De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ernst en liefde in de prediking (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ernst en liefde in de prediking (1)

11 minuten leestijd

Uit reakties op mijn artikelen over 'Heilig Avondmaal en voorbereiding' is mij gebleken, dat er behoefte is aan duidelijk onderwijs vanuit Gods Woord.' Diverse gesprekken — soms van hart tot hart — cirkelen rondom prediking en geloof. Het is verheugend dat er een blijvende belangstelling voor de prediking is.
Nu gaat het mij niet om allerlei typeringen van de prediking. Onder typeringen versta ik b.v. appellerende, beschrijvende, theocentrische, christocentrische, trinitarische prediking, maar ook voorwerpelijkonderwerpelijke of bevindelijke prediking en beloftenprediking en zelfs scheppingsgerichte prediking. Het gevaar van al deze omschrijvingen is, dat soms het één tegen het ander wordt uitgespeeld. De prediking is te veelkleurig om haar in een bepaald harnas samen te persen. Bovendien moeten wij onszelf afvragen of op deze wijze het werk van de Heilige Geest niet wordt belemmerd.
Liever dan over typeringen wil ik het hebben over enkele hoofdmomenten of hoofdlijnen in de prediking. Er zijn uiteraard diverse mogelijkheden, maar mijn keuze is gevallen op momenten of lijnen die vastgekoppeld kunnen worden aan de woorden 'ernst' en 'liefde'.

Enkele achtergronden
Al komen de woorden 'ernst' en 'ernstig' betrekkelijk weinig voor in Gods Woord in vergelijking met woorden als 'liefde' en liefhebben', betekent dat nog niet dat de ernst in de prediking van profeten en apostelen een ondergeschoven positie zou innemen.
De boodschap van Jesaja b.v. is sterker dan bij andere profeten door de ervaring van zijn roeping gekarakteriseerd. Bij die roeping komt hij tot het inzicht dat God de Heilige is, waardoor hij zich bewust wordt van zijn zondigheid. En dat doortrekt dan ook zijn prediking. Zij is van de laatste en hoogste ernst. Maar het ontbreekt ook bij hem niet aan de liefde en de verkondiging van de vergeving door de Messias.
Ook in het Nieuwe Testament komen beide momenten voor. In de prediking van de Heere Jezus weerklinkt de ernstige op­roep tot bekering, maar zij is ook vol van Zijn liefde en ontferming over zondaren. Nadat de Heere Jezus opgevaren is naar de hemel en de Heilige Geest is uitgestort, breekt een nieuwe periode aan. Petrus houdt zijn Pinksterprediking, gemeenten worden gesticht en uitgebreid, Paulus schrijft zijn brieven. In die brieven gaat het vaak over de prediking. En vooral wat hij schrijft in 2 Corinthe 5 is van betekenis voor onze artikelen, met name de pericoop over de prediking der verzoening (2 Corinthe 5 vers 11-21).

Ernst en liefde bij Paulus
Omdat de apostel de schrik (vrees) des Heeren kent, predikt hij. Het is de schrik, die uitgaat van de rechterstoel van Christus. Hij brengt zichzelf en de gemeente voor het aangezicht van God. Van daaruit predikt hij de boodschap van de verzoening en beweegt mensen tot het geloof.
Deze prediking ligt open naar God, draagt de goedkeuring van de Heere, die oneindig meer waard is dan de goedkeuring der mensen. Hij heeft het vrijsprekend vonnis uit Gods mond gehoord. Toch hoopt hij ook in de gewetens (het bewustzijn) van de leden van de gemeente geopenbaard te zijn. Daar schort het kennelijk aan.
Waar het echter om gaat is dit, dat deze schrik des Heeren de ernst en de klem geeft aan zijn prediking. Prediking is maar geen 'zoethoudertje', waardoor mensen op een rustbank gezet worden, maar het is bediening van de verzoening. Ze wil mensen uitschudden en uitdrijven tot vóór de rechterstoel om als een vijand met God verzoend te worden in Hem, Die zonde gemaakt is voor ons, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem. Niet alleen de schrik des Heeren, maar ook de liefde van Christus is een drijfveer tot de prediking. Want de liefde yan Christus dringt ons. De schrik en de liefde behoren bij elkaar. Wie alleen de schrik des Heeren predikt, verkrampt in de liefde. En wie alleen de liefde van Christus predikt, doet tekort aan de schrik des Heeren.
De schrik des Heeren en de liefde van Christus zijn als golfbewegingen, die de prediking voortstuwen, maar zij zijn tegelijk ook inhoud van de prediking. De liefde van Christus is de liefde die van Hem uitgaat, de door Hem bewezen liefde. Het is de liefde van Christus tot zondaren. Het is de liefde die Christus schenkt aan de predikers, waardoor hun prediking met aandrang en liefde gebeurt. Het maakt ons geestdriftig en neemt de koelheid en droogheid weg uit de bediening der verzoening.

Het wordt tot een biddende prediking. Zo zijn wij dan gezanten van Christuswege, alsof God door ons bad: wij bidden van Christuswege: laat u met God verzoenen. Zo komt de prediking met ernst en liefde van bovenaf tot ons. Zij kan nooit positie kiezen in de mens, ook niet in de bekeerde mens, maar kiest positie in God die in Christus de wereld met Zichzelf was verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende. Het is de prediking van Christus, Die Zichzelf in Zijn liefde overgaf in de dood. Het is de prediking van de Heilige Geest, Die God en Christus verheerlijkt en de verzoening thuisbrengt in het hart.

Ernst bij de prediker
Ernst is iets geheel anders dan somberheid. Somberheid of zwaarmoedigheid is de toekomst duister inzien, met name ook je eigen toekomst. Geen echte toekomstverwachting hebben. Het gezicht en de blik in je ogen verraden dat. Natuurlijk kunnen wij soms somber gestemd zijn over bepaalde zaken en over bepaalde ontwikkelingen in kerk en wereld. Maar dat is iets anders dan somber over de wereld en door de kerk gaan. Wie de schrik des Heeren en de liefde van Christus mag kennen, heeft een toekomstverwachting die niet op zandgrond is gebouwd. Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben: een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig, in de hemelen. Ondanks alles, spreekt de apostel zelfs over altijd goede moed hebben... (2 Corinthe 5 vers 1-9). Nee, somberheid mogen wij niet zien als een teken van degelijkheid!
Een prediker moet wel de ernst kennen. Ernst is de stemming van de dingen in hun wezenlijke waarde. Het staat tegenover lichtvaardigheid en oppervlakkigheid. Paulus vermaande onder tranen de gemeenten. Heilige ernst mag ons niet ontbreken. Maar zij is niet zonder liefde.

Liefde bij de prediker
Liefde is ook weer geheel iets anders dan lief-zijn. Dit laatste wordt meestal positief gebruikt in de betekenis van aardig of beminnelijk zijn. Een goede deugd. Maar het heeft tegenwoordig ook weleens een meer negatieve klank: je kunt lief en aardig zijn ten koste van de waarheid en oprechtheid. De liefde is uit God. Die liefde hebben wij nodig om God, Christus en de Heilige Geest lief te hebben en van daaruit de mensen. Deze liefde komt openbaar in het eerlijk behandelen der zielen en in de bewogenheid over zondaren. Ik vond het zo treffend wat iemand vertelde over Mc. Cheyne: hij ging soms al wenend de kansel op!
Geloof dat door de liefde werkt is geen gevoel, maar gaat ook niet buiten ons gevoel om.

Kritiek en zelfkritiek
Een prediker is geen postbesteller. Een postbesteller brengt de brief van de afzender bij de geadresseerde, terwijl hij van de inhoud van die brief niet op de hoogte is. Dat ligt bij de prediker anders. Hij heeft zijn preek biddend en studerend en mediterend voorbereid. Maar daarin spelen een heleboel faktoren mee: niet alleen zijn opleiding, maar ook zijn opvoeding, zijn kontakten, zijn inzichten, de prediking waaronder hij vroeger verkeerde, zijn kennis en ervaring in het gewone leven, de literatuur die hij leest, de theologen die voor hem een voorbeeld zijn en nog veel meer. We moeten niet denken dat al deze zaken zonder invloed zijn op zijn prediking. Zij drukken er een kleiner of groter stempel op. Nochtans blijft de prediking verkondiging van Gods Woord, uitlegging en toepassing van de Schriften. Ook van onze prediking moet gelden: Wie u hoort, hoort Mij.
Mag nu op de prediking, waaraan het menselijke en gebrekkige niet ontbreekt, kritiek worden geuit? Dat is niet met een eenvoudig ja of nee te beantwoorden. Wie kritiseert om te kritiseren, doet er goed aan, zijn kritiek in te slikken. Wie kritiek heeft op bijzaken, doet wijs om op de hoofdzaken te letten. Kritiek zonder zelfkritiek is onvruchtbaar. Kritiek zonder gebed snijdt in eigen vlees. Alleen voorzichtige kritiek vanuit het Woord en in ongeveinsde liefde gedaan heeft waarde. Daar spreekt oprechte zorg uit. Aquilla en Prescilla zijn ons tot een voorbeeld.
Gelovige, liefdevolle, uit de omgang met de Schriften voortkomende, kritiek kan heilzaam werken. Ze kan leiden tot zelfkritiek, tot bekering, tot geloof en verdieping in het geloof. Maar we kunnen ons er ook tegen verzetten, we voelen ons op onze teentjes getrapt of in onze eer aangetast. Theologische tenen zijn soms lange tenen!
Wanneer wij onder de kritiek van het Woord en de Geest gebogen hebben en buigen, kunnen we Bijbelse kritiek van anderen gemakkelijker aanvaarden. Het zijn onze slechtste vrienden niet, die ons onze tekortkomingen tonen. Maar het is even nodig om zelfkritiek te hebben. Ik bedoel daarmee: staan wij wel kritisch genoeg vanuit Gods Woord tegenover onze eigen prediking? Betreden wij niet al te gemakkelijk de platgetreden paden? Prediken wij voldoende met ernst en klem Gods Woord? Is er in onze prediking de liefde en de bewogenheid over zondaren? Is er de Geestdrift, het gedreven zijn door de Heilige Geest?

Ernst in de prediking
We wezen er reeds op, dat de schrik (vrees) des Heeren bij Paulus betekent de schrik die uitgaat van de rechterstoel van Christus. Maar, zo zegt F.W. Grosheide, ook het andere behoeft niet te worden uitgesloten. Christus begint met de mensen te doen vrezen (Lukas 5 vers 8 en 24 vers 37). Omdat er vreeze van Christus uitgaat, vrezen de mensen Hem. Ontvankelijk voor de prediking zijn juist zij, die hebben leren vrezen.
Wie in een concordantie of woordenboek nagaat welke woorden in verband staan met de ernst, komt tot een verrassende hoeveelheid woorden. Gaan we dan tegelijk na in hoeveel teksten die woorden voorkomen, dan begrijpen we dat de ernst een hoofdmoment is in de prediking. In het kader van deze artikelen is het slechts mogelijk op enkele woorden enigszins in te gaan.

Bekering
Woorden, die de ernst in de prediking benadrukken, zijn zeker de woorden bekering en (zich) bekeren. Bekering is omkering, een zich afwenden van de zonde en zich heenwenden tot God.
De bekering raakt de hele mens. Het gaat om een omkering in woorden, gedachten en daden. Het betreft niet alleen de buitenkant, maar vooral de binnenkant van ons leven. Scheurt uw hart en niet (alleen) uw klederen, predikt Joël. En Hosea wijst er op, dat uiterlijkheden alleen onvoldoende zijn. God heeft lust tot weldadigheid en niet tot offers en tot de kennis van God meer dan tot brandoffers (6 vers 4 en 6). Niet dat de profeten bezwaar hadden tegen uiterlijke vormen zelf, maar zij hebben gezien dat er iets aan ontbrak. Er ontbrak alles aan. God werd gemist. De bekering tot God ontbrak.
Ook Christus predikte de bekering: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. En Zijn discipelen geeft Hij de opdracht om in Zijn Naam te prediken: bekering en vergeving der zonden. Vaak wordt de oproep tot bekering gevolgd door de oproep tot geloof. Zij gaat uit tot hen die nog niet tot bekering en geloof gekomen zijn. Maar soms ook worden gelovigen tot bekering opgeroepen (2 Corinthe 7 vers 9 e.v.).
De oproep tot bekering neemt een belangrijke plaats in Gods Woord in. Tegelijk leert de Bijbel ons dat de bekering een gave van God is. Bekering is eis voor de mens en gave van de genade Gods. Het is gave en opgave. Zonder enige beperking. Het doel van deze twee-zijdige bekeringsprediking is om ons alle onschuld te benemen en schuldig te stellen voor God. En waar dat gebeurt, verliezen wij al onze uitvluchten. Zowel onze vlucht in de valse lijdelijkheid als onze vlucht in een heilloos aktivisme. God wordt God voor mij en ik word een tollenaar: wees mij de zondaar genadig.
Deze ernst in de prediking is niet zonder liefde. Het zijn de goedertierenheden des Heeren die tot bekering leiden. Het is Zijn liefde die ons doet buigen voor Hem zoals eenmaal de tollenaar boog. En deze ging heen gerechtvaardigd naar zijn huis.
In de bekering gaan ernst en liefde, liefde en ernst, samen. En bekering is niet zonder geloof (Markus 1 vers 15) en niet zonder vernieuwing van ons leven. Het gaat om bekering van de dode werken om de levende God te dienen. Naast de bekering en (zich) bekeren komen ook andere woorden in de bijbel voor, die de ernst in de prediking verwoorden. We kunnen denken aan bestraffen, gericht, terechtwijzen, toom, tuchtigen, waarschuwen, vermanen, verslagen zijn en worden, maar ook aan de tegenstellingen dood en leven, duisternis en licht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ernst en liefde in de prediking (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's