De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liefde voor de wereld in 't algemeen en de kerk in 't bijzonder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liefde voor de wereld in 't algemeen en de kerk in 't bijzonder

Ingezonden

18 minuten leestijd

Enkele malen ontvingen we de laatste tijd een reactie op een bijdrage in ons blad, dat we geplaatst hebben als 'Ingezonden' (voorzien van een naschrift), hoewel het de lengte had van een artikel. Het is niet de bedoeling dit tot een gewoonte te maken. Gaat het om een 'Ingezonden' dan moet het ook een daarmee overeenstemmende lengte hebben en niet de omvang van een artikel. Bij wijze van uitzondering plaatsen we nog één maal een dergelijk ingezonden stuk (t.w. van drs. L. van Driel), waarbij we ons wel realiseren dat het – zoals in de naschriften terecht wordt opgemerkt – niet gebruikelijk is dat een schrijver reageert op een beoordeling van een boek van zijn hand. Wie boeken aan de publiciteit prijsgeeft moet aanvaarden hoe ze ontvangen worden en niet per artikel de bedoeling van zijn boek nog willen verduidelijken of bijstellen, tenzij er van vertekening sprake is geweest.

Wat is er aan de hand in ons land?
Hoe komt het toch dat christenen in ons land sinds kort een minderheidsgroepering zijn? Hoe komt het dat de kerk er zo slecht voor- en op staat? Hoe komt het dat de gereformeerde gezindte zelfs bij de meest gunstige rekening niet boven de 10% van onze bevolking uitkomt? Hoe komt het toch dat er in de kerken — ook binnen de gereformeerde gezindte — zo weinig aansprekend en aanstekelijk geloofd schijnt te worden? Hoe komt het toch dat mijn grootouders, mijn ouders, ik zelf, m'n kinderen — elk op zijn of haar wijze — zo'n moeite hebben om te staan in vol vertrouwen en vrijheid voor Gods aangezicht? En de eersten door zo'n angst en de laatsten door onverschilligheid bevangen lijken? Hoe komt het dat we weten hoe geloven moet of kan en er zo gemakkelijk aan voorbij gaan? Hoe komt het dat er zo'n hemelsbreed verschil lijkt te zijn ontstaan in beleving van de werkelijkheid in een tijdsbestek van pakweg één generatie? Hoe komt het toch dat God zo ver weg lijkt?
Met deze vragen in je hoofd en in je hart ga je zoeken. Ze maken je onrustig. Je kunt moeilijk iets ongelezen laten dat over deze vragen gaat. Je kunt moeilijk het gesprek mijden met iemand die daar ook mee bezig is. En soms heb je zelf de behoefte om hetgeen je gevonden hebt bij anderen, dus wat je op je speurtocht tegengekomen bent, te ordenen, te evalueren, voorzichtig te wegen en op te schrijven. Voorzichtig omdat de vragen zo intens, zo gevoelig, zo diepgaand, zo bloedwarm zijn en de antwoorden zo ver weg, zo weinig en al gauw niet afdoende bevredigend. Voorzichtig ook omdat de tijd van grote woorden, grote verhalen, alomvattende denksystemen, de tijd van 'veel vragen, één antwoord' achter ons (levensgevoel) ligt.

Veel vragen...
alleen de theologie geeft antwoord?

En als je dan met door-denken over de kerk in een geseculariseerde wereld bezig bent, en het huidige levensgevoel hieromtrent elke dag ervaart in je gewone werk met jongeren en hun begeleiders, en je probeert je eigen gevoelen en ervaren met redenen te omkleden en te bevatten, dan is dat zo verwarrend en veelzeggend dat je elke invalshoek, elke discipline die probeert licht in het duister te scheppen als waardevol beschouwt. Als je je niet kan en wil opsluiten in een ivoren toren en onttrekken aan het gewone leven van alledag, dan is elke verheldering in de complexiteit de moeite van het bekijken meer dan waard.
Een van die wetenschappen is godsdienstsociologie, een jonge wetenschap die de relatie tussen godsdienst, kerk en samenleving bestudeert. Immers wat er met kerk en godsdienst gebeurt, heeft heel veel te maken met ontwikkelingen in de samenleving. De kerk is geen eiland in de samenleving. En als dat zo zou zijn dan nog gaan de ontwikkelingen buiten ons niet aan haar voorbij. Dit alles geldt nu en dat was vroeger niet anders. Alleen toen dekten de ontwikkelingen in samenleving en kerk elkaar goeddeels en nu bewegen ze zich veeleer van elkaar af. In de theologische opleidingen is godsdienstsociologie en b.v. ook (godsdienst)psychologie thans terecht opgenomen. Als er dan b.v. in een boek over de kerk van 520 blz. zo'n kleine dertig (ca. 5%) overwegend godsdienstsociologisch van aard zijn mag dat dan eigenlijk ook niet zo verwonderlijk zijn. Je mag ook niet verwachten dat daarin alles of zelfs de diepste waarheden over de kerk gezegd worden. Daar kregen anderen de ruimte voor. En zo gecomponeerd vullen de verschillende bijdragen elkaar aan. De tijd dat alleen de theologie meende alles over alles te kunnen zeggen, lijkt echt ver achter ons. Er is meer waarheid over de werkelijkheid dan alleen de theologische. Dat is wellicht even wennen, maar het is niet anders. We doen er goed aan de vruchten te plukken die ons van diverse kanten aangereikt worden. Dat is goed voor ons en voor hen die ons ontmoeten. Het helpt ons de moderne mens werkelijk te zien waar hij staat. Het behoedt ons voor vertekende onrealistische beelden die we bij gebrek aan werkelijke ontmoeting misschien in onze geabstraheerde verbeelding van hem gemaakt hebben. Als er dan bovendien gekozen wordt voor een sociologische analyse die in Nederland brede navolging en erkenning heeft gekregen, herkenning veroorzaakt bij velen en waaraan in menige discussie over de bloedwarme vragen aan het begin genoemd, gerefereerd wordt, dan snap ik met de beste wil van de wereld niet waarom zo'n bijdrage beter achterwege had kunnen blijven. De lezer vermoedt wellicht inmiddels dat ik doel op de bespreking medio mei in dit blad van het pas verschenen standaardwerk over de kerk.

Kritisch
Het zou kunnen zijn dat de bekritiseerde bijdrage niet kritisch genoeg zou zijn. Nu is het met kritiek altijd moeilijk. Aan de ene kant kan je niet kritisch — onderscheidend — genoeg zijn, aan de andere kant dient de bescheidenheid je pas te behoeden voor onuitstaanbaarheid. Bovendien is kritiek op anderen pas gerechtvaardigd als zelfkritiek eraan vooraf gaat. Dat betekent m.i. voor (schrijvers in) een blad als De Waarheidsvriend, dat vooral kritisch en bescheiden gekeken moet worden naar de eigen kring en het eigen kerkelijk leven. Zeg ik te veel als ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat dat nu net niet onze sterkste kant is? Als je ziet dat er in eigen huis voorlopig nog genoeg te doen is, word je bescheiden in je oordeel naar anderen, naar andere delen van de kerk. Het verhaal van de splinter en de balk kunnen we niet genoeg lezen.

Zo is het bijvoorbeeld bon ton in onze kring om de ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken Synodaal alsmede ook die rond het Conciliair Proces, als wel hoogst bedenkelijk voor te stellen. Nu valt er inderdaad terecht het een en ander bij te bedenken en van kritische kanttekeningen te voorzien. Maar omdat dit al genoegzaam en breed uitgemeten wordt, vraag ik aandacht voor een andere benadering die ook (!) mogelijk is. 't Probleem is alleen dat zodra je dit zo zegt, de stoppen bij menig lezer als het ware doorslaan en er niet meer goed — kritisch dus — gelezen wordt. Nuances in de tekst ontgaan hem dan.
Het blijkt nodig om extra voorzichtig te formuleren. De ruimte is me hier en nu niet gegeven. Kort dan maar. Waar het mij om gaat is dat de vragen waar de Gereformeerde Kerken Synodaal zich vanaf 1960 voor gesteld zien en de vragen die recent door het Conciliair Proeces aan de orde gesteld zijn eerlijke, legitieme vragen zijn die ook onder ons leven. En meer, dieper en breder, aandacht verdienen dan die ze tot op heden gekregen hebben. Het zijn vragen die de kern van de zaak raken. God als ervaarbare werkelijkheid in het hele leven, de betekenis van Christus' verzoening voor het leven van alle dag, de genade als wonder en de Schriften als gezaghebbende woorden van leven komend uit een andere werkelijkheid. Allemaal zaken waar we zelf nooit op zouden gekomen zijn, die ons kloek begrip te boven gaan maar wel tot realisatie in het heden oproepen. Welnu, er is rond deze vragen meer aan de hand dan dat ze afgedaan kunnen worden met een uiteindelijk simpele verwijzing naar de beantwoording uit het verleden. Het komt er op aan staande in de traditie van hen die ons in het geloven op reformatorische wijze zijn voorgegaan, onze kinderen begaanbare wegen te wijzen naar de toekomst, waarbij recht gedaan wordt aan zowel de waarheid als de werkelijkheid.
Mijn stelling is dat we hoognodig met elkaar in de breedte van de gereformeerde gezindte aan de slag moeten om niet verder achterop te raken. Achterop in de theologische bezinning, achterop in de ontwikkelingen in de maatschappij. Niet onkritisch, maar betrokken. Ben ik onkritisch?
Ben ik onkritisch als ik pleit om God vandaag in verstaanbare taal zo ter sprake te brengen dat mensen in hun gewone leven van alle dag zicht op Hem krijgen? Dat ze gaan zien dat godsdienst met het hele leven te maken heeft?
Ben ik onkritisch als ik in de theologie radicaal stelling neem tegen de opkomende gedachte dat God niet meer gezaghebbend onze tweedimensionale werkelijkheid en ons verstand te boven gaat?
Door voornoemde stellingname is het moderne denken tot in de kern gekritiseerd. Staan we zover van de huidige werkelijkheid en de theologische discussie van vandaag dat dit niet meer als fundamentele kritiek ervaren wordt? Waarom worden zulke harde, grote woorden t.o.v. gereformeerden, christenen, onderling gebruikt om elkaar (!) in deze tijd voor het oog van de goegemeente af te schrijven. Als wij als gereformeerden elkaar zo hard vallen, wat moet er dan met de rest van de wereldbevolking die voor meer dan 99% nog minder gereformeerd is dan wij? Het zou ons echt verder helpen als we eens wat minder absoluut, wat relativerender tegen ons eigen wijze van kerkzijn aankijken. Relativerender d.w.z. met meer oog voor de betrekkelijkheid van de dingen èn met wat meer oog voor de kern van de zaak. En die is dat het uiteindelijk (zie Openbaring 21 : 22) niet gaat om de kerk maar om Christus en Zijn Koninkrijk. Dit duizelingwekkende vergezicht deed me een relativerende opmerking veroorloven over een secretaris (de functionaris, niet de persoon) van een vereniging. Dit relativerende geeft ons ontspannenheid in ons kerkelijk bezig zijn. Het helpt ons te beseffen dat wij de pinnen niet te vast in de tijd moeten zetten. We zijn op doorreis, we zijn pelgrims. Soms ben ik wel eens bang dat de gereformeerde beweging in ons land door strakke organisatie zo vastgenageld zit dat er nauwelijks meer van een beweging sprake is, laat staan dat er sprake is van enige beweging, van vooruitgang. Als zelfs de existentiële vragen van het begin ons wel raken maar niet in beweging krijgen, maar ons veeleer vaster in onze schulp doen kruipen dan, raken we onbedoeld en ongemerkt verder van huis. En dat zou heel erg zijn voor de gereformeerde gezindte, voor de kerk en eigenlijk ook een beetje voor de wereld.

Reactie ds. M.A. van den Berg
Het is niet gebruikelijk dat er op een boekbespreking een reactie volgt. En als daar weer een naschrift bij komt, gaat het bijna de kant op van een schriftelijk dispuut, dat mij overigens niet zo wenselijk lijkt. Op verzoek wil ik echter wel enkele opmerkingen ten antwoord geven op de reactie van dhr. Van Driel.
In mijn bespreking van 'De kerk' was ik nogal negatief over de bijdrage van zijn hand, over 'Godsdienst en kerk in een geseculariseerde wereld'. Naar mijn mening — het staat natuur­lijk een ieder vrij met mij van mening te verschillen — ademde dat een andere geest dan ik verwachten zou binnen de opzet en de uitgangspunten van dit boek, dat in sterke verbondenheid met het reformatorische belijden wil spreken over de Kerk. Misschien had ik er nog niet zo kritisch op gereageerd als ik het in een ander kader was tegengekomen, maar juist in dit boek vond ik het teleurstellend omdat ik er veel te weinig affiniteit in bespeurde met het reformatorisch belijden. Ik neem de schrijver serieus als hij zegt dat hij in de traditie van dit belijden wil staan, maar ik meen echter dat hij dat op een zo dynamische manier doet, dat hij toch van diegenen vervreemd raakt, die op een minder contextuele manier met de Schrift en de Belijdenis om willen gaan. We weten uit de kerkelijke discussie maar al te goed hoezeer het omgaan met, en de religie van de belijdenis kunnen verschillen in de kerkelijke discussies. Het helpt niet om zich daarvan geen rekenschap te geven. Naar de mening van de recensent neemt de eigen tijd en de antropologische situatie een te grote plaats in in de theologische visie die uit de omstreden bijdrage valt op te maken. Daarbij doen mij de relativerende opmerkingen over de Kerk en de belijdenis, zoals die ook in deze reactie weer gedaan zijn, zeer. Ik kan er niets aan doen, maar ik blijf van mening dat dit spreken uit de toon valt bij de andere scribenten van 'De kerk' vergeleken.


Mijn bezwaren hebben niet zozeer te maken met het gebruik maken van de sociologie op zich. Ik erken dat sociologische gegevens van belang kunnen zijn voor onze visie op 'De kerk'. De sociologie moet echter een hulpwetenschap blijven, terwijl ik in de bijdrage van Van Driel het gevoel heb dat de sociologische analyse een veel te grote plaats krijgt, en de theologische soms haast verdringt. Ik ervaar het als een veel te onkritische omhelzing van een wijze van benadering van de kerk, die vaak fundamenteel in strijd is met het bijbelse en belijdende spreken over de Kerk. De belijdenis van het geheim van de Kerk, juist in een tijd van Godsvervreemding is hiermee niet gediend. Het gaat me er niet om dat de vragen niet legitiem zijn, die vandaag de dag worden gesteld, maar het 'recht doen aan de waarheid' blijft principieel gaan voor het 'recht doen aan de werkelijkheid'.
Het was overigens niet mijn bedoeling om iemand persoonlijk 'af te schrijven', maar ik meen toch te moeten blijven bij de zakelijke kritiek die ik op de bedoelde bijdrage in 'De kerk' heb geuit, temeer daar ik weinig daarvan in deze reactie echt weersproken vond. We mogen niet verhullen dat standpunten soms sterk kunnen verschillen. Laten we bij elke discussie echter ook hopen dat we elkaar beter zullen leren verstaan en misverstanden, ook over het belijdend spreken aangaande de Kerk, uit de weg kunnen worden geruimd. Ik geloof echter niet dat een pennestrijd n.a.v. een recensie, waarin de verschillen nog weer eens worden onderstreept, zich daartoe zo goed leent.
M.A. van den Berg

Reactie ds. J. Maasland
Reageren op een recensie is niet te doen gebruikelijk. Dat br. Van Driel (mag ik de afkorting br. gebruiken in plaats van drs., dat praat/ schrijft wat makkelijker) dit ongebruikelijke toch doet, duidt op een geprangd gemoed over de zaak die in het geding is. Die zaak (de positie van de Gereformeerde Gezindte tussen Verlichting en Godsverduistering) houdt ook mij zeer bezig, vandaar mijn overigens bescheiden bedoelde poging in te gaan op wat br. Van Driel terugschrijft.


1. Wij (Gereformeerde Bonders, scribenten en recensenten in De Waarheidsvriend) dienen bescheiden te zijn in ons oordeel over anderen buiten onze eigen kring. Er is genoeg mis in eigen huis en gemeente, vandaar. Welnu, ik geef volmondig toe dat zelfkritiek niet altijd onze sterkste kant is. Ik ben weleens bevreesd dat ook onder ons in vervulling kan gaan de stelling die zegt: kerkelijke hoogmoed komt vóór de kerkelijke val en het geestelijk verval. Wie meent te staan, ziet toe dat hij niet valle. En al zouden we het allemaal niet zo bedoelen, we komen via stellingnamen en publicaties kennelijk wel heel vaak zo bij anderen over. Alleen al de doelstelling van de Gereformeerde Bond (verbreiding en verdediging van de waarheid), kan de schijn van gelijkhebberigheid oproepen, als zouden wij over 'de waarheid' direct en zuiver beschikken. Als we dan ook menen dat het niet moet gelijk het b.v. in de Gereformeerde Kerken synodaal sinds de zestiger jaren is gegaan, kunnen we dat alleen maar zeggen in het smartelijke besef zelf al zoveel jaren deel uit te maken van een kerk zo diep aan haar belijdenis ontzonken en daarom mede betrokken bij haar geestelijk verval. Als we met één vinger wijzen naar een ander, wijzen er tegelijk drie naar onszelf. En het gebrek aan werkelijke verootmoediging onder ons over eigen gereformeerd kerkelijk en geestelijk leven, moest ons trouwens helemaal bescheiden maken in ons oordeel over anderen. Immers, hoe staan de zaken er kerkelijk en geestelijk onder ons voor? Dat het in onze Hervormde kerk gaat zoals het gaat, heeft het niet mede te maken met het volslagen gebrek aan geestelijk spankracht en uitstraling vanuit eigen kring naar het geheel van de kerk? Dus, br. Van Driel, op dit punt beaam ik geheel uw stelling over de splinter en de balk. Trouwens, ik heb geen keus. Want Jezus heeft ons met dit verhaal gewaarschuwd en vermaand.


2. Ik begrijp uit Van Driels reactie dat ik zijn nuances in de beoordeling van de weg die de Gereformeerde Kerken synodaal recentelijk zijn gegaan niet voldoende in mijn recensie uit de verf heb laten komen. Nalezing van de bladzijden die hij in zijn geschrift aan deze zaak wijdt, hebben me toch niet geheel overtuigd dat ik hem onrecht zou hebben gedaan. Het is waar: Van Driel houdt de nodige slagen om zijn arm. Hij zegt niet absoluut dat het zó moet. Maar hij bewondert toch wel de moed die men had om de vragen van de moderne tijd zo onder ogen te zien. De klassieke antwoorden voldoen niet meer. De contekst is gewijzigd. En hij betreurt het dat niet de hele gereformeerde gezindte samen met de Gereformeerden de vragen onder ogen heeft willen zien, zodat de nieuwe vragen en antwoorden helaas in het isolement van de groep terecht zijn gekomen. Ik blijf volhouden dat we die weg niet op moeten, ook vandaag niet, willen we tenminste gereformeerd blijven in de oorspronkelijke, historische zin van dit woord. Laat br. Van Driel de publicatie van de vorig jaar overleden prof. J. Plomp 'Een kerk in beweging' (1987) maar weer eens lezen. In dit boek heeft prof. Plomp de feiten objectief op een rij gezet. Een louter beschrijvend geschrift met zo min mogelijk beoordeling. Maar als prof. Plomp dan tamelijk aan het eind van zijn publicate ingaat op Samen op Weg, geeft hij deze mening ten beste: 'Eén ding lijkt echter zeker: als eens, wanneer ook, het verband van de herenigde kerken tot stand komt, zal dit geen gereformeerd karakter dragen, gereformeerd dan genomen in de zin waarin het voorgeslacht van Afscheiding en Doleantie daarover sprak. Het zal gereformeerd zijn in meer opgerekte zin, het zal pluraal zijn.' (blz. 191). Nu beweer ik niet dat br. Van Driel dàt nu wil. Maar je mag toch wel vinden dat dàt geen echt begaanbare weg is voor de vragen en moeiten waar we als gereformeerde gezindte voor staan in deze tijd?
Hoe dan wel?


3. Ik geef toe: een simpele verwijzing naar antwoorden uit het verleden kan en hoeft de weg niet te zijn. Ik weet dat de antwoorden van de gereformeerde belijdenis velen ook onder ons niet meer aanspreken, niet meer overtuigen. Nu hoeft dàt nog niet te betekenen dat daarom de gegeven antwoorden onjuist zouden zijn. Er wordt weleens verwijtend gesteld dat de kerk in haar boodschap antwoorden zou geven op vragen die niemand meer stelt. Dat hoeft niet altijd aan de kerk en haar boodschap te liggen. Dat kan ook onthulling zijn van de ontstellende nood waarin velen ook in onze gemeenten beland zijn. Verder, hebben de klassieke antwoorden vroeger dan wel altijd iedereen echt overtuigd? Ik bedoel: is werkelijk ge-re-formeerd zijn niet altijd een wonder Gods in een mensenleven geweest?
Dat we van Godswege door Woord en Geest overtuigd zijn gewòrden? Maar daarmee kleineer ik niet de vragen die onze kinderen (en niet alleen onze kinderen) aan ons stellen. Het zijn de vragen die in je eigen hart opkomen, zeker als je een mens bent die met al z'n voelhorens staat afgesteld op de vragen van onze tijd. Meer dan ooit vraagt het van ons inzet, doordenking, verheldering om in de contekst van de eigen tijd in te gaan op levensvragen van mensen om ons heen. Een monotoom en monomaan herhalen van de letterlijke woorden van de belijdenis zou duiden op een ongereformeerd hanteren van dit belijden. Je kunt antwoorden anders formuleren met de accenten op andere aspecten vanwege genoemde contekst en bedoelde vragen van onze eigen tijd. Maar in diepste wezen blijft de inhoud van het belijden gelijk daar het de Schriften naspreekt. Trouwens, moet de kerk op alle vragen altijd een antwoord hebben? Is de Heilige Geest? Daarmee versmal ik de breedt van Gods wereldwijde kerk niet. Samen met al de heiligen te begrijpen welke de breedte en lengte en diepte en hoogte zij van de liefde van Christus om vervuld te worden tot al de volheid Gods, wie kan daar soms niet intens naar verlangen in de gebrokenheid der christenheid. En in dit kader is de relativerende opmerking over een secretaris van een Gereformeerde Bond uiteraard geoorloofd. Want we zijn als Bond niet zoveel bijzonders, we stellen in het totaal van de algemene christelijke kerk niet zoveel voor, afgezien van de vraag of we dat ook zouden willen. Christus is bijzonder. Zijn Kerk is bijzonder, ja. Ze is Bruid van Christus. Nu al en daarom moeten we niet zo relativerend over die Kerk spreken. Ze is hier reeds zichtbare oogst op Christus' verzoeningsarbeid. Ze is als Kerk van Christus onderweg. Tot een getuigenis in deze wereld en voor deze wereld maar vooral tot lof van haar God en Koning.
J. Maasland

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Liefde voor de wereld in 't algemeen en de kerk in 't bijzonder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 1991

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's