Bevrijdingstheologie: uiting van de anti-christ?
Ingezonden
Naar aanleiding van het openingswoord van de voorzitter van de Geref. Bond op de laatstgehouden jaarvergadering in Nijkerk moeten mij een paar dingen van het hart. Vooropgesteld: in hoofdlijnen kan ik hem volgen. Met name deel in zijn zorg dat wij veel te weinig waakzaam betrokken zijn op de wederkomst van Jezus Christus. Daarom spreekt de oproep om de tekenen der tijden te verstaan mij ook aan.
Uiterst ongenuanceerd
Eén uitspraak echter mag naar mijn overtuiging beslist niet onweersproken blijven. Dat is de opmerking die op een uiterst ongenuanceerde manier de 'bevrijdingstheologie' in verband brengt met de anti-christ. Uitgerekend die ongelukkige zin wordt in de persverslagen naar voren gehaald. Zo opent het verslag van het Reform. Dagblad in vette letters: 'De bevrijdingstheologie en de feministische theologie zijn "uitingen van de anti-christ". Dit stelde de voorzitter van de Geref. Bond in de Ned. Herv. Kerk, ds. C. van den Bergh, vanmorgen in zijn openingswoord op de jaarvergadering van de Bond in Nijkerk.'
Volgens De Waarheidsvriend luidde te letterlijke tekst: 'Is het niet een uiting van de antichrist wanneer in de wereldkerk, en helaas niet alleen daar, een bevrijdingstheologie hoogtij viert, waarin alleen maar plaats is voor een Jezus die bevrijdt van aardse verdrukking en slavernij en waarin geen plaats is voor de Verlosser, Die bevrijdt van de slavernij der zonde en verzoent met God?'
Het is niet de eerste keer dat deze theologie in een preek of verhandeling met een enkele zin wordt afgedaan. Het zou niet moeilijk zijn er vele voorbeelden van te geven, hoezeer in het westen vooroordelen en zelfs leugens de voorlichting over de bevrijdingstheologie bepalen. Ik voel mij geroepen te reageren, nu de voorzitter van een beweging waartoe ik mij zelf ook reken zich ertoe heeft laten verleiden zo lichtvaardig het zware oordeel 'uiting van de anti-christ' uit te spreken met betrekking tot een wijze van theologiseren en geloven waarvan hij slechts vanuit de tweede of derde hand iets weet.
De werkelijkheid van onrecht en armoede
Misschien mag ik een aantal opmerkingen maken op basis van een kleine vijf jaar ervaring als zendingspredikant in Chili, waar ik de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologieën van nabij heb leren kennen (de theologie van de bevrijding bestaat niet; er zijn allerlei varianten alleen al in Latijns-Amerika).
In de eerste plaats: is het fair een belangrijke beweging in de wereldkerk vanaf verre afstand te veroordelen, zonder ook maar enigszins in rekening te brengen tegen welke achtergrond deze theologie verstaan moet worden? Het is wel erg makkelijk om vanuit onze rijke en welvarende positie zo geringschattend te stellen dat in de bevrijdingstheologie 'alleen maar plaats is voor een Jezus die bevrijdt van aardse verdrukking en slavernij'. Wie zich maar even realiseert dat deze theologie geboren is in een werkelijkheid die gekenmerkt wordt door benauwend onrecht en onvoorstelbare armoede die struktureel lijden betekenen voor massa's mensen, zal dat zo nooit kunnen zeggen.
De criticus die deze geweldige nood niet proeft, kan nimmer recht doen aan het pathos dat achter deze theologie steekt.
Proberen te luisteren
Wie zich de moeite neemt echt kennis te nemen van de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologieën, bemerkt al gauw waar het bij alle verscheidenheid uiteindelijk om begonnen is: men wil de navolging van Christus gestalte geven vanuit de eigen context van Latijns-Amerika. Er is sprake van een reaktie op een christendom, dat de boodschap van het evangelie eeuwenlang heeft vergeestelijkt en verinnerlijkt. De 'Spaanse Christus' van het Europese katholicisme dat de veroveraars brachten, predikte veelal een religie zonder ethiek. Het hield de indianen verlossing voor in het hiernamaals en maakte intussen gemene zaak met hen die oorspronkelijke volken uitmoordden en verdrukten. Nog is de kerk vaak verbonden met een status quo, die voor massa's mensen onrecht en verdrukking betekent.
Is het niet volstrekt begrijpelijk dat de bevrijdingstheologie allergisch is voor een tijdloze verkondiging, die aan de concrete maatschappelijke tegenstellingen voorbijgaat en heersende systemen bevestigt? Tegenover een individualiserend en spiritualiserend verstaan van de bijbel worden de vreze des Heeren en de praktijk der godzaligheid nu in verband gebracht met de werkelijkheid van alle dag. Wie zou zijn vermanende vinger durven opheffen over het feit dat nu ook de sociale dimensies van het heil en van de zonde benadrukt worden?
Toenadering tot de Schrift
Er is veel kritiek mogelijk op de bevrijdingstheologieën. Het is waar dat linkse ideologieën hier en daar overheersen. Vooral in het begin hanteerde men de sociale wetenschappen nogal eens onkritisch. En nog steeds lijken sommigen meer onder de indruk van de analyses van Marx dan van het ontdekkende spreken van de Schrift. De noodzaak van verzoening met God blijft vaak onderbelicht.
Maar het is oneerlijk op grond van bepaalde tendensen heel de bevrijdingstheologie af te schrijven. Wie de laatste geschriften leest van Leonardo Boff en Gustavo Gutiérrez maakt mee hoe zij zich keer op keer door de Schrift laten verrassen. Zo biedt Gutiérrez' boek over Job prachtige bijbelse passages. Hij spreekt zelf meermalen van het 'interpellerend karakter' van de bijbel: 'het is waar dat wij de bijbel lezen, maar evenzeer leert de bijbel ons en stelt ons vragen'.
Deze toenadering tot de Schrift staat niet los van de crisis waarin de bevrijdingstheologie zich bevindt (van een theologie die 'hoogtij viert', zoals ds. Van den Bergh veronderstelt, is dus geen sprake!). Het kwaad zit dieper dan men dacht: het besef groeit dat God zelf de impasse moet doorbreken door met zijn machtige arm in te grijpen! Theologie van de bevrijding wordt theologie van de ballingschap.
Wie kaatst moet de bal verwachten
Een bekende bewerking is dat in de bevrijdingstheologie de context heerst over de bijbeltekst. Wij signaleren trefzeker eenzijdig en ideologisch bijbelgebruik. In een zendingsnota uit onze kring over Zuid-Amerika wordt volstaan met de opmerking: 'De bevrijdingstheologie worde duidelijk gemaakt, dat er in de bijbel meer staat dan alleen het boek Exodus'.
In gedachten zie ik de bevrijdingstheoloog Guttiérrez voor mij als spreker op een volgende jaarvergadering in Nijkerk. Ik denk dat hij in alle bescheidenheid twee tegenvragen aan ons zou stellen:
1) Over Exodus gesproken, hebt u als Bonders dat oudtestamentische boek ooit recht gedaan vanuit zijn historische en bijbelse context? Liggen er niet allerlei heilsordelijke en dogmatische schema's als een deken over de tekst uitgespreid, waardoor u niet meer onbevangen kunnen lezen wat er staat: dat God zich aan Zijn volk dat zucht onder de dictatuur van Farao bekendmaakt als degenen 'Die bevrijdt van aardse verdrukking en slavernij'? Waaraan denkt u trouwens concreet bij het zingen van de koninkrijkspsalm 146, over de Heer 'die 't recht der armen, de verdrukten gelden doet'?
Nader toegespitst: ziet u voldoende dat in de bijbel niet alleen het thema van het eeuwig heil van de enkeling en de rechtvaardiging van de goddeloze aan de orde komt (wat dat betreft valt voor ons uit uw traditie veel te leren!), maar dat met name vanuit het Oude Testament en de eerste drie beden van het Gebed des Heren het verlangen naar het rijk en de hartstocht dat er recht zal geschieden op aarde minstens zo centraal staan? Ik vind daar in uw preken zo weinig van terug.
In feite wordt vanuit ongedachte hoek de ontdekkende vraag op ons bordje gelegd of wij het tota scriptura (heel de Schrift) van de Reformatie wel echt serieus nemen. Dus: of wij ons niet schuldig maken aan wat wij de ander verwijten: een selektief bijbelgebruik dat zich een canon binnen de canon vormt en belangrijke delen van de Schrift laat liggen of vergeestelijkend geweld aandoet.
Welke bril hebben wij op?
2) Is het geen illusie te menen dat iemand de bijbel ideologievrij zou kunnen lezen? Hoe dicht je ook tracht te naderen tot de oorspronkelijke bedoeling van de tekst, altijd zal de traditie de contextuele ervaring en de maatschappelijk positie een flink woordje meespreken. Daar kunnen wij vanuit Latijns-Amerika, zegt Gutiérrez, jullie alles van vertellen.
Van de overzijde van de oceaan worden wij dus bevraagd op onze eigen ideologische vooronderstellingen. Zijn die bij een ander doorgaans snel aan te wijzen, van onszelf zijn wij ons er vaak nauwelijks van bewust dat wij de Schrift en de situatie nooit dan vanachter onze gekleurde brilleglazen bekijken.
De bevrijdingstheologie kan ons helpen om onze hermeneutische apriori's op het spoor te komen en kritisch onder de loep te nemen. Zo zouden wij ons kunnen afvragen of het juist is, dat wij ons in veel gevallen in onze dagelijkse beslissingen meer laten leiden door een liberale maatschappijvisie, dan dat wij ons laten bepalen door de woorden van de Heilige Schrift en de normen van het Koninkrijk Gods.
Het is mijn overtuiging dat de Geref. Bond er bij zou welvaren, wanneer zij in plaats van de bevrijdingstheologie lichtvaardig te veroordelen als een produkt van de anti-christ, een eerlijke poging zou doen tot luisteren. Het zou kunnen zijn dat onze medechristenen uit de verdrukking in grote delen van de Derde Wereld op het punt van het onderscheiden van de tekenen der tijden meer inzicht hebben ontvangen dan wij in het rijke Westen.
Het teken van het beest
Wellicht zou de vraag naar de duiding van de anti-christ in een heel nieuw licht komen te staan wanneer wij samen met Latijns-Amerikaanse christenen de bijbel zouden lezen. Zouden zij die het merkteken van het beest in verband brengen met een totalitaire verdrukkende economische wereldorde ('niemand mag kopen of verkopen, dan die dat merkteken heeft...' Openb. 13 : 17) het misschien in de goede richting zoeken?
Het gaf mij een triest gevoel van vervreemding in de openingsrede van de voorzitter van de Geref. Bond, waarin hij uitvoerig inging op de tekenen der tijden, zo weinig bewogenheid en verontrusting met betrekking tot bovengenoemde zaken te proeven.
Bij alle mogelijke kritiek op de bevrijdingstheologieën, zouden wij tenminste van haar kunnen leren het geloof niet zozeer als een intellectueel weten te verstaan, dan wel als het gaan van een weg. Een weg van gehoorzame navolging en offerbereidheid. Een manier van leven, waarbij geloof en leven, spiritualiteit en engagement niet langer los staan van elkaar, maar integraal samengaan.
NASCHRIFT
Een kort nawoord op het commentaar van collega Van Laar zij mij vergund. Van Laar maakt mij het verwijt, dat ik mij heb laten verleiden tot lichtvaardige kritiek op een wijze van theologiseren, waarvan ik slechts vanuit de tweede of de derde hand iets weet. Maakt hij zich daaraan echter zelf niet schuldig door kritiek te leveren op een zinsnede uit mijn openingswoord, zoals dat is weergegeven door de 'tweede hand' van het R.D.? Hoewel Van Laar wel de letterlijke tekst aanhaalt in zijn commentaar, kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat met name de weergave in het R.D. hem tot dat commentaar heeft aangezet. Immers, ik heb geen oordeel uitgesproken over de bevrijdingstheologie (in het algeméén), noch de bevrijdingstheologie in verband gebracht met de anti-christ. Wat ik mij wèl heb afgevraagd is of niet die bevrijdingstheologie een uiting is van de antichrist, waarin alléén maar plaats is voor een Jezus, die bevrijdt van aardse verdrukking en slavernij en waarin géén plaats is voor de Verlosser, die bevrijdt van de slavernij der zonde en verzoent met God. Die nuancering lijkt Van Laar, blijkens het vervolg van zijn commentaar, over het hoofd te hebben gezien. Daarom is zijn kritiek op een veroordeling van de bevrijdingstheologie geen kritiek op mijn openingswoord.
Gelukkig maar! Ik zou bijna gaan twijfelen aan Van Laars instemming met mijn woorden.
C. van den Bergh, Noordwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's