De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Schaduw van de dood over het land van de zon

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Schaduw van de dood over het land van de zon

Van overzee

6 minuten leestijd

Onlangs droomde ik dat ik op de preekstoel stond in Zwolle. Waarom in Zwolle? Wellicht omdat ik één keer per jaar met mijn ouders opging naar de zendingsdag van het Noorden in de Broerenkerk van Zwolle. Mijn achtemeef speelde dan op het orgel. Wij mochten dan naar boven klauteren om het orgel te bekijken. Of wellicht omdat ik nu bezig ben met bijbelstudies over het boek Openbaring, waar o.a. een paar beurtzangen in staan. Slechts één keer heb ik het gewaagd om een psalm in beurtzang te laten zingen. Dat was in Zwolle. Nadat ik gepreekt had over Psalm 115, leek me dat bijbels heel goed verantwoord. Helaas kan ik me herinneren dat slechts een deel (o.a. de Zwolse jongeren van het fietskamp) er gelukkig mee was. Een ander deel vond het 'moderne fratsen van een candidaatje'. De preek viel niet tegen, maar die beurtzang oh, oh, hoe haalt hij het in z'n hoofd! In ieder geval heb ik geen intree en afscheid in één keer gepreekt in Zwolle, want in mijn droom stond ik er wéér op de kansel.
De preek ging over: 'De dagen des mensen zijn als het gras' (Ps. 103 : 15).
Een ernstige preek dus. Ineens tijdens de preek gaan de grote kerkdeuren open en draven er een paar ruiters te paard met machinegeweren binnen. (Het verhaal dat Napoleon zijn paardestal in de Broerenkerk had, maakte destijds veel indruk op me). Iedereen zat opeens achterstevoren in de bank, daarna verschrikt onder de bank. 'De terroristen', siste het door de rijen. De kapitein galmde vervolgens door de kerk: Gooi al jullie bijbels in deze kar. Verbranden zullen we die boeken, waarmee jullie zoveel bekeerlingen maken! Wie zijn bijbel achterhoudt, wordt doodgeschoten. En jij zwartrok, daar op die preekstoel, kom d'r af en geef die oude dikke kanselbijbel over.' Dreigend richtte hij zijn geweer op mij. Toen schrok ik wakker.
U merkt dat de reis naar de provincie Ayacucho nogal indruk op me heeft gemaakt. In de eerste plaats vanwege de vraag of het wel verantwoord was te gaan. We lieten dat ter beoordeling over aan de Presbyteriaanse Kerk die ons (diaken Rafael Torres en mij) uitnodigde om tijdens een congres voor diakenen inleidingen te houden over het diakonale werk van de kerk.
Dankzij de presentie van het leger en de 'ronden' die de dorpen nu als een eigen veiligheidsdienst op last van het leger moeten organiseren, is het rustiger geworden in de 'zona de emergencia'. 'Jullie kunnen nu wel gaan, mits je niet veel buiten de poort komt en niet de dorpje gaan bezoeken', was hun mening.
We hebben er geen spijt van dat we gegaan zijn. Als een citroen zijn we uitgeknepen, zoveel vragen werden er gesteld. Als een spons volgezogen met indrukken zijn we teruggekomen na een week. Op het vliegveld zijn veel soldaten. Ik ben er de enige 'gringo'. Toch was het er rustiger dan we dachten. 'In Lima is het erger dan hier', grapte de chauffeur van de 'colectivo' naar Huanta. Intussen passeren we een presbyteriaanse kerk die door 't leger opgeblazen was.
Hartverwarmend was het contact met de 'hermanos'. Velen spreken alleen quechua. We moesten vertaald worden. Toen we wat meer gefamiliariseerd waren kwamen de verhalen los. 'Getuigenissen' noemen ze dat. Een indiaanse vrouw met haar karakteristieke vlechten vertelt over de inval in haar kerk. 't Was tijdens een preek over 'de dagen des mensen zijn als het gras'. Biddend op de knieën met hun grote quecha-bijbels ter bescherming tegen de granaten op hun hoofd werden er zo'n twaalf 'hermanos' doodgeschoten door de terroristen. Zij was één van de weinige overlevenden. In de dorpjes in het bergland van Ayacucho en Huancavelica worden regelmatig zulke invallen in evangelische kerken gedaan door de terroristen maar ook door het leger. In 1984 werden er zes jongeren doodgeschoten in Callqui door de mariniers. Ik ontmoette twee weduwen van twee van die jongens en zag hun graven op de begraafplaats van Huanta. Tot op heden zijn de mariniers niet berecht, terwijl het zeker is dat op grond van laster van één inwoner die moord gepleegd is. Iemand had gezegd: 'In de kerk, daar zitten terroristen'. Intussen is het aantal onschuldig vermoorde 'evangelicos' opgelopen tot minstens 500. De laatste paar jaar worden de meeste slachtoffers door 'het Lichtend Pad' gemaakt. Zij zien de protestantse kerken als de grootste concurrent voor hun ultralinkse propaganda. Ze willen vooral niet dat onze kerken nog méér groeien. Daarom wordt vooral op de leiders gemikt. Zij worden bedreigd, zodat ze moeten vluchten.
In het berggebied is 80% van de vrouwen weduwe! Er zijn geen jongens ouder dan twaalf jaar. Of ze werden gerecruteerd door het leger of door 'het Lichtend Pad', òf ze zijn gevlucht naar de stad. We maakten het mee hoe het leger in Huanta jongens ronselde voor de militaire dienstplicht. Als herten werden ze uit hun huizen opgejaagd of waar ze zich maar verstopten. Logisch, wie wil er vrijwillig meedoen aan een burgeroorlog? Wie wil er verplicht worden onschuldigen te doden of een bepaald aantal terroristen per maand te moeten opsporen met gevaar voor je eigen leven?
Volgens de statistieken zijn er inmiddels in deze gruwelijke burgeroorlog in 12 jaar tijds al 22.000 mensen ongekomen in Peru. Zo is er een schaduw van de dood gekomen over dit land van de zon. Zo is het begrijpelijk dat de vrouwenvereniging van Huanta een doek voor de preekstoel borduurde met de tekst van Ps. 103 : 15 erop: 'De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij'. Die tekst zouden de vrouwen in Lima of in Nederland niet snel uitkiezen, denk ik. De situatie spreekt in dit doodsgebied geducht mee.
Zondag preekt ik in Lima over Jesaja 9 : 1: 'Het volk dat in duisternis wandelt zal een groot licht zien; hen die wonen in het land van de schaduw des doods, daarover zal een licht schijnen'. Het werd Kerst vóór de tijd van het jaar! Niet goedkoop: na regen komt zonneschijn. Maar: Midden in de duisternis zagen wij hèt Licht der wereld. Alleen dankzij Hem is er toekomst voor Peru dwars door de gerichten heen. Nu de schaduw van de dood ook verder oprukt naar Lima mogen we leren onze hoop op Hem te vestigen.
En hoelang zal het nog duren voordat de nachtmerries van Zwolle echte tanks blijken te zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Schaduw van de dood over het land van de zon

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's