De pastorale van Dyon 1991
Een impressie
Een conferentie
Toen mijn vrouw en ik dinsdag 2 april door het hek de kloostertuin van de middeleeuwse abdij 'de Labussière' binnenreden, over de oprijlaan naar het voorname gebouw en tenslotte uitstapten op de parkeerplaats achter de abdij, overviel ons de rust van het klooster. De drukte van het pastorieleven, de jacht van het dagelijkse bestaan, had plaats gemaakt voor een serene stilte.
Aarzelend verkenden we de omgeving, lopend langs de vijver, waarin eenden snerpten, onder eeuwenoude bomen door waarin vogels zongen en door tuinen met hun bloemen in lentetooi.
Boven ons was de halfbewolkte lucht, om ons de scherpe voorjaarswind.
Hier was het dus.
Dit was de plaats waar we enkele dagen door zouden brengen als deelnemers van de Pastorale van Dyon.
Toen we naar binnen gingen werden we hartelijk begroet door de organisatoren van de conferentie. Ze wezen ons de kamer waar we logeren zouden, te bereiken via een kleine ronde torentrap.
Direkt boven aan de trap bevond zich de kamer. Een paar meisjes waren nog bezig de kamer in gereedheid te brengen. Toen ze klaar waren konden we ons installeren. Een vrij kleine, hoge kamer. Meer verticaal dan horizontaal. Symbolisch voor het kloosterleven?
Twee bedden, twee stoelen, een kast en een wasbak. Sober, zoals het behoort in een eeuwenoude abdij.
Het gebouw maakte indruk op ons. De hoge gewelven, het sfeervolle interieur, met schemering en lichtval, de brede trappen, de wandelgangen, de glas in lood ramen, de kunstvoorwerpen. Alles ademde een voorname en gewijde sfeer. Terwijl telkens conferentiegangers arriveerden, onder wie meer dan dertig mensen uit Nederland, liepen we achteruit de tuin in. Links voerde een pad omhoog: het monnikenpad. Rechts duidde een bord aan, dat er een wijnkelder (cellier) moest zijn. We gingen terug.
Na verloop van tijd was iedereen gearriveerd, hadden velen elkaar gegroet als broeders en zusters in Jezus Christus en namen we na de eerste lezing plaats aan de tafels, waar een uitstekende Franse maaltijd op ons stond te wachten.
Inclusief de wijn uit de wijnkelder. En de Franse kaas, o die Franse kaas.
Enkele gegevens
Het was voor de zesde keer dat de Pastorale in dit kleine Franse dorpje la Bussière aan de Ouche in de omgeving van Dyon werd gehouden. De eerste keer waren er nog geen twintig deelnemers, nu meer dan honderd. Het is een jaarlijkse ontmoeting geworden van bijbelgetrouwe christenen uit Frankrijk en andere Europese landen en verder uit heel de wereld. Een veelkleurig gezelschap. Er waren strenge calvinisten, anderen waren meer evangelisch getint. Toch — een voorbeeld voor ons in Nederland — was er een éénheid die de verscheidenheid overspande en onderbouwde. Die eenheid was het geloof in de Ene Naam, die onder de hemel gegeven is tot zaligheid.
De conferentie duurde van dinsdag 2 tot vrijdag 5 april en stond onder leiding van de hervormde prof. Jean-Marc Daumas uit Aix-en-Provence en de baptistenpredikant uit Lausanne: Stuart Olyott.
Hoewel de bijeenkomst geen duidelijk thema had, ging het toch steeds om de vraag naar de confrontatie van het Evangelie met de wereld waarin we vandaag leven. Een confrontatie die met name in een land als Frankrijk, waar oud heidendom en modern atheïsme hand in hand gaan, een enorm spanningsveld oproept. Een spanningsveld dat haaks stond op de omgeving, waar we verkeerden. Het waren twee werkelijkheden, die daar in die abdij door elkaar heen liepen.
In dat spanningsveld bevonden we ons als conferentiegangers. Hoewel toch weer op ontspannen wijze, vanwege de rust in Christus, die gisteren en heden Dezelfde is.
De lezingen
We hadden een behoorlijk bezet programma. Alles bij elkaar twaalf lezingen. En dan nog geen schrale verhaaltjes, zoals wij die wel eens kennen, maar stevige kost van anderhalf uur per lezing of soms nog langer. Zou het soms daarom zijn dat de lectoren achter een tafel zaten, terwijl wij het staande achter een lessenaar gewend zijn?
Prof. Daumas beet het spits af met een lezing over 'de dominee in de Franse literatuur'. Woensdag refereerde prof. L. Schummer uit Brussel over de dienst (c.q. dienaar) van het Woord in de Institutie van Calvijn (boek IV). Ook hield die dag dhr. A.R. Kayayan, directeur van het Franse radiopastoraat 'Perspectives Réformées', twee lezingen over 'Evangelisatie volgens de Bijbel'.
Voor de lezingen op donderdag was ds. C.W. Du Toit uit Zuid-Afrika gekomen om met ons na te denken over het vraagstuk van contextualiteit van de bijbelse boodschap. Terzake kundig en 'to the point'. In zijn lezingen was het hierboven genoemde spanningsveld het meest voelbaar;
Vrijdagmorgen hield ds. S.W. Théron, eveneens uit Zuid-Afrika, een lezing over Hoofdstuk 6 van de Hebreeënbrief. Een prachtig stuk theologie.
De laatste lezing behandelde het probleem van de echtscheiding.
Het avondprogramma droeg een eigen karakter. Er waren drie lezingen georganiseerd, die handelden over de brief van Judas. Ze werden gehouden door Ken Wimer, evangelist in de Ivoorkust. Hij bouwde zijn betoog op rondom twee kernen: het gevaar van de afval en de oproep tot volharding.
Inhoudelijk waren de lezingen nogal verschillend. Ook wat niveau betreft.
De behandeling van de Judasbrief was geladen, maar theologisch niet sterk. Toch ging er wat van de evangelist uit. Hij stond daar met de opengeslagen bijbel in zijn ene hand en druk gesticulerend met zijn andere hand. Het was soms alsof hij een pistool op ons afschoot, wanneer hij ons toeriep dat we 'pêcheurs' (zondaren) waren.
Een goed stuk theologie was te horen in de lezingen over de Institutie van Calvijn, de contextualiteit en Hebreeën 6. Praktisch en daarom waardevol was het verhaal over de bijbelse voorwaarden waaraan evangelisatie in onze tijd dient te voldoen.
Ontdekkend
Wij Nederlandse protestanten zijn een klagend volkje. We hebben al gauw kritiek op dingen die we zien en horen. Maar wie zich probeert in te leven in wat medechristenen in allerlei Franssprekende landen meemaken, wie zich realiseert hoe klein hun aantal vaak is, hoe gering hun middelen zijn en hun theologische bagage, die wordt wel stil.
Wat te denken van die man die zei in een straal van 60 km de enige kerkganger te zijn.
Wat te denken van dhr. Coste uit Parijs, die stug volhardend doorgaat te werken in een kleine kring van kerkgangers, gelovend dat de Heere ook in die grote stad zijn kinderen heeft. Alleen het is nog niet bekend wie dat zijn. Daarom gaat hij door.
Wat te denken van de predikant uit Italië, die vertelde van de kleine protestantse gemeente der Waldenzen, waar hij werkt en te horen hoe vitaal die gemeente is.
Wat te denken van de voorbeelden die prof. Daumas noemde uit de Franse literatuur, waarin de dominee wordt afgeschilderd als een onnozele man, die het in zijn hersens haalt te verdienen aan sentimenten van medemensen.
Je durft niet eens te vertellen hoeveel mensen er bij je thuis naar de kerk gaan. Monden vallen open van verbazing als je zegt dat je gemeente 3000 mensen telt. Tegelijk voel je je verlegen worden als iemand uit Zwitserland in scherpzinnige naïviteit vraagt of dan al die 3000 mensen bekeerd zijn.
Veel om over na te denken. We weten hier in Nederland niet half hoe rijk we zijn. En dan denk ik aan die gedeelten in de Bijbel waarin gewaarschuwd wordt tegen het verachten van die rijkdom. Dan kan het licht op de kandelaar wel eens weggenomen worden. Zou dat soms ook iets te maken kunnen hebben met het sluipend vergif van de secularisatie?
Catechismus van Genève
Donderdagmorgen was een hoogtepunt tijdens de conferentie. Broeder A. van Velzen uit Krimpen aan den IJssel zal hier meer over schrijven.
Toen werd de in het Frans vertaalde Catechismus van Genève (1542) aangeboden aan de leiding van de conferentie. Deze vertaling is tot stand gekomen door samenwerking tussen kerken uit Zuid-Afrika, kerken in Frankrijk en het Comité d'Entraide Chrétienne Réformée in Nederland. De hoogbejaarde Marcel zorgde voor de vertaling van de Latijnse editie van de hand van Calvijn. Het is een klein, handzaam boekje geworden, geschikt voor het gewone gemeentelid. Gesproken werd er door verschillende mensen, onder wie dhr. A. van Velzen, de secretaris van het Nederlandse Comité.
Het was werkelijk ontroerend de dankbaarheid van de Fransen te proeven. Deze overhandiging heeft symbolische waarde. Het is een gebaar van bescheiden, gevraagde hulp voor Frankrijk. Er is zo weinig kader. Zo weinig kennis. Wanneer dan zo'n catechismus van hand tot hand gaat en mensen hem als een rijk bezit meenemen, wordt je diep geraakt.
Dan ga je een in onze ogen kleine boekentafel, die in de hal stond, anders taxeren. Je krijgt er diep respect voor.
Ontmoeting
Eén van de waardevolle elementen van deze conferentie was de ontmoeting met medechristenen uit heel de wereld.
Studenten uit Guadaloupe, in dikke jassen gekleed omdat ze het zo koud vonden, zaten tussen Zwitsers, Fransen en Nederlanders.
Aan tafel zat je naast mensen, met wie je een indringend gesprek kreeg. Je voelde een geweldige verbondenheid. Je begreep elkaar ondanks de taalbarrière vrij snel. Het was soms als het klein Pinksteren op de Paasavond in Jeruzalem (Joh. 20).
Samen zong je bekende psalmen en andere liederen. Samen bad je en luisterde je naar de Schrift. Ja, het was de Schrift die je samenbond.
En dan ineens was er ook de belangstelling voor gevoelige onderwerpen.
Het was tijdens de nabespreking van de lezing over evangelisatie dat het gesprek op de uitverkiezing kwam. Toen wilde haast iedereen wat zeggen. De één had dit, de ander dat, zonder iets nieuws toe te voegen.
Ds. Olyott riep uit dat remonstrantisme 'cruellement' was (wreed) en 'diablement' (duivels). En hij meende het.
Dan denk je: zo'n discussie zou je in Nederland ook kunnen krijgen.
Spiritualiteit
Wanneer je de conferentie nog eens evalueert, vraag je je af, wat voor jou nou de essentie van het samenzijn geweest is.
Ik zou willen zeggen: de spiritualiteit.
De beoefening van de omgang met God in lied, gebed, bijbelstudie. Gemeenschappelijk, over de taalgrenzen heen. Stil was het tijdens de gebeden aan het begin en einde van de dag.
Mooi was het dat iedereen aan het open gebed mee dee, luisterend of sprekend.
Het samen stil zijn voor God en met elkaar is zo zegenrijk.
Voor altijd in een klooster blijven, nee, dat zou ik niet willen.
Ik geloof ook niet dat dat Gods bedoeling met ons leven is. Maar een week in retraite, een week met meditatie in plaats van prestatie, dat is gezond voor ons geestelijk leven.
Vrijdag reden we weer weg, het hek uit, langs de rivier de Ouche, naar de autoroute via Dyon, op huis aan.
De stilte is voorbij.
De drukte er weer.
Toch is er een geheim in het hart gebleven. Het geheim van de ontmoeting met God en elkaar.
Daar in de eeuwenoude abdij van La Bussière.
In de verte hoor ik de roep:
'Frères et soeurs aux Pays-Bas,
Priez pour nous.'
'Broeders en zuster in Nederland,
Bidt voor ons.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's