De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liefde voor de Kerk (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liefde voor de Kerk (2)

10 minuten leestijd

Het derde hoofddeel van 'De kerk, wezen, weg en werk van de kerk naar reformatorische opvatting', gaat over 'De eigenschappen van de kerk'. In dit hoofdstuk laat zich iets van de spanning voelen zoals ook in het voorwoord aangegeven. De eigenschappen zeggen wàt de Kerk is en de kenmerken wáár de Kerk is. Het eerste deel wordt behandeld door dr. W. Balke en het tweede door prof. dr. J. van Genderen. In de twee hoofdstukken komen de diepste vragen aan de orde waarmee de Kerk (kerken) te worstelen heeft, voor zichzelf in het licht van het Woord en de Belijdenis. In het hoofdstuk van Van Genderen komt de Afscheiding van 1834 wel ter sprake, en wel in zijn visie als kracht in de onverkorte handhaving van de belijdenis.
Prof. dr. W. van 't Spijker neemt het vierde hoofddeel geheel voor zijn rekening. Daarin worden drie vormen van 'De regering van de kerk' behandeld, te weten het Episcopalisme, het Congregationalisme en het presbyteriale-synodale stelsel. Erg instructief voor wie de historische wortels en verschijningsvormen van deze drie nader wil leren kennen.
Vervolgens is er een 'Intermezzo'. Het is getiteld 'Godsdienst en kerk in een geseculariseerde wereld' door drs. L. van Driel. Het gaat de situatie, de kansen en de toekomst van de Kerk in een geseculariseerde wereld na. Het is een 'intermezzo', het hoort kennelijk bij geen enkel hoofddeel van dit boek. Ik moet hierover helaas erg kritisch zijn, het zou eigenlijk in deze vorm ook in het geheel niet in dit boek horen te staan. Het valt in een aantal opzichten nogal uit de toon. De zaak van de nood en de verlegenheid van de Kerk in deze moderne tijd mag in een boek als dit niet ontbreken, maar de geest waarin van Driel daar aandacht aan geeft, wijkt sterk af van die van de andere bijdragen. Het is niet alleen de sterk sociologische benadering, maar ook het kritiekloos accepteren van de uitkomsten van sociologische studies vanuit een totaal andere bron dan die waaruit men in dit boek over de Kerk wil putten. Behoort het niet bij het uitgangspunt van dit boek dat spreken wil over wezen, weg en werk van de Kerk naar reformatorische opvatting, dat een dergelijke benadering niet zo plaats mag hebben als hier nu is gebeurd? Het hele stuk ademt ook een 'algemeenheid' die met het reformatorische niet veel gemeen heeft. Hoe kan het bestaan dat het wat de oplossing betreft als richtinggevende gedachte aandraagt de 'eenheid' binnen het kader van het conciliaire proces? Het blijft steken in een mogelijk samen zoeken van kerkgangers en kerkverlaters naar nieuwe doeleinden binnen dit kader, waarbij kan worden 'doorgesproken tot op God'. Het is me alles te oppervlakkig en te antropologisch. Nee, dit hoofdstuk laat m.i. zien dat een socioloog wel gegevens kan verzamelen en binnen zijn kader interpreteren, maar dat hij de diepste nood nooit peilen kan, en ook de oplossingen niet geven kan. De mogelijkheden en de toekomst van de Kerk lijken zeer beperkt te worden, maar ze worden gelukkig niet naar menselijke maat afgemeten, ze liggen in de hand van God en Christus Die de doden tot leven roept. Dat mis ik helaas te zeer in dit 'tussenstuk', dat qua inhoud en geest detoneert met het overige uit dit boek.

De dienst der Kerk
De dienst der Kerk Het volgende deel, het vijfde en laatste, gaat over 'De dienst der kerk'. Daaronder valt alles wat met de praktijk van het kerkelijke leven te maken heeft, naar binnen toe in prediking, catechese, pastoraat en liturgie. De dienst naar buiten toe wordt uitgewerkt in hoofdstukken over apostolaat en diakonaat. Over al deze onderwerpen wordt geschreven door ter-zake-kundigen, die al eens eerder uitgebreider in publicaties van zich deden lezen over deze onderwerpen. Deze hoofdstukken hebben daarom iets van een samenvatting en een uittreksel van het meerdere, maar zo passen ze juist in dit boek. Prof. dr. K. Runia behandelt de prediking, geeft aan wat het wezen is, noemt in het kort enkele hoogtepunten uit de geschiedenis en eindigt met een aantal punten met het oog op de praktijk van de prediking nu, hij pleit ervoor om uitgaande van de tekst in de exegese voortdurend ook de situatie van de hoorders serieus te nemen. Dr. W. Verboom schrijft over 'De kerk als leergemeenschap'. Zijn bijdrage is voornamelijk een historisch overzicht, met aan het einde een kritische bespreking van moderne visies op de catechese uitlopend op een pleidooi voor Bijbels-reformatorische catechese in onze tijd. Prof. dr. C. Trimp neemt het pastoraat voor zijn rekening. Hij laat de betekenis zien die vooral ook de Reformatie aan de herderlijke zielszorg heeft gehecht, juist ook vanuit het eerherstel van de prediking. Het huisbezoek werd de opvolger van de biecht. Trimp houdt ook de relevantie van het pastoraat als een eigen soort hulpverlening naast de 'helpende beroepen' staande, zonder het belang van andere hulpverleners naast de herder te ontkennen. Pastoraat mag echter nimmer verworden tot de godsdienstige variant van de helpende beroepen. Trimp definieert pastoraat uiteindelijk in het eigene ervan, het is 'het door de Heilige Geest gehanteerde middel om in de concrete levenssituaties de gemeenteleden te doen delen in de kracht van Christus'. Over de 'Liturgie als dienst van de kerk' gaat het hoofdstuk dat door dr. T. Brienen is geschreven. Daarin komt onder andere een aantal kernvragen aan de orde waarbij de huidige praktijk wordt getoetst aan de Schrift en de traditie. We treffen een reserve aan ten aanzien van kerkelijke feestdagen, en ook een pleidooi voor een frequentere avondmaalsviering, die meer in de bijbelse lijn ligt.
Bij het punt van de gemeentezang wordt het Liedboek van de Kerken zonder enige reserve in één adem genoemd met de Psalmen, het is de vraag of dit liedboek formeel, maar zeker ook inhoudelijk wel zo te noemen is in de traditie van de Reformatie.
Op de grens van de 'dienst der kerk' van binnen naar buiten toe vinden we het diakonaat in dit boek. Opnieuw is het prof. dr. C. Trimp die erover schrijft. Het is vooral een bijbels-theologische verhandeling geworden. Het ambt van de diakenen beperkt zich niet maar tot wat wij 'armenzorg' plegen te noemen. Van groot belang is het dienen van de tafel, het dienen van de gemeente, opdat het werkelijk een gemeenschap in het samen delen in en vanuit Christus zal mogen zijn. Opnieuw wijst Trimp op het centrale ook in dit ambt van de Geest van Christus, Die barmhartigheid en gerechtigheid wil schenken. Daarbij schrijft hij behartenswaardige woorden, hij komt in geweer tegen een verkeerd maatschappelijkpolitiek diakonaat. De gemeente zendt geen wereldverbeteraars de wereld in. Letterlijk: 'Niet de gemeente zendt diakenen naar de wereld, maar Christus zendt diakenen naar de gemeente. Diakenen moeten kerkelijke ambtsdragers blijven en zich niet verbeelden dat zij de wereld kunnen dragen in haar nood.' Diakenen moeten 'dicht bij huis en tafel blijven'.
Uiteraard kan bij de dienst der Kerk de Zending niet ontbreken. Drs. C. Blenk wijdt er een historische beschouwing aan en laat zien hoe het zendingsbevel in de 20e eeuw in 'vijf wachtwoorden' in de specifieke context geklonken heeft. Van 'Evangelisering van de wereld in deze generatie' uit 1900 tot 'Zending in zes continenten' van de jaren zestig, met alles wat die wachtwoorden aan instemming en bezwaren ook hebben opgeroepen.

Het spreken der Kerk
Het laatste hoofdstuk van het slotdeel van 'De kerk' is van de hand van dr. S. Gersen, die voor de publicatie onverwachts is overleden. Het is een fijnzinnige bespreking van een onderwerp dat nogal eens voor opschudding heeft gezorgd, 'Het politieke spreken van de kerk'. De gemeente is geen gesloten ruimte, het volle leven klinkt door binnen de ruimte van de Kerk. Het gaat erom hoe het politieke en maatschappelijke leven ruimte krijgt binnen de dienst der Kerk. De ervaring van de Tweede Wereldoorlog blijkt van groot belang te zijn geweest voor een nieuwe bezinning op het spreken der Kerk. Het politieke spreken is daarna echter vaak ook een probleem geworden, omdat het spreken der Kerk grenzen ging overschrijden. Gersen laat mijns inziens duidelijk zien dat er verschil is tussen het profetisch getuigenis der Kerk met het oog op het politieke leven, en het politieke-partij-worden van de Kerk, wat helaas al te veel het geval is geweest in synodes en Raad van kerken etc. De Kerk mag zich niet beijveren om maar mee te tellen en de laatste politieke trends aan te hangen. Dat doet schade aan de Kerk naar binnen toe en doet ernstig afbreuk aan het Evangelie. Het gaat om het eigene van de Kerk en dat is niet politiek maar verkondiging. Alleen daarmee heeft ze recht van spreken, waar iets merkbaar wordt ook van de gloed en de glans van de eschatologie. Verder wijst Gersen in zijn bijzonder waardevolle bijdrage erop dat ook het zwijgen nodig kan zijn: 'Ook het zwijgen te gelegener tijd behoort tot het politieke spreken der kerk'.
Het vele dat dit 'geweldige' boek ons biedt, kan haast niet op. Het eindigt in de geest van de hoop met een 'Uitzicht' van de hand van prof. dr. W. van 't Spijker. De lijnen die in dit boek door verschillende handen getrokken zijn, de zoggen en noden, de spanningen en verscheidenheid, maar ook het wonder en de genade van de Kerk vloeien samen in de belijdenis van de toekomst die de Kerk van God uithebben mag. Het is een grote en grootse zaak om daarmee te eindigen in een tijd waarin zovelen in onze directe nabijheid het aanstaande einde van de Kerk voorspellen. Het eindigt alles in de belijdenis van de Geest, Die met de Bruid uitziet naar de komst van de Bruidegom. Omdat de Geest werkt, en dat is het diepe reformatorische, want schriftuurlijke, besef, blijft het ter zake om zo belijdend en met liefde te blijven spreken van de Kerk. Zo mag dit boek als een teken zijn in deze tijd.
Nog een enkele opmerking over de vormgeving tenslotte. Dit boek is evenals de twee voorgangers op een mooie en degelijke wijze uitgegeven, een kloeke band en een goed verzorgd innerlijk. Wat ik echter enigszins storend vind, is dat er geen eenheid is in de manier van literatuurverwijzing. Bij sommige hoofdstukken lezen we de nadere literatuur in de noten onder aan de bladzijde, terwijl van andere hoofdstukken in de 'Bijlagen' de bronnen te vinden zijn. Het lijkt mij netter om het een of het ander te doen, en niet twee systemen erop na te houden. Een goede literatuurverwijzing in aparte bijlagen verdient de voorkeur in een boek dat zich zeker als naslagwerk en bron van verdere studie zal laten gelden. We vinden aan het slot ook een register van persoonsnamen en van teksten. Meer echter dan een register van namen zou ik, gezien het onderwerp en de inhoud van dit boek, een register van zaken hebben willen zien. Misschien een suggestie voor een volgende druk. Ik hoop dat die spoedig nodig zal zijn!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Liefde voor de Kerk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's