De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De teerling geworpen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De teerling geworpen

Knelpunten in Samen op Weg

21 minuten leestijd

Het is lange tijd geleden en het zal voorlopig nog wel weer even duren, dat zo fundamenteel ter synode is gesproken over het Samen op Weg proces en de weerstanden daartegen, als vorige week is geschied. Aanleiding was een nota Knelpunten, opgesteld door een commissie, naar aanleiding van het manifest, dat de Gereformeerde Bond vanuit een vergadering van ambtsdragers in Bameveld (oktober 1987) deed uitgaan naar de synode. De commissie, die breed samengesteld was, had in een rapport die knelpunten op een rij gezet en van een toelichting voorzien.
Hoewel deze nota al een jaar in de la van de synode lag, kwam deze nu toch eindelijk in behandeling. Misschien was die vertraging nog zo slecht niet. Eén en ander had lang genoeg in de week gestaan om nu tot een rijp beraad te voeren. Wel was het stuk voortijdig voor commentaar in gereformeerde handen gegeven en aan de Raad van Deputaten SOW, hetgeen her en der kritiek heeft uitgelokt, omdat het om een hervòrmd stuk voor de hervòrmde synode ging.
Globaal genomen werd de commissie (en dus de inhoud van de nota) geprezen, hoewel in enkele gevallen ook gelaakt. In de pers was zelfs gesproken van een hervormde 'miskleun'. De knelpunten zelf zullen we hier niet meer herhalen. Die zijn een keer integraal in deze kolommen afgedrukt. Nu volgt een volledig verslag van wat ter synode is gezegd.

Synodestemmen
Nadat mr. T. Rademaker (voorzitter van de commissie) had benadrukt, dat het rapport een verslag van een aantal gesprekken was en dat de bedoeling van het rapport was de knelpunten bespreekbaar te maken ('Over knelpunten gesproken...') kreeg als eerste het woord ds. M. Ravenhorst, Muiden. Hij stemde in met de meeste knelpunten maar staat in een gemeente, die in 1993 gaat federeren. We moeten ons bewust zijn van de opdracht tot eenheid. Niemand zal met ernst durven beweren, dat we alléén zèlf het lichaam van Christus vormen. De knelpunten, die er in het SOW-proces zijn, blijken overigens niet zó maar te overwinnen. We zullen geduld moeten hebben met de ander. Niet elkaar afdoen met: 'dit is achterhaald' of 'ze zijn te ver gegaan'. Ds. Ravenhorst pleitte intussen voor een snelle federatie van de classes. Want daar wordt het gesprek gevoerd.
Ds. W.B. Beekman (Koudum) noemde het werk van de commissie 'huisbezoek aan bezwaarde gemeenteleden'. Het rapport is maximaal nabij t.a.v. de bezwaarden en pastoraal van toon. Men is over de drempel gestapt om de bezwaarden te horen. Bezwaren leven overigens niet alleen in de rechterflank maar in de kerk in haar volle breedte. In de kerk treft men naast instemming aarzeling. Instemming met het proces vanwege de pijn der verdeeldheid. Aarzeling vanwege verschillende structuren, beelden, gevoelens. Dit rapport neemt de bezwaren serieuzer dan het vijfjaarlijks rapport van de visitatoren generaal deed.
Ds. E.J. Hefting (Surhuisterveen) stelde, dat SOW een appel op ons doet en dat we daarbij het werk van de Heilige Geest niet mogen veronachtzamen. Als het niet uit de Geest is gaat het vanzelf wel dood, naar het woord van Gamaliël. Vorig jaar leek het proces 'op sterven na dood' te zijn. Nu is het weer 'alive' (tot leven gekomen). Het proces lijkt echter een zaak van regeltjes. We moeten de inhoudelijke kant niet vergeten.
Ds. R. van Kooten (Soest) stelde, dat gereformeerden niet begrijpen waarom hervormd-gereformeerden wel met vrijzinnigen in één kerk zitten en niet samen willen gaan met de Gereformeerden. De Gereformeerden zijn in het verleden drie keer rechts afgeslagen en tenslotte zo links uitgekomen. 'Ik durf niet weg uit de kerk, waarin ik geboren ben en waarin ik de Naam heb leren kennen'. Soms is er wel sprake van grote gewetenspijn. Maar God werkt al eeuwen in deze kerk tot vandaag. 'Daarom durf ik geen daad te doen'. Maar als we straks onze geloofsbrieven moeten inleveren bij een nieuwe, verenigde kerk, dan doen we wel een daad. Als de oude Nederlandse Hervormde Kerk niet meer bestaat worden we wel voor een keuze gezet. Het gaat om de vorming van een nieuwe, oecumenische kerk en dat gaat gepaard met een evenredige versmalling van de belijdenis. 'Ik kan niet het geloof krijgen dat dit uit God is'. Op de combi-synoden is er sprake van vervreemding. Die lijken meer op aandeelhoudersvergaderingen van Philips over nieuwe geldbesparende lichtbronnen dan op kerkelijke vergaderingen van mensen, die getuigen van 'het Licht'.
Ds. Van Kooten zei tenslotte, dat Calvijn zelf nooit een afscheiding wilde maar wel buiten de moederkerk móést raken, omdat de concilies niet in staat waren tot reformerend handelen. 'Ik zal hervormd blijven zolang die mogelijkheid er is. En die is er krachtens uitspraken zwart op wit. Maar als ik moet kiezen zal ik proberen door Gods genade het beste te kiezen en dat is niet de Verenigende Kerk'. Ds. Van Kooten diende vervolgens een motie in om de synode nog eens te laten uitspreken, dat geen enkele gemeente gedwongen zal worden mee te gaan.
Ds. J.G. van Loon (St. Maartensdijk) vroeg zich af of uitstel van de behandeling terecht was geweest. Hij vroeg verder of het inderdáád als een probleem ervaren wordt, dat er zoveel gemeenten zijn, die er niet mee te maken hebben of willen hebben. Het proces wordt verder meer gekenmerkt door activisme dan door roeping. Omdat het hart eruit is stagneert het proces. Hoe wil men verder de hele kerk meenemen als bij de eerder gehouden raadpleging van de gemeenten veertig procent tégen bleek te zijn? We zullen eerst orde op zaken moeten stellen in eigen huis.
Wat de vaderlandse kerk betreft, aldus ds. Van Loon, deze is niet los te maken van haar belijdenis (van Dordrecht). Hij vroeg zich af of vrijzinnigen er in SOW niet een bondgenoot bij krijgen en of de Doleantie vandaag geen ongelijk krijgt. Waarom overigens niet gesproken over 'terugkeer' van de gereformeerden? In het huidige proces trekt verder de minderheid de meerderheid mee. Momenteel zijn we nog in staat van hereniging, dus: hervormd èn gereformeerd. Als fusie aan de orde gaat komen dienen de gemeenten te worden geraadpleegd. Bij fusie zal de vaderlandse kerk ophouden te bestaan.
Dr. J. Hoek (Veenendaal), lid van het moderamen (opgeschoven naar de secundusfunctie), hield een betoog, dat dermate fundamenteel en indringend was, dat het de hele verdere discussie meeging. We hebben het integraal bij dit verslag opgenomen.
Ds. Sj. van der Zee (Oosterhout) vond het betoog van dr. Hoek benauwend. Heeft God alleen gesproken in de zeventiende eeuw? Hij noemde als positieve punten van hedendaags belijden: 'Klare Wijn', de 'Barmer Thesen' en 'Fundamenten en Perspectieven' .
Mevr. L.C.C. van Bergen-Meijers (Wieringerwerf) had na het betoog van dr. Hoek twee kopjes koffie moeten drinken. Ze was gekwetst in haar hart. Ze voelde zich als lid van een SOW-gemeente pijnlijk getroffen. Ze vroeg de synode ook eens verhalen te gaan bundelen over SOW-situaties waar het allemaal goed gaat.
Mevr. ds. A.J. Yntema (Aalten) had zich kil en ellendig gevoeld door de toespraak van dr. Hoek. Hoe teleurgesteld we ook zijn over de knelpunten: 'ze raken ons niet'. Toch moeten we de knelpunten niet wegwalsen. Derhalve moeten zekerheden worden ingebouwd voor de bezwaarden. Een kerk met ruimte voor links en rechts was haar lief. Dus graag naar een SOW-kerk met ruimte.
Ds. R. Holwerda (Pijnacker) zei, dat het moedig is om, terwijl weverkláren Samen Op Weg te zijn, te constatéren, dat er weerstanden zijn. Weerstanden breek je niet door te spreken over 'onomkeerbaar proces' of 'één kerk of géén kerk'. Wie in de visitatie bezig is komt de knelpunten wel tegen. Als knelpunt noemde hij de heersende opvatting dat, als je met een gerefor­meerde naar bed gaat, deze, als je wakker wordt, alle dekens blijkt te hebben.
Ds. Holwerda vroeg vooral aandacht voor het belijden en sloot zich aan bij het Pinksterappel (uit de kring van de Gereformeerde Bond, de Confessionele Vereniging en het Confessioneel Gereformeerd Beraad), waarin over homologia (samenstemming) werd gesproken vanuit de belijdenis ('wij ademen in de belijdenis'...). In de broedertwist tussen hervormden en gereformeerden ging het destijds om het belijden. Daarom moet ook in het SOW-proces de belijdenis ernstig worden genomen. Daarom zal dit knelpunt voortdúrend ernstig moeten worden genomen.
Ds. M.A. van den Berg (Groot Ammers) vroeg wat de kracht is van de (in 1986) gedane belofte, dat geen dwang zal worden toegepast. Gaat het hier om een absolute belofte of een voorwaardelijke? Hij diende daarover later ook een motie in van vergelijkbare strekking als die van ds. R. van Kooten. De bezwaren tegen S.O.W. leven breder in de kerk dan menigeen denkt. Door velen wordt het proces principieel niet aanvaard. Men is niet tevreden als in de trein wat bankjes worden verzet, maar men verzet zich tegen het rijden van de trein op zich. Het gaat om het voortbestaan van de kerk der vaderen (òf om de voltooiing van de Doleantie).
In de classis Alblasserdam is, terzake van de classicale herindeling, gebleken, dat, àls men nog eens een keer een daad kan stellen tegen het S.O.W-proces, men dit ook doet. Men weigerde aan de classicale herindeling mee te werken.
Afscheiding is intussen principieel onverenigbaar met ons staan in de Hervormde Kerk. Vereniging van twee kerken is iets anders dan hèreniging. 'Wat is er tegen om tegen de gereformeerden te zeggen: kom terug?' We zijn hervormd, staande in een traditie, waarin God Zijn volk heeft geleid.
Ds. Y.C. de Groot (Assen) vroeg aandacht ook voor de knelpunten, die in het zogeheten KASKI-rapport stonden en vroeg verder alle knelpunten samen mee te nemen in de kerkordelijke bezinning.
Ds. D.M. de Jong (Oss) sprak over blijdschap en schaamte vanwege de ontdek­king, dat punten, die kerkscheidend zijn geweest, het nu niet meer zijn. Als de knelpuntennota overigens niet bedoelt het beleid te beïnvloeden, is er sprake van 'repressieve tolerantie' (onderdrukkende verdraagzaamheid) jegens de bezwaarden. Door de knelpuntennota worden we ontdekt aan onze eigen kerkelijke problemen. Hij vroeg zich verder ten aanzien van het begrip vaderlandse kerk af of, als dit een historisch geduid begrip is, er dan niet sprake is van een soort apostolische successie en valt onder het verwijt van Jeremia': des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze'. Het virus der eigenzinnigheid heeft de kerk gescheurd. S.O.W. is een 'beginnetje' van herstel.
Hij stelde verder, dat het manifest van de Gereformeerde Bond 'interessant' was, omdat daarin gesteld werd: doe het niet, maar wees er wel bij! Verder stelde hij, dat de belijdenis in een doosje niet tot z'n recht komt. Die moet worden gezongen in onze taal. De nota moet dienen ter schuldbelijdenis in de begeleiding van het S.O.W.-proces. De ooit door dr. S. Meyers bepleitte schuldbelijdenis vraagt opnieuw overweging.
Ds. F. Hoek (Goedereede) constateerde 'ontsteltenis' bij de synode n.a.v. de woorden van zijn naamgenoot. Denkt men: jullie blaffen wel, maar jullie gaan toch wel mee? In de classis Brielle leven grote bezwaren. Tal van gemeenten willen en zullen niet meegaan. Zal de hervormde kerkorde inderdaad van kracht blijven, zolang er sprake is van 'staat van hereniging'? Mag men zich verder bij gefedereerde classes onttrekken? En is er plaats voor een buitengewone wijkgemeente in gefedereerde gemeenten?
Ds. L. Korevaar (Generale Visitatie) signaleerde bezwaren (ook in het Kaski-rapport) uit de hele breedte van de kerk. De Samen Op Weg-schoen wringt. Maar nieuwe schoenen klemmen nu eenmaal. Men kan ze oprekken of inlopen.
We moeten de gevoelens uit de knelpuntennota ernstig nemen. Deze nota was een eerste fase: een pastorale verkenning. De tweede fase vraagt om vertaling van de knelpunten in organisatorische verbanden. We moeten ruimte scheppen voor ontmoeting. En bij verdere stappen streven naar LAT-relaties (apart en toch samen).
Diaken mw. E. van Klinkenberg (Zetten) verwoordde haar ergernis en verbazing. Van 'vaderlandse kerk' en 'planting Gods' had ze nog nooit gehoord. Predikanten in haar omgeving trouwens ook niet. Maar na lang informeren ontdekte ze dat het in 1572 begonnen moest zijn, in Wezel of zo, dus nog niet eens binnen onze grenzen. Ze vond dat wel grappig. Maar met het geloof van de vaderen had ze niet zoveel op. Maar die vaderen van toen hadden veel weg van de Zuidafrikaanse bevrijdingsbeweging ANC. (Bij al die verdere onzin heb ik mijn pen maar even neergelegd, v.d.G.).
Oud. G.C. Korving (Zwolle) vond de knelpuntennota herkenbaar, en wist zich verwant met wat gezegd was door dr. Hoek en ds. van Kooten. Maar zelf zat hij al zes jaar in een SOW-commissie in Zwolle. Ging dan vaak verslagen naar huis. Want onderschat ook niet de ernst 'van de andere zijde'. In die zes jaar is er ook over en weer geluisterd. Vanuit Groen van Prinsterer kun je toch ook functioneren in S.O.W.-commissies!
Ds. P.M. Breugem (Barneveld) vroeg of we het gezag van de synode aantasten als we ons aan bepaalde beslissingen niets gelegen laten liggen. S.O.W. is niet opgekomen uit wederzijdse herkenning in het gereformeerd belijden maar in het loslaten van de belijdenis. We zouden onszelf onwaarachtig vinden als we dat — de kwestie van de belijdenis — niet telkens weer als hervormd gereformeerden aan de orde stelden. Het is geen halsstarrigheid als S.O.W. wordt afgewezen. Als intussen toch dingen geproduceerd zijn, waarin we de confessie herkennen, dan is dat spaarzaam geweest.
In de nota worden intussen wel vriendelijke woorden gewijd aan het manifest van de Gereformeerde Bond. Maar er is ook de afwijzing. Ds. Breugem stelde verder dat, als bredere organen samenwerkingsverbanden aangaan, men daar als bezwaarden dan vreemd tussen komt te zitten. Kan één classis apart blijven staan als alles in een provincie al samengaat?
Er ligt in de nota veel huiswerk voor de Raad van Deputaten. We moeten er niet aan denken, dat het proces van S.O.W. bestaan zal in het al maar pogen gemeenten over de streep te trekken. De synode zij gewaarschuwd voor bewegingen in de richting van afscheiding.
Ds. J.L. Brevet (Tiel) zag pluriformiteit als genadegave. Het grootste knelpunt is verzwegen: hoe gaan we om met macht? Het manifest van de Gereformeerde Bond sprak hem erg aan. 'Daarvoor heb ik respect. Geen enkele toespraak, hoe scherp ook, krijgt mijn respect klein.'
Ds. J. te Winkel (Emmen) wilde nog eens onderstreept hebben: géén dwang. Er zal ook aandacht moeten zijn voor de plaats van niet-gefedereerde gemeenten in gefedereerde classes. Maar de classis is wel de ontmoetingsplek.
Met betrekking tot de vaderlandse kerk vroeg hij zich af hoe staande gehouden kon worden, dat 1834 en 1886 menselijke ingrepen waren en de Reformatie niet. En àls Afscheiding en Doleantie dan menselijke dwalingen zijn geweest, zou het ongedaan maken daarvan dan niet werk van de Heilige Geest kunnen zijn? En was het loslaten van de kerk in de vorige eeuw, toen die zonder belijdenis was, niet beter te begrijpen dan bezwaren tegen hereniging nú, nu er sprake is van een gezamenlijk terugkeren naar de belijdenis, zoals verwoord in artikel X van de hervormde kerkorde? Die terugkeer is dan een stap van beiden.
Ds. H.J. ter Bals (Alphen a/d Rijn) voelde zich als vrijzinnige door dr. Hoek bijna de kerk uitgestuurd. Hij wilde niet terugkijken naar het geloof der vaderen (in Dordt, Afscheiding, Doleantie) maar liever beleven de eenheid in één Heer, doop, tafel. Hij wilde niet buigen voor letters maar ademen in de belijdenis. 'De zwarte dag, die Hoek vreest, zou wel eens een dag des Heeren kunnen zijn.'
Ds. P. Lootsma (Leeuwarden) noemde de nota een hervormd stuk. Daar ligt de zwakheid en de kracht. De afronding moet zijn de start van een nieuwe gespeksronde. Hij noemde ook de liturgie als knelpunt. Verder vroeg hij zich af hoe conflictstof van vandaag bouwstof kan zijn voor het gesprek van morgen. 'Dr. Hoek smeedde geen wapens, maar reikte bouwstenen aan.'

Uit de commissie
Tenslotte lieten enkele leden van de commissie, die de knelpuntennota had opgesteld, zich nog horen.
Ds. A.W. Vlieger (Oldenzaal) had in het (vrijzinnige) blad 'Kerk en Wereld' gepleit voor 'terugkeer'. Om tegemoet te komen aan bezwaarden maar verder om een grote stap vooruit te kunnen doen. Verder memoreerde hij een woord van Voltaire: 'ik ben het geheel met u oneens maar zal tot mijn laatste snik uw recht verdedigen het met mij oneens te zijn.'.
Ds. B.H. Weegink (Steenwijk) ging ook in op de kwestie van belijden en belijdenis. De belijdenis is geen bastion of toren. Groen van Prinsterer wilde ook niet buigen voor de letter of de Schrift hanteren als magazijn voor bewijsplaatsen. Hij pleitte intussen ook voor de homologia (naast diakonia en koinonia). We mogen de erve der vaderen niet inruilen voor een schotel linzenmoes.
Dr. W.J. op 't Hof (Nederhemert) ging uitvoerig in op de kwestie van de vaderland­se kerk. Speelt daarin het historisch motief geen wezenlijke rol? Het historisch argument is geen kwestie van hoogmoed, vallend onder het vermaan van Jeremia. In een stelling bij zijn proefschrift heeft hij benadrukt — zo stelde hij — liever nog vandaag dan morgen te willen terugkeren naar de Romana. Het gaat dus niet om het instituut op zich maar om Gods handelen in de geschiedenis.
In de Reformatie belijden we Gods Hand. Zo niet, dan kan men niet meer overtuigd lid van een reformatorische kerk zijn. Het ging in de zestiende eeuw om het hart van het Evangelie. Luther en Calvijn hebben echter zelf de weg van de scheiding niet gewild of gezocht.
In de vorige eeuw kwam in plaats van de Paus 'dit orgaan' (bedoeld was kennelijk de synode, v.d.G.). Toen hebben wij tegen de afgescheidenen gezegd: wij hebben geen ruimte voor jullie, we snijden je af. Daarom moeten wij als hervormden, ondanks al het menselijke, dat er aan de Afscheiding kleefde, als eersten schuld belijden. Maar in 1834 hebben mensen één en ander wel aangegrepen om hun eigen weg te gaan. De Doleantie had overigens veel meer menselijks.
Men mag — aldus dr. Op 't Hof — er nooit zelf uitlopen. Dat is in strijd met de belijdenis van de Naam van JAHWE. Weglopen is menselijk. Is dan terugkomen op de Afscheiding iets goddelijks (Te Winkel)? Ja, als we erkennen dat we tegen God gezondigd hebben. Het gaat om de wijze waaròp. We vechten niet voor eigen bastion.
Met Te Winkel achtte dr. Op 't Hof de situatie confessioneel bezien nu beter dan in de vorige eeuw. Het gaat echter niet om de keuze die wij maken. Hij verwees naar Jacobus Koelman, die er ooit buiten werd gezet, maar geen eigen kerk stichtte doch in conventikels verder ging. Hij wilde geen stap in de richting van Afscheiding zetten. Net zo min trouwens als zijn hervormd gereformeerde broeders, naar hij veronderstelde, ondanks het tegendeel dat werd vermoed. Maar 'zou u ons niet van de rand van de tafel willen schuiven?'
Ds. A. Romein (scriba PKV Gelderland) beaamde grotendeels de woorden van dr. Op 't Hof maar wilde ook een andere kant benadrukken. De Nederlandse Hervormde Kerk is juridisch de vaderlandse kerk, de voortzetting van de Gereformeerde Kerk van vóór 1816. Maar ze is ook méér dan een institutionaire duiding. Ze is de institutaire zijde van een geestelijke gemeenschap, rondom de belijdenis van de Reformatie. En als zodanig horen de afgescheidenen er ook bij.
Ds. Romein vroeg zich verder af of we nog weten wat 'ademen in de belijdenis' is. Wordt de belijdenis niet vaak als pro-memoriepost gezien? De tegenstellingen zijn dan ook niet zo absoluut als soms wordt gesuggereerd; 'die bonders... of die gereformeerden...'. En àls er dan sprake moet zijn van een scheiding, dan alleen na diepgaand gesprek over de belijdenis. Hij betreurde het verder, dat de 'typisch reformatorische kerken' (zoals de Christelijke Gereformeerde Kerken, waar de Afscheiding het best is bewaard), ontbreken in het proces.
Ds. P. van den Heuvel (Kommissie Kerkordelijke Aangelegenheden) stelde, dat de verenigde kerk (van de toekomst) geen ophef­fing betekende van de Hervormde Kerk. De Hervormde Kerk bestaat vèrder, maar sámen met anderen. Verder onderstreepte hij nog eens dat in 1986 is uitgesproken, dat er geen sprake van dwang zal zijn, zolang de staat van hereniging duurt. Maar boven-plaatselijk ligt dat anders. Hij ontraadde de moties van ds. Van den Berg en ds. Van Kooten (en ds. F. Hoek) omdat die vroegen nog eens uit te spreken, dat geen dwang zou worden uitgeoefend, maar dan over' de tijd van de federatie heen. Zo ver was de synode in 1986 niet gegaan.

Besluit
Op grond van dit advies van ds. Van den Heuvel ontraadde het moderamen aanvaarding van bovengenoemde moties en werd het besluitvoorstel van het moderamen (zie hiernaast) aangenomen, met een enkele stem tegen.

Ten besluite
Niet zonder reden staat dit verslag onder de titel 'De teerling geworpen'. Opnieuw is duidelijk geworden hoe hard de weerstand tegen het S.O.W.-proces is en waar de knelpunten (breder overigens dan in hervormd-gereformeerde kring) liggen.
Ik maak me, ter afsluiting van dit verslag, nu even tot 'partij', namelijk van die (hervormd-gereformeerde) synodeleden, die met grote passie en bewogenheid, en op goede toonhoogte gesproken hebben over 'de vaderlandse kerk'. Ik heb hun worsteling om één en ander te verwoorden innerlijk meebeleefd, zoals het grosso modo gezegd werd. Zó, zoals het is verwoord, behoor ik, uit overtuiging óók tot deze kerk.

Op zich is in de besluitvorming weliswaar duidelijk verwoord, dat de knelpunten bij voortduur ernstig zullen worden genomen. Intussen moet mij één ding van het hart. Inderdaad gingen de ingediende moties ten aanzien van dwang, die niet zou mogen worden uitgeoefend op gemeenten, die niet mee willen gaan met het proces, verder dan in de synodebesluiten van 1986 was verwoord. Als zodanig had ds. P. van den Heuvel, voorzitter van de Kommissie voor Kerkordelijke Aangelegengeden (maar nu sprekend als lid van de commissie, die de knelpuntennota opstelde) formeel gelijk, toen hij de ingediende moties daarop kritiseerde. Maar het verdiende mijns inziens niet de schoonheidsprijs dat juist hij dat vanuit díé commissie deed en geen mogelijkheid aangaf voor formele bijstelling. Het moderamen sloot vervolgens al te gemakkelijk aan bij het voorstel om de moties niet te aanvaarden. Hier ging op z'n minst psychologisch iets mis.


Toen in 1986 namelijk het besluit tot de staat van hereniging werd genomen, werd, na intensief beraad, bij motie in het besluit opgenomen, dat gemeenten nooit gedwongen zouden kunnen worden tot samengaan. Daarmee was op dat moment de angel uit de besluitvorming en kon de hele kerk met één en ander verder leven.
Nu — zes jaar na dato — kwam de synode weer bijeen om nog eens te evalueren hoe de zaak er in de kerk voor stond. Het S.O.W.-proces is gestaag doorgegaan, maar de weerstanden zijn niet minder geworden, eerder nog aangescherpt (men denke aan de kwestie van de gefedereerde classes). De knelpuntennota is in dit opzicht niet onduidelijk. Als dan nu, in een bewogen debat, nóg eens wordt gevraagd duidelijk uit te spreken, dat dwang contrabande zal zijn, moet daartegen geen formeel geschut in stelling worden gebracht. Want dat roept juist opnieuw aangescherpte gevoelens van argwaan en verontrusting wakker. Dat zou niet nodig zijn geweest. Bovendien, wat was er tegen om de vele, vele bezwaarde gemeenten, méér dan nu is geschied, gerust te stellen ten aanzien van blijvend behoud van eigenheid (in hervormde zin)? Eén dag eerder had de synode nota bene besloten tot perforatie van gemeentegrenzen, zodat ieder tot de gemeente kan behoren, waartoe men wil behoren. Dat was, kerkelijk gezien, een hoogst ongelukkige beslissing. Het zou echter momenteel voluit hervòrmd kerkelijk zijn geweest als men voor het hervormd blijven van gemeenten, die niet samen op weg willen, de garanties nog eens duidelijk had onderstreept.


Het zou interessant zijn nu te weten wat ds. L. Korevaar, voorzitter van de Generale Visitatie bedoelde, toen hij sprak van de noodzaak om de knelpunten uit te werken in organisatorische verbanden.
De synode kon zich wel eens vergissen in de ernst van de gisting, die gaande is. Niemand wil afscheiding. Maar de synode kan zèlf tot binnenkerkelijk isolement drijven. Ik voor mij ben – niet alleen om deze kwestie – bepaald niet opgewekt van de synode huiswaarts gekeerd. Maar misschien komt dat wel door de duidelijkheid over de héle linie, die déze synode kenmerkte. 'Over knelpunten gesproken... '? Over màcht gesproken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De teerling geworpen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's