Joël 2 :12
Nu dan ook, spreekt de Heere, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween en met rouwklage.
Een komend oordeel
We weten dat Israël en Juda vele malen en langdurig van de Heere zijn afgeweken. Dan lezen we, dat de Heere het volk en land bezoekt met Zijn plagen en straffen.
In hoofdstuk één beschrijft Joël een periode van straf, die de Heere over hen brengt. Een straf, die het volk raakt in haar voedselvoorziening. Al het eetbare is verwoest en vernietigd. Ook de dieren lijden onder de straf.
Kennelijk is het volk voorbijgegaan aan de oproep tot verootmoediging, of de verootmoediging was maar een schijnvertoning. De profeet vervolgt met de waarschuwing dat de dag des Heeren nabij is en een nog grotere verwoesting zal er komen.
Voordat de profeet de komende straf gaat beschrijven, herhaalt hij de oproep en de waarschuwing. Het land en volk moet in beroering komen vanwege de dag des Heeren die nabij is.
Dan tekent de profeet, hoe vreselijk die dag zal zijn. Groot en vreselijk is die dag en niemand zal ontkomen aan de straf, die de Heere over het volk brengt.
De Heere verschrikt de mens en dwingt hem om onder ogen te zien, hoe onafwendbaar de dreiging is.
Onverdiende barmhartigheid
In de dreiging en verschrikking, die de Heere voorstelt aan het volk, zien wij dat het ernst is. De straf zal zeker komen.
En toch, telkens weer laat de Heere enige hoop op vergeving doorschijnen. Hij wil het volk steeds weer aanmoedigen om tot berouw en verootmoediging te komen.
Wanhoop zou mensen onbuigzaam maken, ja de mens vervalt erdoor van kwaad tot erger. Wanneer de Heere komt met het oordeel en gericht, is het altijd zo, dat er mogelijkerwijze toch nog een zegen in meekomt. Er is dikwijls nog een: Wie weet, de Heere mocht zich wenden en berouw hebben; en Hij mocht een zegen achter zich overlaten tot spijsoffer en drankoffer voor den Heere uw God.
Hoewel gij het niet verdient, omdat gij al te lang de verdraagzaamheid van de Heere hebt beproefd, nochtans, hoewel gij de deur hebt gesloten, nodigt de Heere u nog uit om te komen tot berouw.
Bekeert u, tot Mij
Hoewel de mens het niet verdient, en tot de straf ten volle is besloten, noodt de Heere nog. Nog is de dag van de eeuwige verwerping niet aangebroken, de Heere toont zich nog genadig.
Maar de mens moet wel leren, dat niet hij de dag bepaalt, maar de Heere. Als de Heere roept, dan is het de welaangename tijd, de dag der zaligheid. Hier geldt: Zoekt nu God, omdat Hij nabij is, roept Hem aan, terwijl Hij gevonden kan worden, Stel niet uit, want de Heere zal misschien de deur sluiten en dan is het voor eeuwig te laat.
Er is nog hoop, daarohi keer weder tot de Heere uw God, wie weet Hij mocht zich wenden.
Met uw ganse hart
Er zijn ogenblikken geweest, dat Israël zich wel tot de Heere heeft bekeerd, maar niet geheel en al. Zij weende wel, maar niet vanwege oprecht berouw. Dikwijls heeft het volk de oprechte liefde van de Heere beantwoord met geveinsdheid en bedrog. Met de lippen diende zij de Heere, maar hun hart hield zich verre van Hem. Daarom wordt de nadruk gelegd op het ganse hart. Niet dat er bij een mens het volmaakte berouw gevonden kan worden, maar de Heere vraagt een ernstig en oprecht berouw. Uiterlijke tekenen zijn niet voldoende. Het scheuren van de kleren en het bedekken van het hoofd met as is niet genoeg. Het ware berouw verscheurt het hart, maakt het hart onrustig. Die rust kan alleen gevonden worden, wanneer wij uitgedreven worden naar de troon der genade en daar genade voor recht ontvangen.
Met vasten en met geween en met rouwklage
De bekering met het ganse hart kan niet verborgen blijven. Een mens moet er eindelijk eens voor uitkomen, dat hij schuldig is en de straf ten volle heeft verdiend.
Geen uitvluchten of verontschuldigingen, maar een volledige bekentenis, schuldig te zijn. Erken in uw doen en laten dat u overtreden hebt. Laat blijken, dat het ernst is, wanneer wij onze schuld belijden en bidden om genade voor recht.
We kunnen er ons niet met een Jantje van Leiden afmaken. Onze hele levenshouding moet ervan getuigen, dat het ons echt te doen is om de Heere Jezus Christus, om door Hem genade voor recht te ontvangen. Dan zullen we de tijdelijke straffen ten volle aanvaarden en ondergaan, wetend dat we ze verdiend hebben. Maar wanneer het berouw en de bekering gewerkt is door de Heilige Geest, dan mogen we hopen en bidden, dat de eeuwige straf gedragen is door de Heere Jezus Christus aan het kruis op Golgotha.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's