De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereformeerden op zoek naar God (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereformeerden op zoek naar God (1)

Een voortgezet gesprek

12 minuten leestijd

Al eerder is aangekondigd dat prof. dr. C. Graafland in een aantal artikelen zou ingaan op reacties in bijdragen, die geschreven werden over zijn boek 'Gereformeerden op zoek naar God', o.a. ook op datgene wat prof. dr. W.H. Velema over dit boek in vijf artikelen in ons blad schreef. Bijgaand treffen de lezers het eerste van in totaal zes artikelen van de hand van prof. Graafland. Hij geeft in deze artikelen de bedoeling die hij met zijn boek heeft gehad nog eens in kort bestek weer en gaat op diverse reacties nader in. Zoals al eerder is aangekondigd, zal, na het plaatsen van deze artikelen, nog een aantal bijdragen volgen van ds. C. den Boer, ds. Joh. van der Velden en ds. J. Maasland, waarin zij ingaan op wat prof. Graafland geschreven heeft. We hopen van harte dat d, eze uitgebreide gedachtenwisseling de lezers verder mag helpen inzake de doordenking van de geestelijke vragen in onze tijd.

Op verzoek van de redactie
Mij is gevraagd door de redactie van De Waarheidsvriend enkele artikelen te schrijven, die de bedoeling hebben om in te gaan op de reacties, die er zijn gekomen op mijn boek Gereformeerden op zoek naar God. Die reacties zijn zo veel en ook zo verschillend, dat het niet in de bedoeling kan liggen om op alles in te gaan. Als ik dat zou nastreven, zou ik opnieuw een boek moeten schrijven. Ik moet dus een keus maken en me beperken tot datgene, waarvan ik zelf meen, dat het om de kernen van mijn boek gaat.

Hoe vind ik de juiste toon?
Nu vind ik het wel een beetje moeilijk om de juiste toon te vinden. Omdat het mijn eigen boek en dus mijn eigen visie betreft, ben ik me bewust, dat sommige aspecten wat gevoelig liggen. Als iemand met je instemt, is het niet zo moeilijk om de juiste positieve toon te vinden. Als iemand echter je visie afwijst, of je hebt de indruk, dat aan je gedachtengang geen recht wordt gedaan, of dat er onbegrip of misverstand in het spel is, dan wordt het moeilijker om de goede positieve toon te bewaren en b.v. niet scherper te gaan formuleren of zelfs wat persoonlijk te worden. Nogmaals, omdat ik voor mezelf aanvoel, dat dat wat moeilijk zou kunnen worden, noem ik het aan het begin uitdrukkelijk. Ik wil eraan toevoegen, dat ik de intentie heb om zo objectief en zakelijk mogelijk mijn gedachten te formuleren. Mocht het echter op bepaalde momenten, vanwege de toch existentiële gedachtenwisseling, wat intensiever toegaan in mijn verhaal, dan hoop ik, dat de lezer zal begrijpen, dat dit alleen is vanwege de zaak zelf, die mij zeer ter harte gaat en niet om een ander daarmee te kwetsen, of hoe dan ook. Ik wil daarom beginnen met uitdrukkelijk te verklaren, dat ik alle reacties gewaardeerd heb, ook de kritische reacties. Want juist de laatste hebben mij in mijn eigen bezinning het meest gestimuleerd. Maar anderzijds kan het mij ook weer niet kwalijk worden genomen, wanneer ik op bepaalde punten mijn kritici meen te moeten weerspreken. Dat kan bijna niet anders. Maar ik ga ervan uit, dat als de redactie mij toestaat deze artikelen te schrijven, zij zich dat ook hebben gerealiseerd. Ik waardeer het zeer, dat ze mij heeft toegestaan me vrij uit te spreken. Anders zou ik er ook niet aan begonnen zijn.

Nadere uitleg blijkt nodig te zijn
Er komt nog iets bij, waarom ik dankbaar ben, dat ik deze gelegenheid krijg. Er zijn meerdere punten uit mijn boek in discussie gekomen, die kennelijk toch van mijn kant om nadere uitleg vragen. Het typische is blijkbaar, dat ik altijd probeer, en zeker in dit boek, om zo eenvoudig mogelijk te schrijven, maar toch kennelijk voor nogal wat lezers onduidelijk ben en misverstand oproep. Ik verwijt dat mijzelf. Waarschijnlijk is dit niet aan mijn schrijfstijl te danken, maar aan mijn gedachtengang zelf, of misschien nog dieper gepeild, aan mijn opstelling, mijn geestelijke attitude. Zelf heb ik er iets van aangevoeld, toen ik de laatste zin van mijn boek schreef: Ik hoop, dat ik verstaan ben. Ik denk, dat ik toen al vermoedde, dat dit wel eens niet het geval zou kunnen zijn.

De 5 artikelen van Velema
Wat de inhoud van deze artikelen betreft, zal ik voornamelijk ingaan op datgene, wat Prof. Velema over mijn boek geschreven heeft. Hij heeft dit eerst in De Waarheidsvriend gedaan, later ook in zijn boek Nieuw zicht op Gereformeerde spiritualiteit. Omdat de lezers van De Waarheidsvriend vrijwel uitsluitend met zijn beoordeling van mijn boek kennis hebben kunnen maken, ligt het alleen al daarom voor de hand, dat ik aan zijn bijdrage de meeste aandacht schenk. Maar dat heeft toch ook nog een andere reden. Zijn beoordeling is nogal kritisch uitgevallen. Dat geldt van wat Prof. Velema in zijn boek erover geschreven heeft nog meer dan van zijn artikelen in De Waarheidsvriend. In deze laatste artikelen stelt Velema nog veel vragen, omdat hij niet goed weet, hoe hij mij moet interpreteren. In zijn boek is dat minder, en is zijn oordeel over mijn boek dan ook duidelijker, in kritische zin.
Ik wil vooral op Prof. Velema ingaan, omdat ik de indruk heb, dat zijn kritische opmerkingen weerklank hebben gevonden bij vele anderen, ook uit de kring van de lezers van De Waarheidsvriend. Dat verplicht mij dus min of meer om ook zo goed mogelijk erop in te gaan.

Ook andere reacties
Maar dat betekent natuurlijk niet, dat ik aan andere stemmen voorbijga. Ik denk dan vooral aan hen, die op de kernpunten wel met mij instemmen, maar toch hun kritische vragen erbij hebben overgehouden. B.v. de vraag, of ik de moderne mens in zijn Godsvervreemding wel juist en vooral diep genoeg heb getypeerd. En ook: of de uitweg, die ik heb trachten te schetsen, wel werkelijk een uitweg is. Die vragen hebben mij, doordat zij opnieuw zo uitdrukkelijk aan mijn adres gesteld zijn, opnieuw hevig beziggehouden. Daarom wil ik proberen er opnieuw wat van te zeggen.

Gereformeerde spiritualiteit als 'werkhypothese'
Als wij nu op de zaak zelf ingaan, wil ik eerst stilstaan bij een passage van mijn boek, die met name bij prof. Velema sterk de aandacht heeft getrokken. Ik doel dan op wat ik schreef in de Inleiding van mijn boek over de 'werkhypothese' (blz. 10), waarmee ik datgene, wat ik zou gaan schrijven over de Godsverduistering in het licht van de Gereformeerde spiritualiteit kwalificeerde. Volgens Velema zou dit een kernuitspraak van mij zijn, die eigenlijk mijn hele boek in zijn wezen typeert. Namelijk dat ik mij relativerend zou opstellen ten opzichte van het Gereformeerd belijden. Ik zou dat slechts als 'werkhypothese' beschouwen, die inwisselbaar is voor een andere, die eventueel beter zal blijken te zijn.
Nu moet ik toestemmen, dat de uitdrukking 'werkhypothese' op zich die gedachte kan wekken. Velema heeft Van Dale erbij gehaald, en meende zijn vermoeden daarmee te kunnen legitimeren. Maar al is dat op zich geen onjuiste werkwijze, er is ook nog een andere methode, en dat is de klassiek-gereformeerde, namelijk die van: tekst met tekst vergelijken. Als Velema dat gedaan had, dus vanuit de directe kontekst van de Inleiding, dan had hij toch tot een andere beoordeling moeten komen.

De kontekst
De zin, die onmiddellijk eraan voorafgaat, luidt: 'Hoewel wij worstelen met de vragen en zoeken naar antwoorden die wij nog niet gevonden hebben, zijn we in dit alles bezig vanuit de overtuiging, dat de gereformeerde traditie zozeer leeft uit het hart van het heil, uit de realiteit van God zelf, dat het mogelijk moet zijn om ook nu haar geestelijke kracht en actualiteit te bewijzen'. Om uit de onmiddellijke omgeving van het woord 'werkhypothese' nog een andere uitspraak te citeren, als het erom gaat, waarom ik dit boek geschreven heb: 'Niet alleen de ontdekking dat ook onder de traditioneel-gereformeerden de Godsverduistering om zich heengrijpt, bracht ons hiertoe, maar ook tegelijkertijd de diepe overtuiging, dat het de gereformeerde geloofstraditie is, die in deze ingrijpende krisis recht heeft, en naar wij geloven, ook de kracht en de vitaliteit bezit om haar inbreng te geven in het zoeken naar een weg tot opwekking en vernieuwing van het geloof.

Ons past bescheidenheid, vanwege onze verlegenheid
Hiermee heb ik mijn diepste overtuiging uitgesproken. Maar dat neemt niet weg, dat er bij mij tevens een grote verlegenheid bestaat over de gereformeerde spiritualiteit. Een verlegenheid, die haar oorzaak vindt in een tweetal feitelijkheden. In de eerste plaats in de ontzaglijke vervreemding van de mens van God in onze tijd. Hoe zijn wij bij machte om in dit tijdsgewricht een woord te spreken dat als Gods eigen gezaghebbend Woord deze mens nog weet te bereiken? Daar ben ik als gereformeerde zeer verlegen mee, en dat maakt mij bescheiden. Dat nog te meer, als ik let op het tweede gegeven, namelijk, dat de gereformeerde spiritualiteit in het heden met een grote onvruchtbaarheid geslagen is, zodat zij in plaats van getuigend in de wereld te staan een veilig heenkomen heeft gezocht in een steriel isolement. Dat maakt me ook verlegen en bescheiden. Daarom schreef ik: laat ik het dan nog eens proberen, zij het voorlopig (!) als een 'werkhypothese' om deze gereformeerde spiritualiteit aan de orde te stellen temidden van de anderen, binnen en buiten de kerk.
Ik ben blij, dat ik tot verheldering van deze uitspraken hier nog eens kan onderstrepen. Want ik moet wel zeggen, dat daarin mijn hart wordt verklaard, en ik meen, dat dat ook in het vervolg van mijn boek duidelijk wordt. Als ik dan in deze zelfde omgeving het woord 'werkhypothese' laat vallen, ben ik er wel van uitgegaan, dat dit inderdaad in deze kontekst zal worden verstaan.

Toch een verschillende opstelling
Toch meen ik aan de andere kant wel te kunnen begrijpen, waarom Velema daar zo over gevallen is. Dat is mij nog weer duidelijker geworden bij het lezen van zijn laatste boek over de spiritualiteit. Ik merk dan een duidelijk verschil van wat ik zou willen noemen: klimaat, opstelling, attitude. Velema is op een manier bezig, waarin hij vanuit het gereformeerde denken zich zo opstelt, dat hij dat als een van te voren vaststaand criterium toepast op andere meningen, waarbij het hem eigenlijk alleen daarom gaat: in hoeverre wijken ze af van het gereformeerde standpunt. En dan komt het in de praktijk erop neer, zoals ook in zijn boek, dat alle nieuwe bezinning, ook over de spiritualiteit, door hem min of meer wordt afgewezen. Want ze is niet gereformeerd. Als ik nu mezelf ermee vergelijk, dan merk ik inderdaad toch wel belangrijk verschil op. Nogmaals: een verschil in klimaat, in houding en opstelling.

Er zijn meerdere taken te vervullen
Wat is dat verschil dan precies? Laat ik eerst dan dit zeggen. Ik ben ervan overtuigd, dat Velema's manier van werken zijn goed recht heeft, ook nodig is. Ik denk aan de artikelen van drs. Piet Verhagen. Zijn werk heeft de functie van het 'pas op', van de waarschuwing, de terechtwijzing en van het 'bewaar het pand', zij het dan niet precies in de zin van zoals deze uitdrukking in zijn eigen kerk opgeld doet. Nogmaals, ik erken de legitimiteit van deze werkwijze ten volle.
Maar ik heb voor mezelf ook het tekort ervan ingezien. Op meer dan één punt. In de eerste plaats, omdat zij te onkritisch ervan uitgaat, dat in het gereformeerde denken en leven alles nog in orde is. Daarom kan zij zo onkritisch als criterium worden gebruikt, want wat gereformeerd is, is a priori waar en goed. Het tweede is, dat de ander vrijwel uitsluitend gezien wordt als iemand, die de waarheid afwijst, of tekort doet en die moet dus wel kritisch worden getoetst.
Nu is het verschil dunkt mij duidelijk. Naar twee kanten. Voor mij is het zo, dat ik ben gaan inzien, dat in onze eigen gereformeerde traditie zoveel eenzijdigheid en tijdgebondenheid en beperktheid in het verstaan van de Schrift te vinden is, dat ik niet meer zo onkritisch van dit gereformeerde a priori kan uitgaan. Ik wil ze vervolgens midden in het veld van een vernieuwde bezinning brengen, primair in de gehoorzame ontmoeting met Gods eigen Woord in de Schrift, maar dan ook in ontmoeting met de tijd, waarin we leven, met de ander, die ik op mijn bezinning als deelnemer tegenkom.
Dat laatste doe ik dan, omdat ik ook niet meer a priori ervan uitga, dat de ander het mis heeft, en dat zijn anders verstaan van de dingen bij voorbaat vanuit ongehoorzaamheid aan de Schrift voortkomt. Dat laatste is heel wel mogelijk. Maar dat zal dan in een eerlijke dialogische ontmoeting moeten blijken, zoals het ook open blijft staan, dat ikzelf in mijn verstaan geen recht of niet ten volle recht doe aan wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard.

Ik vraag ruimte voor de kritische toetsing om de gereformeerde traditie te dienen.
Zo lijkt het me toch wel belangrijk, dat ik op dit punt van de kritiek van Velema nader ben ingegaan. Het geeft verduidelijking, hoop ik, van de manier, waarop ik in mijn boek met anderen omga. Wat nu goed of wat niet goed is, dat is een tweede. Ik wil bij deze erkennen, dat ik zelf ook jarenlang op dezelfde manier bezig geweest ben als Velema. Maar al blijf ik het recht en de noodzaak ervan erkennen, ik voor mij meen nu een andere opdracht te heb­ben, namelijk om vooral onze eigen gereformeerde traditie te doorlichten tot op Gods eigen Woord. Dat is uit de aard der zaak een kritische bezigheid. Maar wie daaruit de conclusie zou trekken, dat ik daarom afhaak van deze traditie of haar relativeer als 'een' traditie gelijkwaardig aan alle andere, die vergist zich. Ik merk voortdurend, dat men die vergissing maakt. Velen begrijpen dit niet, zien mijn manier van omgang met het gereformeerde erfgoed als een bedreiging, zelfs als een verraden ervan en dat wekt begrijpelijkerwijs een zekere wrevel. Dit niet kunnen begrijpen ontdek ik ook bij Velema. In zijn boek schrijft hij, dat hij wat ik beoog na te streven, beschouwt als een 'vierkante cirkel', dus een ongerijmdheid, onmogelijk en dus onhoudbaar.
Ik meen echter te mogen zeggen: dat ik op deze min of meer toetsende manier met onze traditie omga, is juist, omdat ik me er zo diep en intens mee verbonden voel. Het is ook bijna 40 jaar lang mijn dagelijks werk geweest om me daarin te verdiepen, en het is nog, iedere dag weer, voor mij een vreugde om erin bezig te zijn. Maar omdat juist deze traditie mij geleerd heeft: sola Scriptura, daarom acht ik me gerechtigd en genoodzaakt om de toetsing ook nu weer te doen plaatsvinden. Zij dient naar mijn diepe overtuiging tot versterking en vernieuwing en niet tot verzwakking en verdwijning van deze gereformeerde traditie. Want zo alleen zal blijken, dat zij de confrontatie met de tijd, ook met onze moderne tijd, aankan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gereformeerden op zoek naar God (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's