Aanval op Jeruzalem
Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling voor alle volken rondom (...) En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stelle zal tot een lastige steen voor alle volken. (Zach. 12 : 2-3)
De laatste hoofdstukken van het boek Zacharia vertellen ons veel over de toekomst. Waarschuwing en vertroosting wisselen elkaar af. Veel lezers vragen zich echter af, waar deze hoofdstukken betrekking op hebben. Zijn ze reeds vervuld? Hoe letterlijk moeten wij ze opvatten? Wat betekenen ze voor de kerk? En hebben ze ook betrekking op het joodse volk nu? In de meditaties van vandaag en de komende weken hoop ik enige overwegingen te geven bij de uitleg van deze hoofdstukken. Opdat u als lezer de woorden Gods zult overdenken en stil zult staan bij Zijn grote daden.
De woorden die Zacharia mag spreken zijn van groot belang. Het zijn woorden waar men op aan kan. Want hij heeft ze niet zelf bedacht, maar het zijn woorden Gods. De HEERE spreekt, de God Die hemel en aarde gemaakt heeft. Zoals in vs. 1 staat: 'Die de hemel uitbreidt en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert'. Dat maakt ons bescheiden en doet ons onder de indruk zijn van de geweldige macht en majesteit van God. Ons past de houding: 'Spreek Heere, want Uw knecht hoort'. De HEERE overziet en regeert de geschiedenis. Hij Die aan Zijn knechten inzicht geeft in toekomstige gebeurtenissen (Amos 3 : 7), spreekt tot Zacharia over de toekomst van Jeruzalem.
Drinkschaal
Het eerste dat de profeet te horen krijgt, is, dat Jeruzalem gesteld zal worden tot een drinkschaal der zwijmeling. Bij het woord 'zwijmeling' moeten we denken aan bezwijming, bedwelming. Bedoeld is een schaal met bedwelmende drank. De volken zullen die schaal drinken en in zwijm vallen. Ze zullen niet meer beseffen wat ze doen. Is hier sprake van een gewone dronkenschap? Nee! Diverse andere bijbelgedeelten gebruiken een soortgelijk beeld en daar wordt steeds de nadruk gelegd op de toorn van God, op het strafgericht. Twee voorbeelden mogen dit verduidelijken. In Jes. 51 : 17 staat 'Gij die gedronken hebt van de hand des Heeren de beker van Zijn grimmigheid; de droesem van de beker der zwijmeling hebt gij gedronken, ja uitgezogen'. En in Jer. 25 : 15-16 geeft God de opdracht aan Jeremia: 'Neem deze beker van de wijn van de grimmigheid van Mijn hand, en geef die te drinken al de volken tot welke Ik u zend, dat zij drinken en beven en dol worden'.
Deze voorbeelden mogen genoeg zijn om te beseffen dat God in Zijn toorn de volken straft. Uit het verband blijkt dat de volken naar Jeruzalem zullen optrekken om haar in te nemen. Doch wanneer ze dat doen en zich vergrijpen aan deze stad, zal dat voor hen zijn als het leegdrinken van een schaal die vol bedwelmende drank zit. De volken zullen beneveld worden en gestraft worden door de toorn Gods. Wee de volken die zich aan deze stad, door God tot een eigendom verkozen, zullen vergrijpen!
Steen
Deze zaken worden in vs. 3 nog met een ander beeld geïllustreerd. Volgens de kerkvader Hiëronymus wordt Jeruzalem hier vergeleken met een hefsteen, die jonge mannen zo hoog mogelijk trachtten op te tillen, maar die hen kon bezeren, als hij te zwaar bleek. Maar het lijkt mij beter te denken aan een zware steen die in de weg ligt. Een lastige steen die uit de weg geruimd moet worden. Met man en macht spant men zich in, maar het lukt niet om hem opzij te krijgen. Terwijl men aan alle kanten duwt en trekt, verwondt men zich, want de steen heeft scherpe kanten. Zo zullen de volken zichzelf verwonden als zij Jeruzalem proberen te verwijderen. De stad zal blijken onschendbaar te zijn. Als de volken zich opmaken haar te overmeesteren, zullen zij door bijzonder ingrijpen Gods overweldigd worden, zodat er paniek uitbreekt. De paarden en miters zullen met verbijstering geslagen worden. Zo wordt het strafgericht over de volken voltrokken.
Vervulling
Tot zover de uitleg van de woorden van de profeet Zacharia. Wanneer zijn of worden deze woorden vervuld? Het is een goede gewoonte om daarbij eerst naar de eigen tijd van de profeet te kijken. Is in de dagen van de profeet of korte tijd daarna dit woord uitgekomen? Zacharia leefde rond 500 v. Chr., na de terugkeer uit de ballingschap. Als we de geschiedenis nagaan, blijkt het moeilijk te zijn de vervulling in die tijd te plaatsen. Zeker, Jeruzalem is wel een tijdlang beschermd, maar toch ook diverse keren ingenomen, waarbij de verwoesting door de Romeinen in het jaar 70 wel de bekendste is. Wie het overige van de profetie van Zacharia in hoofdstuk 12-14 op zich laat inwerken, ziet heel weinig mogelijkheden van vervulling in de ons bekende geschiedenis.
Dan nemen we de volgende stap. Veel profetieën die betrekking hebben op Israël, Juda, Jeruzalem e.d. vinden hun vervulling in de nieuwtestamentische gemeente. De kanttekeningen van de Statenvertaling wijzen deze weg, met een beroep op Gal. 4 en Hebr. 12. De betekenis van deze profetie wordt dan, dat tal van vijanden, uit allerlei volken, de kerk zullen bestrijden en vervolgen, maar daarmee niets winnen. Integendeel: ze zullen grote schade en schande over zichzelf brengen. Deze uitleg is op zichzelf goed, en mag tot troost zijn in een tijd waarin de kerk – tenminste in ons land – een steeds minder grote plaats inneemt. Dit mag tot bemoediging zijn als wij met Asaf letten op de voorspoed der goddelozen (Ps. 73). Het mag ook tot troost zijn in persoonlijke omstandigheden, dat God regeert. De vijanden van Gods kerk mogen machtig zijn, en het kan wel eens lijken dat ze geen schade lijden bij het vervolgen van de Gemeente, maar vroeg of laat zal de afrekening komen.
Alle volken
Hoewel ik voluit het recht van de bovenstaande toepassing erken, lijkt mij, dat we toch ook moeten proberen de woorden zo letterlijk mogelijk te nemen. Daarmee komen we tot een derde benadering: de letterlijke vervulling in de toekomst. Veel zaken in de laatste hoofdstukken van Zacharia zijn nog niet vervuld en daarom moeten we uitzien naar de toekomstige vervulling ervan. Dit dringt temeer, omdat in onze tekst sprake is van 'alle volken der aarde'. Wat moeten die met Jeruzalem? Tot 50 jaar terug was Jeruzalem een onbetekenend stadje. Wie hield zich bezig met haar? Wat was haar strategische waarde? Waarom moest ze veroverd worden? De laatste jaren echter bemerken we daarin een grote verandering. Sinds 1948 is aanval na aanval op deze stad uitgevoerd. De Israëli's hebben tegen overmachtige vijanden de stad mogen behouden. Zelfs is na 1967 de tweedeling opgeheven en mag de stad nu geheel eigendom zijn van de joodse staat. Maar de Arabische volken zijn erop uit om Jeruzalem te heroveren.
We hebben een paar maanden geleden de Golfoorlog meegemaakt. Voor het eerst in de geschiedenis heeft een internationale troepenmacht, gerecruteerd uit enige tientallen landen, orde op zaken gesteld in het Midden-Oosten. Nu wordt een internationale vredesconferentie voorbereid, waarbij Jeruzalem ongetwijfeld een lastig punt op de agenda wordt. Ik bedoel hiermee niet te zeggen dat we nú de vervulling van Zach. 12 : 2-3 meemaken. Maar wel: voor het eerst zien we iets van de wereldwijde belangstelling Voor deze oude stad. 'En al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.' De gebeurtenissen in onze tijd maken duidelijk dat een letterlijke vervulling in de (nabije?) toekomst beslist niet tot de onmogelijkheden behoort.
We kunnen de toekomst niet voorzeggen. God heeft ons Zijn Woord niet gegeven op gedetailleerde berekeningen te kunnen maken. Tot ons klinkt de oproep: Waakt! De Heere werkt aan Zijn Koninkrijk. Dwars door alle aardse, politieke bewegingen heen, en dwars door beslissingen van de grote leiders heen, werkt Hij naar het einde toe. Bidt voor de vrede van Jeruzalem. Zoekt de Heere terwijl Hij te vinden is. Waakt dan en bidt!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1991
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's