Vindplaatsen van de kerk
Onderwijst alle volkeren
Voordat Christus naar de hemel voer, heeft Hij Zijn discipelen het grote zendingsbevel gegeven: 'Gaat dan heen, onderwijst alle volkeren, dezelve dopende in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.' En: 'lerende hen onderhouden al wat Ik u geboden heb.' (Matth. 28 : 19). Wie zou derhalve niet benieuwd zijn naar wat er nu in feite van dit bevel is terecht gekomen, wat de uitwerking ervan is geweest onder de volkeren. In vakantietijd, maar ook in het algemeen, hebben we vandaag, méér dan ooit in het verleden, onder andere ook vanwege de snelle verplaatsingsmogelijkheden, de gelegenheid kennis te nemen van de vindplaatsen van de kerk onder de volkeren. Velen brengen weliswaar de vakantie in eigen land door, maar velen trekken ook over de grenzen. En het is een nuttige bezigheid om juist ook in vakantietijd kennis te nemen van het reilen en zeilen van de kerk(en) elders. We mogen er immers niet vanuit gaan, dat de kerk alleen een plaatselijke, zeg ook een nationale aangelegenheid is. Al valt niet te ontkennen dat voor sommigen (velen) de kerk eindigt bij de grenzen van de eigen kerk, of het eigen dorp, en zeker van het eigen land, het zendingsbevel spreekt over alle volken.
Minderheid
Feit is dat de christenheid in de wereld op het geheel van de wereldbevolking een minderheid vormt. Spreken we over christenheid, dan gaat het intussen om de verzamelnaam van al die denominaties en stromingen in de wereld, die hun wortel hebben in het christelijk geloof. Daarbij moet verder worden aangetekend, dat velen slechts de náám van christen dragen, zonder dat dit tot uitdrukking komt in daadwerkelijk meeleven met de gemeente of parochie of welke aanduiding men ook moge hebben voor het geheel van de godsdienstige gemeenschap. Het bezoeken van kerkdiensten in het buitenland levert daarvan soms schrijnende voorbeelden.
In de periode tussen 1930 en 1980 is — zo las ik in een boek over de wereldreligies — het aantal christenen in de wereld weliswaar toegenomen, maar procentsgewijs, op het geheel van de wereldbevolking, is het gedaald (tot ongeveer 23 procent), terwijl het percentage van de wereldbevolking, dat tot geen der grote religies behoort, is toegenomen (tot ongeveer 42 procent).
Zien we globale kaarten met betrekking tot de verdeling van de godsdiensten over de wereld, dan zien we dat Europa, Noord- en Zuid-Amerika en Australië onder het christendom vallen, terwijl het Midden Oosten en het grootste deel van Azië en Afrika (de middengordel van de wereld) beheerst worden door de andere grote godsdiensten, zoals de islam, het boeddhisme, het hindoeïsme, en door andere religies met kleinere aanhang (confucianisme, jodendom, sikhs). Ziet men nu genuanceerder overzichten, dat wil zeggen kaarten, waarin ook een onderverdeling is gemaakt van de christenheid in protestants, rooms-katholiek en oosters-orthodox, dan is het protestantisme vooral gelocaliseerd in Noord-Europa, Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Australië. Daaruit kunnen we concluderen, dat het protestantisme een kléíne minderheid vormt in de wereld.
Zouden we verder binnen het protestantisme ook nog de verschillende stromingen gaan onderscheiden, dan zou blijken, dat het gereforméérd protestantisme in de wereld een úíterst kleine minderheid vormt. En dan nog hebben we het over nominale gegevens, die niets zeggen over echte betrokkenheid.
Kanttekeningen
Wat betreft de meelevendheid, de kerkelijke en gemeentelijke betrokkenheid, zijn nog tal van kanttekeningen te maken. Frankrijk behoort tot de 'christelijke', zeg de rooms-katholieke landen. Maar de graad van meelevendheid is onder de Franse rooms-katholieken allerbedroevendst. De stelling valt zelfs te verdedigen, dat Franrijk eigenlijk nooit echt gekerstend is geweest. Het aantal protestànten in Frankrijk is intussen slechts een hàndjevol.
Zelf brachten we onze vakantie door in een Spaanstalig gebied, dat ook binnen de christelijke gordel ligt. Het protestantisme was daar de absoluut afwezige.
Het Midden Oosten — om nog een andere regio te noemen — ligt in de gordel, die door de islam wordt beheerst. Opgemerkt moet echter worden, dat uitgerekend dáár de bakermat van het christendom ligt. Het Evangelie is immers vanuit Jeruzalem gebracht naar de omringende volkeren, naar de Kleinaziatische gemeenten! 'Nu hebben ze de Turken', zei Luther in zijn tijd al. Hij bedoelde: nu heerst er de islam. Niet vergeten mag overigens worden, dat ook vandaag de christelijke kerk in het Midden Oosten bestáát, maar wel als een zeer kleine minderheid in het geheel van de godsdiensten. En dan nog spreken we hoofdzakelijk over de oosters-orthodoxe Kerk(en). Het protestantisme is daar uiterst marginaal aanwezig, het gereformeerd protestantisme is verwaarloosbaar klein.
Als we verder op de betreffende kaarten zien, dat Noord Europa tot de protestanse gordel wordt gerekend, dan moet wel worden aangetekend, dat bijvoorbeeld in de Scandinavische landen de graad van kerkelijke meelevendheid uitermate klein is. Maar ook Nederland ligt in de protestantse gordel. Vallen over de kerkelijke meelevendheid te onzent echter niet óók klaagzangen aan te heffen en wòrden ze dan ook niet metterdaad aangeheven? Meer dan vijftig procent van ons volk geeft immers al op: godsdienst 'geen'.
Globaal genomen geldt, dat mensen soms tot het geheel van de christenheid worden gerekend of gerekend willen worden, terwijl dat niet tot uitdrukking komt in deelname aan het gemeentelijke leven, in zondagse kerkgang of in enigerlei andere betrokkenheid op kerk en gemeente. Als voorbeeld kan gelden, dat in Nederland het CDA gróéit, terwijl de kerken inkrimpen. Zo is het in Duitsland ook met de christen-democratie. Christen-democratie in de politiek staat kennelijk niet gelijk met politiek, uitgeoefend door praktiserende christenen.
Vragen en aanvechting
Een christen-mens, zeker een gereformeerd christen-mens kan, als hij op zich laat afkomen hoe het met het christendom in de wereld is gesteld, vragen op zich afgestormd krijgen. Als er dan onder de hemel maar één Naam is gegeven, waardoor wij mensen moeten en kunnen behouden worden: hóé dan met die miljarden in de wereld, die Christus niet kennen? En als we daarbij dan óók nog betrekken, dat Paulus korte metten maakt met het steunen op de werken der wet, dan worden we ook geconfronteerd met heel wat verminkte gestalten van het christendom, bijvoorbeeld daar, waar 'goede werken' méér dan in tel zijn. Als we van overtuiging zijn, dat de Reformatie toch het Woord Gods in de diepste kern — de rechtvaardiging van de goddeloze — heeft verstaan, dan kan het een mens gaan duizelen als hij zich realiseert, dat het gereformeerde leven slechts een fractie van het christelijke leven in de wereld uitmaakt; zèlfs als we daarin verdisconteren, dat de grenzen van het bijbels christendom ruimer zijn dan van het gereformeerd protestantisme alléén.
Een gereformeerd christen zal dan ook, als het goed is, diep overtuigd zijn van de noodzaak om de Naam van Christus te proclameren onder de volkeren: 'gaat dan heen...'. Wie in 'algemene verzoening' gelooft, kan nauwelijks nog missionaire aandrift hebben.
Steekt daar echter nochtans ook niet pover bij af de missionaire drang onder gereformeerden in de praktijk? Hoe beschamend is het zelfs, dat we meer intern stoeien over eigen standpunten en posities dan dat de nood der wereld ons werkelijk op de ziel gebonden lijkt te zijn.
De grote nood in de wereld ziende, kan men zich soms vertwijfeld afvragen: heeft het wel zin? Ik denk dan echter altijd aan die christelijk-sociaal werker, die ik jaren geleden ontmoette in Surabaya. Met slechts enkele helpers lenigde hij nood in een stad, die bol staat van ellende. 'Je moet je niet afvragen wat er allemaal zou móéten gebeuren, maar dankbaar zijn voor wat je màg doen', zei hij.
Naarmate we overigens meer de nood buiten ons op de ziel gebonden krijgen, zullen we ook meer afhankelijkheid en verwondering leren om wat ons nog is geschonken, òns ondanks. Zo kan oprechte verootmoediging opbloeien op de bodem van onze vertwijfelde vragen.
Nochtans
Er valt nochtans ook meer te zeggen. Het Woord van God blijkt toch telkens weer door barrières heen te breken. Het aloude Woord blijkt toch telkens nieuwe kracht en ongedachte actualiteit te bezitten. Er zijn ook landen in de wereld, waar de kerk een stormachtige groei doormaakt. We denken aan bepaalde landen in Zuidoost-Azië. Maar neem vandaag ook een land als Albanië. Het was tot voor kort het meest afgesloten communistische land, met absolute uitbanning van alles wat naar godsdienst riekte. Bij een daar recent gehouden evangelisatiecampagne werden zevenduizend nieuwe testamenten uitgereikt. De mensen rukten de Bijbels uit de handen van de uitdelers. Telkens weer blijkt de Bijbel toch brood voor het hart te zijn in desolate en desperate situaties; naar het schijnt soms meer dan in West-Europa, waar we kennelijk rijk en verrijkt zijn, in wetenschappelijk, technisch en economisch opzicht, en waar we ons (afmattend) uitputten in de vraag hóé en òf het Evangelie nog landen kan in onze cultuur.
En verder, overal ter wereld vindt men (nochtans) de ontelbaar vele torenspitsen, die als stille getuigen heenwijzen naar boven. De eeuwen door en ook vandaag hebben — hoe dan ook — mensen geweten van het sursum corda: het hart naar boven. Daarvan hebben ze tekenen opgericht. Her en der in de wereld zijn en worden toch handen gevouwen, gebeden opgezonden, liederen gezongen, eden afgelegd, de zondag en de christelijke feesten gevierd, gaven gegeven ter leniging van nood, in navolging van de Barmhartige Hogepriester, symbolen en tekenen (soms in verminkte gestalten) ontworpen.
De Heere zorgt er kennelijk toch Zelf voor, dat er hèr en dèr in de wereld, al is het soms maar híér en dáár, een volk is, dat Zijn Naam belijdt en Zijn lof zingt.
'In Hem leven wij en bewegen wij ons en zijn wij' (Hand. 17 : 28).
Hij is nochtans niet ver van een ieder van ons (vs. 27).
'Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart'.
De achterkant van de dingen kunnen en mogen we aan de Heere God zelf overlaten. Het geheimenis aangaande de Voleinding laten we aan Hem. Intussen is ons de nood opgelegd. 'Wee mij, als ik het Evangelie niet verkondig'. Want er is onder de hemel geen andere Naam tot behoud gegeven. Gaat dan heen, onderwijst alle volkeren. En intussen hebben we toe te zien, dat we, anderen gepredikt hebbende, niet zelf verwerpelijk bevonden worden. (1 Kor. 9 : 27).
Wie op reis, in vakantietijd of in het algemeen, om zich heen kijkt en ziet wat er van de Evangelieprediking in de wereld terechtgekomen is, ziet 'problemen' dichtbij ineenschrompelen en ziet andere vragen hoog oprijzen. Er zíjn kerken in de wereld te vinden, maar soms moet je wel heel lang zoeken. Nochtans gaat het werk des Heeren door, al moeten we dat vaak meer geloven dan dat we het zien.
Zie kaart: De globale verdeling van het christendom in de wereld van vandaag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's