Boekbespreking
Dr. H. Jagersma, Numeri deel III, De prediking van het Oude Testament, een theologische commentaar onder redactie van dr. A. van Selms (+), dr. A.S. van der Woude en dr. C. van Leeuwen, 204 blz., geb. ƒ 64,50 (bij intekening), Uitgeverij G.F. Callenbach b.v., Nijkerk, 1990.
Met dit derde deel is de commentaar van professor Jagersma op het boek Numeri voltooid. Dat is best een felicitatie waard. Het schrijven van een gedegen commentaar vergt veel tijd. Men moet er ook een tijd lang mee omgaan, wil men er een juiste indruk van krijgen.
Dit deel begint met de geschiedenis van Israëls ontucht en afgoderij te Sittim, Num. 25, en eindigt met het verbod om te trouwen met een man die niet tot hun stamverband behoort aan de dochters van Zelafead, Num. 36. Het land behoort immers aan God. Die gedachte moet, nu ook geconcretiseerd worden in de praktijk van het dagelijks leven. Vandaar deze bepalingen. Voor het geloof in Israël een onopgeefbaar punt! Naderhand blijkt dat ook uit de geschiedenis van Achab en Naboth, 1 Kon. 21. Opvallend is trouwens dat in het boek Numeri, dat in het Hebreeuws aangeduid wordt met de beginwoorden 'In de woestijn' zo vaak gesproken wordt over 'het land'.
De schrijver praktizeert de Schriftkritiek als de meest vanzelfsprekende zaak ter wereld. Zo stelt hij dat de wraaktocht van de Israëlieten tegen de Midianieten, Num. 31, moeilijk als 'historisch' kan worden getypeerd. Het argument dat later in het verhaal van Gideon de Midianieten nog steeds 'in zeer groten getale' blijken te bestaan, is weinig overtuigend (94). M.i. ligt de waarde van deze commentaar in de zorgvuldige exegese van de kernwoorden en vooral in de theologische lijnen die na elk hoofdstuk getrokken worden. Daar kan men zeker zijn nut mee doen bij de voorbereiding van de prediking over dit Bijbelboek. Zo wordt n.a.v. Num. 26 de thematiek van de gave en verdeling van 'het land' in verband gebracht met wat wij in Hand. 4 lezen over de vroeg-christelijke gemeente: Niemand zei, dat iets wat hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen (41). Het brengen van het 'nieuwe spijsoffer' van de eerstelingen. Num. 28 : 26, is weer een nieuw motief om God te loven, Die steeds weer nieuwe dingen doet (84). Een citaat tot slot: 'Wanneer, zoals in Num. 32, Transjordanië tot het beloofde land gerekend moet worden, loopt de Jordaan geografisch gezien dwars door dit land heen, maar theologisch vormt deze rivier in dit verhaal de grens waarlangs het beloofde land betreden wordt' (124).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1991
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's