Boekbespreking
A. Schreurs, Spirituele begeleiding van groepen. Bijdrage tot een praktijktheorie voor geloofspractica. Uitg. J.H. Kok, Kampen, 1990, 278 blz., ƒ 45,—.
Deze studie ligt op het terrein van de spiritualiteit, t.w. de methodische begeleiding van groepen die verlangen naar verdieping van hun geloof door middel van meditatie, gebedsvormen, geestelijke oefeningen en gesprek. De schrijfster gebruikt daarvoor het woord geloofspracticum, bijeenkomsten van kleine groepen die zich in groepstraining aan dit proces wagen. Het zal duidelijk zijn, dat dit alles vraagt om nauwkeurige begeleiding, zowel pastoraal als pedagogisch.
De schrijfster, gespecialiseerd op het terrein van het vormingswerk, ontwerpt in dit boek een onderzoeksmethode, die zij vervolgens toepast op de verschillende stadia van een geloofspracticum. Ze is zich duidelijk bewust van het verschil tussen spirituele begeleiding en psychotherapie. Gaat het bij het laatste om het gezond functioneren, bij wat haar voor ogen staat, gaat het erom, dat de deelnemers zichzelf als gelovigen beter leren kennen door eigen daden en ervaringen gezamenlijk inzichtelijk te maken. De bijbel is daarin onmisbaar en bepalend voor de hele activiteit, terwijl in andere therapieën de bijbel op een andere wijze ter sprake komt.
Pedagogische en therapeutische inzichten worden verbonden met elementen uit de christelijke spirituele traditie.
Ook wie wat vreemd aankijkt tegen het verschijnsel 'geloofspracticum', doet er toch goed aan de zaak waar het mevr. Schreurs om gaat, serieus te nemen. Werken met groepen vormt een belangrijk onderdeel van de praktijk van het kerkewerk. Daarnaast valt te denken aan groepsprocessen in onderwijs en vormmgswerk. Terecht wordt er op blz. 96 op gewezen, dat de aanleiding voor het zoeken naar spirituele begeleiding niet altijd bestaat in religieuze nood, maar ook gelegen kan zijn in het gegeven, dat mensen behoefte hebben aan deskundige advisering over het gebedsleven.
Ten aanzien van de klassieke driedeling van de spirituele ontwikkeling (reiniging, verlichting. Godsverbondenheid) kiest de schrijfster een andere weg. Ze acht deze driedeling te veel verbonden aan de mystieke weg van de kloosterling en kiest voor elementen die geen op elkaar volgende stadia zijn, maar telkens terugkerende thematieken (duisternis, emotionele verwerking, besluitvorming, grote schoonmaak, kennis en Godsverbondenheid).
Het is een zeer specialistisch werk, dat kennis vraagt van inzichten uit het groepswerk, maar dat met name aan groepswerkers, pedagogen, pastores die veel met groepen werken ter kritische bestudering aanbevolen wordt. Het biedt veel stof tot overdenking over een belangrijke zaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's