Globaal bekeken
Geknipt uit het Hervormd Weekblad, orgaan van de Confessionele Vereniging in de N.H. Kerk:
'Het gele boek van de Raad voor de Catechese vertelt dat er in 1985 in de Ned. Herv. Kerk 5789 mensen belijdend lidmaat werden. Zo'n 1700 medecatechisanten besloten toen nog even te wachten met die stap. Maar nu daarna!
Onlangs kwamen de nieuwste getallen op papier, ze verklappen een stijging. In 1987 deden 6439 belijdenis, in '88: 6789 en in '89: 7054.'
Uit Hervormd Nederland knipten we de volgende 'bevindingen':
'Een man die ervaren was in meditatie, werd eens gevraagd, hoe hij ondanks zijn vele bezigheden zo ingekeerd kon zijn.
Hij antwoordde:
"Als ik sta, dan sta ik;
als ik ga, dan ga ik;
als ik zit, dan zit ik;
als ik eet, dan eet ik;
als ik spreek, dan spreek ik..."
Degenen die de vraag stelden, zeiden:
"Dat doen wij toch ook! Maar wat doet u nog meer?"
Hij antwoordde weer precies hetzelfde.
En nogmaals zeiden de mensen:
"Dat doen wij doen wij toch ook?"
Maar hij zei:
"Nee, als je zit, dan sta je al;
als je staat, dan loop je al;
als je loopt, dan ben je er al;
en als je eet, ben je al klaar".'
'Ziekte van Korsakov breidt zich uit', zo lazen we in een blad, waarin het was overgenomen uit 'Nuchter bekeken'.
'Tijdens een congres verklaarde drs. A. Kok van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, dat er in Nederland meer dan 600 mensen verpleegd worden wegens de ziekte van Korsakov.
In 1960 waren er 3 gevallen bekend. In 1988 800 (die dus niet allemaal verpleegd worden) en nu is het aantal vermoedelijk de 1.000 gepasseerd.
Van de drie patiënten is er één een vrouw. Het werkelijke aantal is onbekend. Er zijn schattingen van tussen de 1.000 en 7.000. Volgens een recent onderzoek komt 30% met een verbeterde diagnose uit het ziekenhuis.
De ziekte van Korsakov, genoemd naar de Russische psychiater Serge Sergejewitsj Korsakov, die deze ziekte beschreven heeft, is het gevolg van alcoholgebruik en een tekort aan vitamine B.
Jonge patiënten maken nog een kans op licht herstel. Er komen trouwens steeds meer jonge patiënten. Vroeger was het een oude mannenziekte, maar tegenwoordig zijn er al patiënten van in de twintig.
De ziekte zelf is niet te genezen. Wel kunnen door therapie sommige verschijnselen van het geheugenverlies iets afgeremd worden.
Meer succes hebben de artsen met het bijverschijnsel van verlamde armen en benen, dat nog redelijk te genezen is.
Het probleem is dat men een patiënt in een vroeg stadium meestal niet benaderen kan. Veel patiënten leven in een volkomen sociaal isolement. De enige mensen, waar ze nog contact mee hebben, zijn die mensen die hen aan alcohol helpen. De Korsakov-patiënten verblijven zowel thuis, in psychiatrische ziekenhuizen, verpleeghuizen en tehuizen voor daklozen.
De verwachting is, mede gezien het hoge alcoholgebruik, dat het aantal lijders aan het syndroom van Korsakov behoorlijk zal toenemen.'
Uit een recent verschenen Biografie over de Zuidafrikaanse president F.W. de Klerk noteerden we het volgende inzake de motto's, die Zuidafrikaanse presidenten kozen:
'Vrijwel alle leiders van Zuid-Afrika hadden zo'n motto.
Paul Kruger zei: "Neem uit het verleden wat goed en recht is, en richt de toekomst daarop".
Malan verklaarde: "Geloof in God, het volk, en jezelf". Strijdom meende dat "de strijd voortduurde",
terwijl Verwoerd het hield op: "Schep jezelf je eigen toekomst".
Vorster koos voor "Vervul je roeping",
en P.W. Botha had als motto: "Naar voren toe, met moed en geloof".
(...) De Klerk wist het aanvankelijk niet. Hij verklaarde dat de bijbelse gerechtigheid en rechtvaardigheid sterk bij hem leven, ten aanzien van alle mensen; ongeacht hun rang, stand of ras. Later koos hij als zijn spreuk 'Een nieuw Zuid-Afrika', waarbij ik zeker weet dat hij dat zal invullen met juist die waarden."
Wij mensen schieten soms tekort in het tonen van dankbaarheid. We lazen daarover het volgende bij Albert Schweitzer:
'Kijk ik terug naar mijn jeugd, dan treft mij de gedachte hoeveel mensen ik te danken heb voor datgene wat zij me gaven en voor mij betekenden'.
Maar tegelijk ontstaat het deprimerende besef hoe weinig ik die mensen in mijn jeugd van deze dank werkelijk heb vergolden. Hoeveel van hen zijn er niet uit het leven gescheiden zonder dat ik hun heb laten merken wat hun goedheid of geduld jegens mij voor mij betekenden! Ontsteld heb ik soms bij een graf zachtjes bij mezelf de woorden gezegd die mijn mond eens tegenover de levende had moeten uitspreken. Daarbij geloof ik te mogen zeggen dat ik niet ondankbaar was... Maar tot mijn twintigste jaar, en ook nog daarna, heb ik me er te weinig aan gehouden de dankbaarheid die in me was ook uit te spreken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's