De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven (3)

Depressiviteit in de gemeente

8 minuten leestijd

Inleiding
In een korte reeks van vier artikelen over depressieve stoornissen als achtergrondinformatie bij de serie, die zal volgen, kan niet alles gezegd worden. We maken een selectie. De vorige keer stelden we naar aanleiding van een verhaal van een patiënte een aantal belangwekkende vragen. Immers, we vroegen naar de relatie tussen een depressieve stemming en een negatieve gedachtenwereld enerzijds en de invloed daarop van een aantal typische thema's uit de gereformeerde traditie anderzijds. In het verlengde van deze vragen moet vroeg of laat het punt van de prediking aan de orde komen. Wat voor invloed heeft de prediking?

De prediking
Ik herhaal, dat een sombere bui, een somber gevoel op zichzelf niet abnormaal is. Integendeel. Ook een somber gekleurde reactie op een gebeurtenis, die daartoe aanleiding gaf— denk aan het verlies van een geliefde door overlijden — is op zichzelf niet abnormaal. Integendeel. Het kan een probleem worden, wanneer iemand niet verder komt, erin blijft steken. Zo kan men niet zeggen dat een somber gevoel na een prediking die daartoe aanleiding gaf op basis van de verkondigde tekstwoorden abnormaal is. Integendeel. Er is alle reden om aan te nemen dat het heil zich niet zonder slag of stoot, niet zonder pijn, niet zonder barensweeën voltrekt in het leven van mensen. Want ook wanneer Hij het Zijn beminde geeft als in de slaap, dan nog is de volgende morgen anders dan de avond ervoor. Zó kan ik me ook niets voorstellen bij droefheid naar God zonder droefheid. Kortom dat het horen van preken en het geestelijke leven gepaard gaan met allerlei emoties, lijkt mij nagenoeg vanzelfsprekend; inclusief gevoelens als somberheid en droefheid.

Deprimerende preken
Maar daarnaast ervaren mensen sommige preken of aspecten van preken als deprimerend. Ik noem enkele aspecten, die ik op gemeenteavonden meer dan eens hoorde. Zo ervaren sommigen een deprimerende werking van de prediking door de afstand die ze ervaren tot de prediker en zijn prediking. De prediking — hoe bijbels ook wellicht — blijft in het luchtledige doordat het contact tussen prediker en hoorder niet ervaren wordt. Mensen kunnen dat ervaren als een leegte in de prediking.
Anderen ervaren het als deprimerend, dat wanneer ze zich aan de prediking, hun hart aan de prediking mochten ophalen, hen de zegen wordt afgenomen in het gebed na de prediking. De prediker lijkt weer terug te nemen wat in de prediking bediend werd. In plaats van het 'amen, zegt mijn ziel daarop', de lofprijzing en aanbidding.
Een ander aspect is de onbereikbaarheid van de door de prediker genoemde facetten van het geestelijke leven. Nog voor de hoorder zich er in zou kunnen herkennen, schijnt het ontbreken van dit of dat element zo'n doorslaggevende betekenis te hebben, dat de hoorder zich teruggestoten, afgewezen voelt. Het is blijkbaar alles of niets met de stadia en facetten van het geestelijke leven. Sommigen ervaren dat als deprimerend.

Maar dat is toch de bedoeling?
Het ongeluk met deze en andere bezwaren is, dat menige dominee en ouderling in verleden en heden er — wanneer dit soort bezwaren al ter sprake komen — moeiteloos in slagen ze af te wijzen en in hun tegendeel om te draaien door op te merken, dat dat er nu juist de bedoeling van is. Het is nu juist de bedoeling, nog niet eens van de dominee zelf, maar van de Heere God, dat het zo gebeurt. Dat is heilspedagogiek. Een mens moet eerst in de leegte komen, op afstand gezet worden, zichzelf tegenkomen, zijn machteloosheid ervaren aleer er sprake kan zijn van...
De hoorder moet het dus vooral bij zichzelf zoeken en niet bij de prediker. Er is een hele traditie die deze redenering steunt. Ook bij Calvijn is deze redenering te vinden. Bijvoorbeeld wanneer hij de woorden uit Ezechiël 18 : 31 verklaart: maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest. Inderdaad als je van zeer jongs af aan geleerd hebt te bidden om een nieuw hartje, dan kan dus helemaal niet wat in dit vers staat. Calvijn bevestigt dat. Maar dat is er nu juist de bedoeling van. 'God houdt geen rekening met wat wij kunnen, maar zegt alleen wat wij schuldig zijn'. God eist dus iets van ons wat we niet kunnen. Dat moeten we ontdekken, temeer daar we het Hem wel schuldig zijn. Tot zover is de redenering typisch een voorbeeld van de paradox, die mevr. Schilder de gereformeerde traditie verwijt. God eist wat we niet kunnen, waarin we hulpeloos zijn, machteloos zijn en toch schuldig!
Gaat de redenering niet verder dan dit, dan is het inderdaad aannemelijk, dat er een deprimerend effect van uitgaat onder de prediking en tijdens het huisbezoek. Dan is de diagnose van mevr. Schilder niet zo ver van de waarheid. En is er tevens alle reden om ons te bezinnen op de vraag of er een andere remedie bestaat dan de oplossing die zij heeft voorgesteld.

Gods bedoeling gaat verder
Ik ga hier geheel voorbij aan de anders heel belangrijke vraag, of Calvijn deze tekst wel juist verklaart. Het gaat mij om de redenering, die ook in de praktijk van de hulpverlening te beluisteren valt. Een redenering, die gedeprimeerde mensen niet opgewekter maakt en die een welhaast vanzelfsprekend karakter krijgt. Een redenering die dikwijls ook in het teken staat van een — technisch uitgedrukt — absoluut-dichotoom denken. Dat wil zeggen: een alles of niets, een zwart of wit redenering, zonder gradaties en nuancering. Gedeprimeerde mensen zullen door een selectieve aandacht voor de negatieve kanten van een dergelijke redenering juist die negatieve kanten overwaarderen. Een therapeut zal begrip tonen en accepteren wat de patiënt voor waar houdt. Maar hij of zij zal vervolgens de patiënt uitnodigen zijn redeneringen onder de loupe te nemen. Geen discussies dus. Maar (zelfonderzoek en (geestelijke) oefeningen thuis. Terug naar de redenering, die we in de praktijk in allerlei variaties dikwijls horen, die mevr. Schilder aan de kaak stelt, die we ook bij Calvijn vonden. Is de redenering hiermee klaar? Of is er nog een vervolg aan? Bij Calvijn is er inderdaad nog een vervolg. Hij voelt het probleem blijkbaar zelf aan door te vragen of God op die manier de mensen niet misleidt. Neen, dat doet God niet. Er ligt een bevrijdende waarde in het ontdekken en overdenken van eigen schuld, daarin dat het de tegenstand doet verdwijnen en naar Gods Geest doet verlangen. Als ik het goed begrijp, is dat het, wat prof. Graafland in zijn 'Gereformeerden op zoek naar God' de activiteit van de machteloosheid heeft genoemd (blz. 183). Er is dus alle reden om de redenering bij ontbreken van het vervolg van een vraagteken te voorzien, want Gods bedoeling gaat verder. Als ik dat niet had geloofd, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven?

Verschillende thema's vragen om uitwerking
Het bovenstaande roept allerlei vragen op. Zo hadden we het over sombere gevoelens b.v. onder de prediking, die op zichzelf niet abnormaal zijn, noch in psychologische zin, noch in geestelijke zin. Dat doet natuurlijk vragen naar de verklaringen die in de gereformeerde traditie aan dergelijke gevoelens gegeven zijn. Ik denk aan de geestelijke verlating, de verachtering, de geestelijke duisternis en dodigheid. Wat heeft dat allemaal te betekenen? Wat is de grens aan het normale? Wat is niet langer normaal of gezond? Ds. Maasland zal deze vragen in de vierde afdeling van deze serie bespreken.
De lezer krijgt daarvan een verslag in deze serie.
We spraken over depressiviteit en geloofsleven. Persoonlijke ervaring kan soms een lange verhandeling overbodig maken. Daarom is er ook een persoonlijk verslag over depressiviteit en de weg van het geloof opgenomen in deze serie.

Eredienst en liturgie
Het zijn niet alleen de woorden en redeneringen die het doen. Ik herinner mij het volgende geval. Onderdeel van de opleiding tot therapeut is een intensieve begeleiding in de vorm van supervisie. Op een keer kwam een supervisor in mijn werkkamer. Hij keek wat rond en vroeg: Wat vermoed je, dat cliënten denken over de zorg die je aan hen besteedt als ze zien hoe de planten in je kamer erbij staan! De lezer vermoedt terecht dat ze een nogal troosteloze aanblik boden. Ik wil maar zeggen, dat de indeling van de eredienst en de inhoud van de liturgie er wel degelijk toe doen. Ook het taalgebruik en de intonatie. Maar ook de inrichting van het kerkgebouw en alles wat daarmee samenhangt is maar niet om het even. Dan speelt ook de onderlinge band in de gemeente een belangrijke rol; het oog voor elkaar hebben. Hoe wordt dat tot uitdrukking gebracht? Mantelzorg binnen de gemeenten staat op z'n best nog in de kinderschoenen. Deze kwestie is van zo'n groot praktisch belang, dat er een aparte afdeling aan is gewijd in deze serie door dr. Hoek.
In het volgende artikel sluit ik deze eerste afdeling af met een beknopte indeling in hoofdoorzaken en daarop gerichte therapieën.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waar was mijn hoop, mijn moed gebleven (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's