Knelpunten Samen op Weg
Toespraak ds. J. Hoek op hervormde synode over S.O.W.
Praeses, vergadering
Het is van groot belang dat de Knelpuntennota Samen op Weg vandaag ruime aandacht ontvangt in de synode. Het is een goed stuk werk, waarin velen van hen die bezwaard zijn met betrekking tot het SOW-proces zich herkend weten. Ik hoop van harte dat de behandeling van deze nota vandaag niet alleen maar leidt tot het uitwisselen van standpunten of het betrekken van stellingen. Het zou een zegen zijn wanneer wij elkaar in elk geval goed zouden begrijpen. Er doen zoveel misverstanden en karikaturen de ronde.
In deze bijdrage tot de discussie wil ik mij concentreren op Hoofdstuk III, 'De Vaderlandse Kerk'. Hier ligt mijns inziens de harde kern van de moeite die vele gereformeerde belijders in onze kerk hebben met het SOW-proces. Ook voor mij persoonlijk zie ik hier het voornaamste knelpunt liggen. De kwestie is dat ik de pluriformiteit van de kerk ten principale niet aanvaarden kan wel pluraliteit, althans wanneer dat een pluraliteit is buiten de ruimte van het klassiek-gereformeerde belijden zoals verwoord in de Drie Formulieren van Enigheid. De kerk moet helder en klaar weren wat haar belijden weerspreekt. De kerk moet er volle ernst mee maken dat zij leertucht kent en leervrijheid verwerpt. Allerlei vrijzinnige opvattingen en bijbelkritische benaderingen hebben ten principale geen bestaansrecht in de Ned. Herv. Kerk. Onbekrompen en ondubbelzinnig — om met Groen van Prinsterer te spreken — moet de kerk vasthouden aan haar gereformeerde belijdenis.
Dat betekent voor de oecumenische contacten dat de eenheid nimmer mag worden losgezien van de waarheid. Vereniging en hereniging van kerken is alleen mogelijk op basis van wederkerige herkenning in het belijden, dus concreet wat mij betreft op grond van hartelijke aanvaarding van de gereformeerde belijdenisgeschriften als akkoord van kerkelijke gemeenschap.
De vraag komt altijd weer op: wat doe je met zo'n confessioneel, en volgens sommigen confessionalistisch, standpunt in een plurale kerk, zoals de Ned. Herv. Kerk nu eenmaal al heel lang is? Mijn antwoord op die vraag zou zijn dat het voor gereformeerde belijders een roeping van Gods wege is om in die oude Hervormde Kerk op hun post te blijven, zolang deze kerk als zodanig bestaat. Met dat laatste bedoel ik dat er een historische continuïteit en identiteit bestaat tussen de Ned. Herv. Kerk vandaag en de kerk der Hervorming die in de zestiende eeuw door Gods genade is geboren en geplant in deze lage landen bij de zee.
Wanneer gaat die identiteit verloren? Niet wanneer deze kerk in ernstig verval is door dwalingen op dogmatisch en ethisch terrein, door afwijkingen van Gods Woord in leer en leven. In zo'n geval zeggen we: de kerk is ziek, doodziek wellicht, maar zij is nog niet dood en juist nu mogen wij haar niet aan haar lot overlaten. Maar wanneer de kerk haar binding aan de belijdenisgeschriften nog minimaler gaat formuleren dan in het Romeinse artikel X van onze huidige kerkorde het geval is, wanneer zij de historische naam Nederlandse Hervormde Kerk prijsgeeft, wanneer zij door vereniging en hereniging met anderen een nieuwe identiteit aanneemt en voortaan bijvoorbeeld als Verenigde Protestantse Kerk van Nederland door het leven zal gaan, dan is voor mij de situatie fundamenteel en principeel gewijzigd. De gewetensvraag is dan immers: ga ik mee met deze nieuwe kerkformatie of blijf ik achter in het grotendeels ontvolkte huis van de oude Ned. Herv. Kerk?
Ik hoop dat het volstrekt duidelijk is dat ik deze dingen niet zeg vanuit een afstandelijke toeschouwershouding, maar integendeel vanuit een diepe existentiële betrokkenheid bij het wel en wee van de kerk die mij lief is. Ik wil niet beweren dat het SOW-proces per se moet leiden tot een breuk binnen de Hervormde Kerk. SOW is immers zolang de confessionele basis en de wezenlijke identiteit van de Herv. Kerk niet wordt aangetast alleen maar een schaalvergroting. De situatie behoeft er niet wezenlijk door te veranderen, wanneer twee van de stroomgebieden die sinds 1834 en 1886 uit elkaar zijn gegaan weer in één bedding terugvloeien. Zoals prof. Knetsch het gisteren zei: 'Samen op weg brengt bijeen wat oudtijds ongedeeld was'.
Complicerende factoren zijn enerzijds de opstelling van vele synodaal-gereformeerden en anderzijds de participatie van de lutheranen, hoe sympathiek en constructief deze zich ook in het proces opstellen. Ik laat nu het waarnemerschap van de Remonstranten als extra complicerende factor nog maar terzijde.
Veel gereformeerden willen eigenlijk niet weten van een terug achter 1886 en 1834. Zij verwerpen met kracht de 'terugkeeroptie'. Ik zou zeggen: wij moeten sámen terug. Hervormden moeten net zo goed terug achter 1886 en 1834 en ook nog een keer achter 1816. De invoering van de nieuwe kerkorde van 1951 was al zo'n beweging terug, maar niet radicaal genoeg. Samen terug naar de oorsprong van de hervormde-gereformeerde kerk in de Nederlanden om vanuit die terugkoppeling vandaag belijdend en getuigend in de wereld te staan. De 'terugkeeroptie' geldt niet eenzijdig, maar tweezijdig.
Als de lutheranen de Hervormde Kerk binnenkomen in hartelijke binding aan de lutherse belijdenisgeschriften, met name de Confessio Augustana, dan denk ik dat zij slechts op onderdelen moeite zullen hebben met de binding aan de gereformeerde belijdenissen. Met die kleine verschillen valt te leven binnen een kerk van gereformeerde belijdenis. Te vrezen is echter dat de eenheid veel meer gezocht wordt op basis van moderne theologische inzichten die op gespannen voet staan met zowel het klassiek-gereformeerde als het klassiek-lutherse belijden. Juist de participatie van de lutheranen doet mij vrezen voor het ontstaan van een nieuwe SOW-kerk. Een kerk die terug gaat op een nieuwe start en zich niet verstaat als de voortzetting van de oude vaderlandse kerk der reformatie. En nogmaals: dan is er geen sprake van schaalvergroting, maar van een geheel nieuwe situatie die mij ten aanzien van mijn kerkelijk standpunt in gewetensnood zal brengen.
Ik ben ervan overtuigd dat allen die leiding geven in de bij het SOW-proces betrokken kerken zich er van harte voor inzetten dat de kerken helemaal, dus inclusief de verschillende minderheidsgroepen, meegaan naar de nieuwe kerk van de toekomst. Ik ben er nog niet van overtuigd dat de ernst van de bezwaren die zich concentreren rond de gedachte van de 'vaderlandse kerk' genoegzaam worden gewogen. Bij velen leeft de gedachte dat de bezwaarden in de Hervormde Kerk wel veel kabaal maken in hun wagon, maar intussen toch wel zullen meehobbelen in de SOW-trein. Dit zou een ernstige misduiding van de realiteit kunnen zijn. Ik weet van vele kerkeraden en gemeenten die uit diepe en liefdevolle verbondenheid met de Ned. Herv. Kerk niet aan afscheiding denken en daarmee ook zeker niet willen dreigen om op enig punt hun zin te krijgen. Maar diezelfde kerkeraden en gemeenten zullen nimmer meegaan in de oprichting van een nieuwe kerk. Een veel geciteerde uitdrukking is: de honden blaffen wel, maar de karavaan trekt verder. Ik denk dat in de thans voorliggende knelpuntennota 'geblaf' is gesignaleerd dat er op wijst dat het niet volstrekt ondenkbeeldig is dat de karavaan van de Hervormde Kerk wel eens voorgoed in twee delen zou kunnen uiteengaan. Het zou een zwarte dag zijn wanneer dat gebeurt. De discussie vandaag moge bijdragen tot een beleid dat zo'n ramp voorkomt. Daarbij vergeten we niet dat het lot van de Nederlandse Hervormde Kerk uiteindelijk niet in mensenhanden ligt...
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1991
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's