De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verzoening (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verzoening (1)

Referaat jaarvergadering 1991 van de Gereformeerde Bond

10 minuten leestijd

Inleiding
Het zal dunkt me moeilijk ontkend kunnen worden, dat wij vandaag bepaald geen florissante tijd beleven als het gaat om de geestelijke stand van zaken. Van meerdere kanten worden we met de neus op de feiten gedrukt. Er is een wijdverspreide ontevredenheid als het gaat over de verkondiging van het Evangelie. Een van de woorden, waarmee het levensgevoel kan worden geduid, is onzekerheid. Het is niet in om te zeggen en te verkondigen zo is het. Die onzekerheid is er ook als het gaat om de te volgen koers. Evenmin kan ontkend worden, dat het hier gaat om een komplexe zaak. Maar als we doorstoten tot de wortel van de zaak, zullen we ontdekken, dat de onzekerheid en de daaruit voortkomende verwarring uiteindelijk wordt veroorzaakt door het feit dat we de greep op het Evangelie zijn kwijtgeraakt. Dat er verschuivingen zijn opgetreden, is onmiskenbaar. Het gevaar is allerminst denkbeeldig, en de geschiedenis laat ons er aangrijpende voorbeelden van zien, dat centrale noties van het Evangelie eerst tot een slapend bezit worden en vervolgens gaandeweg verdwijnen. Wij hebben het meegemaakt en maken het mee, dat het Evangelie wordt ingewisseld voor een boodschap waarbij het, algemeen gesproken, mensmiddelpuntig toegaat. Het ging (en gaat) er toch om in de verkondiging van het Woord, dat het kracht doet, diepe eerbied en verootmoediging jegens God, ja bekering tot God werkt. Thans is de teneur in plaats van gericht te zijn op God en het vrezen en dienen van Hem, de gerichtheid op de mens. Het Evangelie moet geborgenheid, vrede, troost en geluk bieden. Veel minder is de aandacht nu gericht op de proclamatie van Goddelijke souvereiniteit in barmhartigheid en gericht. En op het appel om voor die God ootmoedig te buigen en Hem te aanbidden. In plaats van God en Zijn eer staat nu de mens en zijn behoeften, de mens en zijn beleving centraal. De benadering is dan ook geworden: van de werkelijkheid naar God.


Dit alles betekent voor de verkondiging van het Evangelie dat bepaalde centrale gegevens, zoals de volstrekte onbekwaamheid van de mens om te geloven; de bron van het heil te weten Gods vrije en souvereine verkiezing; het plaatsvervangend lijden en sterven van Christus voor Zijn schapen niet meer die plaats innemen die bijbels gesproken nodig en geboden is.
Waar zich dat voltrekt, is het gevolg dat een deel van het Evangelie voor het geheel wordt aangezien. En een halve waarheid die gehouden wordt voor een hele, wordt een complete onwaarheid. Wanneer het nu gaat over de verzoening, moeten wij beducht zijn voor een aantal klippen: dat de verkondiging van het Woord wordt verlaagd tot een mededeling van een aangebrachte stand van zaken; dat we in de verkondiging appelleren bij de hoorders, alsof ze zelf over de vermogens zouden be­schikken op elk gewenst ogenblik Christus aan te nemen; dat we spreken over het verlossend werk van Christus, alsof Hij niet meer had gedaan dan die verlossing mogelijk maken; dat we getuigen van de liefde van God alsof dat niet meer zou zijn dan een algemene gewilligheid om elk en ieder die zich wil bekeren te ontvangen; dat we het werk van de Vader en de Zoon schilderen, niet als souverein actief in het tot Zich trekken van zondaren, maar als op ons wachtend in rustige machteloosheid 'aan de deur van ons hart' tot het ons belieft Hem binnen te laten. Hiermee is de aktualiteit van ons onderwerp gegeven en zijn enkele thema's aangereikt.

Gods liefde...
We zetten dan in bij het feit dat er geen enkel misverstand over kan bestaan, dat de bron van de verzoening in God ligt. Nader bepaald in de liefde, in het hart van God. Het is goed en nodig dat te onderstrepen. De liefde van God de Vader. De oorsprong van de verzoening en van het heil en van heel de zaligheid is in God. Calvijn legt hier nadrukkelijk de vinger bij. 'Want onze zielen hebben geen vredige plaats om te rusten, zolang zij niet gekomen zijn tot de genadige liefde van God. Daarom, gelijk nergens anders dan in Christus de gehele inhoud van onze zaligheid te zoeken is, zo hebben wij te zien vanwaar Christus tot ons gekomen is... En wat moeten wij goed acht geven op de orde van deze dingen. Want als het over de oorzaak van onze zaligheid gaat, bekruipen ons door de aangeboren goddeloze eerzucht van onze natuur dadelijk duivelse inbeeldingen van eigen verdienste'. Hij tekent dit aan bij een van de meest bekende teksten uit de Bijbel: Dat God alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft (Joh. 3 : 16). Johannes, de apostel van de liefde, verklaart zich nader in één van zijn brieven. Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden (1 Joh. 4 : 9, 10).
De apostel Paulus blijft daar niet bij achter. Hij heeft als geen ander in deze liefde geroemd. Hij laat het één en andermaal weten aan de gemeente van Rome. Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, toen wij nog zondaars waren (Rom. 5 : 8). En in zijn hooglied klinkt het dat God Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen heeft overgegeven (Rom. 8 : 32). Het zal voor ons dan ook vaststaan, dat de verzoening in Christus voortkomt uit Gods vaderlijke en eeuwige liefde. Het is het doorgaand getuigenis van heel de Schrift, dat God ons om geen andere reden verlost, dan omdat Hij liefhad. Zijn liefde is de oorzaak waarom Hij door Christus onze zonden heeft verzoend. Zijn liefde, die een verborgen liefde is, waarmee de hemelse Vader ons bij Zichzelf heeft omhelsd (Calvijn), is superieur aan alle andere oorzaken. Omdat de Heere ons eerst liefheeft, verzoent Hij ons daarna met Zichzelf. Het is dus louter barmhartigheid, die ons met God verzoent. God is liefde (1 Joh. 4 : 8, 16). Dat is niet maar iets bijkomstigs. Zoals God geest is, zoals God licht is, zo is Hij ook liefde. Die liefde dan waarmee de Vader heeft liefgehad, is echter niet een liefde zonder onderscheid. Het is verkiezende liefde. De liefde die aan alle andere oorzaken voorafgaat, vloeit voort uit Gods eeuwig voornemen. Het was vanwege het vrije en souvereine welbehagen van Zijn wil dat Hij een volk verkoor om erfgenaam te zijn van God en mede-erfgenaam van Christus. In dit hooggebergte ligt de bron.

Oorzaak
Het is dus niet zo, dat de verzoening de liefde van God veroorzaakt. Het is omgekeerd de verzoening komt uit de liefde van God op. Dat is de oorzaak ofwel de bron van de verzoening. Vrije en souvereine liefde van God. God heeft, vanwege Zijn oneindige liefde Zijn Zoon gezonden in de volheid van de tijd. Dat had Hij beloofd aan Adam en Eva op de grens van het paradijs (Gen. 3 : 15). Die belofte is heerlijk vervuld doordat Christus kwam, stierf en Zijn leven gaf tot een rantsoen voor velen (Matth. 20 : 28). God zond Zijn Zoon. Hij was met innerlijke ontferming bewogen. Uit ondoorgrondelijke liefde kwam de grootste gave voort, die die grote en heerlijke en heilige God, ons gevallen en verloren schepselen kon schenken. Al deze dingen zijn uit God. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Sterker dan hier in 2 Cor. 5 kan het niet gezegd worden. Het was door een zeer volkomen liefde dat God Zijn Zoon gaf (art. 20 NGB).

... en gerechtigheid
Maar nu dreigt het gevaar dat de liefde van God, de barmhartigheid van God uitgespeeld wordt tegen Zijn rechtvaardigheid. Vanouds is gesteld dat recht en genade, voldoening en vergeving met elkaar in strijd zouden zijn. Dat is veelvuldig gebeurd en dat gebeurt nog. In de tijd van de Reformatie waren het de Socinianen. De gedachte was in het 19e eeuwse modernisme niet vreemd. In onze dagen wordt het onomwonden uitgesproken. De belijdenis van Gods rechtvaardigheid, die de zonde straft, dus de gerechtsoefening van God in toornen en straffen over de zonde 'is een duidelijk-middeleeuwse verbastering van het evangelie, de westerse theologie binnengesmokkeld door Anselmus'. In deze gedachtenwereld wordt God voorgesteld als de grote Edelman, die op zijn recht staat. 'Maar', zo klinkt het dan, 'zo is God juist niet! Zo zijn de goden wel, maar God niet. Hij staat juist niet op zijn recht. Dat noemt de bijbel genade' (B. Boelens). Een scherpe tegenstelling dus tussen Gods gerechtigheid en barmhartigheid. Maar al vormen deze woorden voor ons begrip min of meer een tegenstelling en hebben ze om zo te zeggen elk hun eigen gezicht, de Bijbel kent deze spanning niet. God is liefde, jawel, maar Zijn liefde doet Hem nooit Zijn rechtvaardigheid vergeten of terzijde stellen. God is geen duimbreed afgeweken van Zijn eis, dat voor alle overtredingen of zonden door de mens moet worden betaald. God is niet voor een gedeelte liefde en voor een gedeelte rechtvaardig, maar God is ten hoogste barmhartig en ten hoogste rechtvaardig (DL II : 1). Als God als de Rechtvaardige en de Heilige niet het recht heeft om te straffen, kan er ook van genade geen sprake zijn. Dan neemt God zonder meer met de zonde en de ongerechtigheid genoegen. Dan is er zelfs niet meer sprake van een rechtseis, dus ook niet van zonde en mag ieder mens doen wat goed is in eigen oog. Het gevolg van deze opvatting, die heel breed is, is tweeërlei. Het maakt allereerst de genade goedkoop en vervolgens maakt het de weg vrij voor wetteloosheid. De redenering, die de gerechtigheid van God wil laten verdwijnen achter Zijn barmhartigheid, steekt de dijk door die de wetteloosheid tegenhoudt.


Nu zijn de opgeworpen vragen niet nieuw. Het is bekend hoe Calvijn ermee is omgegaan. Hij ziet slechts een schijn van tegenspraak als in de Schrift zelf aan de ene kant de liefde van God als de hoogste oorzaak van onze verlossing wordt beleden, terwijl aan de andere kant wordt gezegd, dat God een vijand was van de mensen, totdat zij door Christus' dood in genade zijn hersteld; dat zij vervloekt waren, totdat hun goddeloosheid door Diens offer is verzoend. Om deze knoop te ontwarren, merkt Calvijn op dat we in het eerste geval op God zien, in het tweede op onszelf. Wie van God uit het werk van Christus beziet, moet altijd de liefde Gods als de oorzaak van Zijn genade zien. Christus is uit de bron van Gods onverdiende barmhartigheid gevloeid. De andere uitspraken van de Schrift zien de zaak van ons uit. Wanneer van Christus gezegd wordt, dat Hij ons met de Vader verzoend heeft, dan wordt dit aan ons bevattingsvermogen aangepast. Daar wij ons immers van het boze bewust zijn, kunnen we ons God alleen vertoornd en vijandig voorstellen, totdat Christus ons van de schuld vrijmaakt. Het is naar ons bevattingsvermogen als het heet dat God ons in Christus begint te beminnen. Calvijn voegt daar de behartenswaardige woorden aan toe: Ofschoon het naar ons bevattingsvermogen gezegd wordt, is het toch niet vals. God kan immers, daar Hij de hoogste gerechtigheid is, de ongerechtigheid die Hij in ons allen aanschouwt, niet beminnen. Wij hebben dus allen in ons, dat de haat Gods waardig is. God haat de zonde. Hij toornt over de zonde. De toorn van God is een werkelijkheid (Cf Rom. 1 : 18). Het is dus als gevolg van de zonde dat God met recht toornig op ons is. God wil de zonde niet ongestraft laten. God eist genoegdoening. God heeft Zijn rechtvaardigheid bewezen tegen Zijn Zoon, als Hij onze zonden op Hem heeft gelegd (art. 20 NGB).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De verzoening (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's