Van dag tot dag
Voor een evenwichtige ontwikkeling van het geestelijk leven is een zekere zelfwerkzaamheid van de wedergeboren mens nodig. Wij moeten niet denken, dat deze actie uit ons eigen initiatief voortkomt. Wij kunnen op dit heilig terrein alleen maar iets doen, omdat de Heere er ons door Zijn genade toe bekwaamt. Onze werkzaamheid is bovendien niet willekeurig. Neen, de Heere heeft voor de groei van het geestelijk leven duidelijk een reeks genademiddelen zelf aangewezen en het zijn deze middelen, die wij ijverig moeten gebruiken, wanneer wij innerlijk althans niet willen verdorren. Wij geraken in overgeestelijke wegen, wanneer wij de middelen niet achten. Overgereformeerdheid is daar het gevolg van. Maar al te zeer geraken wij bij moedwillig verzuim van de genademiddelen in grijzige nevels, waaruit niet de minste vrucht voortkomt voor het kerkelijk leven. Vóórdat wij het weten, vallen wij weg in het innerlijk licht dat de uitspraak van het eigen hart overdreven vereert.
Wij noemen onder de genademiddelen als eerste het biddend overpeinzen van Gods Woord. Dat is het manna, dat wij als het nodige voedsel voor onze ziel gedurig moeten verzamelen om krachtig te bloeien en te groeien. Christus komt in Gods Woord tot ons, ja, is er als het ware in belichaamd. Het onderzoek van Gods Woord is het eerst nodige om onze ziel bij het leven te behouden en dit leven geleidelijk te doen toenemen. In het Woord Gods worden verschillende beelden gebruikt om de waarheid van het voedend element van de Schrift glashelder te verduidelijken. Een profeet wordt ergens in het Woord vermaand om de boekrol op te eten. Paulus wekt de voorgangers op, om het Woord als brood recht te snijden. Het heet ook honing en honingzeen, in het oude Oosten een bekende lekkernij. Maar ronduit indrukwekkend is de beeldspraak van de apostel Petrus in zijn eerste brief In het eerste hoofdstuk daarvan noemt hij het levende en eeuwig blijvende Woord Gods het onvergankelijk zaad, waaruit het geestelijk leven ontkiemt, evenmeer het in het hart is opgenomen. Daarmee tekent hij het begin van het geestelijke leven. En daarnaast wijst de apostel in het tweede hoofdstuk van dezelfde brief vervolgens ook het Woord Gods aan als de melk, waardoor óók de voortgang van het geestelijk leven bevorderd wordt.
Deze beeldspraak stamt uit het volle leven. Een baby zoekt de moedermelk. Het kleine kind heeft geen instructie nodig om de moedermelk te vinden. Alle levensbestanddelen zitten er in. Zo is het ook met het Woord van God. Het is het aangewezen middel om het geestelijk leven te onderhouden en te versterken. Evenals de zuigeling hunkert naar de borst, zo zal de mens die echt wedergeboren is, hunkeren naar Gods Woord. Hij kàn er eenvoudig niet buiten. Hij gevoelt, dat het Woord op hem is aangelegd, evenals hijzelf is aangelegd op het Woord. Die twee zoeken en vinden elkaar uit een innerlijke aandrift. Daarom is het een bewijs, dat er nieuw leven in onze ziel klopt, indien wij Gods Woord met alle liefde van ons hart liefhebben, ja, ons er aan vastklemmen.
In de gemeenten ten onzent is er nogal eens sprake van kenmerken van genade. Men zoekt die in allerlei gemoedsbewegingen, die streeksgewijze wel verschillen. Er is daar een groep van mensen, die beweren, dat het een blijk van genade zou zijn; wanneer men voortdurend op de toppen van een hallelujah-stemming zou wandelen. Een denkbeeld van een leven in de wolken van vreugde. Wanneer een mens eenmaal bekeerd is, moet hij aan één stuk door juichen en roemen. Hij mag niet meer zuchten of klagen over eigen ellende. Foei, weg daarmee! Men noemt u een nachtschuitchristen of een dweper, wanneer u aarzelend maar beslist wijst op een Paulus of een David, die de donkere tonen van het genadeleven toch ook heel goed kenden. Er zijn ook anderen. Die vinden een tegenovergestelde gezindheid een bewijs van genade. Zij twijfelen aan uw geestelijk leven, wanneer u niet diepe vrees over uw zonden hebt meegemaakt. U moet voortdurend helse angsten ervaren. Ja, er zijn zo hier en daar ook lieden, die beweren dat dan alleen een genadeleven maar kan bestaan, wanneer men tevoren gespeeld heeft met gedachten van zelfmoord. Wanneer zal de tijd komen, dat deze voorstellingen door klaarder onderwijs uit het Woord zijn verdwenen? Wij zijn er nog niet zo zeker van, dat dergelijke denkbeelden niet hier en daar als een hardnekkige mist door de gemeente zweven.
Het is veel eenvoudiger uzelf af te vragen, of u zeer begerig bent naar de melk van het Woord en daarin een kenteken der genade te zien. Daarmee blijft u op vaste bodem van de openbaring van God. Maria zat stil aan de voeten van Jezus om naar Zijn Woord te luisteren. Petrus riep uit: Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. Deze woorden spreken van redelijke melk. Gods Woord draagt redelijke gedachten of waarheden in onze geest binnen om er ons bewustzijn mee te vullen. Wij zijn nu eenmaal redelijke wezens. Daarom worden wij op geestelijke manier uit het redelijke Woord geboren en kunnen alleen maar opwassen door middel van datzelfde redelijke voedsel. Bovendien moet de melk ook onvervalst zijn. Wordt zij door dwaling en leugen, of door menselijke overleggingen vervalst, dan verliest zij haar sterkende kracht. Wij moeten haar nemen zoals de Heere haar ons heeft geschonken en haar in onvermengde zuiverheid tot ons nemen, want dan alleen zal zij onze gedachtenwereld verrijken, ons hart meer en meer reinigen en onze wil ten goede versterken. Zullen wij innerlijk krachtig opgebouwd worden – dan moeten wij op deze dingen echt ter dege letten.
Het komt er nu wel op aan, dit Woord van God elke dag te gebruiken. De baby is niet nu en dan, maar elke dag opnieuw begerig naar de moedermelk. In het geregelde gebruik schuilt de opbouwende kracht. Voor de instandhouding van ons lichaam gebruiken wij iedere dag meerdere maaltijden. En voor een gezonde opbouwvan ons geestelijk leven moet de Bijbel dagelijks op tafel komen om er in de kring van het gezin uit te lezen. Geen enkel ander boek kan in dit opzicht de Bijbel vervangen of van zijn plaats verdringen. Naarmate de kennis en het gebruik van de Schrift minder wordt, zinkt de gemeente in, maar ook het particuliere gemeentelid. De uitnemendste werken van Godvrezende mensen zijn afgeleide kanalen. Zij verklaren, omschrijven, passen toe wat in de Heilige Schrift als waarheid geopenbaard is. Daarom kunnen zij nooit iets meer dan hulpdienst bewijzen. Wat ons opbouwt, onderwijst en leidt – het is alles aan de Schrift ontleend. Hoe stichtelijk ook de lectuur van vrome geschriften is, hijzelf moet de hoofdbron zijn.
Er is nog een andere kwaal of ziekte, waarvoor wij zeer op onze hoede moeten zijn. Het is de waan, die hier en daar post gevat heeft, als zou men mettertijd de Heilige Schrift niet meer nodig hebben. De zogenaamde geestdrijvers verbeelden zich dat de Bijbel in het begin van het genadeleven wel goed is, maar dat op de duur de innerlijke verlichting, die de Heere ons schenkt, toch eigenlijk boven de Bijbel uitgaat. De uitspraak van de Geest in het hart is ons meer waard dan de uitspraak van de Geest door het Woord. Het gevaar ligt hierbij natuurlijk voor de hand, dat wij de ingevingen van onze eigen geest voor ingevingen van de Heilige Schrift gaan houden. Voor de kinderen en de eenvoudigen mag de Bijbel nog nodig zijn, maar voor de verlichten niet meer. Deze zien bij hoger en inwendig licht en leven alles in onmiddellijke gemeenschap met God. Deze dweepzieke naturen, echte geestdrijvers, die eerst het Woord, daarna de kerk en eindelijk zelfs Christus verwerpen. Trouwens, wie het Woord Gods en de kerk met haar genademiddelen verwerpt, heeft geen maatstaf en geen toetssteen meer om de valse van de ware inwerking te onderscheiden. De meest wilde inbeeldingen en de dwaaste invallende gedachten worden dan voor de zuiverste inspraak van de Heilige Geest gehouden. Op grond van de voorkomende gedachtenspinsels eist men gehoorzaamheid. Het is zaak hierop de aandacht te vestigen. Ook in onze tijd komt een geest op, waardoor men aan de vrije geesteswerking, de opwekkingen en de aandoeningen meer gezag verleent dan de rustige, weloverlegde, ja, kalme uiteenzetting en argumentatie op de grond van Gods Woord. Daar is wel een verklaring voor. Het ongewone vraagt immer meer belangstelling dan het gewone. Men gaapt allerwege naar een luchtballon, maar weinigen bestuderen slechts het opgaan van de zon.
Toch drijft een luchtballon voorbij – hoewel zeer plechtig en deftig. De zon komt op, klimt naar het hoogste punt. Geeft warmte, rijpt het koren, geeft leven en wasdom. Daar zit een les in voor ons elk. Een gehoorzaam leven met het Boek geeft meer diepte dan met elke inblazing. Onze tijd is een tijd van allerhande ploffen en knallen en stortregens. Vruchtbaarder is een stille gestadige regen. Die dringt het diepst de aarde binnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's