Uit de Pers
Wetenschappelijke belangstelling voor evangelische beweging
Binnen één jaar verschenen er twee wetenschappelijke studies gewijd aan de 'evangelische beweging'. Vorig jaar promoveerde dr. H.C. Stoffels op een studie die als titel meekreeg 'Wandelen in het licht'. En onlangs behaalde S.J. Vellenga de doctorstitel na verdediging aan de VU van zijn proefschrift getiteld 'Een ondernemende beweging. De groei van de evangelische beweging in Nederland'. In het Reformatorisch opninieblad 'Koers' van 29 maart 1991 stond een gesprek te lezen met dr. Vellenga over de resultaten van zijn onderzoek. In deze studie gaat het o.a. om een onderzoek naar de oorzaken waardoor de evangelische beweging in ons land sinds ongeveer 1965 getalsmatig zo sterk is gegroeid.
'In uw boek geeft u een complex van factoren, die aan de groei van de evangelische beweging in Nederland ten grondslag hebben gelegen. Wat val er over de achtergronden van deze groei te zeggen?'
Wanneer je de groei van een beweging bekijkt, moet je eerst onderzoeken welke mensen er door zo'n beweging aangetrokken worden. In dit geval blijken dat mensen te zijn die uit allerlei sociale geledingen komen, maar vervolgens ook mensen die een sterke religieuze opvoeding hebben gehad en die afkomstig zijn uit actief kerkelijke milieu's, uit de grote protestantse kerken. Dit is een achterliggende factor van de groei, het gaat om deze groep mensen.
Vervolgens bekijk je wat er met deze groep gebeurd is. Er zijn dan twee ontwikkelingen aanwijsbaar. Allereerst kwam er sinds het begin van de jaren zestig een modernisering van de standpunten binnen de protestantse kerken. Er ontstonden andere opvattingen over het gezag van de Bijbel, de christelijke moraal, de inhoud van het geloof en over de maatschappelijke implicaties van het geloof. Een belangrijk gedeelte van de protestantse kerken kon zich hier echter niet in vinden en kreeg zo een motief om zich bij de evangelischen aan te sluiten, want daar klonk het oude traditionele geluid nog duidelijk. Tegelijkertijd en in samenhang met deze modernisering van het geloof brokkelden de muren rondom die kerken af. De Gereformeerde Kerken van de jaren vijftig kun je goed vergelijken met de vrijgemaakten van nu: een sterke sociale controle, een grote greep van de kerk op haar leden en een sterke loyaliteit. In de loop van de jaren zestig werden deze banden in de Gereformeerde Kerken losser, men ging over de muren heen kijken en men kwam in contact met andere opvattingen. Dat betekende ook dat de barrière om zich ergens anders bij aan te sluiten voor de mensen die zich tot de evangelischen aangetrokken voelden kleiner werd. In economische termen uitgedrukt: de kosten om je bij andere organisaties aan te sluiten werden lager.'
Een aanwas dus die vooral werd veroorzaakt door interne problemen in de kerken. Een volgende vraag die 'Koers' aan dr. Vellenga voorlegt, luidt: 'In hoeverre heeft de evangelische beweging ook zelf aan de groei bijgedragen?' Dr. Vellenga antwoordt daar dan als volgt op:
Ik wil in dit verband twee elementen noemen. De factor aanbod was ook van belang, de evangelische beweging bood datgene wat men te weinig in de eigen kerken vond: een orthodox geloof dat sterk op de ervaring in het persoonlijke leven betrokken is en ook relevant is voor het dagelijks leven. Vervolgens speelde nog dat de boodschap op een eigentijdse wijze werd aangeboden: niet star, maar fris en vrolijk. Tenslotte is de werkwijze van invloed geweest. Kortgezegd: het was resultaatgericht, men probeerde het geloof goed af te stemmen op de doelgroepen. Er werden daardoor steeds nieuwe methoden en formules ontwikkeld.'
Evangelischen en secularisatie
Op grond van dit antwoord zou je jezelf als mens van de kerk kunnen afvragen: hebben de evangelischen dan toch een beter antwoord gehad op de ontwikkelingen in onze moderne samenleving? Hebben ze door hun manieren van gemeente-zijn, van vormgeving aan de erediensten, in hun omgang met elkaar de mensen sterker weten te binden dan de meeste kerken die vaak veel langer bepaalde tradities en gebruiken blijven volgen? Ik kom tot deze vraagstelling omdat ds. H. de Leede in Schakels van maart 1991 (een uitgave van de IZB) een bespreking wijdt aan de al genoemde studie van dr. Stoffels. Hij onderstreept daarin een opmerking van dr. Stoffels die deze vragenderwijs in een slothoofdstuk plaatst. We citeren deze opmerking via de weergave van ds. De Leede: 'Wijd verbreid is de opvatting dat het proces van modernisering, zoals dit zich de afgelopen twee eeuwen in de westerse samenleving heeft voltrokken, geleid heeft tot secularisatie, tot een verlies aan betekenis van godsdienstige overtuigingen, praktijken en instituties voor het sociale systeem'. Modern-zijn èn godsdienstig-zijn zouden in deze visie in geen enkel opzicht bij elkaar passen doch elkaar bijkans uitsluiten. Dr. Stoffels echter merkt dan op, en we voegen er het commentaar van ds. De Leede tevens bij:
'Binnen de evangelische beweging treft men echter velen aan die qua sociale positie als "modern" kunnen worden aangemerkt. Vormen zij een anachronimse (= iets dat niet in de tijdsomstandigheden past, iets van tóen) binnen de moderne samenleving of geven zij zelf in bepaalde opzichten een modern antwoord op on wikkelingen in die samenleving?
Met andere woorden: zijn de evangelischen de dynamische, levende christenen-van-de-toekomst?
Stoffels schrijft op blz. 137 van zijn boek: "In zekere zin vertoont de evangelische beweging zelf moderne trekken met haar nadruk op persoonlijke keuze en vrijwillige toetreding, op subjectieve ervaring, op de betrekkelijkheid van traditionele kerkelijke scheidslijnen, alsmede op moderne technieken van werving, propaganda en opwekking. De evangelische levensbeschouwing stelt haar aanhangers in staat zich in deze wereld te oriënteren en daarin een zinvol leven te leiden... De evangelische levensbeschouwing is een aan moderne eisen aangepaste levensbeschouwing".
Kortom: is de evangelische beweging misschien een vorm van in-cultu(u)r-atie: een ingaan van het Evangelie in onze moderne cultuur? Nog anders gezegd: is de evangelische beweging een (nieuwe) ritseling van de Heilige Geest? We mogen het antwoord op deze vraag niet verwachten in een godsdienst-sociologisch proefschrift als van dr. Stoffels. Maar het is voor mij en voor ons als gereformeerde organisatie wél de kernvraag.'
Als er zovelen de laatste jaren uit kerken van gereformeerde confessie zijn overgegaan naar evangelische gemeenten, legt dat verschijnsel op z'n minst ons de vraag voor: hoe komt dat? Is er oorzaak in ons kerkelijk en geestelijk leven? En wie vervolgens uit ontmoetingen en gesprekken met mensen uit evangelische gemeenten weet hoe ernstig in veel opzichten de Schrift als het Woord van God genomen en aanvaard wordt, die wordt voorzichtig in zijn oordeel. Je mag niet zomaar alles en allen over één kam scheren. Het is zondermeer een te constateren feit dat men in evangelische kring op aansprekende wijze de bijbelse boodschap heeft weten te vertolken voor een belangrijke groep christenen in ons land. Ik zou niet graag durven zeggen dat de Heilige Geest dáár niet zou werken, omdat b.v. de gereformeerde leer grotendeels ontbreekt. Wie ben ik, om zo'n kolossaal vonnis over anderen te vellen.
Gereformeerd en evangelisch
In de al geciteerde Schakels wijdt ds. De Leede ook enkele woorden aan de brochure door de Gereformeerde Bond in november van het vorig jaar uitgegeven. Het hoofdbestuur is met de uitgave van deze brochure gericht op een dialoog tussen gereformeerden en evangelischen. Niet in de zin van een officiële ontmoeting op hoog niveau althans niet in eerste instantie, maar vooral daar waar in vele van onze gemeenten kerkeraden, ouders en dientengevolge ook jongeren te maken hebben met de in het ooglopende geschilpunten tussen beide stromingen in het protestantisme. Ik hoef hier niet verder op de inhoud van deze brochure in te gaan. U kunt hem zelf bestellen en lezen. Heel velen deden dit trouwens reeds. Hier ligt kennenlijk een thematiek die nog altijd velen intensief bezighoudt. Ds. De Leede zegt er o.a. het volgende van:
'De brochure neemt haar uitgangspunt in het geloof naar de gereformeerde belijdenis. Dat is het goed recht ervan. Daarom is het goed deze te bestellen en te bespreken. Het voor mij onbevredigende is echter dat ook het eindpunt van de dialoog al vast staat. De boodschap van de brochure is feitelijk dat evangelisch goed is maar gereformeerd beter; en waar evangelisch beter lijkt dan gereformeerd, daar is gereformeerd niet écht gereformeerd. Wat gereformeerd heet moet gereformeerd worden, want dan zal blijken dat gereformeerd beter is dan evangelisch.'
Je kunt het iemand die zich overtuigd gereformeerd noemt en een organisatie die bewust en principieel zijn uitgangspunt kiest in de gereformeerde belijdenis niet kwalijk nemen dat men ook in de dialoog met andersgelovigen wil vasthouden aan een overtuiging die men als bijbels en waar bevindt in het hart? Niet als een eigen vrome wens of kerkistische redenering, maar in hartelijke verbondenheid met de Kerk der eeuwen in wier midden de Heilige Geest reeds generaties lang heeft willen werken en van Wie we ten zeerste geloven dat Hij dat nog altijd doet. Het gereformeerde uitgangspunt is, als het goed is, toch geen bijkomstig en aan een bepaalde tijd en cultuur verbonden verschijningsvorm van het christelijk geloof? Het mag een overtuiging zijn waar je je niet voor hoeft te schamen namelijk dat het gereformeerde de bijbelse boodschap voluit en ronduit vertolkt. Iets anders is dat de gereformeerde confessie zelf volop ruimte laat voor een eventuele bijbelse correctie en/of aanvulling. Persoonlijk acht ik het zeer wel mogelijk dat evangelischen o.a. mij daar de ogen voor zouden kunnen openen. Wie zou zo hoog-gevoelend durven zijn dat bij voorbaat uit te sluiten. Onder ons citeren we immers altijd zo graag de woorden van de apostel die wij slechts ten dele kennen. Wat dat betreft kan ik instemmen met wat ds. De Leede dan nog schrijft: in hoeverre is de evangelische beweging ook een vráág voor ons gereformeerden. Het feit alleen al dat zovelen tot deze beweging zijn overgegaan, kan dat misschien een signaal zijn van het werk van de Geest? Ik weet dat zo duidelijk niet omdat ik het heel erg moeilijk vind van mezelf uit te duiden: dáár en hier is de Geest aan het werk. Je kunt je zo makkelijk vergissen immers?
Evangelisch een vraag voor Gereformeerden?
Ds. De Leede formuleert een drietal belangrijke vragen die de evangelischen aan ons als Gereformeerden hebben te stellen.
• In hoeverre vormen de evangelischen een type gelovigen dat beter bestand is tegen de secularisatie? Als dat zo is, komt dat dan doordat zij inspelen op het bewuste, persoonlijke geloven waarin aandacht is voor de emotie, de unieke gaven, de beleving? Of komt het door het fundamentalisme en hoe lang houdt dat het?
• De – kleinere – vleugel van de radicale evangelicals vormt voor mij een uitdaging aan ons gereformeerden. De verbinding van geloof en sociaal-maatschappelijke betrokkenheid vanuit de Schrift móet toch aansluiting vinden bij het theocratische levensbesef van de gereformeerde. De getuigende jonge evangelische christen, actief in de evangelisatiegroep, die tegelijk Derde Wereldkoffie drinkt en bezig is met het milieu: een uitdaging?!
• Een derde, zeer belangrijke, kernvraag waar de evangelische beweging ons als vanouds en ook nu weer voor stelt, is die naar de wils(on)vrijheid van de mens. We noemden het al eerder.
Afsluitend zou ik het zo willen zeggen: De evangelischen zijn geen bedreiging voor het gereformeerde wanneer we hen zien als een uitdaging. Want "gereformeerd" is beter, hoe goed "evangelisch" ook is, maar gezamenlijk komen we misschien wel dichter bij het Beste.'
De boodschap van het Evangelie
Om tenslotte ook nog even op dat laatste in te gaan: is er een weg om in deze tijd als christenen een pad te vinden door de woestijn van de secularisatie? Ik kom dan nog even terug op het gesprek dat 'Koers' had met dr. Vellenga. Deze stelt in zijn dissertatie dat de 'evangelische beweging' met behoud van eigen religieuze identiteit door de secularisatie heen zal moeten en in seculiere termen en met seculiere argumenten zal moeten aangeven waarom het de moeite waard is om te geloven. 'Koers' vraagt dan: kan dat eigenlijk wel en raak je dan toch niet het wezen van de boodschap kwijt? Daarop antwoordt dr. Vellenga als volgt:
'Als – weer in economische termen – de methode van overdracht, hoe persoonlijk en op zich goed, niet werkt en het produkt niet verkocht wordt, komt onherroepelijk de vraag op, of er niet iets aan het produkt zelf schort. We komen dan bij het grootste dilemma van de kerk en het christendom van dit moment, namelijk: handhaven we de eigen orthodoxe traditie met het gevaar dat we steeds kleiner worden, of passen we ons aan met als risico dat we onze identiteit verliezen? Mijn idee is dat er sprake moet zijn van een aanpassing met behoud van de identiteit. Wat ik bij een aanpassing aan het seculiere denken en de seculiere omgeving voor ogen heb is het volgende: we moeten in seculiere termen proberen aan te geven waarom christenen het zo belangrijk vinden dat mensen tot het geloof komen. Je moet kunnen aangeven wat mensen missen als ze niet geloven, waarom het geloofde moeite waard is. Deze discussie moet aangegaan worden met jezelf, met elkaar en met buitenstaanders.'
Bedoelt u dat begrippen als zonde, het Kruis, verlossing, genade etc. als zodanig de mensen op dit moment niet meer aanspreken en dat we daar vervangende termen voor moeten zoeken?
'Al deze termen moeten opnieuw doorgelicht worden: wat betekenen ze? Wat betekent het Kruis? Wat mis je als je daarin niet gelooft? Wat is genade? Ook zo'n term uit het verleden die weinigen nog iets zegt. Wellicht moeten we in andere termen de essentie van het geloof aangeven. Dan moet maar blijken of het christelijke geloof een meerwaarde heeft.'
Deze problematiek geldt niet alleen de evangelische beweging. Ook de gevestigde kerken hebben steeds meer moeite om met name jongeren te bereiken.
'Inderdaad, de kerken kampen met hetzelfde probleem. We kunnen op vier verschillende manieren reageren. Sommige groeperingen houden zich afzijdig en isoleren zich. De evangelischebeweging handhaaft haar eigen identiteit, maar wil de confrontatie wel aangaan. We kunnen in dit een protesthouding noemen. Een derde houding is de aanpassing met verlies van de eigen identiteit, we hebben dat bij een groot deel van de vrijzinnigen gezien. Ik pleit dus voor integratie: we moeten het seculiere denken wel opnemen, maar dan moeten we ook in seculiere termen het geloof uitleggen. Hoewel het geloof uiteraard niet alleen een rationele zaak is, moeten we de waarde ervan wel met argumenten kunnen aangeven. Dat is de uitdaging waar het christendom voor staat.'
Juist hierin komt de noodzakelijkheid van het werk van de Heilige Geest aan het licht. Zonder deze Geest is al ons bezig zijn als evangelischen èn als gereformeerden louter activisme vanuit de mens. Zelfs de beste methode is nog ontoereikend als de Geest niet zelf eerst een markt schept voor het product van Gods liefde in het hart en het leven van de mens. Ik meen in alle bescheidenheid te mogen zeggen dat er geen confessie is die dit zo diep vertolkt als juist de gereformeerde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's