Tucht – een zegen!
Van overzee
'Domineesvrouw beschuldigd van diefstal!'
'Dominee uit de pastorie gezet!'
In Nederland zouden het krantekoppen zijn, hier niet. Toch is het waar gebeurd.
In een dorp hier niet ver vandaan, was het voor de kerkeraad een uitgemaakte zaak dat de vrouw van de predikant levensmiddelen en wat vaatwerk ontvreemd had uit de voorraadschuur van de diakonie. Die schuur stond immers op de binnenplaats van de pastorie, zij kon daar ongezien haar gang gaan. Verschrikkelijk toch om je te verrijken ten koste van de behoeftige gemeenteleden voor wie die levensmiddelen bestemd waren? Nee, de dominee zou het zelf niet doen, maar hij moest toch in elk geval op de hoogte zijn. De zaak was dan ook gauw beslist...
Op een morgen in augustus kregen ds. Miguel en zijn vrouw bezoek van een afvaardiging van de classis. 't Was heel triest en naar, maar de kerkeraad had een klacht tegen hen ingediend en na uitvoerig onderzoek waren ze tot de verschrikkelijke konklusie gekomen dat zijn positie in de gemeente onhoudbaar geworden was. Een domineesvrouw die steelt van de diakonie en haar man – een ambtsdrager! – die er zomaar niets van zegt...
'We geven je veertien dagen om de pastorie te verlaten,' luidde het vonnis. 'Zullen we samen bidden?'
Dat was dat. Ds. Miguel en zijn vrouw waren perplex! Ze hadden wel eens een (kwaad) gerucht gehoord, maar nooit had er iemand – ook niet van de kerkeraad – met hen over gesproken. Overal was wel eens wat, maar ze hadden al een aantal jaren met vreugde gearbeid. En dan ineens dit! Zij gestolen...? Ze hadden niet eens een sleutel van die voorraadschuur en ingebroken was er ook niet...
'Domineesvrouw beschuldigd van diefstal!'
'Dominee uit de pastorie gezet!'
In Nederland een krantekop, en hier...
Ds. Miguel en zijn vrouw zijn geruisloos vertrokken. Niet met de noorderzon. Ze hadden gelukkig nog een lapje grond in haar geboortedorp. Daar staat nu een zeer eenvoudig huis op, waar ze met z'n drieën in wonen.
En het vervolg? In november was er vergadering van zijn classis de zaak werd behandeld. Niet moeilijk: anderhalfjaar ontzegging van alle ambtelijke bevoegdheden en ook van de sacramenten. 'We hopen dat onze broeder en zuster tot inkeer mogen komen. Verschrikkelijk dat ze alles ontkennen!'
Zomaar een voorbeeld van tucht in Guatemala.
Tucht – een zegen?
Maar..., is het wel tucht, als...
* het broederlijk vermaan – een van de eerste stappen in een tuchtzaak – ten enenmale ontbroken heeft?
* in het 'uitvoerige' onderzoek de beschuldigde nooit gehoord werd?
* de behandeling in de classis gekenmerkt werd door 'gij hebt het gehoord, wat hebben we nog voor beschuldiging nodig'?
* de hele gang van zaken riekt naar één vooropgezet doel: 'we moeten deze dominee kwijt'?
Is dat wel tucht? Nee! Dat is willekeur en machtsmisbruik! Terecht heeft ds. Miguel dan ook bezwaar aangetekend, maar de classis heeft de procedure inmiddels zo lang weten te rekken, dat de anderhalf jaar zowat om zijn. En zelfs al zou de classis dan op de komende synodevergadering in het ongelijk gesteld worden, dan hebben ze ds. Miguel toch 'lekker te pakken gehad'. Die anderhalf jaar kunnen immers nooit meer teruggedraaid worden?
Tucht – een zegen?
Ja! Dat zeggen dominee en zijn vrouw tenminste wel. Is hij dan niet verbitterd? Hij is immers zomaar op straat gezet en een afvloeiings- of wachtgeldregeling bestaat hier niet. Waar moeten ze van leven?
Toen hij ongeveer een halfjaar op nonaktief was, kwam ik hem onderweg een keer tegen. Hij vroeg en kreeg een lift, en raakte aan het vertellen.
'Weet je, ik begin te ontdekken waarom de Heere dit heeft laten gebeuren. Moet je horen, we wonen daar nu in dat gehucht en op een gegeven moment drong het tot me door dat wij wel altijd in een buurgemeente naar de kerk gingen, maar dat er in ons eigen buurtschap helemaal geen protestantse kerk was. Rijk en nu kan ik weliswaar niet als predikant bezig zijn, maar in de eerste plaats mag ik een kind van God zijn en blijven. En niemand kan me toch verbieden dat ik aan anderen iets goeds van mijn hemelse Vader vertel? Ook de classis die me onder censuur gezet heeft niet. En dat is nu toch zo heerlijk!
'k Ben begonnen 's zondagsmorgens zondagsschool te gaan houden met kinderen uit de buurt. Er komen er wel twintig! Ik ben ook hun ouders gaan bezoeken. Sommigen van hen hoorden nog wel bij de kerk, maar waren erg ver afgezakt. Anderen waren katholiek of niets. En toen zijn we na een poosje gestart met bijeenkomsten bij mij thuis. Officiële kerkdiensten kunnen het natuurlijk niet zijn, maar samen mogen we wel naar het Woord luisteren. Ik mag ze toch van mijn Zaligmaker vertellen! Er zijn al een paar volwassenen tot geloof gekomen en enkele afgedwaalden zijn teruggekeerd en doen weer volop mee.
Ja, ik heb mogen ontdekken waarom de Heere me hier naar toe gebracht heeft. Enne...
Hij raakte niet uit verteld. Hij genoot ervan! Zijn gezicht straalde verwondering en dankbaarheid uit. Ook nu kon hij – onder censuur of niet, ten onrechte of niet – niet zwijgen over zijn Heere en zijn God.
Tucht – tóch een zegen!
(P.S.: Over de toepassing mag u zelf nadeiiken, er zijn er vele!
Ik stel mezelf alleen maar wat vragen:
- Hoe zit het met mijn getuigenis als mij – in de kerk! – onrecht aangedaan wordt?
- Kan ik het laten te zwijgen over mijn Zaligmaker?
- Tucht zou zo niet moeten, maar hoe zit dat in onze eigen kerk?
- Hoe ervaar ik de leiding van God in mijn leven als het voor het oog helemaal verkeerd loopt?)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's