Gisting der volkeren
In de Schriften gaat het vele malen over het volk, namelijk het volk Gods, in het Oude Testament Israël, in het Nieuwe Testament daarbij ook de nieuw-testamentische gemeente, of ook het volk van het nieuwe verbond. Maar het gaat in de Schrift ook op vele plaatsen over de volkeren. Van die volkeren worden dingen gezegd, die, als we zien wat voor ogen is, moeilijk voor te stellen zijn. 'Ik zal Uw Naam doen gedenken van geslacht tot geslacht; daarom zullen U de volken loven eeuwig en altoos' (Ps. 45 : 18)
'De volken zullen U, o God! loven; de volken al te samen zullen U loven.' (Ps. 67 : 4, 6).
'Looft gij volken! onze God; en laat horen de stem van Zijn roem.' (Ps. 66 : 8).
En van de koningen der aarde lezen we: 'Alle koningen der aarde zullen U, o Heere! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen van Uw mond.' (Ps. 138 : 4).
Deze psalmen zingen toch niet alleen over wat in de toekomstige heerlijkheid geschieden zal. En deze psalmen zeggen toch niet alléén, dat uit de volkeren de lof Gods zal worden gezongen. Dat laatste geschiedt reeds daar waar één individuele mens — al is het maar één uit een stad en twee uit een geslacht (Jer. 3 : 14) — de Naam des Heeren leert aanroepen belijden en loven. Nee, het gaat toch ook om de volkeren, collectief genomen, in hun publieke leven!
Hoe ver is de levensrealiteit van elke dag in deze wereld af van die hoopgevende Schriftwoorden. We kunnen nog wel geloven, dat in de toekomstige heerlijkheid van de nieuwe bedeling de lof Gods volkomen zal zijn. Maar hier en nu? We horen alléén maar van oorlogen en geruchten van oorlogen. Het ene volk staat tegen het andere op en het is er verre van dat het ene volk tegen het andere volk niet meer het zwaard zal opheffen en dat de oorlog niet meer geleerd wordt (Jes. 2).
Een mens kan soms verlangen naar die volmaakt nieuwe bedeling maar hij kan er ook naar verlangen, dat in déze bedeling mensen — ook volksgewijs — als mensen met elkaar omgaan. Leert juist de oorlog niet dat de mens de mens een wolf wordt en in een beest verandert?
Na de Golfoorlog
De Golfoorlog heeft ons weer met de neus op de harde feiten gedrukt. We hebben gezien waartoe een tyran in staat is. Honderdduizenden mensenlevens zijn opgeofferd aan het brute geweld waartoe één mens de aanzet gaf. We hebben met dankbaarheid geconstateerd, dat aan de zijde van de geallieerden 'slechts' ongeveer honderd jonge mensen zijn gesneuveld. Alsof levens van Iraakse jonge mensen, burgers, kinderen minder waard zijn dan mensenlevens in onze hooggeciviliseerde westerse samenleving. Die schijn wekken we immers als we zo weinig in de rekening betrekken de duizenden doden, die aan de zijde van Irak gevallen zijn.
Dat Saddam Hoessein de dood van zovelen van zijn volksgenoten op het geweten heeft door zijn doldrieste machtswellust is zonneklaar.
Dat de oorlog vanwege de machtsdrift van Hoessein, waarvan andere volkeren het slachtoffer werden en dreigden te worden, een rechtvaardige oorlog was, ondervindt ook vandaag bij ons geen tegenspraak.
Dat de middelen, die in de moderne oorlog ter beschikking staan, ronduit verschrikkelijk zijn, zal ook nergens tegenspraak ontmoeten.
Dat deernis omtrent alle slachtoffers van het geweld ieder wel-denkend mens op de ziel geschreven moet staan, lijkt ook niet voor tegenspraak vatbaar. Of dit laatste echter daadwerkelijk het geval is, is twijfelachtig. Het lijkt er toch soms op dat we verschillende standaarden hebben als het gaat om de waarde van een mensenleven: één voor mensen uit de hoog-geciviliseerde volkeren, één voor de nog 'achtergebleven' gebieden.
Intussen heeft ook onze hoog-geciviliseerde en ook hoog-wetenschappelijke en hoog-geïndustrialiseerde wereld de mogelijkheden voortgebracht om vernietiging van leven op grote schaal door te voeren. We hebben 'ach en wee' geroepen over de dreiging van chemische wapens. Maar het hooggeciviliseerde westen was er de ontwerper en de aanreiker van.
De nawerking
Het was voorspelbaar, dat de oorlog een enorme nawerking zou hebben. Het was een punt in de gedachtenwisseling tussen ds. J. Maasland en ir. L. van der Waal in deze kolommen hoe de oorlog gewaardeerd moest worden als bedacht wordt dat — zoals ds. Maasland stelde — een oorlog niets oplost. Dit laatste deed onzes inziens niets af van de nóódzaak voor het voeren van deze oorlog. Maar het feit zèlf blijft recht overeind staan: de gevolgen van deze oorlog zijn desastreus en die gevolgen zullen nog lange tijd merkbaar zijn.
De Koerden zijn het eerste slachtoffer. Het is de ironie van de geschiedenis, dat de rechtvaardige oorlog ophield luttele kilometers van Bagdad, een aantal dagen (misschien uren) voordat aan Saddam Hoessein een beslissende slag had kunnen worden toegebracht. Dat laatste lieten 'we' over aan opstandelingen in Irak zelf. Die moesten Saddam Hoessein maar ten val brengen. Krijgen dan de cynici toch nog gelijk, die zeggen dat, toen de olie herwonnen was de rest niet meer belangrijk was? In de jaren vóór de Golfoorlog bleken we ons minder te bekommeren om het lot der Koerden dan we ons bleken te bekommeren om het lot van Koeweit na de bezetting door Irak. Terwijl de Koerden heel concreet met gifgas waren bestookt. De beelden logen er niet om.
Jawel, nu staan de Koerden (even? ) wereldwijd in de belangstelling. Maar dan als gevolg van de Golfoorlog; als gevólg van het feit dat ze in de kou zijn gelaten — letterlijk en figuurlijk — toen zij inderdaad het laatste karwei wilden klaren maar ze (opnieuw) tot de ontdekking moesten komen hoe wreed de tyran is, waaronder ze leven moeten.
Ooit hebben de Koerden een moment de hoop op een eigen thuisland gehad, namelijk na de vrede van Sèvres in 1920. Maar Fransen en Engelsen hebben de belofte niet ingelost. Sindsdien worden ze gedoogd of gediscrimineerd in de vijf landen, waarover ze verspreid zijn. En nu zijn ze dolende in de bergen, opgejaagd als kippen in de ren: geen vóór en geen àchter!
De Palestijn zijn het tweede slachtoffer van de Golfoorlog. Het is goed om, na alle aandacht die Israël kreeg, hierop ook te attenderen. Nee ik bedoel niet positieve aandacht te vragen voor Yasser Arafat c.s. Want het Palestijnse vòlk is juist ook slachtoffer van hun eigen leiders. We kunnen nu wel zeggen, dat de PLO opnieuw op het verkeerde paard heeft gewed door de kant van Hoessein te kiezen in de Golfoorlog. Feit is dat bewust gekozen werd voor de harde anti-Israël-lijn. Men zag de kans schoon om aan de nooit opgegeven gedachte van de vernietiging van Israël concreet gestalte te geven door de zijde te kiezen van een agressor, die geen onduidelijke bedoelingen had. Intussen werd het eigen volk opgezweept in de anti-Israël-stemming. Mensen in de bezette gebieden stonden op de daken te juichen toen de scuds op Tel Aviv vielen. En nu kan men de wonden likken.
De gevolgen zijn ronduit desastreus. De gevoelens van haat zijn na de Golfoorlog — van twee zijden — erger dan ervoor. Bij een recent bezoek aan Israël overkwam mij het volgende. Op een avond stond ik boven op de Olijfberg. Mij passeerden vier jonge Palestijnse mannen. Op da moment ging een vliegtuig over richting Jeruzalem-stad. Eén der mannen kwam voor mij staan, wees naar boven en zei: 'Saddam Hoessein! Hitler schön, Saddam Hoessein schön!'. Ik kon niet anders dan met deernis van deze exclamatie kennis nemen. Zo zwaar is men beladen met gevoelens van haat, aangekwéékt door de leiders, aangeschèrpt door de huidige situatie van ontreddering. En in Israël zijn in reactie daarop zelfs de meest tolerante bewegingen teruggevallen in een isolement als het gaat om een oplossing van de Israëlisch-Palestijnse kwestie. De toegenemen haat tussen de twee volkeren is te tasten. Langzaam maar zeker klinken stemmen, óók uit de Palestijnse gelederen, die vragen om ander Palestijns leiderschap. Maar hoe dan ook, de gevolgen van de oorlog zijn voor het Palestijnse volk diep ingrijpend. Politiek kan soms hard en wreed zijn. Mènsen zijn daarvan altijd weer de dupe. Zo vergaat het thans Palestijnse mensen. Zij mogen echter niet ondergaan in de grote politieke haat van twee volkeren.
Het Armeense volk, dat is het derde volk in het plaatje. De Palestijnen hebben geen eigen land, de Koerden hebben geen eigen land, ook de Armeniërs hebben geen eigen land. Zij zitten na 1920 met de Koerden in hetzelfde schuitje. Ook hun was een thuisland beloofd. Ook aan hun is de belofte niet waar gemaakt. In het begin van deze eeuw zijn de Armeniërs het mikpunt geweest van een grote volkerenmoord. De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het toen niet alleen de Turken waren, die honderdduizenden Armeniërs hebben afgeslacht, maar dat ook de Koerden in dit drama hun aandeel hebben geleverd, Meer nog dan de Koerden zijn in de loop der jaren de Armeniërs intussen roependen in de woestijn geweest. Onder de Armeniërs zijn relatief veel christenen. Ze wonen voor een belangrijk deel in Syrië. Met hen is er contact vanuit de Morgenlandzending. Enkele jaren geleden, toen de assemblee van de Wereldraad van Kerken in Vancouver werd gehouden, heeft ds. Apartian uit Aleppo als een eenzame staan roepen om de aandacht van de Wereldraad te vragen voor de Armeense kwestie. Israël is dan ook niet het enige volk, dat bij de Wereldraad met dovemansoren te maken heeft. De selectiviteit markeert grenzen, selectieve verontwaardiging kent soms géén grenzen. Juist echter vandaag, nu alle aandacht gericht is op andere volkeren, zal de stem van de Armeniërs, naar het zich laat aanzien, nog zwakker doorklinken.
Waarom al deze zaken hier genoemd? Niet in het minst ook omdat ook de christelijke kerken te onzent terecht (nieuwe) aandacht voor het Midden Oosten hebben. Er is zelfs al weer sprake van nieuwe (eigen) initiatieven om het complexe plaatje van de westerse christenheid in het Midden Oosten compleet te maken. Maar we moeten niet denken dat we, als kerken dáár bezig zijnde, hetzij in de verkondiging of in de diakonale arbeid, buiten de politieke situatie, buiten de gisting van de volkeren aldaar, kunnen blijven. Als nergens elders in de wereld staat de christelijke verkondiging in het Midden Oosten ook in een (politieke) context. Daar mogen we niet omheen. Juist ook niet vanwege de Schriften zelf trouwens, die ons de volkeren binnen het blikveld brengen.
Uitstraling
Is het intussen niet een te hoge greep om van het bezigzijn in en vanuit het Evangelie in die, hoofdzakelijk door de islam bepaalde wereld van het Midden Oosten, ook nog iets te verwachten? Het leven wordt toch door de politiek beheerst? Dan denk ik toch weer aan dat psalmwoord, dat ook de koningen de lof Gods zullen zingen: 'wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen van Uw mond.' Het zou toch niet voor het eerst in de geschiedenis zijn, dat één leider van een volk, aangeraakt door het Evangelie, een grote uitstraling heeft op het politieke gebeuren en daarin het volk, de volkeren 'ten goede' (Rom. 13) is!.
Heeft niet de oud-premier van Rhodesië een nieuwe ontwikkeling in zijn land mede mogelijk gemaakt doordat hij innerlijk overtuigd raakte van de betekenis van het Evangelie inzake recht en gerechtigheid, ook inzake de rassenkwestie in zijn land? En heeft niet F.W. de Klerk — zelf behorend tot de Dopperkerk — een ommekeer ingeluid in Zuid-Afrika, omdat ook hij overtuigd is van de heilzame betekenis van het Woord Gods als het gaat om recht en gerechtigheid in de samenleving (voor Gods Aangezicht!)?
De Heere, die ook de harten van koningen neigt, geve in het Midden Oosten ook leiders der volkeren, die diep overtuigd zijn van de heilzame waarde van het hoogheilig Evangelie ook in het beweeg der volkeren. Hebben daarom niet juist de kerken een hoge roeping om de volkeren en hun leiders daar van die waarde te overtuigen?
De vrede zal ook daar met een kus van het recht worden gegroet. Want:
Gerechtigheid gaat voor Zijn Aangezicht Hij zet z' alom waar Hij Zijn schreden richt.
Dezer dagen zei een politicus: de politiek heeft tenslotte het laatste woord. Gode zij dank niet! Het gaat ook daar om de Polis, de Stad Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's