De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

In het blad Zwingli, orgaan van de 'principieel-vrijzinnigen' werd uitvoerig aandacht gegeven aan het verscheiden van de 'voorman', ds. A.J. Roodzant, de opvolger van de geharnaste vrijzinnige ds. Van Lunzen te Odoorn. Op een stencil voor de begrafenisdienst stond een Drentse weergave van Psalm 23 van Roel Steyntjes, 'De Heer is mien Scheper':

De Heer is mien Scheper
Hij wis mij mien stee.
Zo groot is zien heide
Zo zacht is zien leide.
Hij drif mij al stoadig
Naor 't veld van zien vree.

De Heer is mien Scheper
Gien edder döt kwaod.
De wond van mien zunden
Die hef 'e verbunden.
Met kostb're zalve
De zalf van zien raod.

De Heer is mien Scheper.
In 't duustere dal
Zal Hij mij bewaoren.
Ik ducht gien gevaoren
Hij brengt mij ja 't aovend
In veilige stal.

De Heer is mien Scheper
Wat ben ik allèn?
Wat zal ik nog vrezen
A'k bij Hum mag wezen.
De dobbe der ruste
Daor brengt 'e mij hèn.


Uit hetzelfde blad Zwingli ook een klein stukje kerkgeschiedenis, 'Drenthe sedert de Hervorming':

'Ds. C. van Schaick, de destijds welbekende predikant te Dwingeloo, schreef in de Drentsche Volksalmanak van 1849 over kerkelijke toestanden in Drenthe sedert de Reformatie. In 1566 predikte Menso Alting te Sleen de nieuwe leer. Doch hij moest de vlucht nemen, aangezien de Inquisitie hem bedreigde met arrestatie en verhoor. Pas in 1598 werd Drenthe hervormd onder leiding van stadhouder Graaf Willem Lodewijk van Nassau. In overleg met vijf voorname inwoners van Drenthe liet hij op 12 mei 1598 bij plakkaat bekend maken, dat alle pastoors, vicarissen en andere geestelijken binnen drie weken hun woningen moesten verlaten en de kerkelijke goederen aan de hoofden der gemeenten moesten overleveren. Sedertdien mocht geen Rooms priester in Drenthe overnachten. Pas in 1780 mochten de Roomsen te Coevorden een kerk stichten. Dat deze ingrijpende verandering geen opstand teweeg bracht, bewijst wel, dat de Roomse godsdienst niet populair meer was. In 1602 waren er reeds 21 predikanten. Doch het bleek, dat zij niet allen geschikt waren: 4 werden geschorst, 2 afgezet en 6 moesten nader onderzocht worden. Sommigen van hen waren eerder pastoor geweest. De Drentse Synode wilde optreden tegen Carnaval. Op de Landdag van 1669 besloten Ridders en Eigenerfden, dat de placcaten tegen "suyperyen den vastenavond naght" zouden vernieuwd worden. Ook het kaartspelen op zondag werd verboden. In 1678 werd opdracht gegeven, te verhinderen dat "mispapen" gemeenten zouden vormen. Blijkbaar werd het overnachtingsverbod hier en daar overtreden. In 1721 behandelde de Drentse Synode een pijnlijke zaak: Hoe te handelen bij de doop van onechte kinderen? Deze vraag werd als volgt beantwoord: de ongehuwde moeder moet zelf het kind ten doop houden en bekentenis doen van haar misstap. Wil zij niet naar de kerk, dan moeten twee Landschapssoldaten haar met geweld naar de kerk leiden. De uiterst pijnlijke doopvragen zijn in 1816 afgeschaft. Ook de Doopsgezinden hadden het moeilijk: in 1641 bepaalde de Synode van Drenthe, dat ongedoopte kinderen van Mennonieten (d.i. Doopsgezinden) niet in deze landschap getolereerd zouden worden. In 1648 legden Ridderschap en Eigenerfden een boete van tien goudguldens op, wanneer men een kind niet binnen 14 dagen liet dopen. Voor de Doopsgezinden een onmogelijke situatie. Vandaar dat Drenthe zo weinig Doopsgezinden telt.'


Helder, geknipt uit het blad Kerk:

''Zo'n driehonderd jaar geleden landde een groep Nederlanders op de oostkust van Zuid-Amerika. Ze stichtten daar, op de plaats van de huidige stad Recife een Nederlandse kolonie. Het contact met de inheemse bevolking ging nogal moeizaam, er was een flinke taalbarrière. Maar één woord vonden de inboorlingen erg interessant: "Helder", de plaats waar de Nederlandse vloot vandaan gekomen was. Veel moeders vonden dit zo'n mooie naam dat ze er hun pasgeboren zoontje naar vernoemden, met als gevolg dat ook nu nog in Recife veel Brazilianen het met de voornaam Helder moeten doen.' Dit verhaal vertelde de bekende bisschop van Recife, Dom Helder Camara enkele jaren geleden aan premier Lubbers. Die vertelde het vorige week op een CDA-bijeenkomst in... jawel, Den Helder.'


Uit het proefschrift van dr. G. van den End over Guiljelmus Saldenus (1627-1694) nemen we het volgende over uit het hoofdstuk 'Saldenus als man van de cultuur'. Saldenus schreef ook gedichten.

'Onder de titel Wonder des H. Avondmaals, gaf Saldenus een gedicht uit waarin het verrassende van het zitten aan de tafel rondom Jezus als Gastheer onder woorden wordt gebracht. Het opvallende van dit lied is dat het sterke gelijkenis vertoont met een avondmaalsgedicht van Simonides. Nauwkeurige vergelijking brengt ons tot de conclusie dat Saldenus er zo door is aangesproken dat hij een eigen bewerking heeft gegeven van dit gedicht van zijn Haagse collega. Om de lezer deze gelijkenis te laten zien, plaatsen wij van beide gedichten de eerste coupletten naast elkaar, eerst dat van Simonides, daarnaast dat van Saldenus.

Lest was ik eens te gaste /
Daar at ik daar ik vaste /
Ik vaste daar ik at /
Nooit beter maal als dat
En die my had gebeden /
Was lang al overleden
En met ons aan den dis /
Daar Hy het leven is /

Onlanx so was ik eens te gast /
Daar wierd gegeten en gevast,
Ik at, terwijlen dat ik vaste,
Noyt was ik heerlijker te gaste,
De Waard, die my daar had genood /
Was over langen tijd al dood:
En noch so liet hy sich daar vinden /
In 't midden van zijn Tafel-vrinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's