Wegen voor samen en Samen op Weg
Hervormd beleid
'Luisterend dienen' - projectenpakket Werelddiakonaat
Afgelopen zaterdag waren vele vertegen woordigers van hervormd gereformeerde diakonieën in Ede bijeengekomen vanwege de aanbieding door de Generale Diakonale Raad (GDR) — met name de Commissie voor het Werelddiakonaat (CWD) — van een speciaal opgesteld projectenpakket werelddiakonaat. Het pakket is bedoeld voor hervormd gereformeerde gemeenten maar ook voor alle andere gemeenten, die hiervoor belangstelling hebben.
De hervormde Commissie voor Werelddiakonaat, die aan het eind van de zeventiger jaren werd ingesteld, nadat de zogeheten Sectie Internationale Hulpverlening jarenlang op het terrein van werelddiakonaat actief was geweest, werd van meet af breed opgezet. Het diakonaat in de Hervormde Kerk is één en derhalve moesten in CWD ook de diverse modaliteiten vertegenwoordigd zijn. Zo hebben de jaren door ook een aantal hervormd gereformeerden van CWD deel uitgemaakt.
Er waren intussen duidelijke spanningsvelden, bijvoorbeeld als het ging om de keuze van projecten of de partners, waarmee werd samengewerkt, hier en overzee. Dat gaf in CWD van tijd tot tijd botsingen en schermutselingen. Daartegenover moet worden gesteld, dat het omvangrijke pakket van projecten voor een belangrijk deel door het geheel van de commissie werd onderschreven. Bovendien was het zo, dat de pijnpunten en de zaken, die tegenstellingen opriepen, altijd de pers haalden. Om één zaak te noemen, die sterk in de publiciteit kwam, de kwestie van de hulpverlening in het Midden-Oosten (met de Raad van Kerken in het Midden-Oosten als partner) de laatste jaren aanleiding geweest tot soms hoog oplopende tegenstellingen.
Eén en ander betekende intussen, dat in hervormd gereformeerde kring vanuit de diakonieën steeds meer kritische geluiden kwamen in de richting van CWD. Dat leidde tot breed en langdurig intern beraad. Eerst was er een commissie 'breedte van de kerk', die de vraag onder ogen zag hoe het diakonaat in gezamenlijkheid kon worden verricht. Vervolgens was er overleg met een groep hervormd gereformeerde diakenen. En verder werden er intern bezinningsavonden belegd over aangelegen themata.
Resultaat
Het gevolg van dit alles is geweest, dat binnen CWD (en de GDR) besloten is tot een tweedeling van het projectenpakket. Overal werd erkend dat het projectenpakket vele goede zaken bevatte. En breed in de kerk leeft ook het besef, dat kerkelijke hulpverlening (vanuit het diakenambt dus), een dwingende noodzaak is en prioriteit heeft boven allerlei andere vormen van (op zichzelf nuttige en te waarderen) hulpverleningsorganisaties. Maar steevast was dan de vraag: 'komt ons geld ook ècht bij het door ons bedoelde project terecht?' Die vraag nu kon niet bevestigend worden beantwoord. Wat doet men immers als een project (omdat er grote belangstelling voor is) wordt óvertekend? Dan geeft men niet méér geld weg aan dat project dan is begroot en nodig is gebleken. En wat doet men als er voor een bepaald project minder binnenkomt, omdat het project niet zo tot de verbeelding spreekt? Dan vult men aan uit de algemene middelen, omdat men nu eenmaal verplichtingen is aangegaan. Zo werkt iedere internationale hulpverleningsorganisatie. Maar al is dat rationeel volstrekt duidelijk, emotioneel stuitte deze benadering toch op grote weerstand.
Daarom is een adviescommissie uit hervormd gereformeerde kring in het leven geroepen, die uit het totale projectenpakket van CWD een eigen pakket heeft geselecteerd, dat men in vertrouwen kan aanbieden aan hervormd gereformeerde gemeenten. Dat pakket is afgelopen zaterdag aangeboden. Het draagt de naam 'luisterend dienen'. Daarin ligt opgesloten, dat geluisterd is en wordt naar de stem uit de gemeenten bij het samenstellen van dit pakket, dat ongeveer vijftig projecten bevat voor een totaal bedrag van 1,3 miljoen gulden.
Zou nu in de toekomst meer dan dit bedrag binnenkomen uit hervormd gereformeerde gemeenten, dan komt ook het meerdere ten goede aan deze projecten, omdat de commissie voor allerlei projecten, die men in het speciaal daarvoor ontworpen boekje aanreikt, slechts een bepaald percentage van het in totaal benodigde bedrag binnen dit aparte projectenpakket heeft opgevoerd.
Dankbaarheid
Tijdens de bijeenkomst afgelopen zaterdag sprak ds. A. Romein over 'bijbelse motieven voor werelddiakonaat', waarna de secretaris van CWD, mevr. R. Rahman, één en ander over het beleid van CWD zei en drs. H. van 't Veld, voorzitter van de adviescommissie aangaf hoe de commissie te werk was gegaan. In de vergadering bleek alom grote dankbaarheid voor het feit, dat het zover gekomen was.
We kunnen — zelf deel uitmakend van CWD — deze dankbaarheid ook alleen maar onderstrepen. Het zij toegegeven, dat ook deze tweedeling voortkomt uit de nood van de kerkelijke verdeeldheid en derhalve te maken heeft met wat de Schrift in ander verband 'de hardigheid des harten' noemt. Maar wanneer niet de héle kerk zich in een bepaald beleid herkent, dan is het goed als, jùìst op het vlak van het diakonaat, naar andere wegen wordt gezocht het alle gemeenten mogelijk te maken om aan hun roeping ten aanzien van het lenigen van nood in de wereld gestalte te geven.
Overigens blijft de totále commissie voor het Werelddiakonaat verantwoordelijk voor het totále projectenpakket. Dat wil zeggen, dat de zaken, die de afgelopen jaren steeds discussie hebben opgeroepen en ook voor spanningen hebben gezorgd, binnen CWD door alle leden besproken blijven worden. Het is niet zo, dat nu van de gedachte wordt uitgegaan: we hebben een 'goed' pakket en een meer 'omstreden' pakket en er behoeft nu niet meer gediscussieerd te worden over de dingen. De interne bezinning over het totale beleid gaat door. En daar blijven we ook als hervormd gereformeerden helemaal bij betrokken. Het is zelfs te hopen, dat de adviescommissie erin zal slagen om juist ook de bezinning over lastige punten, in de gemeenten op gang te brengen. Zulke bezinning en discussies moeten niet alleen een zaak van ingewijden zijn.
Nood
De noden in de wereld zijn groot en vele. Het is een roeping van de eerste orde om vanuit de dienst der barmhartigheid, die niet los staat van vragen inzake gerechtigheid, te helpen waar geen helper is. Intussen realiseren we ons zeer wel, dat datgene wat we ook als kerk(en) doen niet meer is dan een druppel op een gloeiende plaat. Met het totaalbedrag, dat binnen de Nederlandse Hervormde Kerk hiertoe bijeen wordt gebracht (ongeveer tien miljoen gulden) en met daarbij nog de 'vele' miljoenen, die door andere hulpverlenigsorganen wordt bijeengebracht, kan een minister van financiën in een klein landje als het onze nauwelijks iets doen. Wat de kerk hier overzee doet heeft daarom slechts een teken-karakter. Maar het teken wordt gegeven in Naam van Jezus Christus, die de Barmhartige Hogepriester is en ook de Zon der gerechtigheid genaamd wordt.
We hopen van harte, dat hervormd gereformeerde gemeenten breed en ruim achter het nu aangeboden project zullen gaan staan en zo meehelpen een héél, héél klein stukje nood in de wereld te lenigen.
Classicale herindeling
Een heet hangijzer binnen de kerken is momenteel de classicale herindeling, die wordt voorgesteld. Sinds vele jaren is dat een zaak, die in de Hervormde Kerk als zodanig in discussie is. De vraag is dan of het aangaat in het synodaal beleid die delen van de kerk, die slechts een klein aantal hervormden binnen bepaalde classicale grenzen hebben, evenveel stem te geven in het kerkelijk beleid (middels de afvaardiging naar de synode) als die delen, waar de kerkelijke betrokkenheid nog groot is. Er zijn kleine classes met nog geen 25.000 hervormden. Er zijn grote classes met enkele honderdduizenden hervormden. Hoewel de kerk geen democratie is, waar de zaken worden uitgemaakt bij meerderheid van stemmen en waar dus het getal beslist, gaat het toch niet aan om leeggebloede delen van de kerk het beleid mede te laten domineren. Naar kritische stemmen in deze werd echter slechts zelden geluisterd. De laatste jaren is schoorvoetend enige marginale herindeling toegepast, zodat Harderwijk en Arnhem samen werden omgevormd tot drie classes, terwijl er ook in Leiden een classis bij kwam. Motief om niet tot herindeling over te gaan was echter steeds (o.a.) het historisch gegevene.
Intussen is de zaak van de classicale herindeling nu volop in gang gezet. Maar niet vanwege een 'billijker' indeling van de Hervormde Kerk maar met het oog op Samen op Weg. Argumenten, die sinds jaar en dag golden, zijn nu opeens weggesmolten als sneeuw voor de zon. De Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland moeten elk 76 classes krijgen met zoveel mogelijk gelijke grenzen. Is het eenmaal zover, dan kunnen classes, vanwege dezelfde geografische ligging, gemakkelijker federatief worden samengevoegd.
De beoogde classicale herindeling is dus niet gericht op het welzijn van de Hervormde Kerk, maar op de voortgang van het S.O.W.-proces.
Het is nog niet zo lang geleden, dat in de Raad van Deputaten voor S.O.W. onenigheid bestond over de classicale herindeling. Nu opeens wordt de zaak met een zó grote voortvarendheid ter hand genomen, dat de classes het gevoel hebben overrompeld, overvallen te worden. Vandaar de sterke weerstand, die nu al is gebleken in bepaalde hervormde classes.
In de richting van hervormd gereformeerden is gezegd, dat het er voor hen gunstiger komt voor te staan wanneer er twintig classes meer komen. Dat zal waar zijn, al komen van her en der ook al klachten over een 'ongunstiger' indeling. Maar in de kerk gaat het niet om gunstig of minder gunstig, om voordeel of nadeel (Hoedemaker) maar om haar gereformeerd-belijdend karakter. 'Winst' aan de ene kant zal, bij doorgevoerde federatie, 'verlies' aan de andere kant opleveren. Zouden de kerken in al haaf delen gereformeerd zijn, dan zouden we ook deze moeiten niet hebben. Daarom moeten classes, die voordeel vermoeden in eigen omgeving, zich ook realiseren wat de uitwerking van de herindeling is op het geheel van de kerk. In deze zaak is het motief niet onduidelijk. Het gaat om de voortgang van het S.o.W.-proces en dus om een verbrede middenkerk.
We spreken in dit verband nòg eens onze zorg uit ten aanzien van die gemeenten, die zelf niet federeren en intussen in gefedereerde classes moeten gaan functioneren, met de mogelijkheid in een dwangpositie te geraken. Het is één van de zaken in de nota 'Knelpunten', die straks op de synode zal dienen.
Verder zullen gefedereerde classes vrij massaal zijn, wat op zich een proces van vervreemding teweeg kan brengen, hetgeen nog versterkt kan worden door het gedwongen samengaan met anderen, met wie men gemeentelijk (en kerkelijk) niet samen gaat of wil gaan.
Daarom is de zaak van de classicale herindeling geen sinecure. Het is zeker geen zaak die 'en bagatel', in de kortste keren kan worden afgedaan. Het zal ook nu gaan om de grondrechten en daarom om de fundamentele inrichting van één der grondvergaderingen van óók de Hervòrmde kerk.
Dat er met name hervormde classes zijn, die slecht functioneren en dus gemakkelijk tot herindeling (en tot federatie) besluiten, staat — dat zal duidelijk zijn — niet op onze creditzijde. Het zij ook gezegd in de richting van alle (ook hervormd gereformeerde) gemeenten, die classicaal nauwelijks participeren. Alle 'ach-en-wee-geroep' ligt dan in de sfeer van de krokodilletranen.
Kleine Synode
Nu we hierboven even de massaliteit van gefedereerde classes aanroerden, is het zaak om ook kort aan de orde te stellen de zogeheten kleine synode, waartoe besloten is en waarvoor de plannen nader worden uitgewerkt. Een combi-synode is een log lichaam, waar besluitvorming en inspraak problematisch zijn. Daarom is besloten tot het in het leven roepen van een 'kleine synode', waarin slagvaardiger — want met minder mensen — beleid kan worden gemaakt.
Onzerzijds is één en andermaal de vraag aan de orde gesteld of zo'n kleine synode past binnen de presbyteriaal-synodale kerkstructuur en een synode heten mag. Het is weer een nieuwe bestuurslaag naast (in sommige gevallen boven) kerkeraad, classis, provinciale kerkvergadering (of particuliere synode) en synode, met als delegatie daarvan het (breed) moderamen.
Maar verder is het zo, dat in de benaming op zich al niets meer blijkt van het feit, dat het hier om een samengaan van twee kerken gaat, die in feite nog niet verder gaan mág dan een federatie. Het is gewoon: kleine synode. Alsof het over één kerk gaat. Het gaat hier óók niet om een soort gefedereerd breed moderamen, want het is een geheel nieuw lichaam. Ook dit moet worden gezien als een aanjager voor het S.O.W.-proces.
De vraag hierachter is dan weer wat men straks zal (moeten) gaan doen als ook de gefedereerde classes te groot en onhandelbaar worden. De vraag stellen is haar beantwoorden. Maar de structuren worden er voor de komende jaren niet eenvoudiger op.
Perforatie gemeentegrenzen
De hervormde synode, die volgende week gehouden wordt, staat voor een zeer ingrijpende (kerkordelijke) beslissing, namelijk ten aanzien van de zogeheten 'perforatie gemeentegrenzen'.
Het is met de verdeeldheid der kerken, maar ook met de verdeeldheid binnen de kerken gegeven, dat mensen niet altijd kerken in de gemeente waar ze wonen, of in de kèrkelijke gemeente, waartoe ze in feite behoren. Elke kerk heeft met dit euvel van de verscheurdheid van het Lichaam van Christus te maken. De Hervormde Kerkorde heeft in dat opzicht al bepaalde vergroeiingen geïnstitutionaliseerd, namelijk door het in het leven roepen van zogeheten deelgemeenten (niet te verwarren met buitengewone wijkgemeenten, die onder verantwoordelijkheid van de centrale kerkeraad vallen). De synode grijpt dan over de plaatselijke kerkeraad heen en roept een gemeente in het leven naast de plaatselijke gemeente, die al bestond. Hervormd gereformeerden hebben voor eigen minderheden die figuur echter altijd afgewezen, al is er sprake van een enkele uitzondering. In feite is er bij deelgemeenten sprake van synodale tuchtoefening over de kerkeraad ter plaatse.
Voor mensen, die in een andere wijkgemeente meeleven dan waartoe ze behoren, zijn er in de zogeheten gemengde gemeenten intussen vaak wel plaatselijke regelingen van toepassing, zodat pastoraat kan worden geoefend over de grenzen van de wijkgemeente heen. Verder kan ook dispensatie worden verleend om in andere gemeenten dan waartoe men behoort de doop van een kind te laten bedienen. Maar verder: (wijk)gemeenten zijn (wijk)gemeenten. En dat is een kostbare zaak.
In alle gevallen, waarin bijzondere voorzieningen moeten worden getroffen, geldt dan ook de vraag, die in de Schrift onontkoombaar op ons afkomt: 'is Christus gedeeld?' (1 Kor. 1 : 13); of er is sprake van de scheldbrief vanwege de hardigheid des harten.
Fundamenteel
Wat nu echter aan de orde gaat komen (al voor de tweede keer) is de mogelijkheid om, als men dat wenst, ingeschreven te worden als hervormd lidmaat in een andere gemeente dan waartoe men behoort. De praktijk van het kerkelijk leven overziende, horen we sommigen al 'hoera' zeggen. Het geeft hun de mogelijkheid van meer betrokkenheid bij het gemeentelijk leven in de gemeente, waartoe ze, wat het meeleven betreft, zich rekenen; met zelfs de mogelijkheid in een ambt gekozen te worden. En toch — hoe 'aantrekkelijk' één en ander in sommige situaties lijkt te zijn — de weg, die de kerk hier op wil is naar onze diepste overtuiging een heilloze. We zeggen dit in de wetenschap, dat juist ook vele hervormd-gereformeerden 'elders' meeleven. We zeggen het ook, omdat ook in hervormd gereformeerde kring versmald zicht op de gemeente extra kansen krijgt. Maar niet wíj bepalen tot welke gemeente we willen behoren. Er ìs een gemeente en daartoe behoren we. Of we moeten zeggen dat die gemeente geen gemeente meer ìs, niet meer tot het lichaam van Christus behoort. Niemand zal zó ver willen gaan. Maar dan moeten we ook, dunkt me, in de maatregelen, die beoogd worden, zo ver niet willen gaan.
Op deze wijze krijgen we een kerk voor elk wat wils, een hotelkerk in optima forma. Natuurlijk, het zal allemaal niet 'zomaar' gaan. De instanties der kerk moeten één en ander in goede banen leiden. Dat verder bij dispensatie in bepaalde gevallen een soepel beleid wordt betracht, zal ook bij ons geen tegenspraak ondervinden. Integendeel! Het wordt echter uitzichtloos als het zo gaat worden, dat een aanvrage bij bijvoorbeeld de Provinciale Kerkvergadering om bij een andere gemeente te worden aangesloten en een mitsdien van 'hogerhand' gepleegd overleg mèt of een loutere mededeling áán de kerkeraad ter plaatse voldoende is om één en ander te effectueren. Dan zijn we bezig een kerk te vormen, waarin elke malcontentie gelegitimeerd wordt. Hoevelen zijn er niet, die van de ene plek naar de andere trekken, om het loutere feit, dat de dominee hun niet bevalt, of omdat ze aan het kerkgebouw niet kunnen wennen, of omdat ze een bepaalde 'geschiedenis' hebben in hun gemeente of omdat ze bepaalde personen niet langer verdragen. En het meeleven in die andere gemeente is er ook maar weer zolang het duurt. Gaan we al deze oneigenlijke motieven om zich bij een andere gemeente te voegen kerkelijk sanctioneren, dan zijn we het bijbelse, nieuw-testamentische zicht op de gemeente volstrekt aan het verliezen en het kerktoerisme aan het bevorderen.
Waarbij nog komt, dat van kerkelijke tucht in feite geen sprake meer is. Als het zo gaat worden, zoals in het geval van de deelgemeente, dat hogere organen kunnen gaan beslissen over het loutere feit, dat mensen zich aan het opzicht van een kerkeraad ter plekke (willen) onttrekken, wat blijft er dan van opzicht en tucht überhaupt nog staande?
De kwestie van de perforatie van gemeentegrenzen, als die verregaand wordt doorgevoerd, plaatst ons voor de ontstellende nood van de gescheurdheid van het Lichaam van Christus. De uiterste consequentie van wat nu wordt beoogd is, dat men zoveel gemeenten krijgt als er kerkleden zijn. Gechargeerd gezegd? Natuurlijk, maar niet helemaal buiten de realiteit. Liever leven met doorleefde nood en gevoelde pijn, dan oplossingen van de botte bijl nastreven.
Laten kerkeraden dan liever worden opgeroepen een soepel beleid te betrachten in het toepassen van dispensaties, óók als het gaat om het bekleden van een ambt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's