De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'In de Bijbel ontvangt slechts één de vaderlijke zegen'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'In de Bijbel ontvangt slechts één de vaderlijke zegen'

Weerlegging van boek Palestijnse bevrijdingstheoloog Ateek

9 minuten leestijd

Bijgaand artikel heeft vorige week in het Reformatorisch Dagblad gestaan. Dat we het hier ook een plaats geven, heeft te maken met het feit, dat de Palestijnse bevrijdingstheoloog Nairn Stifan Ateek momenteel in Nederland binnen de kerken ook sterk de aandacht trekt en het boek, waarover het in bijgaande bijdrage gaat (red. dr. G.H. Cohen Stuart, theologisch adviseur van de Nederlandse Hervormde Kerk in Jeruzalem) als een adequaat antwoord vanuit Israël kan worden gezien op de spraakmakende visie van Ateek. Al eerder hebben we een artikel gewijd aan het boek van Ateek. Daarom nu ook dit artikel, waarin het boek van Ateek wordt weersproken. Dat kennisname van dit boek nodig is, blijkt als we bedenken, dat — blijkens uitlatingen van dr. K Blei, hervormd secretaris-generaal — het synodale geschrift 'Israël, volk, land en staat' aan herziening toe is. Dr. Blei heeft intussen positief op het boek van Ateek gereageerd.

'In de Bijbel ontvangt maar één de vaderlijke zegen. De ene zoon wordt gezegend en de ander verworpen. Er is geen plaats voor Izaäk en Ismaël beiden. Er is geen plaats voor Ezau en Jakob beiden. Er is maar één zegen en één zoon ontvangt deze'.
Deze uitspraak is van dr. David Hartman, rabbijn in Brooklyn, in een bijdrage in de bundel 'Een bevrijdend woord uit Jeruzalem'. Hiermee is de kern gegeven in het geding, dat een elftal opponenten aangaan met de Palestijnse bevrijdingstheoloog Naim Stifan Ateek. Voor goed verstaan van deze bundel moet men eigenlijk het spraakmakende boek van Ateek hebben gelezen, waarvan de titel in de Nederlandse vertaling luidt: 'Recht en gerechtigheid'. Waar he in dit geding ten diepste om gaat, is de kwestie wie de rechtmatige eigenaar, de wettige bezitter is van het land Palestina, een naam die sinds 135 na Christus als zodanig in zwang is. Een land waarvan de grote zionist Theodor Herzl, in navolging van I. Zangwill, zei: 'Een land zonder volk voor een volk zonder land'.

Het boek van Ateek
Kort gezegd komt de inhoud van het boek van Ateek hierop neer, dat weliswaar het land, zoals àlle land, van God is: 'De aarde is des Heeren'. Hij verwerpt vervolgens, op grond daarvan en derhalve op grond van 'recht en gerechtigheid' de gedachte, dat de joden zich als rechtmatige bezitters van Palestina kunnen opwerpen vanwege de zogeheten landsbelofte. Die belofte uit Genesis 17, waarin aan Abraham het land werd toegezegd tot een 'eeuwigdurende bezitting', geldt vandaag voor de joden niet meer, aldus de bevrijdingstheoloog uit Jeruzalem. Intussen werkt Ateek langzaam maar zeker in zijn boek toch toe naar de conclusie, dat het land van de Palestijnen is. 'Zijn oplossing is het Oude Testament zo "in de Geest van Christus" te herinterpreteren, dat "Israël" geen verband meer heeft met het huidige joodse volk, maar eerder met de Palestijnen', (aldus Malcolm Lowe in zijn commentaar op Ateeks boek). Anderzijds moet kennelijk de terugkeer van de joden naar hun land als een onom keerbaar gegeven worden aangemerkt. En daarom wil Ateek — 'na jaren' — nu wel komen tot 'aanvaarding van het onaanvaardbare', namelijk een joodse staat op een deel van 'ons Palestina'. Hij wil de stichting van de staat Israël aanvaarden en diens bestaansnóódzaak erkennen, niet zijn bestaansrècht. Hij pleit voor het verlenen van een zeker gastrecht door de Palestijnen aan de staat Israël op hun grondgebied.
Intussen geeft Ateek in zijn boek, waarin hij overigens blijk ervan geeft de geschiedenis goed te kennen, Israël er, flink van langs. Zoals vandaag gebruikelijk is in Palestijnse kring, wordt de bezetting van de Westbank en de Gazastrip door Israël expliciet of impliciet vergeleken met de bezetting door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. De onderdrukten zijn nu zèlf onderdrukkers geworden. Enkele malen valt in het boek van Ateek de vergelijking met de Nazi's nadrúkkelijk, hoewel hij dan (wijselijk) anderen citeert, zoals Arnold Toynbee en (zelfs), hoewel vergelijkenderwijs, een joods jurist uit Oostenrijk.

Weerlegging
Bruno Hassar — rooms-katholiek, in Egypte uit joodse ouders geboren — gaat in een aansprekend hoofdstuk expliciet in op Ateeks visie inzake het recht op het land. Hoewel hij niet wil uitgaan van fundamentalistische beschouwingen, stelt hij toch, dat zelfs die joden, 'die niet geloven in de goddelijke werkelijkheid van de landsbelofte', toch traditioneel de identiteit van hun volk zien als historisch gebaseerd op deze bijbelse teksten. Dat lijkt mij niet voor tegenspraak vatbaar. De bijbelse geschiedenis is nu eenmaal ook de historie van het volk Israël. Als men dan al niet wil spreken van een bíjbels recht op het land — een binnen het internationaal volkenrecht (terecht) niet gangbaar uitgangspunt — dan nòg is er sprake van een histórisch recht, dat teruggaat op de bijbelse historie. Hussar stelt dan ook, dat Ateek — hoezeer deze ook zoekt naar een standpunt voor vrede — niet à priori de verkiezing van het joodse volk (verkiezing tot dienst overigens) zou moeten betwisten en ook niet het historisch recht van de joden op het land. Als Ateek stelt, in verband met de landsbelofte, dat Izaäk en Ismaël beiden zonen van Abraham waren, dan citeert Hussar niet zonder reden: 'maar Mijn verbond zal Ik oprichten met Izak.' (Gen. 17 : 21). Wel rijst dan m.i. de vraag, hoe het dan zit met het nieuwe verbond, waarmee de middelmuur des afscheidsels nieuwtestamentisch is verbroken. Al laat dit onverlet de doorgaande plaats van Israël in het verbond, alsook het gegeven, dat de belofte inzake het land eeuwig — (= altijd-)durend is.
Intussen kan Hussar de vergelijking tussen het lijden van de Palestijnen (onder de bezetting van Israël) en het lijden van de joden zelf (onder de Nazi's) niet onweersproken laten. Hoewel àlle lijden lijden is, gaat het hier om onvergelijkbare situaties, althans wat de bewerking ervan betreft. In feite hebben de Palestijnen, aldus Hussar, maar weinig besef van het lijden van het joodse volk de eeuwen door. Ateek schrijft dan ook niet 'van binnenuit maar van buitenaf'. En daarom schiet zijn taxatie langs de werkelijkheid heen. De uitspraak van Ateek, dat de Palestijnen wel gastheer voor de staat Israël willen zijn, noemt hij dan ook terecht 'onaanvaardbaar'. Aardig is overigens, dat hij stelt — ten aanzien van de oorspronkelijke optie van de zionisten om bijvoorbeeld Oeganda te kiezen voor de terugkeer van de joden — dat dit door de zionisten zelf werd afgewezen, omdat dit zeker de beschuldiging van kolonisatie zou hebben opgeleverd.

Invloed
Intussen wordt in 'Een bevrijdend woord uit Jeruzalem' terecht de zorg uitgesproken, dat kerken en christenen uit het Westen zich zó laten meenemen door de Palestijnse bevrijdingstheologie (van Ateek, maar verder belichaamd in de Raad van Kerken voor het Midden-Oosten, de MECC), dat de joods-christelijke toenadering van de naoorlogse jaren in gevaar wordt gebracht of zelfs ongedaan wordt gemaakt. Daniël Rossing zegt zelfs, dat 'kritiekloze solidariteit' van westerse christenen met Palestijnse christenen en met de Palestijnse bevrijdingstheologie zou kunnen leiden tot versterking van de vernietigende anti-joodse vooroordelen. Dat lijkt me een nette betiteling voor anti-semitisme. Het is inderdáád allerwegen te zien en te tasten, dat de Palestijnse bevrijdingstheologie ook de Nederlandse kerken niet voorbijgaat, met alle kwalijke gevolgen van dien. Met name de Nederlandse Hervormde Kerk, die in de naoorlogse jaren het voortouw heeft genomen voor de doordenking van de relatie Kerk-Israël, loopt momenteel het gerede gevaar, terug te vallen in vooroordelen van het verleden. Met name dr. K. Blei, de secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk, weet zich momenteel ook krachtig aangesproken door de gedachtengangen van Ateek en heeft recent een nieuw geschrift over Israël 'volk, land en staat' bepleit. Daarom acht ik lezing van èn het boek van Ateek èn van dit boek 'Een bevrijdend woord uit Jeruzalem' een múst voor allen, die op welke wijze dan ook bij de taak van de kerk in het Midden-Oosten en bij de relatie tussen Kerk en Israël betrokken zijn. Het gaat om zaken op het scherp van de snede. En de geschiedenis heeft geleerd, dat niemand voor het gevaar van antisemitisme te goed moet worden geacht.

Bevrijdend
De titel van het boek spreekt over een bevrijdend woord uit Jeruzalem. Eén van de bevrijdende richtingaanduidingen acht ik een korte, kernachtige bijdrage van David Hartman in deze bundel, die zegt, dat de joden 'wie ze zijn' niet langer moeten definiëren 'door enige obsessie met de lange en edele geschiedenis van het joodse lijden'. Het gaat om de daden in het héden en daarin om de 'ontzagwekkende taak', die verbonden is aan het Sinaïverbond. De staat Israël is instrument, 'teneinde de verbondseisen van het jodendom te belichamen'. Het gaat dus om de thora en de naleving daarvan, ook als het gaat om recht en gerechtigheid onder de volkeren. Hartman roept dan ook op tot 'morele gevoeligheid', namelijk om de vreemdeling lief te hebben, omdat men zelf vreemdeling in Egypte is geweest.
Of er dan politiek een oplossing is? In de bijdrage van Bruno Hassar wordt terecht gesteld, dat verreweg het grootste deel van Palestina ligt aan de oostelijke zijde van de Jordaan, 'het Emiraat Transjordanië, dat in 1946 het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië werd'. Als derhalve blijken zou — en het ìs in feite al gebleken — dat een vreedzaam samenleven van de twee volkeren binnen één staat (het ideaal van Martin Buber) onmogelijk is, dan nòg ligt Palestina ook oostelijk van de Jordaan. Reden waarom Jordanië niet buiten de oplossing van de Palestijnse kwestie kan blijven. Als het kind van Hagar niet kan spelen iii de tent van Sara (Buber) en het voor Israël 'onaanvaardbaar' is, dat het kind van Sara speelt in de tent van Hagar (Ateek), dan is het maar beter in vrede náást elkaar dan in oorlog mèt elkaar te leven.
En verder, hoezeer er ook sprake is van de zegen van het eerstgeboorterecht, 'het is de bedoeling dat de zegen gedeeld wordt, niet dat erom gestreden wordt (Jechezkel Landau). En Jacob en Ezau hebben zich tenslotte ook verzoend.

Doordenkertje
Het is ondoenlijk om aan alle bijdragen van dit geladen boek recht te doen. Ik sluit daarom af met een diep doordenkertje uit de bijdrage van dr. G.H. Cohen Stuart, theologisch adviseur van de Nederlandse Hervormde Kerk in Jeruzalem, onder wiens redactie dit boek tot stand kwam:
'De meerdere, oudere Ezau/Edom komt tot zijn bestemming als hij de mindere dient. Mist ook Israël niet zijn doel tot een zegen te zijn, als wij als kerk (Edom?) weigeren ons te 'verlagen' tot deze dienst (uiteindelijk aan God)? Blijven we niet in een zelfvernietigende vicieuze cirkel, als we telkens opnieuw Israëls verkiezing en bestemming blijven ontkennen?
Dat het bij de doordenking van de vragen rondom Kerk en Israël gaat om 'volk, land en staat' moge, na lezing van het bovenstaande en dus vooral na lezing van dit 'bevrijdende' boek, voldoende duidelijk zijn.
(Al het bovenstaande zeggen we los van de kwestie, dat de Kerk aan Israël Iemand heeft te betuigen. Wiens Naam onder de hemel tot zaligheid is gegeven.)

N.a.v. dr. G.H. Cohen Stuart (red.), Een bevrijdend woord uit Jeruzalem; in gesprek met Joodse en Palestijnse bevrijdingstheologie, uitgave Boekencentrum, 's-Gravenhage, 132 pag., ƒ 19,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'In de Bijbel ontvangt slechts één de vaderlijke zegen'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's