De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gereformeerden op zoek naar God (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gereformeerden op zoek naar God (2)

Een voortgezet gesprek

12 minuten leestijd

Welke gereformeerde is op zoek naar God?
Na de tamelijk uitvoerige inleiding wil ik in de nu volgende artikelen ingaan op een aantal kernpunten, waarop de reacties op mijn boek zich hebben geconcentreerd en waarbij allerlei kritische vragen zijn gesteld. Ik begin met de titel van mijn boek 'Gereformeerden op zoek naar God'. Ik kan me o.a. de vraag van prof. Velema herinneren, die ernaar informeert, welke gereformeerde(n) ik daarmee bedoeld zou kunnen hebben. Op een gegeven ogenblik vraagt hij zich dan ook af, of ik zelf soms de enige gereformeerde ben, van wie dit geldt. Van Velema geldt het in ieder geval niet.

De titel van het boek
Ik vind dit wel een belangrijke opmerking, omdat ik merk, dat zij telkens en op verschillende manieren naar voren komt. Daarom wil ik in dit artikel daarop wat dieper ingaan. Wat de titel als zodanig betreft, moet ik zeggen, dat zij pas achteraf door mij bedacht is. Zoals het wellicht iedere auteur overkomt, denkt hij na over de vraag, welke titel hij zijn boek zal meegeven. Soms weet hij het van te voren al. Dan is de titel er eerder dan het boek. Soms blijft hij lang zoeken of aarzelen. Bij mij ging het in dit geval zo, dat ik aanvankelijk besloten was om als titel te kiezen voor 'Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit'. Zo werd het boek gok aanvankelijk aangekondigd. Maar toen ik met het boek klaar was en ik er nog steeds over namijmerde, schoot mij op een gegeven ogenblik in de gedachten: gereformeerden op zoek naar God-dat is het toch eigenlijk.

Is er een gereformeerde Godsverduistering?
Nu ik merk, dat er juist op die titel nogal reactie is gekomen, heb ik er nog weer eens opnieuw over nagedacht. Is het toch wel een gelukkige titel, en beantwoordt zij aan de inhoud van het boek? In ieder geval heeft ze wel tot gevolg gehad, dat de aandacht van de lezers sterk gericht zijn op het toch wel alarmerend gegeven, dat de Godsverduistering ook onder de gereformeerden heeft toegeslagen. Het viel mij op, dat telkens in de besprekingen op dat accent de nadruk werd gelegd. Men vond dit ook het eigene van het boek. Tot nu toe ging men ervan uit, dat de Godsverduistering alleen buiten de kerk is te vinden, met name bij hen, die vroeger tot de kerk hadden behoord maar er nu van vervreemd waren. Ook wel dat zij in het linkse deel van de kerk aanwezig was, en voor zover dit ook gereformeerden gold, dan toch alleen bij de Gereformeerde Kerken. Maar in ieder geval niet binnen de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte. Op dat laatste zou ik dan vooral hebben gewezen. Voor velen was dit een onthulling, waarvoor zij tot nu toe nog geen oog hadden gehad. Voor anderen was dit een onder woorden brengen van wat zij zelf al lange tijd aanvoelden en wat hen bezwaarde. Voor weer anderen was dit een onaanvaardbare constatering. Zij wezen het af, niet zelden met een zekere verontwaardiging. Ik herinner me dat iemand schreef: dit is 'niet te verdragen'.

Is de kritiek eenzijdig?
Door al deze reacties ben ik steeds meer gaan beseffen dat ik nogal wat heb losgemaakt door te spreken over 'gereformeerden op zoek naar God'. Mij dus opnieuw daarop bezinnend, zou ik in de eerste plaats erop willen vrijzen, dat mijn kritische analyse zeker niet alleen de 'gereformeerden' raakt in de bovenbedoelde zin. Ik heb, dacht ik, ook de synode van de Ned. Herv. Kerk met haar rapport 'kerkzijn in een tijd van Godsverduistering' aan een niet minder kritische analyse onderworpen. Daarnaast heb ik in de bespreking van het boek 'Voorbij Domineesland' aandacht gegeven aan de daarin aangedragen analyses en oplossingen, waarvan mijn beoordeling zeker niet van een minder kritisch gehalte is. Zo zijn er nog meer voorbeelden te noemen. Ik denk aan het (algemeen) christelijk onderwijs en de politieke praktijk van het CDA enz. In zoverre blijkt de titel dus niet helemaal de inhoud van mijn boek te dekken. De oorspronkelijke titel, die nu de ondertitel is geworden, is ruimer gesteld en wat dat betreft meer adequaat. Toch heb ik er geen spijt van, dat ik uiteindelijk gekozen heb voor: 'gereformeerden op zoek naar God'. Ik zal dat proberen duidelijk te maken.

Een verdrietige ervaring
Ik heb rondom dit punt in de afgelopen maanden een opmerkelijke en tegelijk de zaak, waarover wij het nu hebben, kenmerkende ervaring opgedaan. Van alle kanten heb ik uitnodigingen gekregen om over mijn boek te spreken. Van zeer rechtse tot behoorlijk linkse kant. Wat mij daarbij is opgevallen, is het volgende. Bevond ik mij aan de linkerzijde, dan was de reactie als volgt. Wat u over die reformatorischen en die rechtse gereformeerden zegt, dat is volkomen juist. U hebt er goed aan gedaan om dit eens zo onomwonden aan de orde stellen. We bewonderen uw moed. Maar dat u de Synode en Berkhof en de (kerkelijk) gereformeerden, enz. zo radicaal kritiseert, dat is verkeerd geweest. Daarin kunnen we u niet volgen, dat is een onjuiste beoordeling van u geweest. Jammer.
Kwam ik een andere keer in een reformatorisch gezelschap, dan overkwam mij precies het tegenovergestelde. Daar kreeg ik een goedkeurend woord, omdat ik de algemene christelijkheid zo onverbloemd en terecht aan de kaak had gesteld, maar dat ik ook de 'reformatorischen' in deze kritische analyse had betrokken, dat betreurde men zeer. Dat vonden ze ook onjuist, want er waren zoveel goede dingen te noemen. Waarom had ik dàt niet gedaan in plaats van mijn scherpe kritiek. Men vond ook, dat ik in die richting mij veel scherper had uitgelaten dan naar de linker kant toe.
Ik moet wel erkennen, dat de boven omschreven ervaring mij wel enigszins verdriet heeft. Ik kon er geen andere conclusie uit trekken dan deze: zolang het de ander (de kerkelijke en geestelijke tegenstander of vreemdeling) aangaat, is een 'ontdekkend' woord spreken terecht. Laat die ander dat maar eens zich aantrekken. Maar zo gauw de eigen positie in behandeling komt, wijst men de 'ontdekking' af. Nu kan ik me dat van de linker kant nog wel voorstellen, omdat zij daar, als ik het goed inschat, ook niet zoveel op hebben met een 'ontdekkende' prediking. Veel moeilijker en verdrietiger vind ik het, dat men blijkbaar aan de rechterzijde op precies dezelfde manier reageert. Terwijl daar met de mond beleden wordt, dat een 'ontdekkende' prediking zo noodzakelijk is.
Ik kan me herinneren, dat ik over mijn boek een discussie heb gevoerd op een jaarvergadering van een aantal reformatorische scholen. Men riep mij in zekere zin ter verantwoording over wat ik over het reformatorisch onderwijs in mijn boek had geschreven. Ik heb mij toen aangesloten bij een eerder gepubliceerde reactie uit die hoek op mijn boek, waarin men vond, dat ik veel te scherp en onjuist mijn kritiek had gegeven. Want het onderwijs was zo goed, en de schrijver wilde dit ook met concrete bewijzen staven. Ik was daar blij mee, omdat het mij ertoe bracht mijn kritische beoordeling te nuanceren. Het opmerkelijke was echter, dat in ditzelfde artikel wel werd beleden, dat er vele tekorten en gebreken aan dit onderwijs kleefden. Alleen bleef dat een algemene constatering. Het werd niet concreet gemaakt. Dat laatste had ik nu juist wel trachten te doen.
Ik noem dit voorbeeld, omdat ik het kenmerkend vind. Men wil wel in algemene termen eigen zonde en gebrekkigheid belijden. Dat neemt zelfs een overheersende plek in, met name in de prediking. Maar zodra het komt tot een concreet benoemen ervan, dan ontstaat er verzet. Want dan zijn er nog zoveel goede dingen te vermelden. Dat is mijn probleem.
Nu denk ik weer terug aan mijn titel: 'gereformeerden op zoek naar God'. Het is mijn diepe overtuiging, dat zolang wij nog doorgaan met onze mond onze schuld te belijden maar weigeren om in concreto ons te laten gezeggen, waar het dan feitelijk bij ons aan schort, is er geen uitzicht op vernieuwing en bekering. Dan zal de duisternis onder ons blijven voortduren.

Waaruit onze Godsverduistering bestaat
Maar is er dan ook onder ons sprake van Godsverduistering? Die vraag heb ik in mijn boek in positieve zin helaas menen te moeten beantwoorden. Daarna heb ik in meerdere toespraken en artikelen dit nog verder uitgewerkt. Daarom volsta ik nu met enkele aspecten ervan in het kort te noemen.
1. Er blijkt onder ons inderdaad een hardnekkige Godsverduistering te heersen, als ik zie op het gebrekkig geloofsleven, op het tekort aan zekerheid van het geloof en van het heil, op de uitwendig wettische leefwijze, vaak gepaard met een innerlijke verwereldlijking, op een ontbreken van een vrijmoedig getuigen van onze opgestane Koning in het midden van de wereld en van een positieve uitstraling naar onze ongelovige omgeving.
2. Er blijkt onder ons inderdaad een hardnekkige Godsverduistering te heersen, als ik zie op de voortdurende en nog steeds verder voortgaande verscheurdheid binnen de Geref. Gezindte. Vooral blijkt dit, als duidelijk wordt, dat men elkaar afwijst omdat men het werk van de Geest bij de ander niet herkent of als 'vals' beschouwt. Dit kan volgens mij niet anders zijn dan een blijk van Godsverduistering, omdat de werkelijkheid van de Godservaring juist door de Geest ons wordt geschonken. De onderlinge verdeeldheid is dus maar niet een kwestie van kerkelijke onenigheid, maar van geestelijke duisternis. Daarom komt er ook, ondanks alle kerkelijke pogingen, geen verandering in.

Gereformeerde rijkdom en armoe
Ik meen hiermee het meest centrale genoemd te hebben. Als ik nu nog weer even mag terugkomen op de opmerking, dat misschien ik zelf alleen zo'n gereformeerde ben, op zoek naar God, dan is mijn antwoord als volgt. Ik wou dat het waar was, maar ik vrees van niet. Wel moet ik eraan toevoegen, dat ik deze Godsverduistering ben gaan zien, en ze zich zozeer aan mij heeft opgedrongen, dat ik er niet meer over zwijgen kan. Als ik nu merk, dat velen, juist ook onder de leidslieden van het zgn. gereformeerde volk, daarvoor geen oog hebben, dan verdriet mij dat zeer. Vele malen kreeg ik de indruk, dat men nog rijk en verrijkt is en aan geen ding gebrek heeft. Men meent: bij ons is nog de rechte prediking, bij de ander kunnen we alleen zien, hoe het niet moet.
Ik wil er nog iets aan toevoegen. Het zou kunnen zijn, dat mijn kritische analyse in mijn boek naar de gereformeerden toe het scherpst is uitgevallen. Voor mijzelf kan ik dat alleen in die zin verklaren, dat als dit zo is, het dan is, omdat ik mezelf tot die gereformeerden reken, omdat ik me van harte beweeg in deze traditie. Daar te constateren dat er iets mis is, gaat dus ook mezelf aan. Daarom ligt het hier juist zo gevoelig. Het is dan ook een misverstand te menen, dat ik oordelen vel over anderen, alsof ik zelf buiten spel zou blijven. In oprechtheid erken ik, dat ik zelf ook bij de boven gesignaleerde 'gereformeerde' Godsverduistering betrokken ben. De worsteling daarmee is ook mijn eigen worsteling. In die zin reken ik inderdaad ook mijzelf tot zo'n 'gereformeerde op zoek naar God'.

De toetsing naar beide kanten is nodig
Tenslotte nog dit. Ik herinner me een bespreking van mijn boek, die erop wees, dat het misschien wel terecht is, dat ik deze kritische analyse heb gegeven, maar dat ik toch daarbij te veel kijk in de richting van de uitgesproken rechterflank van de gereformeerden, terwijl er ook nog een andere flank is ter linkerzijde, waar eenzelfde Godsverduistering zich voltrekt, zij het misschien in een wat andere gedaante. Ik erken, dat dit voor een deel juist is. Daarom neem ik deze gelegenheid te baat om met deze schrijver mijn verontrusting uit te spreken over een toenemende veroppervlakkiging aan de min of meer andere kant van deze rechterflank. Om het concreet te benoemen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat er een groter deel dan mij lief is onder ons kritisch staat tegenover de rechterflank van de gemeente en ook van de Gereformeerde Bond, omdat het zelf innerlijk vreemd staat tegenover het bevindelijk leven van het geloof en ook, omdat men het ruimer en soepeler en gemakkelijker wil laten toegaan in eigen levensstijl. Er is onder ons ook naar die kant een geestelijke verschraling aan de gang. En het wordt hoog tijd, dat juist die predikanten en ambtsdragers die zelf stem geven aan de meer vooruitstrevende tendenzen onder ons, dat zij juist ook dit gevaar gaan zien en ook aan de orde stellen in hun prediking.
Ik heb zelf ook in dit opzicht een mij teleurstellende ervaring opgedaan, nu en de jaren daarvoor. Er zijn mensen, die met mijn bijdrage in het gesprek en ook met mijn prediking op de loop gaan, puur om eigen oppervlakkigheid en wereldse gezindheid te dekken. Dat vind ik heel jammer, want dat beoog ik bepaald niet. Daarom voel ik me genoodzaakt in mijn prediking ook het ontdekkend getuigenis van de Schrift naar die kant te richten en te concretiseren. Alleen moeten we dan weer oppassen voor een omgekeerde reactie. We spelen de zaken zo graag tegen elkaar uit. Ook hier is het weer: de ander zit fout. Wij niet. Dit laatste wordt misschien niet hardop gezegd, maar wel erbij verondersteld. Wanneer zal het nog eens zover komen, dat wij werkelijk in de eerste persoon meervoud gaan spreken: Wij hebben gezondigd, wij zijn van het heilsspoor afgegaan, wij ... en onze vaderen tevens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gereformeerden op zoek naar God (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's