De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verwondering bij 40 jaar zending

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verwondering bij 40 jaar zending

Een impressie

5 minuten leestijd

Een synodevergadering in het Zendingshuis en in de Pauluskerk te Oegstgeest – dat was een novum op zaterdag 25 mei jongstleden. De afgevaardigden uit het gehele land hadden zich dit keer niet naar het vertrouwde Hydepark in Doorn begeven, maar naar het hoofdkwartier van de Raad voor de Zending. Het gold dan ook een heel bijzondere zitting naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van genoemde Raad.

Het lijkt wat merkwaardig om 'de zending' te feliciteren met een veertigste verjaardag. Vanzelfsprekend bestaat er al veel langer zendingswerk vanuit Nederland, mede gedragen door vele leden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Echter, pas sinds 1951, toen de nieuwe kerkorde werd ingevoerd, heeft de zending een voluit kerkelijk karakter gekregen. In een brochure die ter gelegenheid van dit jubileum is uitgegeven onder de titel 'Zending in ontwikkeling' geven Klaas van Oosterzee en Annemieke Lobbezoo een helder overzicht in vogelvlucht van deze 40 jaar kerkelijke zending. Zending was door de Dordtse Kerkorde van 1619 niet als kerkelijke taak aangegeven. Eeuwenlang droeg de overheid zorg voor het zendingswerk. Met name moet dan de V.O.C. (Verenigde Oostindische Compagnie), de 'overheid' in Nederlands Indië, worden genoemd, die in de loop van twee eeuwen ruim 900 predikanten en enige duizenden ziekentroosters en onderwijzers naar Indië heeft uitgezonden. Na de opheffing van de V.O.C. in 1795 namen corporaties op basis van particulier initiatief de verantwoordelijkheid voor de zending over. Het tijdperk van de genootschappen brak aan. De bekendste zijn het Zeister Zendinggenootschap, opgericht in 1793, en het Nederlandsch Zendeling Genootschap, opgericht in 1797. Hierbij was dus geen sprake van een direkte kerkelijke verantwoordelijkheid. Op 28 juni 1951 werd de verantwoordelijkheid voor de zending overgedragen aan de kerk zelf. Daar hoort zij ook thuis. De kerk leeft van Gods zending, is zelf opgenomen en meegenomen in Gods zending en kan dus het werk der zending ten principale niet overdragen aan allerlei verenigingen of stichtingen. Overigens heeft de Gereformeerde Zendings Bond, gelijk bekend, in 1951 eenzelfstandige plaats behouden. Dit vanwege gewichtige theologische verschillen die een zelfstandig voortbestaan vanuit klassiek-gereformeerde positiekeuze noodzakelijk maakten. Bij de veertigste verjaardag van 'Oegstgeest' ontbraken overigens de vertegenwoordigers van de G.Z.B. (en I.Z.B.) niet. De onderlinge verhoudingen zijn kennelijk goed, zeker in de persoonlijke sfeer, en bepaalde vaste communicatielijnen tussen de Raad voor de Zending enerzijds en de G.Z.B. anderzijds zijn gelegd. Het is te hopen dat eens de tijd zal aanbreken dat een apart voortbestaan van de G.Z.B. niet meer nodig is, zodra alle zendingswerk vanuit onze kerk zich voltrekt vanuit een onbekrompen en ondubbelzinnige verbondenheid met het gereformeerde belijden.

Toespraken en discussie
Tijdens de morgenvergadering werden een viertal toespraken gehouden rond het thema 'Verwondering'. Sprekers waren achtereenvolgens mevr. drs. M.B. Jongeneel-Touw, voorzitter van de Raad voor de Zending, mevr. ds. Pollikon-Assa, afkomstig uit Indonesië en thans werkzaam in Zelhem, ds. Kpobi uit Ghana, missionair predikant in Utrecht, en prof. dr. Kwame Bediako uit Ghana. Samenvattingen van deze toespraken zoals deze verschenen in het Persbulletin van de Ned. Herv. Kerk, vindt u elders in dit nummer. Veel gezichtspunten werden in deze boeiende verhalen aangereikt. Wel was één en ander nogal sterk toegespitst op de situatie in Nederland. Dat gold niet van de bijdrage van prof. Bediako. Bij hem stond meer de uitdaging van de vertolking van het evangelie in de eigen Afrikaanse situatie centraal.
In de middagvergadering kreeg de synode gelegenheid op het gehoorde te reageren. Hiervan werd slechts in geringe mate gebruik gemaakt. Toch lijkt het mij niet juist wat in het dagblad 'Trouw' te lezen stond als zou de synode niet warm hebben kunnen lopen voor de zending. De reden van de terughoudendheid van de synode werd trefzeker verwoord door ouderling M. Geleynse uit Rotterdam-Delfshaven. Vanwege het thema 'verwondering' was er op deze dag eigenlijk geen ruimte voor een theologische of leerstellige gedachtenwisseling, iets wat Geleynse overigens voor dit maal positief waardeerde. Later, bij een andere gelegenheid, zal zo'n benadering weer nodig zijn, maar dan blijve toch de verwondering voorondersteld!

Positief tegenwicht
Uit de woorden die mevr. Jongeneel aan het einde van de discussie sprak, werd duidelijk waarom de organisatoren van deze dag, met name de Raad voor de Zending, voor het thema 'verwondering' hadden gekozen. Zij stelde dat er in de Raad enige weerstand bestaat tegen nota's als 'Kerkzijn in een tijd van godsverduistering' (1988) en tegen allerlei geluiden die het doen voorkomen alsof God in deze tijd uit ons midden geweken is. Dit komt wat défaitistisch, ontmoedigd en ontmoedigend, over. Daartegenover wilde men op deze dag signalen geven die erop wijzen dat God wel degelijk werkzaam in ons midden is. Een sympathiek streven mijns inziens, al mag dat er niet toe leiden dat de ernst van de situatie waarin wij verkeren zou worden onderschat. Wie zou niet wenen vanwege de ontzettend grote vervreemding van brede lagen van ons volk van de meest elementaire beseffen van het evangelie. Zeker, er zijn verblijdende tekenen dat God in ons midden is, als we ze maar zien willen. Maar anderzijds is de nood der tijden groot en is de opkomst van een modern post-christelijk heidendom schrikbarend. Daarom ben ik persoonlijk veel meer dan kennelijk de Raad voor de Zending te spreken over bepaalde noties uit het rapport 'Kerk zijn in een tijd van Godsverduistering'.

Afsluitende viering
De dag werd afgesloten met een korte dienst en agapè-maaltijd in een grote tent op het terrein van het Zendingshuis. In aansluiting daarop begon een avondvullend programma voor zendingscommissies uit het gehele land. Het was allemaal tot in de puntjes georganiseerd. Een woord van dank en waardering is hiervoor dan ook zeker op zijn plaats.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verwondering bij 40 jaar zending

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's