De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Volg gij Mij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Volg gij Mij

8 minuten leestijd

(Joh. 21 : 20-23)

In Joh. 21 : 19b lezen wij, dat de Heere Jezus tot Petrus zegt: 'Volg Mij.' Dit bevel volgde hij onmiddellijk op. Niets was hem liever dan met Jezus om te gaan. Wat hij bij dat volgen gedacht heeft, weten wij niet: letterlijk of geestelijk? Zou Jezus toch nog een Koninkrijk op aarde gaan stichten en hij daar een plaats bij mogen innemen? Wat zou Jezus gaan doen met Zijn herwonnen heerlijkheid?
Maar wat zien wij gebeuren? Als Petrus de Heere een eindje gevolgd is, komt er nog een discipel Jezus achterna. De discipel welken Jezus liefhad, die ook in het avondmaal op Zijn borst gevallen was, en gezegd had: 'Heere! Wie is het die U verraden zal?' Het is Johannes, die de voorzegging van Jezus ook heel goed begrepen heeft en weet, dat dit volgen in de dood zal eindigen. Ook zijn hart drijft hem achter de Heere aan, ongeroepen weliswaar, maar zijns inziens tocch niet verboden. Petrus hoort voetstappen achter zich en keert zich om en... ziet Johannes. En op zijn mede-discipel wijzende, zegt hij tot Jezus: 'Heere, maar wat zal deze?' Wat zal er met hem gebeuren? Zal hij hetzelfde lot ais ik ondergaan?
Dit is een ogenblik van aangrijpende ernst. De Heere had Petrus de weg gewezen en gezegd: 'Volg Mij!' Petrus liet zich echter afleiden door voetstappen achter zich. Daar was dit uur te ernstig voor: 'Wie de hand aan de ploeg slaat en omziet, is niet bekwaam voor het Koninkrijk Gods.' 'Gedenk aan de vrouw van Lot,' zij zag om en werd een zoutpilaar. Door zich om te keren, liet Petrus als het ware zijn Leidsman los, al is het maar voor een ogenblik, en satan krijgt gelegenheid om tot struikelen te brengen. 'Heere, wat zal er met mijn vriend gebeuren?' Arme Petrus. Nog zo pas op de berghoogte, en nu alweer in het dal. Op de weg naar Sion grenzen afgrond en berghoogte dikwijls vlak bij elkaar. De zonde ligt altijd aan de deur en sluipt zomaar onverhoeds binnen. En die zich het dichtst bij Jezus bevindt, wordt mikpunt van zijn vurige pijlen. Dan wordt het vlees van het kwade licht verrast. 'Zo waakt dan, opdat gij niet in verzoeking komt, want de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.'
'Heere, welke toekomst gaat Johannes tegemoet?'
Petrus begeert een tipje van de sluier op te lichten, die vóór Johannes' levensloop hangt. Dit is echter een ongeoorloofd verlangen van Petrus, en hij krijgt dan ook een duidelijke berisping van de Heere.
'Indien Ik wil dat hij blijve, totdat Ik kome, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.' God heeft bepaalde grenzen aan ons weten gesteld en dat geldt ook op het terrein van het geloofsleven.
Wat zal deze? Die vraag wordt meer gesteld zonder dat dit verkeerd behoeft te zijn. Bijv. bij de naamgeving van Johannes de Doper: Wat zal toch dit kindeke wezen? Wat zal deze bij een huwelijksbevestiging? Wat zal deze, vragen ouders met betrekking tot hun kind. Wat zal deze? Vraagt de gemeente bij de overkomst van een predikant. Deze vragen behoeven geen grenzen van ons weten te overschrijden. Het kan een biddend opdragen zijn aan de troon der genade. Bij Petrus is het evenwel een afgetrokken worden van het volgen van Jezus, een ongehoorzaamheid aan Zijn bevel en een willen indringen in de Raad des Heeren. Zeker. Petrus' liefde tot Johannes kwam ook uit in zijn onderzoekende vraag, maar toch snijdt Jezus die vraag af en legt hem de hand op de mond. 'Het komt u niet toe. Petrus, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft.' Daar zijn grenzen in dat willen indringen in Gods verborgenheden.
Hier klinkt dan ook Jezus' woord: 'Wat gaat het u aan?' Je hebt een andere, verhevener roeping, nl. om Mij te volgen. Ieder heeft waarlijk wel genoeg aan zichzelf, heeft zich ten dezen niet met eens anders doen te bemoeien.
Wat zal Petrus dat antwoord van Christus pijnlijk ervaren hebben: 'Indien Ik wil, dat hij blijve totdat Ik kome, wat gaat het u aan?'
Ach, wat meende Petrus het goed bedoeld te hebban. Maar onze zgn. goede bedoelingen gaan vaak lijnrecht tegen Gods plan in. Zijn gedachten zijn immers hoger dan de onze! En de Heere handhaaft Zijn eerst gegeven bevel aan Petrus, maar nu nog klemmender: 'Volg gij Mij!'
Jezus persoonlijk volgen, ja, al zou het — als bij Petrus — afgaan op de dood als martelaar, dat is getuige, of ook wel bloedgetuige. Wat ons betreft is het geopenbaarde Woord van God: 'Onderzoek de Schriften!' Al de wegen Gods in ons leven komen in dit bevel samen: 'Volg gij Mij!'
Jezus' antwoord is vaak misverstaan, men heeft er allerlei legenden aan verbonden. De Heere had echter gezegd: 'indien Ik wil,' d.w.z. gesteld dat Ik het zou willen, 'wat gaat dat u dan nog aan?' De Heere heeft ieders weg uitgestippeld, daar moet een ander met zijn vingers afblijven, het gaat hem niet aan.
Er is Petrus' werk, de daad, en Johannes' werk, de gedachte, de overpeinzing. Twee stromingen in Christus' gemeente. Maar — als het goed is — elkaar niet verbijtend en veretend, maar aanvullend. Elke discipel gaat langs zijn eigen, door God uitgestippelde weg. Christus heeft alleen het beschikkingsrecht over leven en sterven, 'en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid en heb de sleutels der hel en des doods.' (Openb. 1 : 18). Johannes heeft geen schuld aan de dwaze geruchten over hem gehad, zie zijn verklaring in vers 23. Lezer(es), moet u soms klagen: toen ik jonger was, volgde ik de Heere getrouwer, leefde ik dichter bij Hem. Maar nu ik oud(er) geworden ben, sta ik verder van Hem af. God beware ons voor deze verachtering in de genade. 'Zijt getrouw tot de dood, en Hij zal u geven de kroon des levens.'
Het kost vaak zo'n zware strijd om 's Heeren wegen goed te keuren. Wat een vragen kunnen het hart bestormen: 'Is dat liefde, is dat een wijs en rechtvaardig bestuur?'
Wijlen ds. Jac. van Dijk, bij velen goed bekend, schreef een boekje getiteld: 'Volgen zonder vragen'. Dat eiste de Heere van Petrus en van ons. Dan ontstaat de innige bede: 'Leer mij, o Heere, de weg, door U bepaald, dan zal ik dien ten einde toe bewaren.' Dan moet het trotse mensenhart gebroken worden, eigen wil verloochend worden en 's Heeren absolute vrijmacht erkend worden. Dat maakt ons ootmoedig en ontvankelijk voor Zijn besturing in ons leven. Maar in die weg wordt ook de ware rust gevonden. Dat moeten wij steeds weer leren en overleren, dat ons levenslot uiteindelijk niet in eigen handen rust. En dat wilde Petrus zo graag, en is ook ons begeren, vooral als wij jong(er) zijn, en ook later zijn wij aan dat streven heel niet vreemd.
Straks eindigt dit aardse bestaan en moeten wij geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus. Dan valt de eindbeslissing over ons leven.
Dit moge ons een ernstige aansporing zijn om de Heere te zoeken en onze Borg en Middelaar, Hem als onze Koning te erkennen. Anders zullen wij in onze schuld vóór Hem komen te staan en het zal een ontzettend vonnis wezen, dat wij te horen krijgen: 'Gaat weg, van Mij, Ik heb u nooit gekend!' Dat wij nog in ootmoed vóór Hem mogen buigen, dan zullen wij het ervaren, dat deze Paaskoning een genadig Vorst is.
Ja, al zou het zijn, dat wij ons het leven lang tegen Hem verzet hebben, Hij wil ons nog in genade aannemen. Maar dat wij het wèl bedenken, dat de genade-tijd niet eindeloos is, doch tot dit leven beperkt en het heden der genade genoemd wordt.
Het volgen van de Heere Jezus is een zalig volgen, een volgen van de beste Leidsman en Voleinder des geloofs. Er is ook een volgen van valse gidsen, verleiders, die de brede weg aanwijzen, die ten verderve leidt. Die brede weg hebben wij eigenlijk in onze stamouders al gekozen. De bede rijze steeds op: 'Voer mij van die schadelijke weg af, en leidt mij op de eeuwige weg.' Een gedichtje verwoordt het zo treffend:
'De poort is eng, de weg is smal,
Die leidt naar 't vaderland der vromen.
Maar wie den Heere kiezen zal,
Hij vreze niet, wat ook moog' komen!
't Zal lichten in den donk'ren nacht;
En eens zal alles zijn volbracht!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Volg gij Mij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's