Globaal bekeken
In Opbouw (Nederlands Gereformeerd) schrijft T. Hoekstra lezenswaardige stukken over 'mystiek In de literatuur', in het laatste artikel ook over 'Kritiek en spot', die de mystiek (zeg ook de bevinding) de eeuwen door te verduren kreeg:
'Rudolf van Reest laat in zijn romans duidelijk de kritiek doorklinken op de uitwassen van de mystiek. Dat deed Hogenbirk ook in "Neveldijk". Maar het is ook duidelijk dat ze oog hebben voor de moeiten en strijd van al die zwaarmoedige tobbers die ze beschrijven. Bij veel andere schrijvers ontbreekt dat en gaat, de kritiek over in spot die soms een uiting lijkt van haat. Is het de afwijzing door de wereld van "gij geheel anders"?
Zie wat Bunyan schrijft in De Christenreis naar de Eeuwigheid: Christen en zijn metgezellen moeten op hun reis door een stad trekken waar altijd kermis wordt gehouden, de Kermis der IJdelheid. Zij veroorzaken grote opschudding en dat komt door drie dingen: hun afwijkende kleding, hun aparte taalgebruik (de tale Kanaäns, noemt Bunyan dat) en door hun afwijzen van alles wat de kermis biedt. Laten we vandaag eens kennis nemen van literatuur waarin vooral de spot doorklinkt.
Mennisten-vrijage
Uit het begin van de zeventiende eeuw is het gedicht "Mennisten-vrijage" van Starter:
Ik vrijde op een tijd een zoet
Mennisten-zusje,
Die ik zeer hoffelijk kwam groeten
met een kusje;
Maar wat ik deed, was wind; zij zei:
Bij ja en neen,
Dit vrijen krenkt mijn eer, ik bid je,
ga toch heen!
't Is onze zusters niet geoorloofd te
verkeren
Als bij het fijnste volk, bij broeders
in den Here.
Het gedicht is te lang om het hier helemaal over te nemen; ik vat het verhaal daarom samen. Het meisje heeft op alles wat de minnaar zegt, een bijbeltekst als antwoord. Ze heeft ook veel kritiek op zijn uiterlijk; hij is veel te opzichtig gekleed; zij zou zich bezondigen als ze zo'n werelds iemand zoende. Maar later komt hij wéér, heel eenvoudig gekleed, in het zwart en zonder een enkele versiering. Hij doet zich vroom voor, spreekt haar aan als zuster en praat maar steeds over godsdienst. Na verloop van tijd geeft hij haar een zoen, maar zij is bang dat de mensen erover zullen praten. Het vervolg is:
Ik zwoer haar dat ik wel zo heimlijk
en secreet
Was als de nacht, en zei: Voorzeker,
dat je 't weet.
Ik wil de kaars uit doen! O, zweer
niet, zei ze, trouwen, (= alsjeblieft)
Doe uit de kaars, opdat gij uw eed
moogt bouwen.
Toen knoffelde ik rondom in 't duister,
tottertijd
Dat ik een bedde vond; ik nam haar
aan mijn zijd'
En zei: Voorwaar mijn lief, hier willen wij met lusten
En vrolijk geneugt vanavond samen rusten.
Zweert gij, voorwaar, zei zij, daar ik
u zo vermaan? (daar = terwijl)
O, broeder, hadt gij niet die zware eed gedaan,
Ik had om al de weerld niet bij u willen komen,
Maar uwe stoutheid u ten kwaadste afgenomen.
Zo komt gij dan? zeide ik. Ja, zei ze, al is 't mij leed.
Ik kom, opdat gij niet zoudt breken uwe eed.'
Op donderdag 2 mei a.s. hoopt in Utrecht te promoveren drs. H. Florijn op een proefschrift getiteld 'De Ledeboerianen, een onderzoek naar de plaats en denkbeelden van hun voorgangers tot 1907'. Proficiat!
Van de bijgevoegde stellingen geven we de volgende door:
• Het kerkelijk standpunt van de ledeboerianen sloot beschouwing van de Nederlandse Hervormde Kerk van hun dagen als de voortzetting van de 'kerk der vaderen' (de gereformeerde kerk uit de 16e, 17e en 18e eeuw) uit.
• Ledeboer was in veel opzichten het minst ledeboeriaan van alle ledeboerianen.
• Gezien het grote belang van de kanttekeningen van de Statenvertaling is het te betreuren dat er nog nooit een diepgaand onderzoek naar de hermeneutiek van de statenvertalers heeft plaatsgevonden.
• In het gezelschapsleven in Nederland in de 17e en 18e eeuw verschoof het onderwerp van gesprek steeds meer van Gods Woord naar Gods volk.
• In Psalm 66 : 16 wordt het bevindelijk element niet uitgeschakeld maar tot uitdrukking gebracht.
• De zonde van David bij de telling van het volk (2 Sam. 24, 1 Kron. 21) bestond vooral uit de overtreding van het gebod, gegeven in Exod. 30 : 12-16.
• Het samenstellen van geïntegreerde klassen van lbo- en ibo-leerlingen in de eerste twee leerjaren van het lager beroepsonderwijs komt de vorming van de ibo-leerlingen ten goede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's