De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schuldbesef en schuldgevoel (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schuldbesef en schuldgevoel (3)

Depressiviteit in de gemeente

8 minuten leestijd

III. De groei van het schuldbesef
Wie zijn oor ernstig in de gemeenten te luisteren legt, ontmoet maar weinigen die u verzekeren: Ik weet mijn Verlosser leeft. Integendeel, wij hebben soms de indruk dat de geloofsverzekerdheid, waarin iemand roemen kan, menigmaal verdacht overkomt. Naar onze mening hangt dit samen met een gebrek aan heldere geloofskennis. Of liever, het komt door een eenzijdig gerichte prediking. Deze is soms enkel en alleen op ontdekking gericht en verzuimt de verkondiging van de genade in Christus teveel. Anderzijds is die prediking soms tezeer op de aanbieding van het heil in Christus gericht, maar verzuimt te tekenen waar die beloften juist functioneren. In één woord, er wordt in onze kringen veel geklaagd over gebrek aan geloofsverzekerdheid. Welnu, dit is altijd het gevolg van een tekort aan diep schuldbesef.


Wie hier even over nadenkt, zal weldra de oplossing vinden. Het is zeer eenvoudig. Hoe meer wij toch van eigen zonde en onmacht overtuigd worden, hoe duidelijker wij verstaan zullen, dat alleen Gods genade redt. Een simpel beeld moge hier volgen. Wanneer iemand in een kamer een lucifer aansteekt om zijn sigaret te kunnen roken, vluchten wij de kamer niet uit vanwege het vuur. Het is maar zo klein en gering, wij blijven rustig op onze plaats zitten. Maar gesteld nu eens, dat de vlam in de pan slaat en alles terstond in lichterlaaie staat – zie, dan roepen wij om hulp. Wij moeten de keuken uit. Zo is het nu ook in geestelijk opzicht.


Zolang wij nog niet geheel en al aan onszelf zijn ontdekt, willen wij altijd nog wat meebrengen bij ons naderen tot God. Wij zijn ons dat dan niet zo klaar bewust, maar in het diepste van ons hart steunen wij dan toch nog mede op onze gelovigheid of onze verslagenheid, op ons verlangen naar verbetering of onze beloften tot verandering. Eerst waar dit alles ons steeds weer ontvalt, vertrouwen wij ons geheel en al toe aan het Evangelie van Gods barmhartigheid in Jezus Christus. Wij komen dan zoals wij zijn tot Hem om uit genade alleen te leven.


Het gaat daarom niet aan louter te klagen over dit gebrek aan schuldbesef. Verder moet men deze klacht omzetten in de aanklacht, dat men nog zoveel met zichzelf op heeft en nog teveel uit eigen krachten leeft. Wij moeten biddend zoeken naar verdieping van de zelfkennis. Natuurlijk werkt Gods Geest deze alleen in ons. Maar Hij werkt deze door het Woord. Wanneer wij in de spiegel van dat Woord Hem al klaarder zien in Zijn licht, ontdekken wij steeds meer eigen duisternis.


In dit verband moeten wij dus waarschuwen voor een eindeloze zelfontleding. Deze zal ons toch gedurig weer misleiden. Neen, een getrouw persoonlijk verkeer met de Heilige Schrift doet het schuldbesef groeien. Zelfonderzoek los van Schriftonderzoek dwaalt af van het rechte spoor en geeft de Boze plaats. Het buigt om tot wanhoop wegens de nevelen waarin wij dan komen te verkeren. Onder de lichtbundel van Gods Woord zie ik steeds klaarder met schrik mijn duisternis en daar zal met de groei van de zondekennis ook de geloofsverzekerdheid worden versterkt!


Gods licht
Het schuldbesef vermeerdert door te zien op Gods eis. De Heere eist dat wij Hem dienen, geheel en al. Hij is de Heere onze God, die een absoluut recht op ons bezit. Wie de geboden leest, ontwaart, dat de Heere ons opeist. Maar het komt ook openbaar in Jezus Christus, die al Gods geboden heeft vervuld. In Hem staat God voor ons. In Hem zie ik, wat God van mij eist en wie ik voor Hem zou moeten zijn. Op deze confrontatie met Christus komt het aan. Eén ding wordt ons dan duidelijk. Wij zijn niet als Jezus. Integendeel, wij hebben Gods goederen er door gebracht. Voor onszelf geleefd. Bij Hem de kracht niet gezocht. Hem de eer niet gegeven. Wie dit overdenkt, komt al meer tot zichzelf. In Gods licht verschrompelt hij geheel. Dat was de ervaring van de verloren zoon.


Velen hebben eerst harde schokken nodig om tot zichzelf te komen. In het zondeleven zit een waan en beneveling. Zonde kent een leven temidden van rookgordijnen. En die nevels en mistvlagen nu moeten weg. Dan ontwaken wij tot Gods licht en werkelijkheid. Zie, daarom is het zo nodig, dat de wet Gods scherpelijk gepredikt wordt onder ons. Die ontdekt ons dan aan onszelf en drijft ons voorts ook tot de Heere. Nu zal misschien iemand ons vragen, waarom die wet scherp gepredikt moet worden? Wel, daardoor wordt voorkomen een algemeen zondaar-zijn. Dat heerst veel te veel onder ons. De tien geboden moeten scherp gepredikt worden, concreet. Dan weten wij precies wat God van ons eist. Dit voorkomt ook abstracte waarheden aanhangen buiten ons zielsbeleven om. Wij ontdekken tot onze heilzame schrik het wortelgevlecht van ons bedorven leven. Wij gaan concreet deze en die zonden belijden. Wij zien een heirleger van zonden opdoemen.


Bij die wetsprediking mag zich gerust paren de dreiging van Gods straf. Dat leidt tot overdenking, ook van onze vervloeking. Maar wij bepeinzen die doem over ons leven nooit buiten het lijden van Christus om. Daarin is de zwaarte van Gods toorn over de zonde ons het genadelijkst getoond. Zo wordt het schuldbesef verdiept. Maar wij komen niet tot wanhoop.


Gods Evangelie
Wij leren de ernst van onze zonden dus terecht kennen in de scherpe wetsprediking. De zondekennis is ons zo nodig. Want dan alleen verootmoedigen wij ons hoe langer hoe meer voor God en gaan steeds begeriger de vergeving der zonden en de gerechtigheid van Christus zoeken. Nu komt ons daarin juist het Evangelie vriendelijk tegemoet. De wet spreekt niet van Christus, maar het Evangelie voluit. En let er dan wel op wet en evangelie nooit van elkaar te scheiden. Onderscheiden mag geschieden, scheiden voert ontegenzeggelijk tot ongelukken. Veel sterker nog dan door het zien op Gods eis, groeit het schuldbesef door te zien op Gods evangelie. Nooit had de verloren zoon naar huis durven terugkeren, als hij niet vol hoop was geweest: vader zal mij niet verstoten. Hij mag dan niet meer waard zijn zijn zoon genoemd te worden, vader blijft vader. Dat geeft hem moed om terug te keren. En dat verdiept tevens zijn besef van ellende en schuld. Dat ervan een zoon van zulk een vader dit geworden is!...


Hoe sterker Gods barmhartigheid zich aan ons openbaart, hoe meer wij de walgelijkheid van onze zonde leren zien. De tere liefde Gods in het Evangelie geopenbaard verteert mij dieper dan ooit in de verfoeing van mijzelf. Wanneer Jezus bij Zacheüs intrekt, dàn pas gevoelt deze zijn zonde. Het gaat onmogelijk aan, dat deze Jezus zit op gestolen goederen. De liefde van Christus treedt tegen hem in. Nu moet al het onreine weg.


Wij zien hier, hoe de kennis van onze zonden en de kennis van Gods genade niet tegenover elkaar staan. Neen, het is geen contrast. Het is een tweeslag. Het één groeit met het ander. De meest gezegende is het diepst verootmoedigd. En de diepst verootmoedigde ontvangt de rijkste zegen.


Voortgaande strijd
Met het zelfonderzoek bij het zien van Gods eis en de zelfbeschuldiging bij het horen van het Evangelie is het nog niet klaar. Wie tot diepe overtuiging van zonde begeert te komen, moet met diepe ernst tegen de zonde gaan strijden. Begint u maar eens bijvoorbeeld tegen uw gemakzucht te strijden. U ontdekt dan hoe diep die in u steekt en hoe die met geheel uw wezen is samengevlochten. Veel strijd en veel gebed is nodig om te overwinnen. Door gelovig tot Christus te vluchten zult u vorderen, máár – op andere punten in uw leven weer zoveel nieuw kwaad ontdekken, dat u al slechter wordt in eigen oog. U leert de boosheid, die u altijd aanhangt ontdekken, de verdorvenheid van uw hart.


Zo leren wij onze zonde in de diepte kennen. Het zit in heel mijn wezen in. Het is daar één troebele bron. Er was geen tijd, dat dit alles er niet was. Het steekt in mijn voorgeslacht, in mijn ontvangenis en geboorte. Ik heb niet opgehouden kwaad op kwaad te stapelen. Bij de zonde in de diepte voegt zich dan de zonde in de breedte. Ik ontdek dezelfde zonde in mijn ouders, in mijn familieleden. Almeer versta ik het gebed, dat Jezus ons leerde: vergeef ons onze schulden. Mijn zonden zijn één met die van mijn gezin, mijn familie, mijn kerk, ja, van geheel dit menselijk geslacht. Eén verderf, één zonde, Gods oordeel waardig.


Overwegen wij dit alles, dan zien wij dat het schuldbesef nimmer volkomen is. Ons besef van zonde is nooit evengroot als onze zonde werkelijk is. Wij gelòven geheel en al zondaar te zijn. Maar hoe meer wij er iets van gewaar worden, hoe meer wij ons voor de Heere neerbuigen en hoe rijker wij Gods genade in Jezus Christus mogen genieten. Daarom hebben wij zeer zeker te staan naar al dieper schuldbesef.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Schuldbesef en schuldgevoel (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's