De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jeremia 31 : 33

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jeremia 31 : 33

5 minuten leestijd

Maar dit is het verbond, dat ik na die dagen met den huize Israëls maken zal, spreekt de Heere: Ik zal mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen mij tot een volk zijn.

Een nieuw verbond
De Heidelberger Catechismus stelt als vraag twee: Hoeveel stukken zijn u nodig te weten opdat gij in deze troost zalig leven en sterven moogt? Het antwoord zegt dan: Drie stukken: ten eerste, hoe groot mijn zonden en ellende zijn; ten andere, hoe ik van al mijn zonden en ellende verlost word; en ten derde, hoe ik God voor zulke verlossing zal dankbaar zijn.
Hoewel vele generaties predikanten deze drie stukken trouw hanteren in de prediking, hoor je toch wel de klacht dat het stuk van de dankbaarheid weinig of geheel niet aan de orde wordt gesteld.
Een ander punt is dat het lijkt alsof maar weinigen de ware dankbaarheid kennen.
Twee weken geleden stond in de meditatie de oproep van Godswege tot bekering centraal. Vorige week was het de belofte van de Heere die aan de bekering was verbonden. En ook nu, als het gaat om de ware dienst aan de Heere, staat het eenzijdige genadewerk van de Heere centraal.
Het is de Heere die een nieuw verbond met Zijn volk wil maken.
Israël is een volk dat het gegeven woord aan de Heere niet nakomt. Zij zijn verbondsbrekers. Zij hebben het verbond, hetwelk de Heere bij de uittocht uit Egypte met hen gemaakt had, schandelijk verbroken en vernietigd.
Maar de Heere liet Zijn volk niet los. Nadat de straf over het volk zal zijn gegaan, zal de Heere zich toch weer over Zijn volk ontfermen. Hij zal een nieuw verbond met hen maken.

De aard van het verbond
De wet, door de Heere bij de Sinaï gegeven, was op stenen geschreven. We zouden kunnen zeggen, dat deze wet van buitenaf het hart probeerde te bereiken. Van buitenaf wilde de wet beslag leggen op het hart van het volk. Maar Israël heeft zich er niet onder willen buigen.
Van deze uitwendige wet in stenen geschreven zegt Paulus, dat zij een bediening zijn des doods. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. Maar nu zal de Heere anders te werk gaan. Hij zal Zijn wet in de harten geven. Door de Geest wordt die wet geschreven in de vleesen tafelen van het hart. (2 Cor. : 3).
In dit hoofdstuk legt Paulus verband tussen het werk van Christus en het werk van de Heilige Geest.
Dit schrijven in het hart gaat door de weg van bekering, wedergeboorte en geloof. En weer valt het ons op dat de Heere begint. De Heere roept op tot bekering en bekeert de harten. De Heere geeft de belofte van de Zaligmaker, de grote Profeet, Koning en Priester.
In de volheid des tijds heeft Hij zijn belofte waargemaakt. Het is ook de Heere, die Zijn verbond vernieuwt en in de harten schrijft.

De inhoud van het verbond
De woorden: Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen mij tot een volk zijn, komen deels voor bij de verbondsluiting tussen de Heere en Abraham, Gen. 17 : 7 en Deutr. 7 : 6, waar Israël gesteld wordt tot een heilig volk. En toch hebben deze woorden hier in het nieuwe verbond dat de Heere zal maken een andere klank.
De reden daarvoor vinden wij in de wijze, waarop het verbond gestalte krijgt. De Heere zal het in hun binnenste geven, en in hun hart schrijven. Tot nu toe heeft Israël steeds weer opnieuw het verbond verbroken. Maar na ontvangen genade door de weg van bekering zal het volk ontdekken, dat God Zijn handen niet van hen heeft afgetrokken.
Nadat de Heere op deze wonderlijke wijze Zijn wet in het hart geschreven heeft, zal Zijn uitverkoren volk weten dat de Heere hun God wil zijn. Dan zullen zij ook de begeerte in hun hart krijgen om echt volk van God te zijn. Dan wordt de ware dankbaarheid niet alleen gekend, maar ook zichtbaar gemaakt. Want het kan niet anders dan dat, de in het hart geschreven wetenschap, dat de Heere onze God wil zijn, ons brengt tot het verlangen om te mogen behoren tot het volk van God. De Heere zegt het zo positief: zij zullen mij tot een volk zijn, dat Hij dat woord ook zal waarmaken. Hij geeft ons Zijn vaderlijke gunst. Zijn liefde, die wij mogen, ja moeten beantwoorden.
We kunnen elkaar wijzen op de ware dankbaarheid, elkaar oproepen om de Heer te danken. Maar wanneer wij beseffen hoe groot de liefde van God is, die ons bekeert en tot de Zoon van Zijn liefde brengt, dan zullen we door Hem ook tot de ware dankbaarheid worden gebracht.
Dat wordt ons niet afgedwongen, maar komt regelrecht uit ons hart naar boven.
Die dankbaarheid richt zich dan op de wet, die de Heere in het hart heeft geschreven. Die dankbaarheid wordt onder woorden gebracht in Psalm 119 : 49.
Hoe lief heb ik Uw wet! Het is mijn doel,
Den gansen dag haar ijv'rig te betrachten.
Hoe listig ook mijn snode vijand woel',
'k Heb wijzer geest en edeler gedachten
Door Uw geboôn, wier kracht ik staag gevoel,
Die 'k eeuwig zal met heil'gen eerbied achten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Jeremia 31 : 33

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1991

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's