De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De tucht in kerk en gemeente (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De tucht in kerk en gemeente (5)

Een verwaarloosde zaak?

10 minuten leestijd

Wij zijn nog altijd bezig met de vraag, hoe er tucht geoefend wordt rondom het Heilig Avondmaal. Iemand attendeerde in een schrijven erop, dat het aangaan aan de tafel des Heeren in onze tijd sterk is toegenomen. Dit in tegenstelling tot weleer, toen het wel voorkwam dat slechts enkele gemeenteleden aan de heilige dis deelnamen. Is — zo luidt de vraag — de prediking wel separerend genoeg? Hoort men wel altijd via de prediking voor wie het Heilig Avondmaal is en voor wie niet? Kortom: hoe staat het met de tucht via de prediking inzake de toegang tot de dis van het Nieuwe Verbond?

Avondmaalsmijding
Het is mij al eerder en vaker opgevallen, dat er wel wordt gesproken over het feit dat er steeds meer avondmaalsgangers komen, maar dat men zelden òf nooit hoort over een avondmaalsmijding.
Ik herinner mij nog heel goed uit mijn jeugd, dat de Nieuwe Kerk in Delft nog niet voor de helft gevuld was, wanneer het Avondmaal werd gevierd. Of men week uit naar een andere gemeente of men bleef doodgemoedereerd thuis. Opvallend was dan wel weer, dat in de dienst van de nabetrachting en dankzegging zo'n grote Nieuwe Kerk als in Delft weer geheel gevuld was. In sommige gemeenten doet het hierboven genoemde verschijnsel zich nog altijd voor. Op een of andere manier wordt het sacrament van het Heilig Avondmaal òf onderschat òf overschat. Het is maar van welke kant men dit bekijkt. Daarbij moet ik wel de opmerking maken dat dit verschijnsel van avondmaalsmijding zich niet alleen in gemeenten van rechtzinnige signatuur voordoet, maar ook in die gemeenten die worden gerekend tot een vrijzinnige modaliteit. Wat dat betreft, heeft A.A. van Ruler gelijk, als hij opmerkt dat de extremen (de uitersten) elkaar raken. Zowel in een rechtzinnige als in een vrijzinnige gemeente worden op een avondmaalszondag minder kerkgangers geteld.
Waaraan is dat te wijten? Ik denk niet dat wij mogen zeggen, dat de oorzaak hierin gelegen is, dat er via de prediking gezegd zou worden dat men maar thuis moet blijven òf naar een andere gemeente moet gaan als men toch niet deelneemt aan het Heilig Avondmaal. Integendeel zelfs, een ieder wordt immers in de voorbereidingspreek aangespoord om er ook de volgende zondag weer te zijn of men nu wel òf niet aangaat. En toch..., al wordt dit nog zo welmenend gezegd, blijken er steeds weer lege plekken te zijn die andere zondagen altijd gevuld zijn. Daarom denk ik dat niet de prediking hen uitsluit, maar dat zij zichzelf uitsluiten. Men denkt soms heel simpel: 'O, het Heilig Avondmaal is toch niet voor mij en om die reden blijf ik maar thuis òf ga ik in een andere gemeente naar de kerk.
Het zal duidelijk zijn: ik heb het hier niet over avondmaalsschroom. Gemeenteleden met avondmaalsschroom zullen op de avondmaalszondag niet thuisblijven of elders ter kerke gaan. Neen, zij nemen hun plaats even trouw in als zij op andere zondagen gewoon zijn. Zij hopen zelfs dat zij hun schroom mogen kwijtraken waardoor er toegang voor hen zal zijn tot de tafel des Heeren. Avondmaalsschroom geeft altijd werkzaamheden. Déze schroom geeft iemand geen rust, maar wel doorgaans veel worsteling aan de troon van Gods genade. Die schroom geeft trouwens ook smart, want men weet dat het niet goed is dat men op zijn/haar plaats blijft zitten wanneer de vriendelijke, ernstige en weimenende nodiging uitgaat: komt, want alle dingen zijn gereed.
Niettemin kan ik er pastoraal wel inkomen, dat er avondmaalsschroom is. Wie eigen hart kent, wie iets weet van de heiligheid des Heeren, alsmede ook van die van het sacrament, zal nooit laag op een ander neerzien, die met avondmaalsschroom te kampen heeft.
Wel is het daarentegen zeer te laken, wanneer er sprake is van opzettelijke avondmaalsmijding en men zo'n zondagochtend overal heen- en ronddwarrelt. Maar dan moet in de voorbereidingspreek ook duidelijk gezegd worden dat dit Gode niet welgevallig is. De sleutels van het hemelrijk moeten en mogen in de prediking gehanteerd worden. En nogmaals: over avondmaalsschroom valt te praten, over avondmaalsmijding in géén geval. Dit laatste is niet alleen maar verkeerd, doch het is zonde. Wat zonde is, moet dan ook maar zonde genoemd worden!

Grotere toeloop
Ik schreef al eerder: de toeloop tot de dis van het Nieuwe Verbond is in de laatste decennia groter geworden. Sommigen verblijden zich daarover, anderen ergeren zich daaraan.
Wat precies de oorzaak is van een grotere toeloop, is — naar ik meen — niet onder één noemer te brengen. Men mag maar niet zeggen dat dit komt doordat er geleerd wordt dat wie gedoopt is en belijdenis van het geloof heeft afgelegd, nu ook maar aan het Avondmaal móet komen. Dit alles in de zin van: ik ben gedoopt, ik heb belijdenis gedaan, dus ga ik aan het Avondmaal. Ik zeg niet dat zulk een automatisme nooit voorkomt. Wel zeg ik dat dit geen algemeen geldende regel is. Wie dat stelt, doet daarmee tientallen dienaren des Woords tekort die op een verantwoorde manier en op een eerlijke wijze in de prediking zeggen voor wie wel èn voor wie niet het Heilig Avondmaal is. Het is voor hen maar géén vanzelfsprekende zaak, dat een ieder op grond van doop en belijdenis aangaat. Het gaat om het geloof dat in de doop en in de belijdenis wordt beleden.
Maar ook al is er niet een direkt aanwijsbare oorzaak tengevolge waarvan in vele gemeenten de toeloop naar de tafel groter is geworden, niettemin denk ik wel dat de prediking en het pastoraat rondom het Heilig Avondmaal intensiever is geworden. Het gevolg daarvan is dat jongeren en ouderen veel meer met dit sacrament (door Christus ingesteld!) bezig zijn. Het blijft doorgaans maar niet bij de voorbereidingspreek. Veel meer dan voorheen vragen gemeenteleden in zo'n voorbereidingsweek ambtsdragers te spreken en dan met name over het Heilig Avondmaal. Ook denk ik aan de voorbereidingssamenkomsten in de week. Met veel genoegen denk ik nog altijd terug aan de zaterdagavond voor de avondmaalszondag in de vorige gemeente. In Huizen kwamen wij dan op zo'n zaterdagavond ruim een uur bij elkaar in de Nieuwe Kerk. Er werd gemediteerd en gezongen. Dit alles met het oog op het Heilig Avondmaal dat de volgende zondag bediend en gevierd zou worden. Ook werden er gedeelten uit 'De godvruchtige avondmaalsganger' van Petrus Immens gelezen òf ook wel gedeelten uit 'De Eerste en de Laatste', een boekje van de hand van ds. L. Blok.
Zonder van sacramentalisme te spreken, denk ik toch dat men mag zeggen dat het Heilig Avondmaal dichter bij ons wordt gebracht dan in het verleden wel is gebeurd. En het gaat mij hierbij niet om de naam of de persoon, maar zeer zeker moet en mag de naam van J.G. Woelderink in dit verband niet verzwegen worden. Ook al zal men het in bepaalde zaken niet met hem eens zijn, toch mag gezegd worden dat zijn invloed inzake de belofteprediking alsmede zijn visie op de sacramenten groot is. Zijn zienswijze onder ons heeft doorgewerkt, zonder dat er altijd sprake is van een direkte navolging. Misschien dat er zelfs gesteld mag worden, dat wij het gedachtengoed van J.G. Woelderink èn I. Kievit aan het verwerken zijn. Maar niet alleen dat. Wij zijn ook bezig om het gedachtengoed zowel van de een als van de ander te integreren, zo niet bij elkaar te brengen. Aan de totaliteit van prediking en pastoraat rondom het Avondmaal kan dit alleen maar ten goede komen.

Voor wie?
In wat ik hierboven schreef, is nog niet naar voren gekomen de vraag: voor wie het Heilig Avondmaal des Heeren is ingesteld?
Deze vraag is erg belangrijk. Ik ontkom niet altijd aan de indruk — als het gaat om volle òf lege tafels — dat wij dat graag zouden uitmaken. Hoe vaak komt het niet voor, dat er wordt gezegd: begrijp je dat nou: die òf die komt ook aan het Avondmaal, ja en je moest eens weten wat die of die heeft uitgehaald?
Ik wil hiermee maar zeggen: dat keuren en dat schiften zit ons in het bloed. Wij maken wel uit, wie er aan tafel kan komen of niet. Maar is dat Bijbels? Wie oefent er in deze zaak tucht uit? De Heere Zelf, Zijn Woord òf wij? Wij in géén geval. Van anderen moeten wij afblijven. Wij weten er niets van af òf de ander zichzelf mishaagt. Ook is het ons niet bekend, of de ander vertrouwt dat zijn zonden hem om Jezus' wil vergeven zijn en of er in hem een intense begeerte is om z'n leven te beteren. Doorgaans zien wij onze medemensen in vele dingen struikelen en staan wij klaar om hen na te wijzen, maar wat weten wij van iemands diepste begeerten en roerselen van het hart (H. Veldkamp)?
Daarbij moeten wij nog iets anders overwegen. Wanneer wij met één vinger een ander aan- òf nawijzen, moeten wij maar goed bedenken dat wij nog altijd met drie vingers onszelf aanwijzen. Wat wil dat zeggen? Dat houdt dit in, dat wij ons ook schuldig maken waarin de ander struikelt.
Misschien niet altijd in de dadelijkheid, dan toch wel in de begeerte. Heus, wij leren onze mond wel te houden en ook dat beschuldigende vingertje in te houden, wanneer er zelfkennis is. Wie zichzelf niet kent, zal altijd hoog van de toren blazen. Wie zichzelf kent door Gods genade, zal zijn/haar handen vol hebben aan zichzelf en niet zozeer aan een ander. Trouwens, er staat een Schriftwoord dat wij allen veel meer ter harte zouden moeten nemen. Het is een Schriftwoord uit één van de brieven van Petrus. Het komt hierop neer, dat wij ons niet zozeer met een andermans doen moeten bemoeien, doch met ons eigen doen. Opvallend zo'n praktisch woord en dat met name uit de mond van Petrus. Maar juist hij hééft het mogen zeggen.
En wat het Avondmaal betreft, moeten wij er maar goed opletten, dat er in de Schrift met nadruk alsmede ook in de prediking wordt gezegd: een ieder beproeve zichzelf. Wij behoeven niet onze medemens op de weegschaal neer te leggen, maar wij mogen onszelf door de Heere laten wegen. Een ieder van ons heeft daaraan genoeg. Ik behoef op het woord zelfbeproeving bovendien niet te wijzen, want ieder weet door dàt woordje 'zelf' dat dit om hem òf haar heel persoonlijk gaat.
Voor wie is het Heilig Avondmaal? Heel eenvoudig gezegd: het Heilig Avondmaal is voor een ieder die zich voor God moet mishagen en die ondanks alles zonder Jezus Christus niet kan leven. En dan gaat het niet om de grootte van het mishagen, ook niet om de grootte van het geloof. Al is er bij wijze van spreken slechts een kruimeltje geloof, maar dan wordt de toegang tot de tafel voor hem/haar ontsloten.
Misschien mag ik in dit verband ook op Van der Groe wijzen. Hij heeft niet altijd en overal zo'n beste pers. Toch heeft hij hele mooie en indringende dingen gezegd. Ooit heeft hij eens het volgende geschreven: 'Een mens kan aan veel twijfelen, wanneer hij zichzelf beproeft. Hij kan denken dat het nooit wat met hem zal worden, wanneer hij op zichzelf ziet. O wat kan de stand niet alleen wisselend zijn, maar sterk worden aangevochten. Wat moet zo'n mens doen? Men moet maar de toevlucht nemen tot de Heere Jezus, de Arts der zielen'. Van allerlei kenmerken hoort men Van der Groe niet meer spreken. Vrij en frank verkondigt hij het evangelie.
Met het bovenstaande heb ik willen aangeven, dat het bij de voorbereiding voor het Heilig Avondmaal in de eerste plaats om de zelftucht gaat. Daartoe wekt de prediking op. Wellicht moet ik zelfs schrijven, dat dit niet alleen de allereerste, maar ook de allervoornaamste tuchtoefening is.
(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De tucht in kerk en gemeente (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's