Een nieuwe fase in de geschiedenis
De Hongaarse Hervormde (Gereformeerde) Kerk
De Hongaarse Hervormde Kerk heeft oude papieren. Gezien het feit, dat wij nu eenmaal twee aanduidingen hebben voor de nalatenschap van de Reformatie, kunnen we ook spreken over de Hongaarse Gereformeerde Kerk. In 1567 aanvaardden de beide toen bestaande kerken, namelijk aan weerszijden van de rivier de Teiss, de Confessio Helvetica en de Heidelbergse Catechismus als belijdenisgeschriften. Dit gebeurde op de synode van Debrecen, de plaats die ook vandaag nog het centrum van de Hongaarse Gereformeerde Kerk kan worden genoemd.
Nadat aan het eind van de vorige eeuw (het nu in Roemenië gelegen) Zevenburgen met Hongarije verenigd was, werd van 31 oktober tot 24 november 1881 de eerste grote landessynode gehouden. Die synode constitueerde in feite de Gereformeerde Kerk in Hongarije op presbyteriaal-synodale grondslag. Er werden toen vijf kerkdistricten gevormd, elk onder leiding van een bisschop en een oppercurator. De bisschop — overigens niet van dezelfde positie als binnen de R.K. Kerk — is dus niet, zoals soms wel wordt gedacht, pas in het leven geroepen onder het communistische bewind, teneinde de staat op deze wijze greep te doen hebben op de kerk middels enkele centrale figuren in de kerk. Het bisschopsambt is van oude datum, zoals trouwens ook in andere landen in Oost Europa. In 1881 werd in Hongarije de betiteling bisschop ingevoerd. Daarvoor was de naam superintendent.
De genoemde synode van 1881 was voorbereid door Emeric Revesz, die wel de Hongaarse Calvijn wordt genoemd.
Opleiding
In een viertal plaatsen vond de theologische opleiding van de dienaren des Woords plaats, t.w. in Boedapest, in Debrecen in Sarospatak en in Papa. In Debrecen kreeg ooit prof dr. J. Severijn — de vroegere voorzitter van de Gereformeerde Bond — een eredoctoraat, zoals later trouwens, wat de Hervormde Kerk in Nederland betreft, ook dr. E. Emmen en prof. dr. H.W. de Knijff.
Na de Tweede Wereldoorlog, toen de communistische overheersing een aanvang nam, werden in Boedapest en Debrecen de theologische opleidingen (faculteiten) losgekoppeld van de universiteiten (in 1952). In Sarospatak en Papa vervielen de Theologische Hogescholen.
Hoewel de faculteiten in Boedapest en Debrecen hun promotierecht behielden, was het nog voor slechts enkelen weggelegd om te komen tot een promotie in de theologie, en dan nog slechts voor dìè enkelen, die daartoe ook door de staat verwaardigd werden. De contactmogelijkheden, oftewel de theologische uitwisselingen met theologische faculteiten in het buitenland werden ook spaarzamer. En daarbij kwam dat in de afgelopen veertig jaar inderdáád de staat via de kerkleiding. de bisschoppen dus, een flinke vinger in de pap kreeg in het reilen en zeilen van de kerk. Er was duidelijk sprake van collaboratie van de kerkleiding met de overheid, hoewel uiteraard bij de ene bisschij meer dan bij de andere.
Het relatiepatroon van de bisschoppen met kerken in het buitenland stond intussen vaak of uitsluitend in het kader van de oecumene, zoals die gestalte krijgt binnen de Wereldraad van Kerken. Het behoeft hier nu verder geen betoog meer hoe dubieus de rol van de Wereldraad is geweest ten tijde van de communistische overheersing. Daarnaast was er evenwel vanuit de geméénten in de Hongaarse Gereformeerde Kerk een ander relatiepatoon. Hulpverleningsorganisaties, met name ook uit Nederland, gingen met een grote boog om de kerkleiding heen en legden directe contacten met gemeenten, hetzij voor het geven van materiële hulp, hetzij door het geven van lectuur. In hervormd gereformeerde kring is wat dit betreft door de Stichting Hulp Oost Europa veel en gewaardeerd werk verricht. Maar zo is vanuit meerdere kerken in Nederland geestelijke en stoffelijke hulp gegeven, die meer betekend heeft in de deplorabele kerkelijke toestand in Oost Europa dan alle oecumenische contacten, waarin de regimes werden gespaard in plaats van omzeild.
Nieuwe situatie
Er is in korte tijd — na de Wende — in Hongarije ook kerkelijk veel veranderd. Het meest ingrijpende is wel geweest, dat bij kerkelijke verkiezingen in de onderscheiden districten vorig jaar drie van de vier Hongaarse bisschoppen vervangen zijn. Alleen in Debrecen werd bisschop Elemer Kocsis — die vanaf 1984 dat ambt bekleedde — herkozen. Deze ingrijpende maatregel betekende, dat de kerk een nieuw begin wilde maken, met een nieuwe leiding, die niet belast is door het recente verleden. De Hongaarse Gereformeerde Kerk wil weer terugkomen in het oude presbyteriaal-synodale spoor.
Intussen doen zich ook vèrder opvallende ontwikkelingen voor. Het aantal jonge mensen, dat belijdenis des geloofs aflegt, neemt her en der toe. Onder de jongeren openbaart zich een nieuwe interesse voor de godsdienst, ook al komen ze nog niet altijd in de kerk, zo vertrouwde ons bij een recent bezoek een hoogleraar in Boedapest toe. Het aantal studenten in de theologie neemt dermate snel toe, dat men in Boedapest en Debrecen met acuut ruimtegebrek te kampen heeft. In Debrecen is in enkele jaren tij ds het aantal studenten in de theologie verdubbeld (van 100 naar 200). Wèl is het zo, dat recent de scholen in Sarospatak en Papa weer zijn teruggegeven aan de kerk, zodat daar de opleiding in de theologie weer ter hand genomen zal gaan worden.
In Boedapest en Debrecen zijn verder momenteel ontwikkelingen gaande om de theologische faculteiten (colleges) weer te koppelen aan één der universiteiten. Dat betekent dat er dan ook weer staatssubsidie komen zal. Maar men wil allereerst wel zekerheid omtrent vrijheid en onafhankelijkheid als het gaat om de identiteit. Overigens zal het niet zo eenvoudig zijn, gezien het geringe aantal promovendi van de laatste tientallen jaren, om de leerstoelen bezet te krijgen. Maar de ontwikkelingen op zich zijn hoopgevend.
Wat bij dit alles grote zòrgen baart, is hoe de nieuwe motivatie met betrekking tot de theologiebeoefening moet worden gekanaliseerd. 'We moeten bevrijd worden van veertig jaar Babylonische ballingschap met betrekking tot de theologiebeoefening', aldus een hoogleraar in Debrecen. Er is veertig jaar lang afstand gekweekt tussen de officiële theologiebeoefening en de kerk. Predikanten bezochten conferenties als verplichte (door kerk en staat opgelegde) nummers. Maar een innerlijke motivatie ontbrak. Onder de ouderen is dan ook vaak een zekere apathie merkbaar. Aan de faculteiten moest b.v. maatschappijleer worden gegeven, waarbinnen de leer van het marxisme verplichte kost was. Om nu weer frank en vrij het veld van de theologie te betreden, ook in het relatiepatroon naar binnen (in de kerk zelf) en naar buiten, is geen eenvoudige opgave.
Zorgen
Er zijn ook zorgen van andere aard. Nu er een nieuwe vrijheid is aangebroken en ieder weer onbeperkt en onbekommerd zeggen kan wat hij wil, profileren zich binnen de kerken ook de verschillende groepen, zeg richtingen. Meer dan ooit hebben we dat ervaren bij ons recente bezoek aan de Hongaarse Hervormde Kerk, daartoe uitgenodigd door de leiding van de kerk vanwege de relatie, die enkele jaren geleden gelegd is met de Gereformeerde Bond.
We hebben onder andere lezingen gehouden over het werk van de Heilige Geest. Uiteraard zijn impressies altijd ten dele. Enerzijds bleek echter, dat in de Hongaarse Gereformeerde Kerk grosso modo ook vandaag brede aandacht vóór en respons òp de Heidelbergse Catechismus is. De Heidelberger heeft altijd een grote plaats ingenomen. We waren in een (kleine) gemeente te gast, waar op zondag na Hemelvaartsdag acht jonge mensen belijdenis van het geloof hadden afgelegd. Vóór in de kerk gezeten moesten ze in het publiek vragen beantwoorden vanuit de de gemeente, o.a. ook met betrekking tot hun kennis van de Heidelbergse Catechismus. Wat de groeperingen betreft, tekenen zich evenwel verder twee duidelijke stromingen af, die scherp tegenover elkaar staan. Enerzijds is er de zogeheten Bijbelbond, een associatie van bijbelgetrouwe christenen, die overigens niet alleen uit de Gereformeerde Kerk maar ook uit de Lutherse Kerk afkomstig is. We mogen zeggen, dat deze Bijbelbond onverkort wil staan op de bodem van Schrift en belijdenis — hoewel binnen de Hongaarse context — maar dat daarin soms geluiden worden gehoord, die neigen in de richting van afscheiding. De discussie wordt gevoerd of men blijven kan in een een kerk, waarin ook 'liberale' theologie wordt geduld. Een probleemstelling, die te onzent niet onbekend is.
Anderzijds profileert zich sterk de zogeheten charismatische beweging (ook in de Hongaarse context). Getalsmatig bezien is deze beweging minder te meten dan de Bijbelbond, die ongeveer twaalf procent van de predikanten in de Hongaarse Gereformeerde Kerk omvat. Wat de charismatische beweging betreft, daarin zijn plannen aan de orde om een soort nieuwe theologische opleiding te vestigen. Hiervoor lijkt op voorhand geld uit het buitenland beschikbaar te zijn, met name uit Korea. Her en der hoorden we van deze plannen, waarbij overigens opgemerkt werd, dat de principiële basis ervan in zoverre onduidelijk is, dat wel wordt gesproken over trouw aan de belijdenis, maar niet aan wèlke belijdenis. Er is binnen genoemde beweging — zo werd ergens gesteld — namelijk ook een zekere afkeer met betrekking tot de leer.
Hoe dit ook zij, er is sprake van een duidelijk spanningsveld tussen de genoemde stromingen, met daartussen de 'gewone' gereformeerde stroom, waarbij overigens ook niet vergeten mag worden, dat er ook inderdáád 'liberale' theologie is. Maar dàt zich deze stromingen momenteel zo duidelijk profileren, heeft uiteraard te maken met het feit, dat er nu de vrijheid is òm zich te profileren.
Invloed
Als ik intussen hierboven gesproken heb over het 'oecumenische' relatiepatroon, waarop velen in een land als Hongarije zijn afgeknapt, dan moeten we in alle eerlijkheid ook zeggen, dat, vanwege de veelheid van hulpverleningsorganisaties, uit onderscheiden kerken in Nederland, ook verschillende visies in Oost Europa zijn ingebracht. Bij al het goede, dat is verricht op het terrein van de hulpverlening, is ook een stuk kerkelijke verdeeldheid meegebracht. Het is op zich al heel moeilijk om de grote verdeeldheid, met name ook binnen het gereformeerde kerkelijke leven in Nederland, duidelijk te maken in een land, waarin de Kerk der Reformatie de eeuwen door tot vandaag één is gebleven, waar nooit echte afscheidingen hebben plaatsgevonden. Weliswaar hebben zich hier en daar ook buitenkerkelijke gemeenten ontwikkeld (bijvoorbeeld Pinkstergemeenten) maar de Gereformeerde Kerk in Hongarije is ongedeeld gebleven, zij het met onderscheiden stromingen.
Onze verdeeldheid is, als gezegd, niet duidelijk te maken. Duidelijk is echter wel, dat men ook in de nieuwe situatie daar niet zit te wachten op een import van onze kerkelijke moeiten en problemen. Dat we ze zelf hebben is al erg genoeg. Het gevaar, dat we onze verdeeldheid importeren, sámen met een stukje dienstverlening, is niet denkbeeldig, om de eenvoudige reden, dat niemand zich nu eenmaal van zijn kerkelijke en theologische habitus kan ontdoen.
Feit is wèl, dat de kerk in een land als Hongarije gediend kan zijn, juist in deze overgangsfase, met nieuwe dienstverléning, ook vanuit Nederland. Dat wordt daar ook duidelijk uitgesproken. Dat die dienstverlening in een land, dat economisch totaal ontredderd is, vooralsnog óók in de materiële sfeer zal blijven liggen, is duidelijk. Maar niet in het minst ook heeft men behoefte om geholpen te worden bij het inhalen van een achterstand, omdat veertig jaar lang het uitgeven van eigen theologische lectuur in feite onmogelijk is geweest. In Debrecen — om een voorbeeld te noemen — heeft de theologische faculteit een historische bibliotheek, met liefst 600.000 boeken. In het (vroegste) verleden van de kerk was het al een wet, dat studenten, die in het buitenland gingen studeren — en het waren er ook in Nederland velen — op z'n minst één boek mee terug zouden brengen voor de bibliotheek aldaar. Historische werken heeft men derhalve veel. Het ontbreekt echter al te zeer aan eigentijdse theologische lectuur.
Conclusie
Onze slotconclusie is, dat het een hoge roeping is om — in wederkerigheid — elkaar ook over de grenzen heen te dienen met betrekking tot de gereformeerde theologie en het gereformeerde leven in kerk en gemeente. Als wij daarin ook vanuit Nederland ons steentje mogen bijdragen dan zal het echter vooral moeten gebeuren vanuit de wezenlijke inhoud van onze gereformeerde belijdenis, die we — wat betreft de Confessio Helvetica en de Heidelbergse Catechismus — gemeenschappelijk hebben. Voor het overige zal de kerk, de gereforméérde kerk aldaar, hopelijk zelf de weg vinden, die in deze nieuwe fase van haar geschiedenis, met nieuwe mogelijkheden maar ook met nieuwe moelijkheden, moet worden gegaan.
Ook op het terrein van de zending en de evangelisatie wordt naar (nieuwe) mogelijkheden gezocht. Met betrekking tot evangelisatie komen voorzichtige nieuwe initiatieven op gang, vooral gericht op de zigeuners en de verslaafden aan drugs en alcohol.
Wat het buitenland betreft ervaart men op dit moment ('nog') openheid naar Rusland toe. In het aan Hongarije grenzende deel van Rusland bevinden zich ongeveer 150.000 Hongaars sprekende gereformeerden, die grote trouw en betrokkenheid op het Woord Gods aan de dag leggen. Daar zijn momenteel weer twaalf predikanten in opleiding (vanuit Debrecen en straks Sarospatak), nadat Stalin in het verleden de predikanten heeft geëlimineerd en de pastorieën en kerkgebouwen heeft vernietigd. Er zijn hier geopende deuren voor het Evangelie, aldus een predikant, die we ontmoetten.
Ons gebed zij niet aflatend voor de Hongaarse Kerk der Reformatie in deze nieuwe tijd, met eigen mogelijkheden en eigen zorgen. Opdat ook daar de kerk gereformeerd moge zijn om het telkens opnieuw te worden.
En als wij verder iets mogen bijdragen, zal het het meest verantwoord zijn, wanneer het geschiedt in confessionele duidelijkheid, gepaard aan kerkelijke terughoudendheid en bescheidenheid. Dat althans was voor ons de conclusie, na een bezoek dat enerverend en verrijkend was. Verrijkend óók, met name omdat er sprake is van wederkerigheid als het gaat om dienst binnen de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's