Post Tenebras Lux
Na duisternis licht. Met deze lijfspreuk – herinnerend aan de geestelijke opwekking in het Europa van de zestiende eeuw – is vorige week het IVOR van start gegaan: Het Instituut voor onderzoek van de Reformatie. De presentatie vond plaats in het gebouw Transitorium 2 van de Uithof in Utrecht. Gastheer was prof. dr. O.J. de Jong, namens de faculteit der godgeleerdheid van de Utrechtse Universiteit.
Al geruime tijd werd uitgezien in ons land naar een plek, waar de bestudering van de Reformatie gecoördineerd en gestimuleerd kan worden. Iedereen was er wel van overtuigd dat tot dusver het onderzoek tezeer versnipperd en op individuele basis plaatsvond. Van een gestructureerde aanpak was geen sprake. Wie voor een doctoraal-scriptie of dissertatie zich in een onderwerp uit deze periode wil verdiepen ontdekt ook al gauw hoeveel struikelblokken er op zijn weg liggen. Het opsporen van de benodigde literatuur is een tijdrovend werk. De bronnen en oudere secundaire publikaties zijn bovendien vaak moeilijk toegankelijk. Ook blijkt nogal eens dat bepaalde buitenlandse boeken of tijdschriftartikelen in heel Nederland niet te vinden zijn.
Stichting
Van meerdere zijden is in de afgelopen jaren aangedrongen op bundeling van krachten. Met name prof. dr. H.A. Oberman, de 'motor' achter de veelbesproken onderzoekscommissie voor het wetenschappelijk onderwijs – heeft meer dan eens een hint in de richting van een Nederlands onderzoeksinstituut gegeven. Hij was dan ook meteen bereid zitting te nemen in de raad van advies toen in 1989 de Stichting tot bevordering van de kennis der Reformatie werd opgericht. In de afgelopen twee jaar heeft het bestuur getracht de doelstellingen van de stichting te verwezenlijken door een aantal studiegroepen in het leven te roepen. Zo ontstonden er kringen van theologen die zich bezig houden met o.m. de verhouding van de Reformatie tot de Oude Kerk, de relatie Middeleeuwen-Reformatie, de betekenis van de stadsreformatie in Genève, Zürich en Straatsburg. Ook wordt aandacht besteed aan de doorwerking van de Reformatie in bijvoorbeeld het Piëtisme.
Naast deze werkgroepen werd een jaarlijks congres geïntieerd, waarop belangrijke reformatorische thema's aan de orde komen. Tot twee maal toe stelde de Theologische Universiteit te Apeldoorn haar ruimten ter beschikking om de deelnemers aan deze studiedagen te ontvangen. De lezingen die gehouden werden, zijn inmiddels op schrift gesteld en in druk uitgegeven door Kok in Kampen.
Terwille van het contact met en het informeren van alle betrokkenen werd een mededelingenblad in het leven geroepen. Jaarlijks verschijnt een viertal nummers van dit orgaan dat de naam Reformatica meekreeg en in een duidelijke behoefte blijkt te voorzien. De kolommen van deze bescheiden periodiek – het heeft volstrekt niet de pretentie een wetenschappelijk tijdschrift te zijn – worden gevuld met boekbesprekingen, ontwikkelingen op het gebied van Reformatie-onderzoek, verslaggeving vanuit de werkgroepen, korte samenvattingen van doctoraalscripties enz.
Utrecht
Niet in het minst waren de activiteiten van het Stichtingsbestuur van meet af aan gericht op het tot standkomen van een wetenschappelijk instituut. Volgens de statuten was dat één van de doelstellingen, die om realisering vroegen. Na veel voorbereidend werk is het er nu dan van gekomen. Het lVOR heeft zijn vorm gevonden en onderdak gekregen in de gebouwen van de Utrechtse Universiteit. De vestiging van het Instituut aldaar is mogelijk dankzij de bereidheid van de theologische faculteit om ruimte af te staan en allerlei faciliteiten te verlenen. Dat de keuze uiteindelijk op Utrecht is gevallen heeft alles te maken met het feit dat de bestudering van de Reformatie hier van oudsher hoog in het vaandel heeft gestaan. Bovendien beschikt de universiteitsbibliotheek over een uitgebreide collectie boeken op dit gebied en zijn er ook goede mogelijkheden om via de computer verbindingen met andere bibliotheken tot stand te brengen.
Overigens impliceert de inwoning van het Instituut in De Uithof nog geen incorporatie met de theologische faculteit. Het bestuur stelt veel prijs op een goede relatie met Utrecht in het bijzonder en met de universitaire wereld in het algemeen. Een goede coördinatie van het onderzoek is onmogelijk wanneer er geen contact en samenwerking is met anderen die zich op dit terrein begeven. Tegelijkertijd hecht het bestuur aan volledige onafhankelijkheid van het Instituut. De verantwoordelijkheid voor het beleid van het IVOR blijft dan ook voor rekening van het Stichtingsbestuur.
Inhaalmanoeuvre
De oprichting van IVOR betekent niet dat Nederland ineens een voortrekkersrol op zich heeft genomen wat betreft de bestudering van de Reformatie. Het tegendeel is het geval. Hoezeer de hervorming, met name in calvinistische zin, heeft doorgewerkt in onze contreien, wat betreft de bestudering daarvan lopen wij bepaald niet voorop. Andere landen als Duitsland, Amerika en zelfs Korea maken in dit opzicht betere tijden mee dan wij. Daar is sprake van een verrassende opleving van de aandacht voor de reformatorische geschriften. De bestudering van het reformatorische erfgoed heeft op tal van plaatsen nieuwe impulsen ontvangen. Het internationale Calvijnonderzoek met een vierjaarlijks congres werpt duidelijke resultaten af. Regionale congressen in het Verre Oosten, in Oost-Europa, in Amerika, Engeland en Zuid-Afrika brengen sedert enige jaren vele onderzoekers bijeen. In diverse landen zijn inmiddels ook al instituten voor de studie van de Reformatie opgericht. In Duitsland kent men het 'Institut für Spätmittelalter und Reformation', in Münster bevindt zich het Bucer-instituur. Daarnaast zijn er vergelijkbare wetenschappelijke instellingen in Heidelberg, Straatsburg en Basel. De oprichting van IVOR betekent in dit licht niet meer dan een Nederlandse inhaalmanoeuvre. We mogen ons gelukkig prijzen dat het er alsnog van gekomen is.
Dienstverlening en onderzoek
Wat is men binnen het IVOR zoal van plan? Met een tweetal kernwoorden kan men de doelstelling van het Instituut samenvatten dienstverlening en onderzoek. Wat de dienstverlening betreft moet gedacht worden aan het bieden van hulp aan hen die zich met de studie van de Reformatie bezighouden. Er is een begin gemaakt met het opzetten van een databank. Via de computer moet het op den duur mogelijk zijn om op een snelle en doeltreffende wijze alle benodigde gegevens betreffende bronnen en andere literatuur te verkrijgen. Verder wordt er naar gestreefd om een aantal belangrijke tijdschriften, congresbundels, bibliografieën en dergelijke, moeilijk in handen te krijgen artikelen en boeken binnen de ruimte van het Institout te halen zodat deze ter plekke geraadpleegd kunnen worden.
Daarnaast is het mogelijk om adviezen te vragen aan de directeur en de medewerker, resp. prof. dr. W. van 't Spijker en dr. W. de Greef. Wie bezig is met een doctoraal-scriptie of een promotie-onderzoek kan bij hen terecht.
Wat het onderzoek aangaat tracht het bestuur zover te komen dat aan het Instituut ook één of meer betaalde onderzoekers verbonden kunnen worden. Tevens hoopt zij dat er een samenwerking zal groeien met andere theologische faculteiten en instellingen in Nederland. Via de werkgroepen worden predikanten en studenten gestimuleerd om de bestudering van de Reformatie ter hand te nemen.
Wie zal dat betalen?
Het behoeft geen betoog dat aan een ambitieus initiatief als het IVOR een prijskaartje verbonden is. Wie zal de aanschaf van de benodigde instrumenten (computer e.d.) bekostigen? Wie neemt de salariëring van de medewerker voor zijn rekening? Van subsidiëring door de overheid is geen sprake. Voorlopig is het Instituut afhankelijk van de bijdragen van anderen. Gelet op het feit dat het Hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, het leerstoelfonds vaji de Confessionele Vereniging en curatoria van diverse Theologische Universiteiten in de afgelopen jaren zijn bijgesprongen, bestaat er goede hoop dat er van deze zijde ook nu hulp zal worden geboden. Daarnaast heeft het bestuur echter ook een commissie geldwerving in het leven geroepen om fondsen te werven voor de opbouw en uitbouw van het Instituut. Het is vurig te hopen dat kerkelijk Nederland het belang van het IVOR zal inzien. Vooral voor de Gereformeerde Gezindte mag dat toch eigenlijk geen vraag zijn. Reformatorisch zijn dient meer te betekenen dan deze benaming voor al onze activiteiten te plakken. Het mag geen vlag worden die de lading niet meer dekt. Daarom alleen is het nodig voortdurend terug te gaan naar de wortels van onze traditie. Er is ons van Godswege machtig veel geschonken in de beweging van de Reformatie. Bestudering daarvan kan onze blik verbreden en verscherpen. Onbekendheid met onze geestelijke afkomst kan alleen maar leiden tot verarming en ontsporing. In het verleden liggen lessen voor het heden, die alleen tot eigen schade genegeerd kunnen worden. Moge het IVOR er mede toe dienen dat deze lessen worden opgevangen en doorvertaald voor onze tijd. Niet alleen het wetenschappelijk onderzoek zal dan met dit Instituut gediend zijn; ook de kerken en gemeenten zullen er dan bij gebaat zijn.
Het bestuur van de Stichting ter bevordering van de kennis van de Reformatie bestaat uit de volgende personen:
Prof. dr. F. v.d. Pol, Kampen (voorz.); drs. H.J. Selderhuis, Hengelo (secr.); ds. D. Rietdijk, Moerkapelle (penn.); dr. W Balke, 's-Graveland; drs. M. van Campen, Woerden; prof. dr. O.J. de Jong, Culemborg; prof. dr. K Runia, Kampen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's