden, ja, voor de grootste der zondaren. 'Zijn wij dat al geworden voor de Heere? Straks zal Hij Zijn Kerk en volk toeroepen: 'Volg Mij!' In de eeuwige vreugde, dan zullen zij eeuwig ontbonden en met Christus zijn. Dan de handen uitstrekken in verlangen naar die Borg, Die hen kocht met Zijn bloed. En dan zullen zij God, hun Koning, eeuwig zien in Zijn schoonheid en Hem voor altijd mogen eren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Petrus’ jeugd en ouderdom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's