’De helft is mij niet aangezegd’ (2)
4. De Koning van het Koninkrijk
Wie is nu toch de Koning van dit Koninkrijk Gods? Het woord zegt het al: God. Maar het is de Zoon van God die op aarde dit Koninkrijk predikte. Hij is de Zoon van de Koning. Maar ook dat is een verborgenheid. Hij noemde Zichzelf altijd de 'Zoon des Mensen' (81 keer in de Evangeliën). Wie is toch Deze? vragen de mensen. Dat Hij de Messias is, blijft een geheim, het Messiasgeheim. Aan het eind van de Galilese periode maakt Jezus de balans op, als Hij vraagt aan de discipelen: 'Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des Mensen, ben?' Wel, ze vinden Hem allemaal een groot profeet en dat was Hij ook. 'Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?' vraagt Jezus dan verder. En dan toont Petrus het Messiasgeheim begrepen te hebben: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Dat heeft hij niet van zichzelf. Op deze petra zal Christus dan Zijn gemeente bouwen. En: 'Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen!' (Mattheüs 16). Let op het verband tussen Christus' gemeente (in aanbouw) en Gods 'Koninkrijk'. In de gemeente worden de sleutels tot het Rijk gelegd. De gemeente ìs dus niet het Rijk. Het Rijk is veel rijker. Maar in de gemeente ligt wel de toegang tot dat Rijk.
Ik vergelijk voor de catechisanten de gemeente en het Koninkrijk Gods met het vliegveld Schiphol en het luchtruim. Schiphol is het luchtruim niet! Dat strekt zich uit boven de hele aarde. Maar wie de lucht in wil, moet wel eerst naar Schiphol. Anders komt hij er nooit. Daar alleen stap je met je ticket en gecontroleerd het vliegtuig in. De apostelen kregen de sleutels van het Hemelrijk in handen: Wat zij op aarde doen geldt voor de hemel.
Maar juist na deze machtige passage verbiedt Jezus Zijn discipelen het Messiasgeheim te verklappen. Waarom eigenlijk? Van toen af begon Hij Zijn discipelen te leren dat Hij lijden en sterven moest... Schokkend eigenlijk. De Koning moet eerst sterven! Juist als Hij bij Zijn Intocht in Jeruzalem het Messiasgeheim aflegt, juist om Zijn Koninklijke pretentie, wordt Hij verworpen. De kruis-koning!
Is dat, is dat mijn Koning? dàt aller vaad'ren wens?
Is dat, is dàt Zijn kroning? ziet, ziet, aanschouwt de mens!
Het Koninkrijk Gods komt nog lang niet, waarschuwde Jezus al aan het eind van Zijn leven op aarde. De zgn. Afwezigheidsgelijkenissen binden dat op ons hart: de Koning blijft lang weg in de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes; de heer maakt een lange buitenlandse reis in de gelijkenis van de talenten (Mattheüs 25).
Tegen de hogepriester zegt Jezus dat Hij de Christus is en dat zij van nu aan de Zoon des Mensen zullen zien zitten aan Gods rechterhand en komen op de wolken des hemels. Tegen de politicus Pilatus zegt Jezus: mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Maar Hij zegt dat wel in het gezicht van een Romeins stadhouder en blijft erbij dat Hij een Koning is. Dat blijkt wel bij Zijn opstanding! Na de opstanding vragen de discipelen, heel begrijpelijk, of Hij dan nu aan Israël het Koninkrijk zal wederoprichten (Hand. 1). Jezus noemt dat geen domme vraag. Integendeel, Hij sprak juist veertig dagen lang over de dingen van het Koninkrijk. Maar, zegt Hij, 'het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden'. Het komt! Maar niemand weet wanneer. Intussen: de Heilige Geest zal u kracht geven om te getuigen in Israël èn tot de einden der aarde!
De heidenwereld moet van Hem gehoord hebben vóór het Rijk kan doorbreken. En zo zien wij iets heel merkwaardigs ná de Evangeliën: de uitdrukking 'Koninkrijk Gods' komt weinig meer voor in de Handelingen en brieven. Het lijkt wel of het Rijk terugwijkt. Geen wonder! De Koning Zelf is heengereisd. In die tussentijd werkt Zijn Geest in Zijn gemeente. Samengevat kunnen wij zeggen: deze Koning ging op aarde incognito Zijn weg, ontving pas na het kruis Zijn kroon, maar regeert dan onzichtbaar vanuit de Hemel, zolang niet alle volkeren het Goede Nieuws hebben gehoord.
Wat betekent dit alles nu voor de vraag naar de reikwijdte van het Rijk? Ik denk: het onderstreept weer en nog de verborgenheid van het Rijk en Zijn Koning. Maar dat betekent ook de verborgen dóórwerking. De afwezigheidsgelijkenissen versterken de verborgenheidsgelijkenissen: het Rijk is als een zuurdesem dat, verborgen, het hele deeg doorzuurt. Denk aan het woord van Bavinck over de parel èn het zuurdesem.
Voor zending en evangelisatie geldt toch bovenal het zendingsbevel, gegeven bij Jezus' intronisatie (Matth. 28). En Iet daarbij op het woordje 'alle' of 'allen'. 'Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijst alle volken, en doop ze... Leer ze onderhouden alles wat Ik u geboden heb. En zie Ik ben met u, alle dagen...' Dat mag, met recht, een 'alomvattende' benadering heten. Alle volken. En alle geboden. Op alle terreinen des levens dus. Dat betekent niet dat zending en evangelisatie zich in van alles en nog wat moeten verliezen. Het gaat om 'al wat Ik u gebóden heb'.
5. De erfgenamen van het Koninkrijk
Wij zagen al, wat de poort is tot het Rijk: wedergeboorte door de H. Geest. De enige keer dat wij in het Johannes-evangelie lezen over het Koninkrijk van God is in het woord tot Nicodemus: 'Tenzij iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien', laat staan 'ingaan' (Joh. 3). Wie van elders inklimt is een dief. Er is een koninkrijkstheologie tegenwoordig die zonder Koning en zonder ingang schijnt te zijn. Het rijk van vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping wordt gezocht en geprezen, maar van de Christus der Schriften en van de wedergeboorte uit de Geest hoor je niet. Men zij gewaarschuwd.
Anderzijds moeten wij niet Kerk en Koninkrijk vereenzelvigen. Dat is kortsluiting. Jezus zei (Lucas 12): 'Vrees niet, klein kuddeke (Kerk!), want het is Uws Vaders welbehagen u het Koninkrijk (!) te geven'. De kleine Kerk zal het grote Rijk beërven!
Het is vooral de apostel Paulus die graag spreekt over de 'erfgenamen' van het Rijk. Hij spreekt zelden over het Rijk. Hij spreekt altijd over rechtvaardiging en heiliging, over kruis en opstanding. Voor hem is het Rijk vooral geestelijk en toekomstig. Intussen onderhoudt God deze wereld (b.v. het Romeinse Rijk) door 'overheden': Gods dienares. (Rom. 13). Maar, erfgenamen? Wie? 'Of weet gij niet dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk God niet zullen beërven?' (1 Cor. 6). 'Doch ik zeg, broeders, dat vlees en bloed het Koninkrijk Gods niet beërven kunnen, en de verderfelijkheid beërft de onverderfelijkheid niet': ook Gods kinderen kunnen niet zómaar de heerlijkheid in, maar zullen, als zij nog leven bij de laatste bazuin, in een punt des tijds veranderd worden.
De apostel betuigt telkens de gemeente, 'dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid' (1 Thess. 2), 'opdat gij waardig geacht wordt het Koninkrijk Gods, voor hetwelk gij ook lijdt' (2 Thess. 1).
6. Mede-arbeider in het Koninkrijk
De apostel Paulus noemt zichzelf en Apollos 'Gods medearbeiders', maar in Colossenzen 4 noemt hij ook niet-apostelen als Tychikus, Onésimus, Aristarchus. Markus en Justus '(mijn) medewerkers in het Koninkrijk Gods'. In het Grieks staat echter niet 'in' maar 'naar' (eis). De N.V. zegt: 'medewerkers vóór het Koninkrijk Gods'. Daar is de arbeid in de gemeente op gericht: op het komende Rijk. Wij zeggen wel eens in de kerk als een ambtsdrager een jubileum viert, dat hij zoveel jaar heeft mogen arbeiden in Gods Koninkrijk. Dat is eigenlijk fout. De man heeft zoveel jaar gewerkt in de kèrk. En de kerk is het Koninkrijk niet. Zeker onze zieke en verdeelde kerk niet! Gelukkig maar. Het Koninkrijk zal er anders uitzien! Maar wèl mag het zo zijn, dat door God gezegend en gereinigd kerkewerk dienstbaar zal zijn aan de komst van het Rijk.
'Alles, hoe schoon ook (het rijk der natuur) zal eenmaal vergaan.
Maar wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus dat houdt zijn waarde en zal eeuwig bestaan.'
Al wat gedaan wordt: dat is de reikwijdte. Uit liefde tot Jezus: dat is de grens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's