De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers

11 minuten leestijd

Voortwoekerend antisemitisme
Nog altijd blijft het antisemitisme in een land als Polen virulent. In 'Hervormd Nederland' van 21 juni 1991 stond een gesprek te lezen met de opperrabbijn van Warschau, Pinchas Joskowicz. Antisemitistische teksten staan nog altijd te lezen op de muren van synagogen en huizen van joden, aldus de schrijver van dit gesprek Peter van Beek. Davidssterren, hakenkruisen en galgen zijn niet moeilijk te vinden. En dat terwijl er na al de verschrikkingen die joden in dit land al hebben ondergaan, nog maar 1200 joden in Warschau wonen. Van hen zijn de meesten oud en arm. De grote, joodse begraafplaats in de stad wordt dag en nacht bewaakt tegen grafrovers, die het op het marmer hebben voorzien. De opperrabbijn vertelt er het volgende over.

Joskowicz heeft een duidelijke mening over de geschiedenis van het antisemitisme in Polen: 'Dit land was voor de oorlog volstrekt achterlijk. Polen had een dorpscultuur — er waren weinig grote steden — en het analfabetisme was groot', zegt hij in vloeiend Duits. 'Polen was geen cultureel land. In het Westen lag dat heel anders: er waren kranten en er was radio. Op het Poolse platteland kende men die media niet. De mondelinge overleveringstraditie was nog helemaal aanwezig. In die verhalen werden gruwelijke dingen gezegd over de joden. Als een jongetje werd vermist, vertelde men elkaar dat de joden de jongen gedood hadden om zijn bloed op hun matses te smeren. De joden mochten bepaalde beroepen niet uitoefenen. Daarom waren er veel joodse artsen, advocaten en handelaars. De Poolse joden hebben de economie enorm gestimuleerd, maar dat werd door de mensen verkeerd beoordeeld. Er was veel jaloezie. Ook de rooms-katholieke kerk heeft een negatieve invloed gehad. De katholieke traditie is nooit positief over de joden geweest, hoewel het natuurlijk belachelijk is, te veronderstellen dat de joden Jezus hebben vermoord. Ik vind dat de joden niet schuldig zijn aan de dood van Jezus, want hij is volgens het toen geldende Romeins recht door Romeinen ter dood veroordeeld.
Nog altijd wordt er in Polen vanaf de katholieke kansels tegen de joden gepreekt, maar het zijn gelukkig uitzonderingen. In januari 1991 hebben de Poolse bisschoppen duidelijk stelling genomen tegen het antisemitisme. In alle kerken is die verklaring voorgelezen. Ook Lech Walesa heeft zich openlijk tegen de oplaaiende jodenhaat gekeerd. Ik vind dat een positieve ontwikkeling, maar ik moet nog zien of men in staat is het antisemitisme de kop in te drukken. Polen is nog geen democratische staat. Het kost jaren om de bevolking tolerantie te leren.
Het vroegere communistische bewind is ook schuldig aan antisemitisme: na de zesdaagse oorlog verbrak Rusland — en dus ook alle marionettenregeringen in Oost-Europa — de diplomatieke betrekkingen met Israël. Dit had een golf van geweld tegen joden tot gevolg. Honderden joden zijn vermoord en tienduizenden probeerden te vluchten.'

Wie belang stelt in wat joden in Polen is overkomen, met name in deze eeuw, kan terecht in allerlei boeken van Isaac Bashevis Singer, die in 1978 de Nobelprijs voor de literatuur ontving. Het gruwelijke verhaal over de dood van een jongen, wiens bloed joden op hun matses smeren, komt bijna letterlijk voor in de bekende roman van Bernard Malamud 'De fikser', hoewel deze geschiedenis in Rusland gesitueerd is. De organisatie van de Zwarte Honderd beschuldigt joden van een rituele moord.

Onuitroeibaar volk
Opperrabbijn Joskowickz is echter niet onder de indruk van wat nog altijd aan antisemitisme in de Poolse samenleving te merken is.

De opperrabbijn is niet onder de indruk van de antisemitische teksten op de synagoge: 'Ik haal m'n schouders op. Het doet me niks, want de mensen die de teksten schrijven, weten niet beter. Het zegt ook niets over het wezen van de joden, maar veel meer over de intolerantie van de Poolse samenleving. Natuurlijk geeft het een slecht beeld van dit land. Onze diensten worden echter nooit verstoord en ook op straat word ik nooit uitgescholden, hoewel duidelijk zichtbaar is, dat ik een jood ben.
Ik begrijp niet waarom mensen teksten op muren schrijven, want de tienduizend joden die er nog in Polen zijn, vormen op geen enkele manier een bedreiging voor het land. Het is eerder andersom: als er nu nog een paar miljoen joden in Polen zouden wonen, weet ik zeker dat zij een belangrijke stimulans voor de ontwikkeling van het land zouden zijn.'
Joskowicz is een idealist: 'Toen men mij vroeg om rabbijn in Warschau te worden, heb ik meteen ja gezegd. Het is Hitler niet gelukt het joodse volk uit te roeien. Er is juist sprake van een opleving van de joodse identiteit in Polen. Veel joden durfden er nooit voor uit te komen, dat ze joods zijn. Nu durft men het weer te zeggen. Het joodse volk leeft en zal leven. Daar wil ik me voor inzetten. De joden in Polen zijn op de juiste weg. Er wordt weer gebeden en gestudeerd. Op feestdagen zit de synagoge in Warschau vol, maar ook in Lodz en Krakow komen de joden weer bij elkaar.'

Opmerkelijk altijd weer de vitaliteit en spankracht van dit volk. De opperrabbijn is en blijft ervan overtuigd: de joodse identiteit blijft in leven ook in Polen. Elke sabbat komen er weer ongeveer honderd mensen bijeen in de synagoge van Warschau.

Voortgaande intolerantie
Onverdraagzaamheid ten opzichte van de joden werd na de oorlog gevolgd door communistische onverdraagzaamheid en onderdrukking van het Poolse volk. Echter de nationalistische beweging die vanaf het begin van de 80-er jaren met name sterk opkwam in verbinding met de vakbeweging Solidariteit, ging hand in hand met het roomskatholieke kerkisme. Via de Persschouw van 'De Reformatie' van 22 juni 1991 kreeg ik een citaat uit een artikel in de NRC van 1 juni onder ogen, waaruit dit heel schrijnend blijkt.

Het communistisch regime had de katholieke kerk verdrukt, vernederd en voor een deel onteigend. Leiders als Bierut, Gomulka en Gierek deden alles om die marginale status nog te versterken. Gelovigen werden gekrenkt, en hadden geen kans op hoge openbare functies. Atheïsme werd aangemoedigd, kleinere niet-katholieke kerken gesteund. Maar hoe meer druk de communistische leiders uitoefenden, des te belangrijker werd de kerk als symbool van verzet, als nationaal tehuis. Kerkbezoek was een politieke daad. Met de opkomst van Walesa en Solidariteit groeide ook de rol van de Poolse katholieken in het openbare leven. De kerk stond in hoog aanzien, werd gekoesterd door de leiding van Solidariteit en overleefde uiteindelijk de communisten. De val van het 'Systeem' bracht de militairen terug in de kazerne, de politie raakte in diskrediet en Tadeusz Mazowiecki werd de eerste niet-communistiscfie premier. De kerk was nu de sterkste instelling. 'Voor de bisschoppen was de weg vrij. De katholieke kerk wilde zijn oude plaats in het nieuwe bestel veroveren', zegt Teresa Bogucka, een historica die deel uitmaakte van de katholieke intelligentsia. De priesters kwamen tevoorschijn: op televisie en radio met hun missen, bij sportwedstrijden voor hun zegen. Hoezeer de rollen waren omgedraaid, bleek vorig jaar in Czestochowa. Duizenden geüniformeerde en gewapende militairen waren aanwezig bij de pelgrimstocht naar de Zwarte Madonna, om daar de zegen van de bisschop in ontvangst te nemen.

Poolse opvoeding
De invloed van de kerk drong ook snel door in de politiek van het post-communistische Polen. De regering van Mazowiecki werd onder druk gezet om Polen te ontdoen 'van de kwalijke gevolgen van het atheïsme'. Het ministerie van gezondheidszorg vaardigde enkele richtlijnen uit om de abortuswet van 1956 te verscherpen, en in de scholen werd het vak godsdienst weer ingevoerd. Elke week geven priesters op de scholen twee uur godsdienstles, wat in Polen automatisch gelijk staat met twee uur katholiek onderwijs. 'Onze kerk heeft een wezenlijke taak bij de opvoeding van de Polen', aldus het episcopaat.
'Ik stuur mijn kind niet naar de peuterschool omdat priesters daar ook al godsdienstles geven', zegt Elzbieta Osuch, een Poolse die jarenlang in Utrecht woonde. 'Priesters verwaarlozen hun werk in de parochies omdat ze alle tijd uittrekken aan de godsdienstlessen. Zieltjes winnen, dat is het doel. Kwantiteit is belangrijker dan kwaliteit'. Voor veel jonge echtparen met kinderen vormt de katholieke intocht in de scholen een groot probleem. Onder de communisten moesten ze alles doen om de geschiedsvervalsing van de rode heersers uit de hoofden van hun kinderen te krijgen, nu hebben ze het gevoel dat er weer iets wordt opgedrongen.
'Mijn tienjarig zoontje komt soms huilend thuis', zegt Wladyslaw Scholl, dominee in Warschau. De naar schatting 200.000 protestanten vormen in Polen een kleine minderheid. 'Ik onttrek mijn zoon aan godsdienstonderwijs op school, dat mag. Maar hij is wel de enige protestant in de klas, en de andere kinderen maken hem uit voor jood of communist'. Wat de niet-katholieken in Polen het meest stoort, is de arrogantie van de kerk. Wie kritiek heeft, is bij voorbaat communist en atheïst. Bisschoppen werpen zich op als hoeders van de Poolse natie. Zij weten wat goed is voor het volk en hebben de waarheid in pacht — precies zoals de communistische leiders dat ooit hadden. De Poolse katholieke kerk is vervuld van nationale symboliek. Maria is de Koningin van Polen, de kerk is versierd met nationale emblemen en 'Ojczyzna', Vaderland, het stopwoord van de priester. 'De kerk gaat uit van het credo 'Pola-Katolik', een echte Pool is katholiek. Duizend jaar christendom in Polen wordt gewoon vereenzelvigd met duizend jaar katholicisme', zegt Bogucka. 'maar de kerk heeft hier vroeger nooit een monopolie gehad.' Voor de reeks delingen van Polen in de achttiende eeuw werd de katholieke kerk gedragen door ongeveer de helft van de bevolking, vooral door de boeren. De Poolse adel, de 'szlachta', was voor een belangrijk deel luthers of calvinistisch. Calvinisten vormden een invloedrijke groep in de politiek, de meeste senatoren waren calvinisten. Polen was voor de deling een, naar verhouding, tolerant land, waar katholieken, orthodoxen, joden en protestanten samenleefden. De contra-reformatie sloeg er nooit aan.

Kwalijke schaduwkanten van een kerk, die zoveel macht had en weer heeft. Antisemistische gevoelens zijn eerst eeuwenlang aangekweekt. Nu is weer een andere minderheidsgroep aan de beurt en wel die van de protestanten. Ik geef hier ook door wat door dr. W.G. de Vries in 'De Reformatie' van 22 juni aan commentaar wordt gegeven op dit citaat uit NRC Handelsblad.

Wanneer ik lees van, de 200.000 protestanten, die nog in Polen zijn, moet ik denken aan de brief die Johannes Calvijn op 23 mei 1549 schreef aan 'de hoogmachtige en doorluchtige vorst' Sigismund August, koning van Polen. Hij schreef deze als opdracht bij zijn commentaar op Hebreeën. Daarin waarschuwde hij tegen de tirannie van de roomse kerk: 'Want met wat schijn zij zich bedekken, die om ons te bestrijden, voor de roomse antichrist hun best doen, zo zal men bevinden, dat al de twist, waarmee de kerk sinds dertig jaar zo deerlijk gekweld is, hieruit zijn oorsprong neemt, dat degenen, die de voornaamste geacht willen zijn onder de jongeren van Christus, niet lijden mogen dat ze de leer van Christus onderworpen zijn. Eergierigheid en stoutheid hebben zozeer de overhand genomen, dat de waarheid Gods onder zoveel ontallijke leugens begraven is geweest, en al haar zuivere instellingen met vuil stinkende vervalsingen besmet zijn. De dienst van God is overal en in alles geschonden; de leer des geloofs is gans onder de voet gesmeten, het gebruik der sacramenten vervalst; de regering der kerken verkeert in een woeste en wrede tirannie; van al hetgeen tot de godsdienst behoort, is gemaakt een onreine bedriegelijke kramerij...'
Scherpe woorden, ja. Maar wanneer we vandaag lezen hoe duizenden militairen in Polen aanwezig waren bij de pelgrimstocht naar de Zwarte Madonna, om daar de zegen van de bisschop te ontvangen, dan staan we nog voor deze 'bedriegelijke kramerij'. Arm Polen. Het valt van de ene dictatuur in de andere. Arm jongetje van tien jaar dat huilend thuiskomt vanwege de roomse hersenspoeling.
Laten we in onze gebeden ook deze verdrukte gelovigen niet vergeten. Ze lijden onder de arrogantie van de macht, die nu rooms gekleurd is. We wensen hun de 'onoverwinnelijke standvastigheid' toe, waarover Calvijn aan het slot van zijn brief spreekt en 'de hemelse wapens' die God ons verschaft.

We kunnen ons van harte aansluiten bij deze woorden. Er is ook in reformatorische kring veel hartelijk meeleven met het volk der Polen in hun vaak erbarmelijke maatschappelijke omstandigheden. Het kan nuttig zijn, ook deze informatie te lezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de Pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's