Genesis 50 : 20
Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het ten deze dag is, om een groot volk in het leven te behouden.
De tekstkeuze
Tijdens het pastorale werk, dat ik zo wekelijks doen mag, kom ik steeds vaker gemeenteleden tegen, die moeite hebben met het aanvaarden van een deel van antwoord 26 van de Heidelbergse Catechismus. Daarin staat dit zinsdeel: en ook al het kwaad, dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.
Hetzelfde probleem hebben zij met een gedeelte uit het Doopformulier. In de Heilige Doop betuigt God de Vader; Dat hij alle kwaad van ons weren, often onze beste keren wil.
Deze twee aanhalingen zijn terug te voeren op Romeinen 8 : 28. En wij weten, dat hun die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk hun, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
Hoewel zij Gods Woord niet in twijfel willen trekken, blijven zij toch hun moeite en vragen houden. Ongemerkt soms ondergaan trouwe en meelevende gemeenteleden de invloed van een tanend Schriftgezag en de moderne theologische inzichten.
Voor hen, maar ook voor anderen wil ik onze tekst eens nader bezien.
Gijlieden wel, gij hebt...
Het is Jozef die hier spreekt tegen zijn broers. Hij stelt hen gerust. Nu Vader Jacob overleden is, zijn zij bang voor de wraak van Jozef over alles wat zij hem hebben aangedaan. Wees niet bang, ik ben niet in de plaats van God. God wil jullie in het leven houden, en zou ik dan jullie kwaad kunnen doen?
Het zal voor Jozef misschien niet eenvoudig geweest zijn, om dit te zeggen. De broers hebben in elk geval zulke milde woorden niet verdiend. Zij hadden hun broer Jozef gehaat en benijd. Deze haat en nijd heeft hen ertoe gebracht om hun broer eerst in een put te werpen om hem later te verkopen als slaaf naar Egypte. Zij meenden vast, dat Jozef een zekere dood tegemoet ging.
En inderdaad, Jozef heeft het niet gemakkelijk gehad. Weggevoerd van zijn vader, slaaf bij Potifar, de vernederende behandeling door de vrouw van Potifar, waardoor hij in de gevangenis komt.
Dan in de gevangenis mag hij de dromen uitleggen van de schenker en de bakker. De schenker belooft aan hem te denken, maar vergeet hem. Het duurde twee volle jaren, voordat de schenker weer aan Jozef dacht. Dertien jaar heeft Jozef geleden in zijn vernedering. Maar de Heere was bij hem en die leerde hem datgene, wat hij nu tegen zijn broers mag zeggen. Zijn broers hebben hem kwaad aangedaan. God laat dat toe want het is de weg die Jozef naar Gods raadsbestel moet gaan.
God heeft dat ten goede gedacht
Zo heeft Jozef dat mogen leren zien op de leerschool van de Heere. God schikt het hem toe in dit leven. De dromen die hij droomde, de zware en moeilijke periode in Egypte. Het heeft hem heel wat kwaad berokkend. Hij zakte steeds dieper weg. Toch staat er steeds weer: Gen. 39 : 2: En de Heere was met Jozef. Jozef ondervond de zegen van de Heere, maar ook Potifar. Hetzelfde staat te lezen in vers 21. Zelfs in de gevangenis zegent de Heere hem. Dat is moeilijk te begrijpen. Dat moet de Heere ons leren. In nood en dood, in lijden en verdriet kan er toch de zegen van de Heere worden ondervonden.
Door alles wat er gebeurd is, heeft Jozef geleerd, dat alles ten goede werd gekeerd voor hem, voor zijn vader en zijn broers. Jozef heeft het wellicht ook niet direct begrepen. Wanneer de Heere hem dit inzicht gegeven heeft, is niet duidelijk. Maar nu zijn broers voor hem staan, nu weet hij het en spreekt hij ervan.
Opdat Hij deed, ...
Jozef heeft Gods handelen in heel zijn leven leren verstaan. Hij moest dat alles doormaken om een groot volk in het leven te behouden. Toen Hij aan vader Jacob en zijn broers de tarwe mocht uitdelen die in de jaren van voorspoed waren opgespaard, zag hij hoe de Heere hem daarvoor wilde gebruiken. En toen had hij er vrede mee en zag hij af van de wraak op zijn broers. Hij heeft voor hen het lijden gedragen.
Mag ik de lijn doortrekken? Ja toch. Jozef is toch een beelddrager van de Heere Jezus Christus. Door onze zonden en schuld kwam Hij aan het kruis op Golgotha. Hij wilde de weg gaan van de vernedering, de weg van het lijden en sterven. Hij wilde die weg gaan en wist dat die ook leiden zou naar de overwinning, waardoor Hij een nog veel groter volk voor de eeuwigheid zou mogen bewaren.
God de Vader heeft de weg van de Zoon zo geleid, dat Zijn volbrachte werk ook nu nog mensen in het leven behoudt.
En zie dan eens naar u zelf. Meet uw moeite en zorgen eens af aan het lijden van Christus. Hij leed onschuldig en wij lijden verdiend. Zie dat de Heere ons lijden nog gebruiken wil om ons naar Hem uit te drijven, opdat wij door Hem zouden leven.
Wanneer u zit met de vraag over de zin van alle tegenslag, moeite en zorg, dan bid ik het u toe, dat de Heere u de ogen opent en u het mag zien: De Vader trekt mij door de werking van de Heilige Geest tot de Zoon, opdat ik voor eeuwig leven mag.
Dan leer ik verstaan, dat alle dingen mij medewerken ten goede.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's