De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geen televisie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geen televisie

Met het oog op de media

13 minuten leestijd

Tijdens een discussie op één van de contio's van predikanten van de Gereformeerde Bond eind jaren zeventig gebruikte ds. L. Kievit eens de gevleugeld geraakte woorden: Wie televisie heeft doet goed, maar wie hem niet heeft doet beter (vrij naar 1 Corinthe 7 : 38). Als toelichting bij deze uitspraak gaf hij aan dit te kunnen zeggen omdat hij zelf in het bezit van een televisie was doch er een gematigd en gereserveerd gebruiker van was. Ik denk dat velen met deze stelregel kunnen instemmen, hetzij men nog steeds een televisie in huis heeft of niet (meer).
Het is overigens opmerkelijk hoe in de beoordeling van het medium televisie de uitersten elkaar ook nu weer raken. Het is in progressief Nederland bon ton om te kunnen zeggen dat men geen televisie heeft of er nauwelijks naar kijkt. De bekende televisiecommentator van het dagblad De Volkskrant, Sietse van der Hoek, giet bijna elke dag zijn fiolen van afkeer leeg over wat er op de buis te zien valt. De meest programma's blijken bol te staan van onbenulligheid en voosheid. En wie daarbij regelmatig kennis neemt van bijdragen en commentaren in het Reformatorisch Dagblad weet dat men ook in deze hoek de televisie als één van de grote boosdoeners ziet in onze moderne samenleving. Het RD heeft dan ook vanaf het begin van haar verschijnen in 1971 geen radio- en televisieprogramma's willen opnemen in haar kolommen. Een besluit waar men nog altijd aan vasthoudt.

Intussen heeft men in orthodoxe kring een krachtig woordvoerder gekregen als het gaat om fundamentele kritiek op vooral het medium televisie in A.G. Knevel, zelf werkzaam bij de Evangelische Omroep als hoofd informatieve programma's. Onlangs verscheen zijn 'De wereld in huis' met als ondertitel 'het christelijk gezin en televisie'. Een boek dat kennelijk zo aanslaat, dat intussen een tweede druk van de persen rolt. Hoewel zelf bedenker en uitvoerder van verschillende televisieprogramma's, blijkt hij toch uiterst kritisch te staan tegenover het medium televisie.

Aanjager secularisatie
Knevel lanceert aan het begin van zijn geschrift deze stelling: de diepe oorzaak van de golf van secularisatie die de kerken sinds de jaren zestig overspoelt, is de televisie. Hij sluit zich daarmee aan bij de opvatting van de Engelse mediaspecialist Malcolm Muggeridge die al heel wat jaren geleden de stelling poneerde: de beste uitvinding van de duivel sinds de val van Adam en Eva in het paradijs is het medium en dan vooral toegespitst op televisie. Waarom de televisie zo exclusief naar voren gehaald? Er zijn toch ook de andere media: radio, kranten, tijdschriften en boeken? Omdat het beeld, het kijken en zien, een veel grotere invloed op de mens heeft dan het horen of het lezen. Knevel sluit zich hiermee aan bij bepaalde onderzoeksresultaten. De televisie is wel genoemd de katalysator van het seculariseringsproces (dr. J. Hoek). Deze stelling wordt door Knevel uitgebreid en aangescherpt tot: de televisie is daarbij ook de aanjager van de secularisatie. Zonder de televisie zou de secularisatie nooit zo snel zijn gegaan als thans het geval is. We zijn sinds het eind van de zestiger jaren in een maatschappij beland zonder normen en waarden. Egoïsme, individualisme en losbandigheid hebben in brede lagen van ons volk de overhand gekregen. Steeds weer zijn er grenzen verlegd op allerlei terreinen van het leven. En wie is van heel die ontwikkeling de hoofdschuldige? Knevel is er van overtuigd: de televisie!

Deze negatieve invloed is, aldus Knevel, juist het grootst onder het meest orthodoxe deel van ons volk. Want daar werden en worden nog altijd een aantal christelijke principes bewaard. Het overgrote deel van ons volk was al veel eerder de meer liberale lijn gaan volgen. Maar onder invloed van met name informatieve programma's via de televisie is ook onder het orthodox-protestantse deel van ons volk de uitholling van normen en waarden op gang gekomen.
Waarom is nu juist de televisie zo bedreigend op dit punt? Omdat dit medium precies datgene biedt, waarop de mens van nature is aangelegd. Nog krachtiger drukt Knevel zich uit als hij schrijft: 'De duivel bespeelt de mens via de televisie, want hij weet precies welke signalen het ontvangstation, dat in ons hart gehuisvest is, het liefst opvangt'. Zo maakt hij eigenlijk de mens immuun voor de ontvangst van het Evangelie in het hart. Om het met de titel van Knevels boek te zeggen: de wereld komt in huis en hart. Daarom heeft de televisie de verwereldlijking sinds het midden van de jaren zestig heel krachtig bevorderd, juist ook binnen grote delen van de Gereformeerde Gezindte. De luiken zijn opengezet en de aanpassing aan het denken volgens het schema, van de wereld is volop in gang gebracht. Vooral onder de jongere generatie schat Knevel de invloed van de televisie erg hoog in. Via vooral de komende generatie is een binnenkerkelijke secularisatie begonnen, die het ergste doet vrezen voor de toekomst van kerk en geloof.

Omgaan met de media
Knevel gaat uitvoerig in op de vraag hoe ouders, die televisie in huis hebben, daarmee omgaan in het gezin. Er blijken in de praktijk verschillende vormen van omgang met het medium voor te komen. De meest gangbare is die van de kinderen onbeperkt laten kijken. De televisie als electronische oppas, heeft drs. N.C. van Velzen al eens ergens geschreven. Verder komt ook voor de ongerichte houding. Af en toe begeleiden de ouders hun kinderen bij het kijken naar bepaalde programma's, maar heel vaak ook weer niet. Er is slechts een heel kleine categorie ouders, die het opbrengen om heel gericht hun kinderen te leren omgaan met het medium televisie in hun gezin. Knevel zet op een rij hoe binnen orthodox-protestantse kring over met name televisie wordt gedacht. Dat denken varieert van een alge­hele afwijzing via een sterk beheerst en strak gecontroleerd gebruik tot een vorm van mediapedagogiek. Er zijn drie houdingen mogelijk bij de televisie: 1. onverantwoord kijken, 2. helemaal niet kijken en 3. selectief kijken. Knevel kiest zelf voor de laatste houding. Dat is niet de makkelijkste manier. Maar wel een poging om de kinderen al jong te leren wat er in de wereld te koop is en hoe er vervolgens mee om te gaan. Je zou dit eigenlijk niet verwachten van iemand die eerst zo negatief heeft geschreven over de televisie en er dan tenslotte toch op deze manier in zijn slotadvies uitkomt. Ik denk dat dat samenhangt met zijn eigen positie in medialand.

Knevel probeert in de epiloog van zijn boek te verduidelijken waarom hij, zelf werkzaam bij de EO, toch zo uiterst negatief oordeelt over de televisie. Hoe kun je het medium televisie enerzijds brandmerken als een invalspoort van de duivel en anderzijds zelf meewerken aan bepaalde televisieprogramma's? Zijn argument komt hierop ongeveer neer: het medium is er nu eenmaal en blijkt bij het overgrote deel van christelijk Nederland volledig of gedeeltelijk geaccepteerd. Zorg er dan voor dat er tenminste nog een aantal verantwoorde programma's te zien zijn. Hoewel ik begrip heb voor deze opvatting, vind ik er toch ook iets tweeslachtigs in doorklinken. Eigenlijk ontkracht je daarmee iets van de scherpte van je vermaan tegen televisie. Want hoeveel mensen zijn er door de jaren heen niet toe overgegaan om 'de wereld in huis te halen', omdat de EO 'er toch ook voor komt'. En wat was daarna in veel gezinnen het gevolg? Pa en moe voor de EO en de jeugd in de ban van Veronica. Daarvan wil ik de EO de schuld niet geven en ook de heer Knevel niet. Maar ik wil er wel mee aangeven in welk spanningsveld we als christenen in deze wereld staan, juist ook als het om het omgaan met de media gaat. Wie televisie zo gevaarlijk acht als Knevel vindt, die kan eigenlijk maar één advies geven: begin er nooit aan of ruim het apparaat op.

Maatschappelijk verschijnsel
Ter gelegenheid van het afscheid van de ERDEE-directeur K. Bokma en het 20-jarig bestaan van het Reformatorisch Dagblad verscheen de bundel 'Het christelijk dagblad in de samenleving' onder eindredactie van B. van der Ros. Twaalf auteurs uit de gereformeerde gezindte belichten allerlei aspecten van het christelijk dagblad. Uiteraard ook in deze lezenswaardige bundel alle aandacht voor de media. Ir. J. van der Graaf merkt in zijn bijdrage op, dat we in de televisie met een maatschappelijk verschijnsel te maken hebben. Uit veel ontwikkelingen in onze samenleving valt af te leiden, dat dit medium mede deze samenleving maakt en bepaalt. En daarom kan ook de krant niet om de televisie heen, zelfs het RD niet, dat konsekwent sinds 1971 radio en televisie weert uit haar kolommen. Maar als zondagsmiddags een bekend politicus in het televisieprogramma Het Capitool opmerkelijke uitspraken doet die grote nieuwswaarde hebben, dan worden ze de dag erna wel in de krant vermeld, soms zonder de vermelding van genoemd programma erbij. Dat onderstreept alleen maar Van der Graafs stelling, dat de televisie een maatschappelijk verschijnsel is geworden, dat niet meer te negeren valt.
Aan de dualiteit eigen aan Knevels stellingname ten aanzien van met name de televisie, besteedt drs. R. Bisschop in de RD-bundel ook aandacht in zijn bijdrage over 'Krant en "eigen" kerkelijke identiteit'. Ook het RD, aldus drs. Bisschop, wordt in haar positie door een zeker dualisme bepaald. Aan de ene kant is het haar taak om dienstbaar te zijn aan de gereformeerde gezindte in trouw aan haar geschiedenis en aan Gods Woord. Aan de andere kant ontleent ze de rechtvaardiging van haar bestaan voor een belangrijk deel aan berichtgeving van wat juist buiten die gezindte zich afspeelt en geheel in strijd is met haar beginselen.

Wat is: de wereld?
Mijn moeite met de titel van Knevels boek is een beetje deze. Bepaalde delen van de gereformeerde gezindte ageren vaak zo eenzijdig alleen tegen de televisie, dat zij die geen televisie hebben, het gevoel zouden kunnen krijgen, dat de wereld niet of grotendeels niet in hun leven te vinden is. Als we waarschuwen tegen wat heet 'de wereld', zijn we toch niet klaar als de televisie maar weer eens genoemd is? Drs. Bisschop somt drie gevaren op, die de gereformeerde identiteit bedreigen in deze tijd: materialisme, onwaarachtigheid en kerkisme. Hij heeft gelijk. Zes dagen van de week vaak van de vroege morgen tot de late avond altijd maar werken en geld verdienen? Is in zo'n leven nog wel ruimte voor het vrezen en dienen van de Heere al zou dan de televisie misschien niet in de huiskamer staan?
En dan: onwaarachtigheid. Er heel erg op staan, dat de bekende klanken klinken in preek en gebed, zonder daar verder ook maar enige konsekwentie aan te verbinden voor de dagelijkse levenspraktijk. Waar blijft dan, aldus drs. Bisschop terecht, de innerlijke beleving en de uiterlijke uitleving? En wat tenslotte te denken van de kerkelijke zelfingenomenheid, zich vaak uitend in wetticisme en farizeïsme? Het blijft nodig om naast het vermaan van Knevel tegen de televisie óók deze waarschuwende woorden eraan toe te voegen. De dreiging van binnenuit is minstens zo groot als de dreiging van buitenaf. Je kunt dan wel 'de wereld buiten je huis houden', een standpunt waar veel voor te zeggen valt. Als we dan vervolgens maar niet denken dat de wereld ons niet meer bedreigt.

De televisie als aanjager van de secularisatie en als veroorzaker van de cultuuromslag. Dat is ook iets te zwart-wit gesteld, dunkt me. Daar waar men principieel de televisie en het bezit ervan afwijst, klaagt men ook steen en been over de geestelijke malaise en ingezonkenheid. De televisie is heus niet de enige boosdoener. Daarom moeten we niet altijd en alleen maar waarschuwen tegen de televisie. Dat is veel te goedkoop en uiteindelijk veel te oppervlakkig. Wie staat voor een bijbelse levenspraktijk en levenswandel, zal de hele breedte van het menselijk leven in het oog dienen te vatten tot en met de verborgen en vrome schuilhoeken toe. Van der Graaf merkt in genoemde RD-bundel heel indringend op: Wie enerzijds de huwelijksontrouw als in strijd met Gods gebod gispt, maar anderzijds visfraude in bescherming neemt, is in tegenspraak met zichzelf, wat dat betreft, ligt er ook voor het RD nog een belangrijke taak, juist terzake de drie bedreigingen door drs. Bisschop genoemd.

Ik ben van mening, dat we met een loutere afwijzing van het bezit en gebruik van de televisie voor het grootste deel van de gereformeerde gezindte achter de feiten aanlopen. De hoofdredacteur van het RD, dr. C.S.L. Janse, legde enkele jaren geleden in het kader van zijn promotie-onderzoek deze stelling aan een aantal ouderen en jongeren voor: 'De televisie moet uit onze gezinnen geweerd worden'. Een grote meerderheid van de ouderen uit kringen van o.a. de Gereformeerde Gemeenten bleek het hiermee van harte eens te zijn. Maar een meerderheid van jongeren uit diezelfde kringen dacht daar heel anders over. Ik denk dat het van meer realiteitszin getuigt en bovendien tot een vervulling van onze verantwoordelijkheid behoort, dat we onze jongeren maar ook de ouders helpen te letten op de gevaren die hen bedreigen bij een onbeperkt gebruik van wat de media te bieden hebben. Het is de weg die door drs. N.C. van Velzen gewezen is in o.a. het boek Christelijk gezinsleven. Leren omgaan met de media, begeleiden in het selecteren van programma's, achtergrondinformatie verstrekken bij de vaak subtiele pogingen mensen van hun christelijke levensovertuiging af te helpen, een bewustwording van wat 'de wereld' is in al haar uitingen via radio, televisie, boek, krant en tijdschrift.
Al met al is het er niet eenvoudiger op geworden in deze tijd te bewaren wat ons door onze God is toevertrouwd in de geloofsschat van de kerk der eeuwen. Dat vraagt meer dan ooit positieve inzet, voorzover ons het leven naar de Schrift en de belijdenis lief is geworden. De geestelijke wapenrusting uit Efeze 6 mocht al nooit, maar mag zeker in onze tijd niet in de kast blijven hangen, nu de geestelijke boosheden in de lucht zulk een indringende en geraffineerde aanval plegen om de laatste resten van de christelijke kerken uit te hol­len en als het kon op te lossen in hol en leeg amusement en vaak venijnig gif dat avond aan avond over het scherm glijdt of uitgebeeld en beschreven staat in boek en blad.

Stof te over voor de nodige vrijdag- en zaterdagbijlagen van het RD. Ook vanaf deze plaats erkennen we de waarde en het belang van de krant, die nu al 20 jaar verschijnt, al kan ik het niet nalaten op te merken dat in het toch eigenlijk betrekkelijk geringe aantal abonnees (52.000) aan het licht komt, dat ook onder de orthodoxen de natuur sterker is dan de leer.
Dat het omgaan met de moderne media, waartoe ook de tekstverwerker hoort, voor sommigen ietwat behelpen blijft, blijkt in de RD-bundel met name in de rubrieken 'Personalia auteurs' en het 'Personenregister', terwijl bij de herdruk ook Knevels boek de nodige verbeteringen behoeft. Dit laat onverlet dat we beide boeken in veler handen wensen. Maar dat is hopelijk allang duidelijk geworden.

N.a.v. drs. A.G. Knevel, De wereld in huis, uitg. J.H. Kok, Kampen, 124 blz,. prijs ƒ 17,90 en B. van der Ros (eindred.), Het christelijk dagblad in de samenleving, uitg. J.J. Groen, Leiden, 191 blz., prijs ƒ 29,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geen televisie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's