De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een Calvinist op eigen houtje (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een Calvinist op eigen houtje (2)

Proefschrift over Hugo Visscher 1864-1947

8 minuten leestijd

Kritische kanttekeningen
Visscher bestrijkt, zoals Wiegeraad aangeeft, een groot theologisch veld. Hiermee geeft hij tevens de zwakke kant van Visscher aan. Visscher komt niet tot een eigen theologische onderbouwing, waardoor de G.B. zich zou kunnen profileren. Ook dogmatisch blijft het bij enige stellingen. De meest saillante punten binnen dit kader zijn de opvattingen over het verbond, wedergeboorte en geloof. Het bonte palet van filosofen, dat Wiegeraad uit het oeuvre van Visscher naar voren brengt, laten mij een veelzijdig theoloog zien, echter met weinig eigen theologische structuur. Aan het eind van het systematisch beschreven gedeelte gekomen, heb ik me afgevraagd, waar Visscher nu theologisch stond? Al lezend kwam ik tot de conclusie, dat hij meer 'een Kuyperiaan op eigen houtje is', dan een calvinist 'op eigen houtje', zoals Visscher zichzelf eens had genoemd tijdens een interview. Wie zijn boek een dergelijke titel geeft, had meer het gedachtengoed van Calvijn uit het leven van Visscher moeten opdiepen, mijns inziens. Veel heeft Kuyper van Calvijn overgenomen. Visscher steunde politiek en theologisch gezien veel op de schouder van Kuyper. Het scheppingsdenken van Kuyper, het denken over de kerk als een plaats van wedergeborenen, het denken over afscheiden van de kerk, kunnen we via Visscher rechtstreeks bij dr. A. Kuyper vinden.
Hij sluit meer aan bij Kuypers 'gemene gratie', dan bij de leer van het Verbond bij Calvijn. Kuyper was een cultuur-optimist en Visscher heeft zich door dit optimisme mee laten slepen, zowel in politiek als kerkelijk opzicht.
Was Kuyper ook niet de grote organisator van de Doleantie, die in het isolement zijn kracht zocht? Hoeveel bonden zijn er binnen de kerken van de Doleantie niet op instigatie van hem opgericht? Kuyper stond ook bekend om zijn pro-Duitse houding.
Het was wellicht verduidelijkend geweest bij de bespreking van Visschers versmalling van de bijbelse boodschap tot 'Gods verborgen omgang, tot de verlossing van de ziel, de relatie naar de kerken in Duitsland' even aan te stippen. Alleen de 'Belijdende kerk' heeft tegen dit standpunt, dat ook in de Duitse kerken werd gehuldigd, fel geprotesteerd.
Tussen de regels door brengt Wiegeraad de ambivalente houding van Visscher nogal eens ter sprake en zijn moeilijke karakter. De promovendus spreekt dan in psychologische categorieën. In hoeverre mag je deze factoren soms zo'n overheersende rol laten spelen in een kerkhistorisch onderzoek?
Jammer vind ik dat de schrijver nog wel eens in herhaling valt in het systematisch gedeelte; dat geeft iets vermoeiends in het lezen. Kon het artikel op blz. 117 over art. 36 niet gecombineerd worden met hoofdstukje: 'Visscher versus Kersten'? Ook op blz. 262 komt Wiegeraad hier weer op terug. Dit betreft ook het punt van het de 'modus-vivendi' gedachte op blz. 79-80 en blz. 236-237 en ook de visie op art. 36 van de N.G.B.
De bonte variëteit van filosofen, met wie Visscher zich verwant voelde, is voor mij slechts een aanzet van een diepere doordenking. Deze filosofische analyse vind ik te oppervlakkig. Misschien zoeken wij teveel filosofisch gedachtengoed achter het theologisch 'Anliegen' van Visscher?

Blijvende actuele vragen
Visscher zag in het diakonaat niet alleen de zorg voor het lenigen van acute nood, maar zocht naar een structurele oplossing om de nood blijvend het hoofd te kunnen bieden. De belijdenis van Christus lag ook op het sociale vlak. Gezien de nood in de wereld is deze vraag nog steeds actueel.
De hooggeleerde Visscher wilde bekwame vrouwen inschakelen in het werk van de diakonie. Ds. C. den Boer heeft in zijn studie 'Man en vrouw in bijbels perspectief' het belang hiervan onderschreven. Functioneren vrouwen zo binnen het kader van het diakonaat?
Ten aanzien van de zending stelde Visscher voor om de jonge kerken geen belijdenis op te leggen, omdat deze belijdenis uit deze kerken diende voort te komen. Binnen onze kring heeft de Torajabelijdenis, als vrucht van het werk der zending, nogal wat stof doen opwaaien. Hugo Visscher bedankte voor de G.Z.B. toen de andere bestuursleden meer de nadruk legden op het functioneren binnen de landelijke kerk, dan in de plaatselijke gemeente. Ligt hier ook niet een van de verschilpunten tussen geloofszending en kerkelijke zending?
Visscher theologiseerde niet los van zijn tijd. Hij had oog voor de mens in zijn situatie en zijn vragen. Hij vond dat er andere vragen opkwamen dan in de tijd van Calvijn. Visscher worstelde met de vragen van de lengte van de scheppingsdagen. Hij bestreed het evolutinisme niet op een goedkope manier, maar zeer existentieel was hij met die vragen bezig. Het lukte hem echter niet een echte brug te slaan tussen theologie en wetenschap. Ook voor Visscher gingen theologie en politiek hand in hand, omdat de Heere in het gewone leven gediend moest worden. Hij wierp zich in de Kamer in tegenstelling tot Kersten niet op als een tegenstander van sport, wel als sport doel in zichzelf werd. Ondanks dat hij na 1935 een laakbare koers ging varen, was dit Visschers theologische habitus.
Visscher was aanvankelijk voor het schrappen van dat gedeelte uit artikel 36 van de N.G.B, waarin vermeld staat, dat alle afgoderij en valse godsdienst bestreden dient te worden. Later heeft hij zijn visie wat genuanceerd. Hoe kijken wij daar tegenaan? Politiek gezien blijft het een heet hangijzer.
Heeft Visscher, ondanks de bezwaren die wij hebben gekregen tegen zijn staatsopvatting, niet terecht gewezen op het gevaar van democratieën, waar een samenbindende christelijke overtuiging aan ontbreekt, waardoor het centraal gezag ver­zwakt wordt en de immoraliteit op de troon komt? Ervaren wij dat niet in onze tijd, waar het leven bedreigd wordt in het begin- en eindstadium en waar de moraal geënt is op een pragmatisch denken?
Visscher benadrukte de zogenaamde 'vierschaarbeleving', waarbij de uitverkorene zich door de Geest eerst met zijn zonden voor de rechtbank van God geplaatst ziet en niets dan de doodstraf te wachten heeft, waarna de Geest Christus openbaart als Zaligmaker. Hier wordt in de rechtvaardiging beleefd, wat in de tijd door God is beslist. In deze gedachtengang volgen hem met name wijlen ds. I. Kievit en ds. J. van Sliedregt. Ds. J. Woelderink verschilt met hem van gedachte. Deze twee meningen geven nog steeds aanleiding tot hete discussies. Helaas loopt deze discussie tot vandaag aan de dag vaak uit op een polemiek.
Ook wat betreft het leven van de heiliging, zijn er de nodige vragen. Heiliging is volgens Visscher dat Christus tot ontplooiing brengt wat met de schepping reeds aanwezig is. Kohlbrugge spreekt hier op een veel meer bijbelse wijze, naar mijn inzicht. Moeten we hier niet meer bijbels-theologisch spreken dan dogmatisch-systematisch, zoals we dat bij Visscher zien?
Voor Visscher was de kerk meer een heiligingsinstituut dan een heilsinstituut. Hij legde, als het over de kerk ging, de nadruk op de wedergeborenen. Zij vormen de kern van de kerk. Calvijn legt voor het wezen van de kerk, verwoord in onze N.G.B. tegelijkertijd ook andere bijbelse maatstaven aan: de prediking van het Woord, bediening van de sacramenten en handhaving van de tucht. Waar ligt het zwaartepunt van de kerk vandaag? Is er niet de neiging tot het terugtrekken van een knusse conventikelbeweging? Moeten we niet krampachtig vasthouden wat we dreigen te verliezen en wordt zo de kerk niet gereduceerd tot een heiligingsintituut, waar het zicht op de taak en roeping in de wereld ontbreekt? De kerk is ook een heilsinstituut. Waar deze spanning tussen heil en heiliging ontbreekt, vermagert de kerk enerzijds tot een conventikel-beweging en anderzijds tot een aktiviteitencentrum zonder boodschap van eeuwig heil. Toch is Visscher zich van die spanning bewust, als hij zijn waarschuwende stem laat horen tegen hen die in gezapigheid binnen de Hervormd gereformeerde richting en hun tijd alleen met oude schrijvers doorbrengen en zich niet bekommeren om de kerk.
De 'modus-vivendi' (manier van samenleven) gedachte van Visscher, waarin hij een manier van vreedzaam samenleven van de verschillende richtingen in de Hervormde kerk zag, doet bij mij de vraag bovenkomen of het hier gaat om een pragmatische manier van samenwerken of een bijbelse wijze van kerk-zijn. Zeker met het proces van S.o.W. kunnen we deze vraag niet uit de weg gaan, die Visscher ons reeds aangereikt heeft. Waar dient vandaag de nadruk op te vallen, op de plaatselijke gemeente, zoals Visscher voorstond, of op het geheel van de kerk, zoals dat in de statuten van de G.B. in 1909 is verwoord, waar de nadruk valt op verbreiding en verdediging van de gereformeerde waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk?
Israël had als volk bij Hugo Visscher afgedaan. De kerk was in de plaats van Israël gekomen. Deze vraag is nog een item, zelfs een hot-item in kerkelijk Nederland. Door middel van deze dissertatie blijkt een aantal actuele vragen oude wortels te hebben.

Dankwoord en felicitatie
We danken collega Wiegeraad voor deze studie. Met de boeiende studie van Visscher worden we geconfronteerd met een stuk kerkgeschiedenis van een tijd, die nog niet zo lang achter ons ligt en met een fase uit de geschiedenis van de G.B. Hierin werd de zwarte bladzij uit het leven van deze begaafde theoloog niet verzwegen. Nee, niet om iemand te schimpen, echter om eerlijk te zijn en om te waarschuwen voor een idealistisch denken, waar zelfs een emeritus-hoogleraar in de theologie door bevangen is geweest, met alle pijnlijke gevolgen van dien. En... wie meent te staan, zie toe dat hij niet valle.
Graag feliciteren we deze doctor in de theologie en zijn gezin van harte. Na noest, soms moeizaam werken en studeren heeft de Heere deze arbeid gezegend. Het goede en minder goede van een man, die stond aan de wieg van de G.B. is voor ons en ons nageslacht aan de vergetelheid ontrukt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een Calvinist op eigen houtje (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's