De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

dr. P. E. Jongsma-Tieleman, Geloven; gewoonte of keuze, een onderzoek naar het effect van godsdienstige opvoeding onder gereformeerde jongeren, uitgave van J.H. Kok te Kampen, prijs ƒ 45,—.
Op 11 maart jl. is de schrijfster op dit onderzoek gepromoveerd. Zij is verbonden als psychotherapeute aan een instelling voor de behandeling van verslaafden. Ze heeft in 1984 een onderzoek gedaan in de stad Groningen onder 1000 gereformeerde (synodale) jongeren van 18 tot 25 jaar.
Vanuit praktische overwegingen is er geen contact geweest met de ouders van de jongeren die meestal buitenshuis wonen (100). In deze leeftijdsfase maken de meeste jongeren hun belangrijkste keuzes (99). Ze heeft uiteindelijk 407 ingevulde vragenlijsten terugontvangen. Op grond van deze gegevens komt ze tot een aantal aanbevelingen.
De studie is als volgt opgebouwd: Na een schets hoe de situatie van de geloofsoverdracht op dit ogenblik is, komt ze tot de conclusie dat het al of niet godsdienstig zijn een zaak is van de keuze van de individu. De geloofsoverdracht, zoals dat altijd gebeurde, zou voor onze tijd ongewenst zijn, omdat er geen goede voorbereiding gemaakt zou worden om keuzes te maken (23).
Als kader voor haar onderzoek gaat de schrijfster te rade bij de psycho-analytische ontwikkelingspsychologie van Erikson, omdat hij de menselijke ontwikkeling plaatst in de historische en maatschappelijke context. In die theorie wordt ook een functie toegekend aan levensbeschouwing en godsdienst (25). Volgens E. hebben drie instanties grote invloed op de identiteits- en geloofsontwikkeling van de jongeren: ouders — samenleving — vrienden.
Bij de probleemstelling richt dr. Jongsma zich alleen op de ouders; op welke wijze kunnen die bijdragen aan een geloofsoverdracht, die de kenmerken heeft van 'commitment' en 'crisis' (44/45).
Haar onderzoekshypothese luidt: een overwogen religieus committent van jongeren wordt bevorderd, wanneer ouders zelf godsdienstig betrokken zijn en wanneer zij in de godsdienstige opvoeding een democratische opvoedingsstijl hanteren (85).
Na de beschrijving van haar onderzoek en het formuleren van slotbeschouwingen, komt zij tot een aantal aanbevelingen:
— Ouders moeten laten zien in hun eigen leven, in een persoonlijke vormgeving van hun geloof, dat godsdienst werkelijk belangrijk voor hen is en ze moeten in hun godsdienstige opvoeding democratisch zijn. Dat zou moeilijk uit te voeren zijn, omdat de ouders nooit geleerd zou zijn hun geloof een eigen vorm te geven en in gewone taal te spreken over de zaken van het geloof.
— Jongeren vinden dat de kerkdienst een meer bij-de-tijdse vorm moet krijgen en dat er meer rekening gehouden moet worden met vragen van jongeren (191/192).
Deze studie moet door vakgenoten en belangstellenden gelezen worden. Het is hier niet de plaats om er dieper op in te gaan.
Zonder de conclusies voor 100% over te nemen, wordt opnieuw uit deze studie duidelijk, dat jongeren behoefte blijven houden aan identificatiefiguren, die in hun betrokkenheid op de dienst van de Heere in rapport met de eigen tijd moeten staan: de tollenaarsgestalte en de zelfverloochening van de barmhartige Samaritaan. Behoefte aan gesprek om tot de wortel door te stoten is aanwezig bij de jongeren; maar dan moet er ook een echte luisterhouding bij ons zijn, zodat we alvast geen antwoorden gaan geven op vragen die mogelijk gesteld zullen worden.
Geef aan jongeren ook de ruimte om een aantal ontdekkende vragen te stellen naar de godsdienstige opvoeding in het gezin, de school en de kerk. Laten we niet (te) bang zijn dat we dan de greep op onze jongeren kwijt raken. Als ze zien dat de Heere de genademiddelen zegent, dat God de Heilige Geest het geloof schenkt en onderhoudt en oproept om te groeien in de kennis en de genade van de Heere Jezus, dan mogen we hoop houden dat de Verbondsgod binnen de bedding van het genadeverbond doorgaat om ook jongeren van de gemeente te roepen uit de duisternis van de dienst van de zonde, de demonische wereld tot het licht van Gods genade, gunst en gemeenschap.
Als er brandende harten zijn, dan moeten we het zeggen: Hij is opgestaan en door mij gezien. Wat een wonder. Deze levensinstelling heeft ook gevolgen voor ons staan in deze post-christelijke samenleving, waarin de kerk naar de marge verbannen is. Kleur bekennen en ons niet schamen voor het Evangelie dat een kracht Gods tot zaligheid is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's