Rechtvaardig leven
Vorige week heb ik in deze kolommen aan de orde gesteld de sociale gerechtigheid, zoals we daarvan de trekken vinden bij de Oudtestamentische profeten. Het ging toen hoofdzakelijk om wat in de samenleving recht en gerechtigheid heten mag in de ogen der profeten, dus in Gods oog, omdat profeten immers spraken in de Naam des Heeren. Op vele plaatsen bij de profeten vinden we fundamentele kritiek, profetische kritiek dus op wat sociaal onrecht genoemd moet worden. We hebben daarbij gezien, dat God Hoeder is van het recht en als zodanig vraagt, dat recht wordt gedaan in de verhoudingen onder de mensen. Met name machthebbers, die hun macht misbruiken, staan onder zware profetische kritiek.
Intussen mogen we niet vergeten, dat de levensverbanden door mènsen worden gemaakt. Het kwaad zit niet allereerst in de structuren maar in de harten van mensen. Sociaal onrecht is een kwaad, dat mènsen àndere mensen aandoen. Maar daartegenover staat dan, dat recht in de bijbelse zin van het woord óók wordt verwezenlijkt door middel van mensen. Mensen kunnen, om zo te zeggen, het recht maken of breken. De eisen van de Heere God worden in dit opzicht niet zonder meer of niet allereerst gesteld aan collectiva, aan gemeenschappen, maar aan mensen, die hun eigen verantwoordelijkheid dragen binnen de gemeenschappen.
Als zodanig vinden we bij de profeet Micha de niet mis te verstane proclamatie, dat de Heere van de mens niets anders eist dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met zijn God (Micha 6 : 8). Met andere woorden: het oefenen van gerechtigheid en het betrachten van barmhartigheid en het wandelen in de vreze des Heeren horen helemaal bij elkaar. Een mens, die ootmoedig wandelt met Zijn God, is herkenbaar aan het beoefenen van recht en het doen van werken der barmhartigheid. Zijn leven is God-vruchtig, draagt van God uit en naar God toe vrucht.
Welnu, zulke mensen, zulke Godvruchtigen heten in de Schrift rechtvaardigen, de tsadikim. In het hier volgende willen we een aantal Schriftplaatsen bezien, waar zo over rechtvaardigen gesproken wordt.
Genesis 15
Ik begin met Genesis 15. Daar komt weliswaar het woord rechtvaardige op zìch niet voor maar wel een duiding van de rechtvaardige. In dat hoofdstuk gaat het om de belofte van God aan Abraham. Hoewel Abraham op dat moment nog kinderloos is, belooft God hem, dat hij nakomelingen zal krijgen; zóveel, dat ze niet te tellen zijn, zo min als men de zandkorrels aan het strand of de sterren aan het firmament kan tellen. Een belachelijke belofte. Sara lacht er tenminste letterlijk en duidelijk hoorbaar om. Je zult als man zo'n boodschap maar krijgen, terwijl je vrouw al jaren onvruchtbaar blijkt te zijn en intussen bijna honderd jaar is. Maar Abraham geloofde God, desalniettemin, nochtans, dwars tegen het verstandelijk beredeneerbare in.
En dan staat er heel eenvoudig in de Schrift dat Abraham de Heere geloofde 'en Hij rekende het hem tot gerechtigheid'. Door het geloof in de beloften van God was hij in Gods oog een rechtvaardige.
De schrijver van de Hebreeënbrief komt daar nog eens op terug in het Nieuwe Testament door te zeggen, dat Ambrahams vrouw, Sara, dóór het geloof, bóven haar leeftijd een zoon ter wereld bracht, 'aangezien zij Hem getrouw heeft geacht. Die het beloofd had'. Maar, eerlijk is eerlijk, Abraham had het eerst móéten geloven en mógen geloven. Daarom was hij een rechtvaardige. Dóór Zijn geloof.
Als God een mens de gerechtigheid toerekent — Nieuwtestamentisch is dat de gerechtigheid van Christus — dan mag hij met recht een rechtvaardige heten. Het loutere feit, dat Abraham God op Zijn woord geloofde maakte hem tot een rechtvaardige. Toegegeven, de zegen van de nakomelingschap van Abraham was vooral daarin gelegen, dat eeuwen later de Messias Jezus uit zijn nageslacht voort zou komen. Daar vindt de rechtvaardigverklaring van Abraham ten diepste haar grond. Omdat hij dàt intuïtief geloofde. Maar het was hier, in Genesis 15, in feite alleen maar zo, dat Abraham er tevreden, maar dan ook hoogst verheugd over kon zijn, dat God hem gewoon nakomelingen beloofde. En de dag van Christus heeft hij in het geloof nog slechts van vèrre, dat is van verre tijden af gezien. Daar lag ten diepste wel de grònd van zijn rechtvaardig zijn. Maar hij was al rechtvaardig, omdat hij gelóófde wat God beloofde.
Maar intussen stelde Abraham ook daden. Door het geloof in de betrouwbare God vòlgde hij, toen hij weggeroepen werd uit zijn land (uit Ur der Chaldeeën) om elders te gaan wonen, in Kanaän, land van belofte. Zijn geloof kwam ook in daden uit, in werken. God beloofde niet alleen een volk maar ook een land. In Genesis 17 belooft God aan Abraham het land Kanaän tot een eeuwigdurende bezitting. Hij krijgt een landbelofte mee voor het volk, dat hij zou voortbrengen. Ook dat geloofde Abraham en hij gìng.
Er is aan het rechtvaardig zijn voor God een onzichtbare kant. Door het geloof was Abraham rechtvaardig voor God. Maar er was ook een zichtbare kant aan. De apostel Jacobus noemt dat rechtvaardig zijn uit de werken. Een goede boom kent men aan goede vruchten. Dat is ook kenmerkend voor de rechtvaardigen.
Psalm 37
Van zulke rechtvaardigen, mensen die rechtvaardig leven, is het Oude Testament vol. Men leze daarvoor bijvoorbeeld Psalm 37. Puntsgewijs haal ik daaruit wat dingen naar voren, ze tegelijk heel dichtbij halend, door ze te actualiseren.
We behoeven mensen, die ònrecht doen niet te benijden. Zo begint deze lange Psalm. Ze zullen vallen als bladeren van de bomen.
Welnu, is het zo niet met vele tyrannen gegaan: Nero en Hitler, om maar twee voorbeelden van oude en nieuwe tijden te noemen. In een commentaar las ik: 'wie benijdt de vette os de linten en guirlandes als hij ter slachtbank wordt geleid?'
In schril contrast evenwel met hen, die onrecht bedrijven, staan de mensen, die op God vertrouwen. Hij zal hun gerechtigheid doen voorkomen als het licht (vs. 6). Zulke rechtvaardigen worden wellicht onderdrukt. Maar de Rechter van de ganse aarde neemt het voor hen op. Dat is de eeuwen door gebleken. Martelaren waren de tijden door toch overwinnaars!
In het vervolg van de Psalm staat, dat goddelozen het zwaard trekken om ellendige en behoeftige mensen af te slachten. Maar ze komen zelf door het zwaard om, zo profeteert de psalmist. Te denken valt hier aan de geschiedenis van Haman. 'Aller joden vijand', zo heet hij in het boek Esther. Haman richtte ooit een galg op voor de jood Mordechai. Maar het slot van het liedje was dat hij er zelf aan kwam te hangen. Daaraan denken de joden nog terug op het Purimfeest. Ze vieren die bevrijding, als hoopvol teken voor vandaag. De eeuwen door zijn kwade plannen beraamd tegen de joden. Tijdens kruistochten en tijdens verbanningen, tijdens de holopaust en in de getto's, en vandaag in hun benarde positie in het Midden Oosten, ìs en wòrdt onrecht op onrecht gestapeld. Telkens weer zijn de galgen opgericht in de geschiedenis. Maar de eeuwige God zegt, dat wie Zijn volk aanraakt, Zijn oogappel aanraakt.
De uitgetrokken zwaarden zullen gaan door de harten van hen, die ze hanteren, zo vervolgt Psalm 37. Saul probeerde ooit David te doden maar uiteindelijk viel hij in zijn eigen zwaard.
Kenmerk
Maar wat is dan het kenmerk van de rechtvaardige? Met het weinige dat hij heeft, is hij beter af dan de goddelozen, die overvloed hebben (vs. 16). Rechtvaardigen hebben in hun kommer en kwel op God vertrouwd en zijn geholpen, dóórgeholpen als het nodig was, soms als de nood op het hoogst was. Sterker nog: goddelózen lenen en geven niet terug — zegt de psalmist — maar de rechtvaardige kenmerkt zich door ontferming, door te geven.
Recent verscheen een boek van prof. dr. ir. A. van den Beukel, getiteld 'Natuurkunde, de mens en God'. (We bespraken het in een uitvoerig artikel!) Hij spreekt over zijn vader als zo'n rechtvaardige. In oorlogstijd deed hij de producten van het land — wit, niet zwart — van de hand. Zo zelfs, dat het gezin zelf soms bietenkoeken eten moest. De rechtvaardige gééft.
Het heeft me — om een ander voorbeeld te noemen — vaak ontroerd hoe in landen achter het ijzeren gordijn christenen van hun armoede nog meedelen aan anderen. De rechtvaardige gééft.
Het is een staande uitdrukking, dat tevredenheid veel vindt in klein bestek, terwijl voor het hart van een goddeloze de wereld nog te klein is. Dat blijkt telkens telkens weer waar te zijn. De psalmist zegt intussen, dat hij jong geweest is en nu oud is maar dat hij nog nooit gezien heeft, dat een rechtvaardige door God verlaten werd. God betaalt soms zelfs met rente uit aan het volgende geslacht van de rechtvaardige. Een centrale tekst daarbij in de 37e Psalm is, dat de Heere Zèlf het recht lief heeft. En daarom laat hij kennelijk ook recht geschieden dóór en áán rechtvaardigen.
Daarom is er ook de machtige belofte, dat de rechtvaardigen het land in erfenis zullen bezitten. Dat heeft Abraham ondervonden. Hij kreeg de belofte van Kanaan. Het zou hem een eeuwigdurend bezit zijn. En God heeft woord gehouden. De belofte van het altijddurende bezit is niet opgehouden. Ze geldt ook vandaag. En de Heere God heeft tot vandaag woord gehouden door het volk der joden uit de ballingschap van verstrooiing en onderdrukking weer thuis te brengen, in het beloofde land.
Maar, weer terùg naar de afzonderlijke mens, de afzonderlijke rechtvaardige. Hij spreekt wijsheid en zijn tong spreekt recht, zegt Psalm 37.
Soms ligt het recht in handen van een enkele rechtvaardige, die met wijsheid is bedeeld. In het boek Prediker b.v. wordt gesproken over een kleine stad, die door een machtig leger werd omsingeld. In die stad was een arme, wijze man, die de stad bevrijdde door zijn wijsheid (Pred. 9 : 15). Hij ondervond echter wat vele rechtvaardigen ondervonden: 'maar geen mens gedacht die arme man'. En doordat Paulus — een tsadik bij uitstek — aan boord was werden ooit 246 schipbreukelingen van de dood gered. Zulke wijzen zijn er de eeuwen door geweest. Wijsheid is beter dan kracht, zegt de Prediker. Dat is kenmerkend voor de tsadikim, de rechtvaardigen, van alle tijden.
De wet
Van doorslaggevende betekenis bij dit alles is, dat de wet van God in het hart van de rechtvaardige leeft. En het gebod is ten goede. Het is ook zeer wijd. Het raakt de afzonderlijke mens en de samenleving. In het onderhouden van het gebod is groot loon. Het zal mens en samenleving niet tot welzijn dienen als het leven wordt ingericht lòs van de geboden Gods. Alleen al op de tweede tafel van de wet der tien geboden — zo zei ooit oud-senator, wijlen prof. dr. mr. P. J. Oud — is de hele politiek te baseren, tot welzijn van de samenleving. Gerechtigheid zal erdoor gegarandeerd zijn.
De rechtvaardige mens zal pleitbezorger zijn voor het recht, dat overeenkomstig Gods geboden is. Of het nu gaat om zaken van leven of dood, in de oorsprong of aan het eind van menselijk leven, of dat het nu gaat om de eigendom en het rentmeesterschap daarover, in het klein en in het groot, alleen de rechtvaardige zal ervoor waken. Want het gaat God om de thora, om het leven naar Zijn inzettingen. Dat bepaalt ook de positie van de rechtvaardige in de politiek. De politicus zal instrument zijn in de polis, de stad Gods. De wereldpolitiek, met name ook vandaag in het Midden Oosten, schreeuwt om zulke tsadikim.
En let dan maar op de vrome, kijk dan maar naar de oprechte, zegt de Psalm (37) vervolgens. Het einde van die man zal vrede zijn. Hoeveel tyrannen zijn niet in grote gewetenswroeging aan het eind van hun leven gekomen! Maar hoevele rechtvaardigen hebben, als vader Jacob in het verleden niet in rust de benen gestrekt op hun bed en zijn in vrede heengegaan! Nu laat gij Heere Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw Woord, zong de rechtvaardige Simeon, die de vertroosting van Israël had verwacht. De uiteindelijke verlossing, bevrijding, rechtvaardiging – eenmaal voor het oog van de ganse wereld zelfs – is voor hen. Want gerechtigheid zal op de nieuwe aarde een thuis hebben. En de vromen, de rechtvaardigen zullen er wonen.
Spreuken
Genoeg over deze Psalm. Wilt u verder nog meer lezen over de rechtvaardige? Men leze het Spreukenboek. Nog slechts één voorbeeld daaruit. De rechtvaardige kent het leven van zijn beesten. Ook het dier — en zeg in onze tijd maar in ruimer zin: Gods ganse schepping — zal ondervinden, dat de rechtvaardige, de Godvruchtige eerbied heeft voor de schepping. Strijden voor het behoud van het milieu heeft óók alles te maken met leven als rechtvaardige. Als een voorspel op de volkomen harmonie in het eschaton, wanneer zelfs roofdieren met de mens in vrede leven zullen. Een rechtvaardige leeft in principe ook in harmonie met de schepping.
Het leven van een rechtvaardige kent, om het met een Engels woord te zeggen, een wholistich approach, een samenhangende benadering.
Het leven van de rechtvaardige komt tot uitdrukking in de omgang met de naaste maar ook in de omgang met het naaste.
Alleen de rechtvaardige weet ten diepst wat het is om rentmeester te zijn, tot behoud en welzijn van àl het geschapene.
Een rechtvaardige — en daarmee sluit ik af — kent het zuchten om de schepping, die in doodsnood is. Hij zucht met de zuchtende schepping mee. En in reikhalzend verlangen ziet hij uit naar de dag, waarop gerechtigheid een thuis heeft op de aarde. Die is overigens gegarandeerd door de Rechtvaardige bij uitstek, de Messias Jezus. Daarom zàl gerechtigheid hier al geoefend worden, als vooroefening voor de finale. Godlof.
Ik herhaal wat ik eerder zei: het kwaad van het onrecht zit allereerst in de harten van mensen. Daarom zal gerechtigheid in de wereld nooit verwezenlijkt worden als er geen rechtvaardigen zijn; mensen met een Godvruchtig leven, die in woord en daad pleitbezorgers van het recht zijn. Zij zullen nog liever zelf onrecht lijden dan dat ze anderen onrecht doen of onrecht in de bredere verbanden van de samenleving bevorderen of gedogen. En intussen beleven ze al iets van de vrede en het recht van de eeuwige sabbat.
Die boodschap aangaande de rechtvaardigen is ons al via en vanuit Israël tegemoet gekomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's