De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ernst en liefde in de prediking (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ernst en liefde in de prediking (2)

10 minuten leestijd

Waarom ernst in de prediking?
Waarom is nu die ernstige lijn in de prediking nodig? Waarom is die oproep tot bekering en geloof nodig? Waarom kan een prediking niet zonder vermanen, waarschuwen enz.?
Omdat Gods Woord het ons leert. Mozes en de profeten, Christus en de apostelen zijn ons er in voorgegaan. De man Gods stelde zegen en vloek, leven en dood voor (Deut. 30 : 19 en 11 : 26). En ook de profeten spraken over zegen en vloek (Jeremia 17 : 5, 7 en 16). En Christus en de apostelen riepen op tot geloof en bekering. Zij stelden de twee wegen voor: de weg van behoud en de weg tot verderf.
Waarom ernst in de prediking?
Omdat wij tegen God hebben gezondigd. Wij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Vreemdelingen van de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld, zegt de Schrift. Omdat wij van onszelf geen geloof in huis hebben. Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven in Mijn Naam, sprak Jezus.
Waarom ernst in de prediking?
Opdat het zou komen tot verslagenheid in het hart (Psalm 34 : 19; Psalm 51 : 19; Jesaja 66 : 2 en Handelingen 2 : 36 en 37).
Zonder deze ernst blijft het evangelie in de lucht hangen, raakt het ons hoofd en hart niet.

Niet alleen ernst
De ernst kan en mag niet ontbreken in de prediking. Het is geen gepasseerd station. Maar de prediking mag niet opgaan in de ernst. Er kan geen ernst zijn zonder de liefde. De ernst komt op uit de liefde en uit de bewogenheid Gods. Zij komt op uit de liefde van Christus, die ons dringt. Maar het is even waar, dat door de ernst heen het komt tot de liefde.
Ernst en liefde zijn als golfbewegingen, die de prediking voortstuwen, maar zij zijn tegelijk ook inhoud van de prediking, schreven we eerder.

Liefde in de prediking
Het gaat ons nu niet om de liefde van Christus, die ons dringt tot de verkondiging van het evangelie, maar om de Goddelijke liefde als één van de hoofdmomenten in de prediking.
De kerntekst uit Johannes laat ons zien, dat de liefde van God in Jezus Christus tot de wereld gekomen is (Johannes 3 : 16). Paulus spreekt vaak over de liefde Gods in Christus Jezus, die door niets is te weerstaan (Romeinen 8 : 37-39). Deze liefde komt openbaar in de Vleeswording van het Woord, in het lijden en sterven van Christus en in Zijn verheerlijking. Veel nadruk krijgt Gods liefde als daad in het Offer van Zijn Zoon (Romeinen 8 : 32 en 5 : 8). Deze liefde van God bewerkt ook de wederliefde. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad (1 Johannes 4 : 10).
De Goddelijke liefde is fundamenteel, maar er is ook de liefde van Christus. Wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven tot een offerande en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk (Efeze 5 : 2).
Door de liefde zond de Vader Zijn Zoon en uit liefde tot de Vader en de zijnen offerde de Zoon Zichzelf tot een verzoening voor onze zonden.
Deze oneindige — eeuwige — liefde wordt nu, zegt Paulus, ook door de Heilige Geest uitgestort in onze harten (Romeinen 5 : 5. Dat is de liefde van God in Christus bewezen en zoals deze door de Heilige Geest zich in de harten der gelovigen bewijst en daarin werkzaam wordt. Want Gods liefde blijft niet boven ons en buiten ons, maar vervult vanwege de rijkdom van het in Christus geschonken heil onze harten door de Heilige Geest.
Ernst en liefde zijn noodzakelijk in de prediking. De ernst, de oproep tot bekering, het vermanen hebben tot doel om ons op te schrikken, wakker te schudden, uit te drijven uit de schuilkelders van ons bestaan. De liefde heeft tot doel om te trekken, te lokken, te brengen tot overgave aan de Heere, tot geloof in Christus Jezus. Alleen de prediking van de liefde maakt ons klein en overwint ons en zet ons in de ruimte van de liefde, de vrede en de blijdschap door de Heilige Geest.

Liefde, vrede en blijdschap
Zoals bij de ernst gedacht moet worden aan de oproep tot bekering en talloze andere woorden (zaken), zo zijn in de Schrift met de liefde ook talrijke zaken verbonden. Uit de veelheid noemen wij slechts de vrede en de blijdschap. Er is dankzij die liefde vrede en blijdschap in het geloven. Het levende geloof is nooit zonder vrede en blijdschap. Het is de vrede en blijdschap door Christus bij God, en in God. Wanneer het geloof ingezonken is, als er sprake is van verachtering in de genade, als we niet meer uit de Goddelijke liefde leven, missen wij de vrede en de blijdschap. Dan worden we opnieuw in liefde en ernst geroepen tot terugkeer, tot bekering. Met de bekering zijn wij nooit klaar!

De weg van de prediking
De weg van de prediking van de ernst en de liefde is de weg van Boven naar beneden. Zij komt van 's hemelswege tot ons. Zij komt van de Vader en de Zoon en zoekt door de Heilige Geest de weg naar de harten der mensen. Overigens — voor alle duidelijkheid — ook de inhoud der prediking wordt bepaald door de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Dat de prediking van Bovenaf tot ons komt, blijkt opnieuw uit 2 Corinthe 5: wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen. We zouden ook kunnen wijzen op 1 Corinthe 1 : 9, waarin gesproken wordt over God die roept tot de gemeenschap met Zijn Zoon Jezus Christus. Een heel ander voorbeeld treffen we aan in Lukas 15, waarin het niet gaat om het zoekende schaap maar om de zoekende herder. Ik denk ook aan het varhaal van de Samaritaanse, waarin het van het begin tot het einde gaat om Jezus op zoek naar het hart van die vrouw.
De prediking heeft nooit haar vertrekpunt in de mens, maar in God die in Christus, door Zijn Geest tot mensen komt. Dat heeft konsekwenties voor ons denken en spreken over de prediking.
In de eerste plaats voor ons denken en spreken over de relevantie van de prediking. Je hoort nogal eens de opmerking, dat mensen bepaalde prediking niet relevant vinden. De prediking slaat niet op mijn situatie, zo zegt men dan. Die klacht kan terecht zijn, wanneer de prediking alleen maar aandacht besteedt aan het innerlijke leven en voorbijgaat aan het staan, leven en werken in deze wereld. Maar die klacht kan ook onterecht zijn. Dat is b.v. het geval, wanneer wij onze soms eenzijdige of zelfs onbijbelse visie door de prediking bevestigd willen hebben, maar geen bevestiging krijgen. Niet wat wij relevant vinden, maar wat Gods Woord relevant acht is van doorslaggevende betekenis. We moeten — denk ik — heel voorzichtig zijn met dat gebruik van het begrip relevantie.
In de tweede plaats heeft dit konsekwenties voor ons denken en spreken over de separatie in en door de prediking. We bedoelen daarmee het onderscheid maken tussen geloof en ongeloof, gelovigen en ongelovigen. Daar wordt nogal eens bezwaar tegen gemaakt. Soms onderbouwt men dat bezwaar met de opmerking dat de gemeente zelf maar moet toepassen. Vaak wordt ook gezegd: dat moet je aan God overlaten. Alsof in een separerende prediking het niet aan Hem wordt overgelaten! Maar het gebeurt ook wel dat men een beroep doet op de Schrift, b.v. op Mattheüs 13, waarin de gelijkenis staat van het onkruid tussen de tarwe. Daar staat toch dat ze beide moeten opwassen tot de oogst?! F.W. Grosheide wijst er in zijn verklaring van deze gelijkenis m.i. terecht op, dat uit vers 29 niet is af te leiden, dat in de kerk geen tucht moet worden geoefend, dat men maar rustig wachten moet en dat straks wel blijken zal, wie ware christenen zijn. Afgezien van het feit, dat kerk en koninkrijk der hemelen niet mogen worden vereenzelvigd, omdat Mattheüs dit niet doet, vgl. 16 : 18 en 19, en dat er voor de oefening van de tucht bepaalde bevelen van Christus zijn, klampt men zich bij zulk een toepassing vast aan een trek, die wel noodzakelijk is in het beeld, maar niet in de werkelijkheid.
Als wij uitgaan van het Bijbelse gegeven, dat de prediking haar vertrekpunt heeft in God, die in Christus door de Geest tot mensen komt, dan houdt dit het maken van onderscheid in. Maar dat is dan wel altijd een maken van onderscheid vanuit het Woord van God. Het Woord schift en scheidt, opent en sluit het koninkrijk der hemelen. Maar het is even waar, dat wij onszelf buitensluiten door ons ongeloof en door onze onbekeerlijkheid. Een mens gaat om eigen schuld verloren. Die spanning hoort in de prediking thuis, evenals de spanning tussen de ernst en de liefde.

De onmisbaarheid van de Heilige Geest
De prediker, de prediking en de gemeente kunnen niet zonder de Heilige Geest. In zijn boek 'Preaching and Preachers' — vooral in het laatste hoofdstuk — maakt D. Martyn Lloyd-Jones lezenswaardige opmerkingen over de Heilige Geest in het leven van de prediker en in de prediking. Men leze dat!
De prediker heeft bij zijn voorbereiding en bij zijn prediking de ware Geestdrift, de gedrevenheid door de Heilige Geest nodig. Immers niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden. Hoe meer wij eigen leegheid kennen en ervaren, hoe meer wij onze afhankelijkheid kennen, hoe meer we zullen roepen en smeken om de Heilige Geest en hoe rijker we zullen ervaren dat de Heilige Geest alleen het doet. Wij zijn slechts instrumenten in Zijn Hand, minder dan een stofje aan een weegschaal en een druppel aan een emmer. Alleen door de Heilige Geest krijgt de prediking vaart, klem en kracht, dan wordt de ernst de hoogste en laatste ernst en de liefde wordt tot een uitnemende liefde, waarmee God ons heeft liefgehad. Dan krijgt de prediking ook een getuigend karakter. Dan is zij door ons heengegaan. Dan is de ernst noch de liefde ons vreemd. Dan geldt ook voor ons: Wee mij, indien ik het evangelie niet verkondig.
Maar zoals de prediker noch de prediking kan zonder de Heilige Geest, zo kan ook de gemeente niet zonder Gods Geest. We hebben geopende oren en harten nodig om te horen wat de Geest tot de gemeente spreekt. En Hij spreekt met twee woorden. Hij spreekt alles wat met de ernst en met de liefde samenhangt. Hij ontmaskert tot op de bodem van ons hart en Hij openbaart wat in geen mensenhart ooit is opgekomen. En Hij doet dat naar en door het Woord Gods. Hij doet dat door de prediking. Tot op de dag van vandaag.
Wij hebben geopende oren en harten nodig, merkte ik op. En dus dan maar afwachten totdat zij geopend worden? Nee, Gods Woord zet ons niet op een rustbank van valse lijdelijkheid. Integendeel, we worden opgeroepen om te horen: Hoort des Heeren Woord!
Wat hebben wij daar een moete mee. Echt geconcentreerd luisteren is veel moeilijker dan praten. We zijn vaak zo selectief in ons luisteren. We horen wat we graag horen en de rest leggen we naast ons neer. Maar wij hebben het hele Woord nodig, zowel het Woord in zijn ernst als in zijn liefde. Daarnaar luisteren is de weg tot horen door de Heilige Geest. Kom, Schepper Geest!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ernst en liefde in de prediking (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's