De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? (1)

Depressiviteit in de gemeente

7 minuten leestijd

In dit nummer wordt het eerste artikel geplaatst in een serie over depressiviteit. De komende tijd zullen de volgende thema's daarbij aandacht krijgen: 1. De problematiek van depressiviteit met alle achtergronden van dien, wordt objectief geschetst. Auteur: drs. P.J. Verhagen. 2. Het mensbeeld volgens de Schrift en de gereformeerde belijdenis, met daaraan gekoppeld de vraag van de zelfwaardering van de mens. Auteur: drs. J. Westland. 3. Wat betekent het zichzelf te mishagen; ellende en vervloeking te leren kennen; waar en hoe geschiedt dat op een bijbelse wijze? Auteur: dr. A. van Brummelen. 4. Geestelijke verlating, verachtering in de genade en depressiviteit. De grens tussen het normale en het abnormale. Auteur: ds. J. Maasland. 5. De uitwerking van de prediking. Wat zou mensen depressief kunnen maken? Gesprek onder leiding van ir. J. van der Graaf met ds. A Beens, ds. G. v.d. End, ds. J. Maasland, ds. C. v.d. Bergh, ds. W. van Gorsel en ds. C.H. Bax. 6. Depressiviteit en de weg van het geloof. Auteur: mevr. J. van Sliedregt-Hoksbergen. 7. Gemeenschap der heiligen ten aanzien van mensen in de gemeente met zware depressie. Auteur: dr. J. Hoek. 8. De taak van de pastor en de professionele hulpverlener bij opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Auteur: dr. S. Meijers (in overleg met een christen-psychiater). 9. De meerwaarde van de christenpsychiater!/? Auteur: drs. F.A. Heij. Reacties van lezers op deze serie zijn welkom.

Ter introductie
Dit artikel is het eerste van een uitgebreide reeks rond het thema depressiviteit en depressie. Ook al is er het nodige over dit onderwerp geschreven, de lezer kan deze serie met een zekere spanning tegemoetzien. De opzet voorziet namelijk in een aanpak, die – voorzover ik zie – op deze manier niet eerder is vertoond. De reeks begint met vier artikelen waarin ik beknopt achtergrondinformatie zal geven bij het thema vanuit de psychiatrische praktijk. Daarna volgen er acht afdelingen die ieder uit één of meerdere artikelen bestaan. Ik zal in het vervolg van deze eerste afdeling telkens aankondigen wat er allemaal precies aan de orde zal komen. Het accent ligt echter hoe dan ook op de praktische kant van het thema depressiviteit, depressie en geestelijk leven.

Bent u ook wel eens verkouden?
Depressiviteit en depressie worden gerekend tot de stoornissen van ons stemmingsleven. Nu zullen we ons niet al te zeer met allerlei terminologische kwesties bezighouden. Toch stellen we even de vraag wat 'stemming' is en wat het verschil is tussen stemming en gevoel. Stelt u zich het werk van een pianostemmer voor. Hij zorgt ervoor dat het instrument snaar voor snaar maar ook als geheel een zuivere en bij het instrument passende klank heeft. Hij zorgt voor de juiste stemming. Voor elk concert wordt het instrument opnieuw gestemd. Het instrument van de amateur kan een keer per half jaar gestemd worden.
Het gestemd-zijn betreft dus het gehele instrument en het heeft een zekere duurzaamheid in de tijd. Ons stemmingsleven vertoont een sprekende gelijkenis met het gestemd-zijn van een instrument. Gevoelens ontstaan wanneer 'gevoelige snaren' geraakt worden. Gevoelens hebben in vergelijking met de stemming dus iets kortstondigs, iets vluchtigs soms. Gevoelens kunnen heftig zijn, het karakter van een (vulkaan-)uitbarsting hebben. Dat zijn aanduidingen die we voor de stemming niet zo gauw zullen gebruiken. Traditioneel worden er in de traditie van het christelijk geloof vier basis-gevoelens (affecten) onderscheiden: liefde en blijdschap, vrees en droefheid (Augustinus, Bernardus van Clairvaux, Luther). Ze worden dikwijls voorgesteld als de vier wielen aan een wagen.
Vanwege het verschil tussen stemming en gevoel kunnen we spreken van een depressieve stemming en een depressief gevoel. Een somber gevoel kennen we – naar ik aanneem – allemaal. Iedereen is wel eens verkouden. Zo heeft iedereen wel eens te kampen met een sombere bui. Stemmingsstoornissen worden dan ook wel eens vergeleken met verkoudheid. Maar dat lijkt me niet terecht. Depressieve gevoelens laten zich vergelijken met verkoudheid. Ze komen beide heel veel voor. Een sombere bui op zichzelf is trouwens in het geheel niet abnormaal. Een sombere stemming is qua ernst niet te vergelijken met een verkoudheid. Dan moet men eerder aan een longontsteking denken: een ernstige aandoening die goed te behandelen is, maar die soms zo ernstig is dat het dodelijk afloopt.

Getallen
In dit artikel gaat het over signaleren en waar mogelijk herkennen van klachten en verschijnselen die zouden kunnen duiden op depressiviteit of een depressie. Dat is natuurlijk heel belangrijk. Het blijkt echter in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig. De getallen die nu volgen willen het belang en de moeilijkheid illustreren. Men heeft kunnen nagaan – de getallen komen uit een onderzoek uit begin jaren tachtig Nederland – dat op 1000 personen van 18 jaar en ouder per jaar 67 personen lijden aan een depressieve stoornis. Van die 67 zijn er 54 die op grond van hun klachten de huisarts raadplegen. Bij 26 van hen wordt door de huisarts vastgesteld en herkend dat er sprake is van een depressieve stoornis. Bij 28 dus niet. Tel daar de 13 bij op die geen hulp zochten, dan zijn er 41 bij wie niet wordt vastgesteld, althans niet in het medisch circuit, dat er sprake is van een depressieve stoornis. Van de eerder genoemde 26 verwijst de huisarts er iets meer dan 4 naar de ambulante geestelijke gezondheidszorg. Het overgrote deel behandelt hij dus zelf. Tenslotte wordt 1,5 promille opgenomen. Ruim 60 van de 67 blijft met andere woorden in de eerste lijn van de gezondheidszorg. De groep die geen hulp zoekt is, zo blijkt, vele malen groter, dan de groep die uiteindelijk opgenomen wordt (13 resp. ruim 1).
Dat moet betekenen – ook al zijn daarover voorzover ik weet geen getallen bekend – dat er ook in het pastoraat een aantal mensen ontmoet wordt dat lijdt aan een depressieve stoornis zonder dat het herkend wordt. Sterker, die groep zou groter kunnen zijn dan de groep waarbij de depressieve stoornis wel herkend wordt. Herkenning is dus moeilijk. Gezien echter het lijden dat een depressieve stoornis kan betekenen is signalering en herkenning van groot belang. Het pastoraat kan m.i. een belangrijke rol in die signalering spelen. Ook al haast ik mij terstond te zeggen dat de dominee ook maar een mens is, gelukkig niet alles weet, er niet voor geleerd heeft terwijl het voor een huisarts (of een psychiater), die er wel voor geleerd heeft al nipt eenvoudig is.

Signaleren
De depressieve stoornis kan verborgen liggen achter een sterk op de voorgrond staande klacht.
Zo kunnen mensen klagen over een aanhoudende vermoeidheid. Moe zijn kennen we allemaal. Na gedane arbeid, na lichamelijke en geestelijke inspanning is er een begrijpelijke vermoeidheid die vergezeld kan gaan van een tevreden, een voldaan gevoel. Mensen die kampen met depressieve klachten kunnen vaak het verschil goed aangeven. De vermoeidheid waarover ze klagen is niet plezierig, geeft geen tevreden of voldaan gevoel. Ze zijn al moe als ze opstaan. Ze zijn al moe voordat ze aan iets beginnen. Kortom, moe van niets. Dat is kwellend. Is het minder ernstig en wordt het dagelijks functioneren niet al te zeer gehinderd dan is er toch een gevoel zich voort te slepen. De bezigheden worden wel verricht, maar daar is dan ook alles mee gezegd.
Een ander signaal is dat mensen met een depressieve stoornis zich met name presenteren met allerlei lichamelijke klachten, vooral pijn. Die pijn kan eigenlijk overal zitten: hoofdpijn, rugpijn, gewrichtspijn, etc. Het is dan ook bepaald niet onmogelijk dat iemand uitgebreid lichamelijk onderzocht wordt zonder dat een afwijking vastgesteld kan worden die de pijn verklaard. Wordt de depressieve stoornis herkend, dan blijkt dat de pijn verdwijnt als de depressie overgaat.
Verlies van eetlust en vermagering kunnen signalen zijn, die wijzen in de richting van een depressieve stoornis. Verlies van eetlust varieert van wel eten, maar het smaakt niet, geen trek hebben, tot een afkeer van eten hebben en niet meer eten.
Naast het slecht slapen komt het ook voor dat er sprake is van een overmatige slaapbehoefte.
Met slecht slapen bedoelen we moeilijk inslapen en/of moeilijk doorslapen en/of veel vroeger wakker zijn dan gewoonlijk. Het maar liggen draaien in bed is trouwens niet alleen een ramp voor de betrokkene zelf maar ook voor zijn of haar echtgeno(o)t(e).
Huwelijksproblemen als gevolg van verminderde of zelfs verdwenen belangstelling voor en plezier beleven aan seksuele gemeenschap is een aanmeldingsklacht. De oorzaak kan een depressieve stoornis zijn.
Klachten over concentratie en geheugen kunnen een depressieve stoornis verhullen. De eerste gedachte zou bij een dergelijke klacht misschien beginnende dementie zijn. Dat is lang niet altijd het geval.
Tenslotte kunnen gevoelens van spanning en onrust signalen zijn van een depressieve stoornis. De spanning kan overal zitten (net als de pijn). De onrust wordt zichtbaar in het niet rustig kunnen blijven zitten.

Het belletje rinkelt
Het zou al heel wat gewonnen zijn wanneer bovenstaande klachten een belletje zouden doen rinkelen bij de pastor, het kerkeraadslid, het gemeentelid die er in een gesprek van horen. Om dan vervolgens dat belletje niet te negeren, maar stappen te ondernemen. Bijvoorbeeld door de wijkouderling te raadplegen of de predikant, die een deskundige kan consulteren. Al zegt het belletje maar: niet pluis, ik weet wel niet wat, maar er is iets niet pluis. Bij 'niet pluis' kunt u zelf op onderzoek uitgaan als u dat aankunt. Of u vraagt een deskundige dat te doen. Ook dan heeft u gedaan wat u kon. Prima. We streven trouwens ook niet naar een waterdicht systeem. We hebben het over 'oog voor elkaar'. Daar bij is het nuttig te weten wat men in het oog moet houden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven? (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's