De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Deze, Déze is de Messias

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Deze, Déze is de Messias

Een gesprek met dr. J. Haitsma

14 minuten leestijd

Het gebeurt niet zo vaak dat iemand op 77-jarige leeftijd nog een lijvig boek het licht doet zien. Dr. J. Haitsma uit Boskoop wel. Hij verraste ons met een nieuwe studie over de Messiasbelijdende jood Christiaan Salomon Duijtsch, die enige weken geleden op de markt kwam onder de titel Deze, Déze is de Messias. De zoveelste publikatie van zijn hand, in frisse band gestoken door uitgeverij J.J. Groen en Zn. in Leiden. Onwillekeurig vraag je je af hoe hij er kans voor heeft gezien om in de pastorie en naast andere werkzaamheden tijdens zijn emeritaat zoveel te schrijven. Waar haalde hij de tijd en de creativiteit vandaan? Op een regenachtige dag ben ik in de auto gestapt om bij hem thuis over één en ander te spreken.

Grote geesten en kleine geesten
Over het geheim van zijn werkkracht is de witgebaarde predikant kort en duidelijk. Zijn leven lang heeft hij de gewoonte gehad om 's ochtends heel vroeg op te staan. De laatste tijd iets later dan toen hij nog dienstdoend predikant was, maar nog altijd zit hij steevast om half acht op zijn studeerkamer. Vanaf zijn prilste jeugd is Haitsma al een ochtendmens geweest. Hij prijst zich gelukkig een vrouw naast zich te hebben die hem daarbij niet in de weg staat, maar alle ruimte voor bezinning geeft. Hij herinnert zich ook nog haarscherp aan wie hij de gewoonte om de ochtenduren voor studie te gebruiken heeft te danken. Tijdens een theevisite bij dr. B. Wielenga in Amsterdam kreeg hij het welgemeende advies mee: 'Mijn heren, zorgt u ervoor dat u 's morgens met de grote geesten omgaat, dan kunt u 's middags en 's avonds met minder grote geesten verkeren'. Haitsma lacht uitbundig als hij aan deze opmerking terugdenkt. Maar ondertussen heeft hij er wel dankbaar gebruik van gemaakt en hij kan het ook zijn jongere collega's van harte aanbevelen.

Wonderlijke leiding
Naast de dissertatie over de leer aangaande de kerk in de diverse reformatorische catechismi hield dr. Haitsma, die bijna dertig jaar predikant in Woerden is geweest, zich lange tijd ook bezig met de plaatselijke kerkgeschiedenis. Als vrucht daarvan verschenen er o.m. boeken over Hervormd Woerden en Hervormd Mijdrecht. Tussen de bedrijven door en vooral gedurende de laatste tien jaren heeft hij zich intens verdiept in het leven en werk van Messiasbelijdende joden, met name Ragstat à Weille en Christiaan Salomon Duijtsch. Wanneer is hij op dat spoor gezet en hoe kwam hij daar eigenlijk toe?
Wat de belangstelling voor Duijtsch betreft noemt Haitsma het zonder meer een 'wonderlijke leiding Gods', daarbij verwijzend naar de titel van een bekend werk van deze voormalige joodse rabbi. Na zijn studie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam – hij was toen nog gereformeerd – moest hij zijn zogeheten preparatoir examen afleggen. Ds. Kapteyn, die 'zendeling onder joden' was, zou het onderdeel Oude Testament afnemen en zodoende kwam hij met deze predikant in contact. Na het bewuste examen bleef het echter windstil. Het was in een tijd dat de Gereformeerde Kerken overvol zaten met werkers en dat sommige kandidaten wel tien jaar op een beroep moesten wachten. Zo stond ook Haitsma aanvankelijk ledig aan de markt. 'Er kwam slechts een enkel preekverzoek en ik zat maar daarboven, drie hoog in de Valeriusstraat van Amsterdam af te wachten wat er zich aandiende.' Maar op zekere morgen om half negen kwam zijn hospita vertellen dat ds. Kapteyn voor de deur stond en hem wilde spreken. 'Kun jij me helpen, Haitsma? Ik heb het zo ontzettend druk, ik kan het niet meer bijbenen en nu is er een oude jood, het is de emaillekoning van Nederland, 67 jaar oud, en die wil drie middagen in de week catechisatie volgen. Zou jij dat willen doen?' Haitsma zag er echter geweldig tegenop. Hij had amper ooit met een jood gesproken. En dan catechese geven? Hoe moest dat? Ds. Kapteyn gaf hem de raad om gewoon samen de profeet Jesaja te lezen. En hij voegde eraan toe: 'Als jij wilt begrijpen welk een strijd het voor een jood kan zijn om christen te worden, dan moet je het boek van Chr. Sal. Duijtsch lezen De wonderlijke leiding Gods met een blinde leidsman der blinden op wegen en paden die hij niet kende.'
Kandidaat Haitsma nam dit advies goed in zich op. En wonderlijk, een jaar later bracht hij zijn zomervakantie door bij kennissen in Groningen. Daar kwam iemand op bezoek die hem een boek aanbood en vroeg of hij er belangstelling voor had. Laat het nu uitgerekend het bewuste boek van Duijtsch zijn. Toen is hij het gaan lezen. Aanvankelijk vond hij het maar taaie kost, waar hij moeilijk doorheen kon komen. In toenemende mate werd hij er evenwel door geboeid en raakte hij meer en meer betrokken op het leven en de geschriften van Duijtsch. Door het bezig-zijn met andere onderwerpen raakte deze Messiasbelijdende jood later wat op de achtergrond. Maar toen hem na het boek over Woerden gevraagd werd of hij ook niet de plaatselijke kerkgeschiedenis van Mijdrecht wilde beschrijven, kwam Duijtsch ineens opnieuw op zijn weg. Vele jaren achtereen heeft deze joodse predikant immers de gemeente van Mijdrecht mogen dienen! 'Toen greep hij mij nog meer dan vroeger en ben ik me heel intensief in zijn geschriften gaan verdiepen. Zijn boek over Gods wonderlijke leiding heb ik intussen al wel 20 of 30 keer gelezen en ik ontdek er nog altijd weer nieuwe dingen in.'

Worsteling
Wat trof dr. Haitsma zo bijzonder in het werk van Salomon Duijtsch? Vooral de beschrijving van gewoon menselijke emoties. Hij herkende zich in de wijze waarop Duijtsch deze gevoelens vertolkte. Maar hij werd ook heel erg getroffen door de zoektocht van Duijtsch naar de Messias. Hoe ontzaglijk veel hij daarvoor over had. Bijna heel West-Europa heeft hij doorgezworven om de Messias te vinden. Daarbij moest Haitsma sterk aan Luther denken, die immers ook gekweld werd door de vraag: 'Hoe krijg ik een genadig God?' Diezelfde, peilloze angsten van Luther vond hij terug bij Salomon Duijtsch. Dat sprak Haitsma aan. Niet alleen vanuit zijn belangstelling voor de kerkgeschiedenis, maar ook omdat hij in deze existentiële worsteling iets herkende bij zichzelf. In deze strijd, dit zoeken naar vrede voor het hart, voelde hij zich verwant zowel met Luther als met Duijtsch.

Bevindelijke kringen
Zonder twijfel is dr. Haitsma één der eersten die via publikaties de aandacht op Sal. Duijtsch heeft gevestigd. Hoe komt het toch dat men in wetenschappelijke kring zo weinig oog heeft gehad voor deze jood-schristelijke theoloog die toch zeker niet de eerste de beste was? De Boskoopse emeritus-predikant is van mening dat velen hem te mystiek vonden. Verlichte mensen uit die tijd bekritiseerden De wonderlijke leiding Gods hevig. In tijdschriften verschenen er vernietigende recensies. Het grote bezwaar was dat Duijtsch 'schijnbaar' op een onmiddellijke wijze tot het zoeken van Christus gekomen is. Het verhaal is bekend, hoe Duijtsch drie nachten achtereen, op 10, 11 en 12 november 1761 een bijzondere ervaring meemaakte. Het was 'alsof' hij een stem hoorde: 'Ga uit de duisternis...' En dat terwijl hij bezig was met Talmoed-studie, want hij bestudeerde de joodse geschriften dag en nacht. Later, een half jaar daarna heeft zich dit gebeuren herhaald en was het 'alsof' Duijtsch toen hoorde zeggen: 'Gij moet komen tot de gekruisigde Christus'.
De tegenstanders noemden dat dweperij, want God werkt alleen door middel van de Bijbel en door de prediking. En al die spanningen, die strijd die Duijtsch gekend had, vonden ze ook maar niks. Puur menselijk en psychologisch verklaarbaar. Toch zijn er altijd kringen geweest waar de Wonderlijke leiding Gods wel werd gelezen. Dat blijkt alleen reeds uit het feit, dat in 1977 de zoveelste herdruk van dit boek is verschenen. Als predikant van Woerden kwam Haitsma diverse 'gewone' gemeenteleden tegen die het werk kenden en er regelmatig in lazen. Ooit plaatste hij een oproep in De Waarheidsvriend, De Saambinder en Om Sions Wil of er iemand was die het 'Eenvoudig antwoord' van Duijtsch in zijn bezit had, een werkje dat de joodse predikant had geschreven om critici van zijn boek te weerleggen. Het aantal reacties was verbluffend en daaruit bleek hem hoezeer de figuur van Duijtsch bekend en geliefd is onder bevindelijke christenen. En wat die wetenschappelijke wereld betreft, Haitsma vindt het merkwaardig dat zelfs Isaac da Costa Duijtsch niet noemt in zijn Israël en de volken, hoewel hij in dit werk toch speciaal ook christen-joden uit de volken de revue laat passeren. Wat betreft de christen-joden in Nederland wijst Da Costa echter alleen op de figuur van Ragstat à Weille. Vreemd is dat... Misschien heeft het te maken met het feit dat de bevindelijke stroming niet zo erg in trek was in die tijd.

Historisch betrouwbaar
Enige jaren geleden werd er een rechtszaak aangespannen tegen het boek van een ander Messiasbelijdende jood, te weten Isaac Levinsohn. Vele lezers van De Waarheidsvriend zullen zich dat herinneren. Eén van de beschuldigingen was toen dat de figuur van Levinsohn gefingeerd zou zijn en dat het hele verhaal historisch niet betrouwbaar was. Terloops werd daarbij destijds ook de naam van Duijtsch genoemd. Wat valt er te zeggen over de historische juistheid van alles wat door en over Duijtsch is geschreven? Deze vraag heeft Haitsma de jaren door hevig beziggehouden. Hij wilde graag dat Duijtsch, die in zijn leven zo kwalijk behandeld is niet alleen wegens zijn Oranje-gezindheid, maar ook vanwege zijn rechtzinnigheid, een zeker eerherstel zou toekomen. En toen hij de beschuldiging tegen Levinsohn en Duijtsch gehoord had, nam hij zich voor een Duijtsch-reis te maken. Hij wilde naar Nove Mesto in het huidige Tsjechoslowakije, waar Duijtsch rabbijn was geweest en ook al die andere steden langs gaan waarover geschreven wordt in De wonderlijke leiding Gods. Was er nog iets terug te vinden over gebouwen, situaties of personen die in het boek vermeld worden? Samen met zijn zoon is hij er in 1986 op uitgetrokken en tot zijn grote verwondering bleek het verhaal van Duijtsch tot in de details toe te kloppen. Eén van de vele voorbeelden is, wat Duijtsch vertelt over zijn ervaringen in Minden. Hij ontmoette daar een lutherse predikant, ds. Mauritius, die hem enkele middagen per week catechisatie gaf. Op een dag besloot hij ook eens bij deze voorganger naar de kerk te gaan. Maar wat een afknapper was dat. Want toen hij de kerk binnentrad, zag hij tot zijn grote ontsteltenis beelden. Hij gruwde ervan en sloot de ogen om ze maar niet te hoeven zien. De preek van ds. Mauritius sprak hem bijzonder aan, het was balsem voor zijn hart en hij kreeg voedsel voor zijn ziel. Maar oh, die beelden, die beelden, die beelden... Vader en zoon Haitsma hebben ook aan deze kerk een bezoek gebracht. En wat ontdekten ze? Bovenop het klankbord van de preekstoel was een groep met beelden geplaatst, zodat ieder die naar de predikant keek ook meteen geconfronteerd werd met de gebeeldhouwde gestalten die zoveel afschuw bij de jood Salomon Duijtsch opriepen. Zo hebben zij tal van situaties, namen en voorvallen kunnen natrekken en met eigen waarneming kunnen vaststellen dat het verhaal van Duijtsch tot in de kleinste bijzonderheden op waarheid berust.

Joods-christelijke gesprek
We zijn benieuwd naar de motieven waarom Haitsma nog weer een nieuw boek over Duijtsch op tafel heeft gelegd. Was er nog iets toe te voegen aan de drie publikaties over deze joods-christelijke predikant die van zijn hand reeds verschenen? Toch wel, want dit boek maakt ons getuige van een uniek gesprek dat Duijtsch met zijn joodse volksgenoten voerde over zaken die ook vandaag nog brandend actueel zijn. Het laatste geesteskind van Haitsma biedt een beknopte weergave en tevens een commentaar op het drie-delige levenswerk van Duijtsch: Israëls verlossing en eeuwige behoudenis. Gaat het in De wonderlijke leiding Gods om een biografische beschrijving van Duijtsch' weg tot Messias Jezus; in dit geschrift gaat het om inhoudelijke argumentering. Hier is een jood, die rabbijn geweest is en dus alles van het jodendom afweet met zijn joodse broeders in dialoog! En hij probeert hen met liefde en overtuiging aan te tonen, dat de Verlosser op wie zij nog altijd wachten reeds gekomen is in Jezus van Nazareth.

Het is een heel onbekend geschrift, dat slechts in enkele universiteitsbibliotheken te vinden is en dat in originele vorm een klein 900 pagina's omvat. Duijtsch wilde met dit omvangrijke boek bereiken dat de joden uit hetgeen ze al wisten de conclusie zouden trekken dat Jezus de Messias is. Indringend gaat Duijtsch met hen in gesprek over zaken als de Drieëenheid en het God-zijn van Jezus. Onderwerpen die in de joods-christelijke ontmoeting van onze tijd volop in discussie zijn. Maar terwijl vandaag in sommige christelijke kringen de neiging bestaat om enigszins afstand te nemen van de klassieke formuleringen houdt Duijtsch daar juist met klem aan vast. Het bijzondere daarbij is dat hij zich niet alleen beroept op Mozes en de profeten, maar ook op joodse bronnen als de Targoem (het oudste joodse commentaar op het Oude Testament), de Talmoed (de verzameling van rabbijnse discussies over de Thora) en de Kabbala (een joodse geheimleer betreffende het wezen van God). De belijdenis van de Drieëenheid is naar zijn mening niet de christelijke dwaling bij uitstek zoals veelal beweerd wordt, omdat ook diverse oude en vermaarde rabbijnen daarover al gesproken hebben. Haitsma ziet hier een duidelijke parallel tussen Duijtsch en ds. J. Rottenberg, een andere joods-christelijke predikant uit onze eeuw. Ook deze heeft vanuit de joodse bronnen proberen aan te tonen dat de Drieëenheid wel degelijk een plaats heeft in de joodse traditie. De Boskoopse predikant is er diep van overtuigd dat de stem van Duijtsch gehoord moet worden in het joods-christelijke gesprek zoals dat in onze dagen gevoerd wordt en een substantiële bijdrage kan betekenen voor de huidige bezinning op de relatie van kerk en Israël.

Blijvende beloften
Nu we het daar toch over hebben, hoe kijkt Haitsma – tenslotte – aan tegen de ontwikkelingen zoals die zich vandaag op dit punt binnen de kerken voordoen? Haitsma zucht enkele keren heel diep en zegt dan: 'Kijk, ik vind het heel belangrijk dat de kerk zich met Israël bezighoudt. Ontzettend belangrijk! Destijds met Fundamenten en perspectieven (1947), waarin zoveel aandacht voor het joodse volk werd gegeven, dat vond ik geweldig. En dat de Hervormde Kerk de eerste was in de wereld die zich positief over Israël heeft uitgesproken na Auschwitz, daar was ik heel blij mee. Wij moeten vasthouden aan Gods blijvende beloften voor het joodse volk. Ook de landbelofte, al lijken er vandaag mensen te zijn die daar weer achter terug willen. Nee, ook de landbelofte! Maar tegelijk geloof ik dat Israël, wil ze echt oudtestamentisch handelen, de vreemdeling (de Palestijn dus) moet behandelen als iemand uit hun midden. Je hoeft niet automatisch alles goed te keuren wat Israël in politiek opzicht alle­maal doet. Maar aan die landbelofte houd ik vast. En op de laatstgehouden predikantenvergadering heb ik gezegd wat ik ook vaak mijn catechisanten voorhield, namelijk dat de joden een Koning hebben. De Nederlanders hebben een koning, de Engelsen en de Noren... En ook de joden hebben een Koning en dat is Jezus van Nazareth. Ik vind het de tragiek van het huidige jodendom, ook in Israël, dat zij hun wettige Koning niet erkennen. Wel in het land willen wonen, maar hun Koning niet erkennen. Ik heb tijdens die conferentie gevraagd: Ben ik daarin te massief in mijn denken en spreken? Helaas kreeg ik daarop geen duidelijk antwoord. Maar ik kan het toch niet anders zien. Daarvoor ben ik tezeer doordrenkt van de gedachten van Da Costa en Rottenberg. En wat de recente wijziging van artikel 8 in de Kerkorde van de hervormde kerk betreft; met een maximaal positieve interpretatie kun je ermee leven. Dat ben ik met jou eens. Dan kun je met deze formulering wat beginnen. Maar hoe kun je nu ooit het verkondigende element in de ontmoeting met Israël weglaten? Dat kan niet, dat kan niet... Dat zou toch verloochening betekenen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Deze, Déze is de Messias

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's