Boekbespreking
Drs. L. van Driel, De gereformeerde gezindte tussen Verlichting en Godsverduistering, 114 blz., uitg. J.H. Kok, Kampen, prijs ƒ 18,90.
Gereformeerd. In deze aanduiding klinkt het wondere werken van God door. Om te beginnen in de historie van Christus' Kerk. Van vervormd werd de kerk door Gods goede hand immers her-vormd, ge-reformeerd. Maar het woord 'gereformeerd' getuigt ook van een wonder in het persoonlijk leven van iemand die deze naam naar waarheid draagt. Ligt dat laatste niet vooral vertolkt in de uitdrukking 'gereformeerde gezindte'? Gereformeerd zijn is een hartezaak. Niet een etiket of label dat aan de buitenkant van het leven hangt. 'Gezindte' ziet, aldus Groen van Prinsterer, op de geloofsovertuiging die zijn vertolking vindt in de gereformeerde belijdenis.
Van Driel schreef een boek waarin hij het wel en wee van de gereformeerde gezindte vanuit haar historie aan de orde stelt, waarbij dient te worden opgemerkt, dat het 'wee' in deze beschrijving de overhand heeft. Als historisch vertrekpunt kiest Van Driel de uitvaardiging van het 'Algemeen Reglement voor het bestuur der Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden' (1816). Als mede daardoor de Afscheiding een feit wordt (1834), neemt Groen het op voor de Afgescheidenen in zijn bekend geraakt geschrift uit 1837. Hierin komt de uitdrukking 'gereformeerde gezindte' nadrukkelijk voor. Van Driel geeft aan hoe het gereformeerde kerkvolk van het begin af aan verscheurd wordt door een aangrijpend separatisme. In de onderlinge verhoudingen gaan identiteitskenmerken (als voorbeelden noemt Van Driel o.a. het al dan niet zingen van een gezang in de eredienst, de stomme 'e' achter de naam Heere), almeer een doorslaggevende rol spelen. Woelderink wordt geciteerd die in 1950 zei 'dat men daarom zo twisten kan over bijkomstigheden, wijl men de hoofdwaarheden kwijt is'. De verdeeldheid van de gereformeerde gezindte heeft zich in onze tijd vastgelegd in een driestromenland die de volgende aanduidingen hebben gekregen: de orthodox-gereformeerden, de bevindelijk-gereformeerden en de modern-gereformeerden. Van Driel besteedt in het eerste hoofdstuk veel ruimte aan Groens omgaan met de gereformeerde belijdenis: onbekrompen want het gaat om wezen en hoofdzaak. Groen zou in zijn dagen wars zijn geweest van het overdrijven van de kracht der belijdenisgeschriften. Hij zou oog hebben gehad voor de contextualiteit van de belijdenis, voor de tijdbepaaldheid van de confessie. Het zou hem niet zozeer zijn gegaan om de formulieren en de formuleringen als wel om de kernwaarheden van het christelijk geloof. Groen onderstreepte steeds de continuïteit van het belijden der kerk door de eeuwen heen, het geschieden, het worden ervan. Ik ben niet voldoende ingevoerd in het complete gedachtengoed van Groen om te kunnen beoordelen of Van Driel aan Groen in deze zaak helemaal recht doet. Wel wordt aan het eind van zijn boek duidelijk, waarom Van Driel Groen dit alles zo gaarne laat zeggen. Hij vindt dat de gereformeerde gezindte nog altijd en misschien wel meer dan ooit vandaag lijdt aan de versmalling, de verbijzondering, de geslotenheid, het isolement. Daar ligt één van de oorzaken van de machteloosheid juist in een tijd van 'Godsverduistering'. Willen we daar wat aan doen, dan dient de gereformeerde gezindte die geesteshouding van de versmalling te laten varen. We moeten ons niet zo strak vastleggen aan heel de gereformeerde belijdenis in al haar formuleringen. Er dient ruimte te zijn voor nieuw, eigentijds belijden. Niet alles staat in genoemde belijdenis. De fronten zijn in onze tijd ook veranderd, vergeleken bij die van de ontstaanstijd der belijdenisgeschriften. Wie stil blijft staan, raakt achter en verliest daarbij de aandacht van de mens van deze tijd. We dienen niet met deze mens mee te gaan uit modieuze overwegingen, maar wel omdat we een boodschap voor hem hebben. Van Driel vindt dat de gang die de Gereformeerde Kerken sinds ongeveer 1960 zijn gegaan, daarom een positiever beoordeling verdient dan tot nog toe door veel gereformeerden is gegeven. Ze hebben, aldus Van Driel, het roer niet omgegooid omdat ze niet langer gereformeerd meer wilden zijn. Maar omdat ze de vragen van de moderne tijd niet langer wilden ontwijken. Omdat ze ontdekten dat de klassieke antwoorden niet langer voldeden, daar de hele contekst een andere is geworden. Zo moet het, vindt Van Driel: de vragen van deze tijd toelaten en zoeken naar nieuwe antwoorden. Want de drie formulieren hebben in hun afgewogen taal en structuur hun tijd gehad. Ze spreken moderne mensen, die ook volop nog onze kerkbanken vullen, niet meer aan. Deze mensen leven niet meer zo bij stelligheden, maar spreken veeleer haperend, vragend, zoekend. Wel is er met de religie van dit belijden wel degelijk verbondenheid ervaarbaar voor eigentijdse mensen. Maar dan zullen we wel de moed moeten hebben om door te stoten tot kernen van het belijden. Dan staan we, aldus Van Driel, in het spoor dat Groen in de vorige eeuw ook wilde gaan.
Groen als geestelijke vader van de ontwikkelingen die openbaar zijn gekomen in de Gereformeerde kerken? Of ga ik in mijn conclusie dan te ver? Ik kan niet goed begrijpen hoe Van Driel zo'n positieve beoordeling kan geven van ontwikkelingen, die door vele Schriftgetrouwe leden van die kerken zelf zo diep betreurd worden. Je kunt een spoor waarop hele centrale kernen van het gereformeerd belijden zijn ingewisseld voor een modern denken toch niet als een juist spoor aanwijzen? Van Driel zegt: meegaan met de moderne mens om ook voor hen een boodschap te blijven houden. Akkoord, we zeggen het anders, maar het blijft toch dezelfde boodschap? Die van zonde en genade, die van verzoening door voldoening, die van het gezag en de genoegzaamheid van de Heilige Schrift? Gereformeerd zijn is weet hebben van een wonder Gods in je leven. Er heeft er Zich Een over je ontfermd, om Wie je gans niet verlegen zat. Daarin weten we ons verbonden met de mens uit de 16e eeuw èn met die van deze geseculariseerde tijd. En juist daarom is ons die gereformeerde belijdenis zo lief geworden in haar wezen. De inhoud ervan is ons dwars door het hele bestaan geslagen. Wie daarom weten mag door Gods genade gereformeerd te zijn geworden, kan het niet goed hebben als er steeds maar aan die boodschap gesleuteld wordt. Vertolking is heel wat anders dan aanpassing.
Tenslotte nog één opmerking: ik heb me gestoord aan de aanduiding van de algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond als zou hij een soort bondscoach zijn. Bedoeld als grapje waarin de schrijver echter meer onthult over zijn gevoelens jegens genoemde Bond dan hij zich waarschijnlijk bewust is geweest toen hij dit schreef
Er verschijnen de laatste tijd verschillende geschriften over de malaise waarin de gereformeerde gezindte zich zou bevinden. Van Driels geschrift is er een van. Het zet tot nadenken, dat is zeker. Mij lijkt de weg die gewezen wordt, niet echt begaanbaar, daar ze tot verlies leidt van wezenlijke kernen van het gereformeerd belijden. Ik vind het jammer dit te moeten schrijven. Want in zijn analyse van wat er aan de hand is onder ons, kan ik grotendeels met de schrijver meegaan. Dat is een verdienste van dit geschrift, die met de geuite kritiek niet onder tafel geschoven wil zijn. Ik kan het dan ook ter lezing, bestudering en overweging aanbevelen aan allen die het 'gereformeerde' van harte lief is geworden en staan in de worsteling van deze tijd om te bewaren het pand ons toebetrouwd en tegelijk in rapport met deze tijd te blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's